De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De standen in Rome Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De standen in Rome Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich."— Transcript van de presentatie:

1

2 De standen in Rome

3

4 Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich verkiesbaar als quastor (= beheerder van financiën). Later kon hij aedilis worden (= hoofd van de politie, openbare gezondheidszorg of de openbare spelen). Als hij tegen de veertig liep, stelde hij zich verkiesbaar als praetor (rechter) en als hij begin de veertig was, kon hij één van de twee consuls worden.

5 “De ganse wereld was in handen van de zegevierende Romeinen. Alhoewel ze de zeeën en de landen onder de noordelijke en zuidelijke sterrenhemel in handen hadden, waren ze nog niet tevreden. Hun zwaarbeladen scheepskielen doorploegden de golven. Indien er ergens een verborgen baai of een onbekend land was dat durfde goud uit te voeren, dan betekende dit een nieuwe vijand en de drie schrikgodinnen maakten zich dan klaar voor een moordende oorlog om de nieuwe schatten.” Naar Petronius (1 ste eeuw), kunstkenner, hofambtenaar en persoonlijke vriend van keizer Nero. “De Romeinen hebben één enkel oeroud motief om oorlog te voeren: onblusbare begeerte naar macht en rijkdom… De Romeinen vechten met alle volkeren en vooral tegen diegenen, wiens nederlaag de meeste buit oplevert… Door durf, bedrog en door oorlog aan oorlog te rijgen zijn ze rijk geworden.” Koning Mithridates van Pontus “De Grieken zullen tederder het brons tot ademende beelden gieten en een bezield gelaat uit marmer houwen…; maar gij, Romein, bedenk dat gij de volken onder uw heerschappij moet dwingen want dat zal uw roeping zijn; de vrede met wetten te ordenen.” Romeinse dichter Vergilius De buitenlandse politiek van Rome:

6 “Een bejaarde man, getekend door tegenspoed, kwam het forum opgelopen. Door zijn mager en bleek lichaam leken zijn kleren nog vuiler… Toch herkenden vele mensen hem als een voormalig centurio. Een grote menigte drumde nieuwsgierig rond hem en vroeg hoe hij in zo een toestand geraakt was. Hij antwoordde dat hij als soldaat tegen de Sabijnen had gevochten… maar dat zijn land en oogst verwoest waren, zijn hoeve verbrand, zijn goederen geroofd en het vee gestolen. Hij had geld geleend en in deze moeilijke tijden had men van hem de betaling van zijn belastingen geëist. Zijn schulden vermeerderden door de hoge intrest. Daarop had men eerst het erfgoed van zijn vader en zijn voorouders in beslag genomen. Daarna volgden zijn roerende goederen en was hij… niet ziek geworden dan zouden zijn schuldeisers hem zonder uitstel verkocht hebben als slaaf. Uit woede om dit geldverlies lieten ze hem opsluiten en folteren.” Livius (anno 2)

7 Een getuigenis over het verdwijnen van kleine landbouwbedrijfjes ten voordele van de latifundia: “Aanvankelijk was ik niet de buur van een rijk man. In mijn omgeving waren er vele landbouwbedrijfjes. Hun bewoners waren gelijk in rang en leefden als goede buren naast elkaar. Ieder voor zich bewerkte een klein stuk land. Dat is helemaal anders geworden. Waar eens dat land al die burgers een bestaan verzekerde, is het nu een enkel domein, eigendom van een enkel rijk man. Zijn bezit heeft zich naar alle kanten vertakt. De vroegere boerderijen werden erin opgenomen en met de grond gelijk gemaakt.” “De wilde dieren en de vogels leven voor hun holen. Alleen de mannen die strijden en sterven voor Italië kunnen op niets anders dan lucht en licht rekenen. Onze veldheren doen hun soldaten voor de graven en altaren van hun voorouders strijden. Zij liegen hierbij echter want heel wat Romeinen hebben geen voorouderlijk graf of een vaderhuis. Alleen voor de weelde en de rijkdom van anderen moet gij uw bloed vergieten en sterven. Gij wordt de meesters van de aarde genoemd doch er is geen voet grond die gij de uwe kant noemen.” Volkstribuun Tiberius Gracchus tegen Plutarchus

8 De Griek Plutarchus over Gaius Gracchus: “Hij diende de volgende wetsvoorstellen in om zijn populariteit bij het volk te vergroten en de macht van de senaat te ondermijnen: een landwet om het staatsland onder de armen te verdelen; een legerwet die soldaten van staatswege kleding gaf zonder inkortingen op de soldij en die niemand jonger dan 17 jaar voor de dienstplicht opriep; een graanwet waardoor de armen goedkoop graan kregen.” “Met deze wet waren de rijken helemaal niet gelukkig. Daarom begonnen zij overal vergaderingen te houden waar zij hun klachten verduidelijkten… Sommigen noemden de koopprijs die zij hadden betaald voor het land. Moesten zij dat geld nu samen met hun land verliezen? Anderen zeiden dat die landerijen hun als voorvaderlijke erfenis toebehoorden. Nog anderen zeiden dat de bruidschat van hun vrouw erin belegd was of dat het land als bruidschat aan hun kinderen afgestaan was.” Appianus van Alexandrië

9 Maar niet alleen dreigt een oorlog met de Volsci; ook de burgergemeenschap, een prooi van tweedracht, groeit van innerlijke haat tussen de patriciërs en de plebejers. De plebejers morren: “In den vreemde zijn wij het die voor de vrijheid en voor het Rijk moeten vechten, maar in de stad worden we door onze medeburgers gevangengezet en verdrukt; onze vrijheid is minder bedreigd in oorlogs- dan wel in vredestijd, en minder te midden van de vijand als te midden van onze medeburgers. Bron: Titus Livius, Ab Urbe Condita “Ooit kwamen de andere delen van het lichaam tegen de maag in opstand. “Hij ligt”, zo zeiden ze “lui in het midden van het lichaam en laat zich door ons voeden. We zullen hem geen voedsel meer geven…”” Spoedig ondervonden ze met schrik dat ze zelf krachteloos en slap werden. Ze zagen in dat ook de maag een belangrijke rol in het functioneren van het geheel had. Bron: Menenius Agrippa Gevolg: 490 v.C.: plebejers krijgen het recht om eigen volksvergaderingen (comitia tributa) te houden; 450 v.C: Wet der XII tafelen  geldt voor iedere Romein; 367 v.C: plebejers mogen consul worden; 287 v.C: besluiten van comitia tributa worden wettelijk voor iedereen Patriciers = Plebejers

10 “De machtshonger, eigen aan de mens, ontwikkelde zich samen met de groei van het imperium, en velen hebben er een roemrijke loopbaan aan overgehouden. Zolang de Staat bescheiden was, hield ieder zich aan de overeenkomsten; maar eenmaal toen de wereld veroverd was en de vijandelijke steden en koninkrijken vernietigd waren, eenmaal toen men vrij was om onbedreigd naar de macht te grijpen, toen laaiden de onenigheden tussen patriciërs en plebejers weer op. Er was immers niemand anders om te bevechten. Rome en het forum zagen de eerste schermutselingen van de burgeroorlog. En toen volgden de militaire triomfen van Marius, het uitschot van de plebejers, en van Sulla, de wreedste man uit de adel.” Uit Tactius, Historiën, II, 38.

11 Men stemde er een korte poos later voor om aan Marius i.p.v Sulla het commando over de oorlog met Mithridates te geven. Toen Sulla dit vernam, besloot hij de zaak met een oorlog te beslechten. Hij riep zijn leger op voor een vergadering. Het leger had veel zin de veldtocht tegen Mithridates want er viel veel te behalen. De soldaten waren bang dat Marius anderen zou oproepen voor de veldtocht en niet hen. Sulla sprak tegen hen over de schande, hem aangedaan… Zij verzochten hem om de moed te vatten en hen naar Rome te voeren. Sulla verheugde zich en meteen voerde hij zes legioenen naar Rome. De hoge officieren van het leger echter verlieten hem op één quaestor na, omdat zij zich er niet konden toe brengen een leger aan te voeren tegen hun eigen vaderland. Gezanten kwamen Sulla tegemoet en vroegen hem waarom hij met de wapens tegen het vaderland optrok. Appianus

12 “Onmiddellijk stelde Sulla een lijst van tachtig veroordeelden op, vooral aanhangers van Marius, zonder deze lijst aan de magistraat bekend te maken. Omdat dit algemene verontwaardiging wekte, liet hij een dag overheen gaan. Dan schreef hij nog eens 220 namen op en dat deed hij de dag nadien nogmaals. Aan het volk liet hij weten dat hij nu de namen opschreef die hij zich herinnerde, en dat hij er later de namen die hij vergeten was zou aan toevoegen. Wie aan een veroordeelde onderdak verschafte of trachtte te redden, werd met de dood bestraft, ook als het om een broer, zoon of een ander familielid ging. Voor elke moord loofde hij een beloning van twee talenten uit, ook aan een slaaf die zijn heer en een zoon die zijn vader ombracht. Het grootste onrecht was dat de kinderen en nakomelingen van de veroordeelden van hun eer en goederen werden beroofd. Plutarchus


Download ppt "De standen in Rome Een slimme jongeman uit een rijke familie diende normaal gesproken in het leger tot hij ver in de twintig was. Dan stelde hij zich."

Verwante presentaties


Ads door Google