De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BROEIKASEFFECT 1. INLEIDING Het verhaal begint ongeveer 10-15 jaar geleden met de stelling dat als gevolg van menselijke activiteit de aarde aan het opwarmen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BROEIKASEFFECT 1. INLEIDING Het verhaal begint ongeveer 10-15 jaar geleden met de stelling dat als gevolg van menselijke activiteit de aarde aan het opwarmen."— Transcript van de presentatie:

1 BROEIKASEFFECT 1. INLEIDING Het verhaal begint ongeveer jaar geleden met de stelling dat als gevolg van menselijke activiteit de aarde aan het opwarmen is. Sinds de 18de eeuw (industriële revolutie): fabrieken, energiecentrales, auto’s en landbouwbedrijven produceren broeikasgassen (CO 2 en methaan) Dit vond men toen erg theoretisch en omstreden.

2 Januari en april 2001 UN studie analyseerde 420 verschillende parameters gedurende de laatste 20 jaren: lucht- en oceaan- temperatuur, uitbreiding en migraties van dieren,…). De opwarming is een feit, de temperatuur is de laatste eeuw gemiddeld 0,6°C gestegen en de periode is de warmste tien jaar ooit sinds de waarnemingen begonnen zijn. Effecten op alle continenten!

3

4 De invallende zonnestralen warmen het aardoppervlak op. De warmte wordt gedeeltelijk opgenomen door de aarde zelf en gedeeltelijk teruggekaatst. De broeikasgassen zorgen ervoor dat deze warmte gedeeltelijk binnen de atmosfeer blijft waardoor de gemiddelde aardtemperatuur constant is. Het natuurlijke broeikaseffect zorgt er dus voor dat het leven op aarde mogelijk is.

5 De NATUURLIJKE aanwezige broeikasgassen zijn waterdamp (H20), koolstofdioxide (CO2), lachgas (N2O) en methaan (CH4). Zij vormen nog geen 1% van de aardse atmosfeer maar hebben toch een sterke invloed op het klimaat. Zonder deze gassen zou het oppervlak een gemiddelde temperatuur van slechts –18°C hebben. De hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer neemt toe. Deze absorberen steeds meer warmtestraling van de aarde en sturen ze terug naar het aardoppervlak. Hierdoor verhoogt de gemiddelde temperatuur van de aarde. = BROEIKASEFFECT (cfr. glazen dak van een serre).

6 2. GEVOLGEN VAN HET BROEIKASEFFECT De laatste honderd jaar zou de toename in broeikas- gassen twee fenomenen hebben veroorzaakt: 1)een temperatuursstijging 2)een stijging van de zeespiegel. Realistische schattingen van de VN voorspellen tegen 2100 een mogelijke temperatuursstijging van 1,4 tot 5,8°C. Het zeepeil zou kunnen stijgen met 9 tot 88 cm. Deze voorspelling heeft ruime marges omdat de emissiewaarden in de toekomst, de respons van het klimaat e.d. weinig voorspelbaar zijn.

7 Indien de opwarming van de aarde het smelten van de ijskappen zou betekenen, zouden de stromen in de oceaan anders gaan circuleren. De golfstroom, die Europa verwarmt, zou bijvoorbeeld anders gaan circuleren wat het klimaat van Europa en andere plaatsen kan beïnvloeden. De stijging van de zeespiegel heeft op langere termijn voornamelijk invloed op laaggelegen gebieden.

8 Laaggelegen eilanden zouden wel eens van de kaart kunnen verdwijnen en havens en andere laaggelegen plaatsen lopen groot overstromingsgevaar. Ook laaggelegen landbouwgebieden zouden overstroomt worden door zout water en niet meer bruikbaar zijn. Daarnaast zouden overstromingen en stromen heviger kunnen huishouden, wat kan leiden tot meer schade.

9

10 3. BEWIJZEN Gletsjers verdwijnen; bv de eeuwige sneeuw van de Kilamanjaro krimpt steeds meer. Koraalriffen sterven af omdat de zee te warm geworden is. Droogte is de norm in Afrika en Azië. El Nino komt frequenter voor. De arctische permafrost begint te smelten. Rivieren en meren in gematigde gebieden vriezen elk jaar later dicht en ontdooien vroeger.

11

12 Bewijzen: steeds minder ijs 1) ANTARTICA: steeds warmer. Het jaarlijkse smeltseizoen begint in 20 jaren tijd drie weken vroeger.

13 Bewijzen: 2) KILIMANJARO: Afrika’s hoogste berg heeft 75% van de ijskap verloren sinds Als warme trend blijft, binnen 15 jaren geen ijs meer op de top. 3) BAIKAL MEER in oost Siberië: vriest 11 dagen later dicht elk jaar dan 100 jaar geleden. 4) MONTANA (VSA) zal tegen 2070 geen gletsjers meer hebben als het ijs aan het huidig tempo blijft verdwijnen. 5) VENEZUELA: had 6 gletsjers in 1972 nu nog twee.

14 Stijgend niveau van de zeespiegel Cape Hatteras (North Carolina, VSA). Het seinhuis stond in 1870 op 450 meter van de kust toen het gebouwd werd. Tegen 1990 was de oceaan tot op 50 meter opgerukt en werd het gehele seinhuis opgepakt en landinwaarts verplaatst. Landbouwgebied in Florida. 300 meter landinwaarts van Biscayne bay is de bodem geïnfiltreerd door zeewater waardoor het land niet meer geschikt is als landbouwgrond. Japanse versterkingen. Deze werden in WO II gebouwd op het eiland Kosrae om een invasie van de Amerikanen af te slaan. Vandaag staan ze bij elk hoogtij onder water.

15 Braziliaanse kust. In de buurt van Recife werd de kust 1,8 meter per jaar kleiner door hoger water van Van 1985 tot 1995 verdwijnt er elk jaar 2,4 m kust.

16

17

18 Bewijzen: A)Steeds warmer 1)VSA: veel vroeger hittegolven in het jaar dan 20 jaar terug. 2)DALLAS (VSA): gedurende 29 dagen onafgebroken 38°C in 1998  oogst kapot. 3)INDIA 2500 mensen omgekomen in ergste hittegolf sinds 50 jaren in )Bloei in Washington (VSA) begint 7 dagen vroeger dan in 1970.

19 Bewijzen: B) Wild weer 1)Engeland 2000: in het najaar heftige regens, natste 3 maanden sinds de waarnemingen begonnen. 2)SAMOS (Griekenland): juli % van het eiland afgebrand als gevolg van langdurige droogte en de hitte. 3)Hurricane Floyd langs de atlantische zeekust september 1999 (210 km/h) 77 doden en duizenden dakloos.

20

21

22 Dierenleed 1)ZALM-populatie verminderde fel in 1997 en 1998 toen de plaatselijke oceaantempertuur met 3,3°C steeg. 2)POOLBEREN in de Hudson baai hebben minder jongen omdat het ijs vroeger breekt. 3)KORAALRIFFEN: sterven af omdat de algen die hen voeden, door warmer water afsterven. 4)ZIEKTES: Dengue koorts rukt op in de VSA omdat het warmer is, bij ons malaria in Z-Europa. A)MIGRATIES: in Noord-Amerika is de ‘Edith Checkerspot’ vlinder 100 km meer noordwaarts te vinden dan voor 100 jaar geleden.

23

24 Planten en dieren komen steeds meer noordelijker voor, migratiepatronen voor poolberen en de Beluga walvissen verstoord. CO 2 concentratie in de atmosfeer bedraagt nu 30% meer dan voor de industriële revolutie. Meer nog toename van de concentratie CO 2 versnelt elk jaar: conclusie het zal nog warmer worden. UN-studie waarschuwt dat de temperatuurstoename sneller kan zijn dan gedacht en de temperatuur hoger kan worden dan eerst gedacht. 2100: temperatuur gestegen met 1,4-5,8°C (dubbel zoveel als eerst gedacht).

25 Lijkt niet veel maar: 5°C was genoeg om de laatste ijstijd te doen ophouden. Afhankelijk van de effectieve temperatuursstijging zullen de gevolgen zijn: 1,4° C erbij: 1)Vaker fellere stormen 2)Landurige droogte 3)Sterke erosie van de kustgebieden door stijging van de oceanen 4)Minder regen voor de landbouw

26 5,8 °C erbij: Zee niveau stijgt 88 cm  dicht bevolkte kusstreken lopen onder  100 miljoenen vluchtelingen Drinkwater vervuild met zoutwater Meer ozon in de steden (meer doden door ademhalingsaandoeningen) Meer ‘ongedierte’ (ratten, muggen/malaria, encephalitis, Lyme disease,…) Ergste van allemaal: de temperatuursstijging gaat sneller dan ooit waargenomen sinds de laatste 100 miljoen jaar  geen tijd om aan te passen  vele doden bij plant en dier.

27 4. OPLOSSINGEN: OPSLAAN VAN CO2 Aanplanten van bomen. Ze nemen CO 2 op uit de atmosfeer en produceren zuurstof. Eén are woud neemt 5,5 ton CO 2 /jaar. Organische landbouw in plaats van intensieve landbouw. Rottend organisch plantenmateriaal in de bodem is rijk aan CO 2. Wanneer men de grond niet bewerkt kan die koolstof zich niet vermengen met zuurstof tot de vorming van CO 2. Het niet bewerken van de bodem levert 1,1 ton CO 2 per are minder per jaar.

28 Opslag van emissies. De broeikasgassen die uit industriele schoorstenen komen kunnen geïnjecteerd worden in verlaten gas- en olieboorputten. Carbonaatgesteente. Theoretisch is het mogelijk om CO 2 in op calcium gebaseerde gesteenten te pompen die daarmee gaan reageren en het vasthouden.

29 ALTERNATIEVE ENERGIE Windmolens. Europa is leider met 70% van alle door wind gegenereerde electriciteit. Plannen in Europa voor de bouw van een windmolenpark op 8 km voor de noordzeekust. Zonne-energie. Prijzen dalen en ook in België, er zijn reeds premies te krijgen. Nuclaire energie. Blijft problematisch omwille van de gevaren en de stockage van gebruikte radio-actieve brandstof. In de USA wil men er meer.

30 Brandstofcellen. Combinatie van zuurstof en waterstof produceren electriciteit en afvalproduct is water. Reeds lang in de ruimtevaart in gebruik, steeds meer wagens op de markt die daarop rijden.

31

32 CONSERVATIE Isolatiemateriaal, zuiniger lampen doet de vraag naar energie dalen. Decentraliseren van de grote electriciteitsnetwerken. Soms is het efficienter een kleine locale turbine te hebben dan aangesloten te zijn op een massief net. Openbaar vervoer stimuleren, minder nood aan 1 mens/wagen op de baan. Verhogen brandstofprijzen voor wagens kan kleinere, zuiniger wagen aantrekkelijker maken.

33 DIVERSEN 1) Runderen produceren grote hoeveelheiod methaan. Er bestaat reeds voedsel dat die hoeveelheid terugdringt. 2) Rijstvelden. Overstroomde rijstvelden doen moerassen ontstaan die methaan produceren. De velden minder vaak bevloeien reduceert de gasproductie. 3) Ijsland is het voorbeeld van inspanning. Ijsland heeft natuurlijke warmwaterbronnen en geysers. 90% van alle energienoden van alle inwoners zijn gedekt door hydrothermale en geothermale installaties (geen vervuiling). Er is nu een plan om alle fossiele brandstoffen te bannen.

34 Ze gaan op grote schaal alles laten draaien op brandstofcellen (zuurstof + waterstof  energie + water). Waterstof kan men uit water halen (oneindige voorraad) maar de electrolyse kost veel energie, maar Ijsland heeft er daarvan grote en goedkope hoeveelheden.

35 5. Het Protocol van Kyoto. Poging tot de reductie van broeikasgassen op wereldwijd niveau (1997). De industrielanden hebben zich ertoe verbonden de emissie van 6 broeikasgassen tegen in zijn geheel met 5% te verminderen (in vergelijking met 1990). Deze algemene vermindering is als volgt: EU: - 8% USA: - 7% Japan: - 6% Rusland: status quo Ontwikkelingslanden: geen verbintenis tegen

36 Eerder dit jaar (2001) de Amerikaanse president weigert het verdrag van Kyoto voor te leggen aan het Congres tot groot ongenoegen van de rest van de wereld. De USA heeft 4% van de wereldbevolking maar produceert 25% van alle broeikasgassen. Dus als de USA niet mee doen dan heeft het weinig zin. Reden: Economisch: Amerikaanse bedrijven zien de meeruitgave niet zitten. Amerikanen traditioneel allergisch aan staatsinterventie, ze dreigen met massale ontslagen van werknemers. Politiek, conservatieve president hekelt staatsinterventie. Weinig populair bij industrie en conservatieve kiezers. Steenkool en olie industrie financierden de president tijdens de verkiezingen.

37 Het Amerikaanse Congres wil het Protocol zo al niet goedkeuren want sommige landen (Rusland, Indië) worden vrijgesteld en zij menen dat iedereen moet meedoen. De senaat had eerder al met 95 stemmen tegen 0 beslist dat ze enkel een Protocol zouden bespreken dat alle landen gelijk behandelde.

38

39 Sinds 11 september 2001 geen centraal punt meer in de politiek.

40 6. Gevolgen van het broeikaseffect en belang voor de biomedische sector. Immers als de voorspelling correct is dan gaan we binnen de komende 100 jaar de gevolgen merken. 1) Vele dieren en planten zullen onder enorme druk komen te staan en heel waarschijnlijk zullen vele uitsterven. 2) Sommige dier- en plantensoorten zullen verschijnen waar ze nu nog niet voorkomen. Als ze niet pathogeen zijn, dan geen probleem voor ons. Als ze wel pathogeen zijn dan wel een serieus probleem. Bijvoorbeeld malaria. 3) Menselijke gezondheid gaat zwaar lijden. Aandoeningen van de ademhaling en het hart het meest waarschijnlijk. Bv ozonalarm in de steden.

41

42 4) Zelfs ogenschijnlijk niet zo gevaarlijke dieren kunnen een negatief effect hebben. Vb de Africanized bee. - In 1956 Braziliaanse wetenschappers proberen een nieuwe bijensoort te maken die enerzijds is aangepast aan de hoge temperaturen in Brazilië en die anderzijds veel meer honing produceert. -Kruising lukt maar er komt een bij uit die minder honing produceert, vrij agressief is en is ontsnapt. Deze geafrikaniseerde bij neemt agressief andere nesten over De ‘killer bee’ rukt massaal op richting Z-USA. De Amerikanen verbruiken jaarlijks 127 miljoen ton honing en zijn dus bang voor de gevolgen.

43 Oorspronkelijk werd gedacht dat de bij niet te ver in de USA zou binnendringen. Ze gaan steeds verder noordwaarts en als de opwarming er komt gaat ze nog verder noordwaarts. Nu gaan ze reeds met km per jaar noordwaarts.


Download ppt "BROEIKASEFFECT 1. INLEIDING Het verhaal begint ongeveer 10-15 jaar geleden met de stelling dat als gevolg van menselijke activiteit de aarde aan het opwarmen."

Verwante presentaties


Ads door Google