De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

2. Grammatica en spelling Blz.111 Blok 6. Blz. 137 Leerdoel (1F): Je leert persoonsvorm, heel werkwoord en voltooid deelwoord in een zin herkennen. Je.

Verwante presentaties


Presentatie over: "2. Grammatica en spelling Blz.111 Blok 6. Blz. 137 Leerdoel (1F): Je leert persoonsvorm, heel werkwoord en voltooid deelwoord in een zin herkennen. Je."— Transcript van de presentatie:

1 2. Grammatica en spelling Blz.111 Blok 6

2 Blz. 137 Leerdoel (1F): Je leert persoonsvorm, heel werkwoord en voltooid deelwoord in een zin herkennen. Je leert werkwoorden in de voltooide tijd spellen. Je leert wat een werkwoordelijk gezegde is. Je leert wat zwakke werkwoorden zijn. Grammatica en spelling

3 Werkwoord kent 3 vormen: 1.Persoonsvorm: Ik werk. 2.Hele werkwoord: Ik wil werken. 3.Voltooid deelwoord: Ik heb gewerkt. Alle werkwoordsvormen in één zin samen zijn het: WERKWOORDELIJK GEZEGDE. Blz. 137

4 Even oefenen: 1.Meneer Dictus woont in Zundert. 2.Bram bakt een eitje. 3.Juffrouw Deelen kent meneer Cosse. 4.Nadia heeft dat gezegd. 5.De 2e klas heeft gelachen. 6.Mijn fiets is gestolen. 7.Ik probeer op te letten. 8.Meneer van den Heuvel zou iets willen hebben.

5 Uitleg: voltooid deelwoord Uitleg: sterke en zwakke werkwoorden Uitleg vervoegen zwakke werkwoorden

6 Sterke werkwoorden

7 Werkwoord ‘hebben’ en ‘zijn’ Hebben Zijn Ik ….je/jij Jij/U Hij, zij, het Wij, jullie, zij (ze)

8 Dubbelzetter: medeklinker verdubbelen

9 Maken blz. 111 t/m 114

10 Zelfstandig naamwoord Blz.61

11 Bijvoeglijk naamwoord? BN zegt iets over het zelfstandig naamwoord (mensen, dieren, planten dingen)

12 Nakijken blz. 111 Opdracht 5 1.ZN zijn mensen, dieren, planten en dingen. Namen van steden, rivieren landen enz. 2.Nee, dat is niet altijd nodig. Voor eigennamen zet je bijna nooit een lidwoord. 3.Een BN zegt iets over het zelfstandig naamwoord. 4.Je eigen antwoord. Bv: De vervelende leerlingen moesten bij de nieuwe conciërge komen. Opdracht 6 1 aIn Artis verhuizen de giraffen naar een groter leefgebied. bDe kattenbakkorrels zijn naast/in de kattenbak gevallen. cIn/onder/naast/bij de verhuisdoos ligt de knuffel van Marieke. dAlle vuilniszakken heb ik op/naast/bij de stoep naast/voor/achter het huis gezet.

13 Nakijken blz. 111 Opdracht 7 1.bij, in 2.in, naar 3.Onder, met 4.Op, van, over 5.Aan, voor 6.Met, naar 7.Achter, uit 8.Tegen, door

14 Uitleg: voorzetsels (filmpje ût Groningen)

15 2.2Spelling Opdracht 8 1.krijg–kreeg 2.vliegt–vloog 3.schrijft–schreef 4.vindt–vond 5.bedenkt–bedacht 6.ziet–zag 7.loopt–liep 8.staat–stond Nakijken blz. 112

16 Sterke werkwoorden

17 Nakijken blz. 113 Opdracht 9 1.ik brak 2.wij riepen 3.hij zwom 4.liep je? 5.jullie mochten 6.de automobilist reed 7.de bladeren lagen 8.onze poes rook 9.wij stonden 10.zij bracht

18 Werkwoord ‘hebben’ en ‘zijn’ Hebben Zijn Ik ….je/jij Jij/U Hij, zij, het Wij, jullie, zij (ze) Nakijken blz. 113

19 Opdracht 11 1.lieg/loog 2.komt/kwam 3.vangt/ving 4.is/was 5.schrik/schrok 6.begint/begon 7.hebt/had 8.Denk/Dacht Nakijken blz. 114

20 Dubbelzetter: medeklinker verdubbelen

21 Opdracht 12 1.supporter, apart 2.kopieerpapier, kopieerapparaat 3.arresteren. 4.herinner, verrassing 5.paragraaf 6.papegaai, irriteert 7.voorruit 8.beroemde, applaus Nakijken blz. 114


Download ppt "2. Grammatica en spelling Blz.111 Blok 6. Blz. 137 Leerdoel (1F): Je leert persoonsvorm, heel werkwoord en voltooid deelwoord in een zin herkennen. Je."

Verwante presentaties


Ads door Google