De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

4.1: Het parlement is baas boven baas Toets bespreken (VWO) Intro HC Opdracht verder.

Verwante presentaties


Presentatie over: "4.1: Het parlement is baas boven baas Toets bespreken (VWO) Intro HC Opdracht verder."— Transcript van de presentatie:

1 4.1: Het parlement is baas boven baas Toets bespreken (VWO) Intro HC Opdracht verder

2 Intro Hoe werkt de Tweede Kamer?

3 HC: Het parlement is baas boven baas Nederland is een democratie, conflicten lossen we dus op door te stemmen en niet met geweld (kiesrecht is een grondrecht) De meerderheid kan niet zomaar haar wil opleggen aan de minderheid. Iedereen heeft rechten. Nederland is een indirecte democratie / representatieve democratie Nederland is ook een constitutionele monarchie, maar de koning heeft vooral een symbolische functie (erfelijk staatshoofd) Volksvertegenwoordiging = parlement = wetgevende macht = staten generaal = eerste en tweede kamer

4 Kiezer Tweede Kamer coalitie fracties (samen minimaal 76 zetels) Het kabinetoppositie fracties Provinciale staten Eerste KamerStaatsinrichting De koning

5 Het parlement In een parlementaire democratie staat parlement boven regering Er zijn 11 fracties in de Tweede Kamer Iedere fractie heeft een fractievoorzitter Er is nooit 1 partij die de meerderheid heeft. Daarom is er een coalitie en een oppositie

6 De uitvoerende macht Regering = ministers + koningin Kabinet = ministers + staatssecretarissen Ministerraad = alle ministers

7 Opdracht: Jij gaat de wet veranderen 1.Als je in de politiek zat, wat zou jij dan willen veranderen aan Nederland? 2.Bedenk een naam voor jouw politieke partij 3.Je gaat meedoen aan de verkiezingen, hoe doe je dat? Gebruik de begrippen: Lijsttrekker, verkiezingslijst, verkiezingsprogramma, verkiezingscampagne Bron: blz. 43/48 (de toepassing)

8

9 Hoera je bent gekozen! De verkiezingen zijn geweest en je partij komt met 13 zetels in de Tweede Kamer. Een geweldig resultaat! 1.Je wilt een coalitie sluiten, met welke partijen wil jij samenwerken en waarom? (zie volgende sheet) 2.Hoe komt dit tot stand? Gebruik de begrippen: kabinetsformatie, informateur, coalitie, oppositie, regeerakkoord, formateur, ministers, staatssecretarissen. (bron: blz 42/46 de kabinetsformatie) 3.Wat is het verschil tussen een lijsttrekker en een fractievoorzitter?

10 Jouw partij (13)

11

12 Gefeliciteerd je zit in de coalitie! Je blijft zelf fractievoorzitter van jouw partij in de Tweede Kamer. Leden van jouw partij worden minister of staatssecretaris in het kabinet. Benoem drie klasgenoten als minister of staatssecretaris en zeg ook welke onderwerpen ze krijgen (zie volgende sheet) Dit proces heet de kabinetsformatie!

13 Het kabinet heeft elf ministers Minister van Algemene Zaken (AZ) = minister president! Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) Minister van Buitenlandse Zaken (BuZa) Minister van Defensie Minister van Economische Zaken (EZ) Minister van Financiën Minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Minister van Veiligheid en Justitie (V&J) Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Minister van Handel en ontwikkelingssamenwerking Minister van Wonen en Rijksdienst

14 Wie kan er eigenlijk voor zorgen dat jouw wet er komt? Wie kunnen er allemaal een wet bedenken? Wat is de rol van de fractiespecialist? Wie moeten een wet allemaal goedkeuren voor het echt een wet is? Bron: blz 43 relatie reg.. /46

15 Gefeliciteerd je kabinet is beëdigd! Nu kunnen we dan echt jouw maatregel gaan invoeren. Hoe kunnen de onderstaande middelen jou als fractievoorzitter van jouw partij helpen om je maatregel door te voeren? Stellen van mondeling of schriftelijke vraag Recht van interpellatie Recht van Enquête Motie Amendement Bron: blz 43/ 47

16

17 Je besluit een motie in te dienen Via een motie verzoek je het kabinet om jouw maatregel in te voeren. 1.Schrijf een motie waarbij je het kabinet verzoekt om jouw maatregel in te voeren (zie voorbeeld) 2.Waarom zal het kabinet eerder een motie van jou willen uitvoeren dan een motie van de oppositie? (VWO: dualistisch stelsel of monistisch stelsel)

18

19 Helaas, het kabinet faalt Het kabinet is er niet in geslaagd jouw motie goed uit te voeren. Naar jouw mening heeft de minister die over het onderwerp gaat het niet goed gedaan. 1.Hoe kan je van deze minister af komen? 2.Wat is een kabinetscrisis? Bron: blz 43/47

20 Voorbeeld motie van wantrouwen mKo

21 Helaas, het spel is afgelopen Door jouw motie van wantrouwen besluiten alle ministers van het kabinet hun ontslag aan te bieden aan de koning. Er zullen nu nieuwe verkiezingen komen.

22 Huiswerk Opdracht: VWO: lezen rijk, provincie en gemeente blz HAVO: Lezen 4.1 Ik controleer de volgende les altijd steekproefsgewijs of je het gemaakt hebt, en of je aantekeningen gemaakt hebt!


Download ppt "4.1: Het parlement is baas boven baas Toets bespreken (VWO) Intro HC Opdracht verder."

Verwante presentaties


Ads door Google