De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ADHD – Workshop docenten Wat moet je er mee? Workshop.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ADHD – Workshop docenten Wat moet je er mee? Workshop."— Transcript van de presentatie:

1 ADHD – Workshop docenten Wat moet je er mee? Workshop

2 Inleiding Welkom Studiedag Afsluiting een quiz

3 Eerst even dit...

4 Spelregels We staan in het midden Loop naar de juiste hoek (A-B-C-D) Noteer zelf het aantal goede antwoorden Terug naar het midden

5 Vraag 1 Bekende mensen met ADHD-ers zijn o.a. Vincent van Gogh, Salvador Dali en Wibi Soerjadi. Wie van de onderstaande namen is ook ADHD-er? A. Geert Wilders B. Theo Maassen C. André van Duin D. Ina Boudier-Bakker

6 Vraag 8 Is ADHD een stoornis waar je overheen kunt groeien? A. Ja, het ligt aan de mate van ADHD. B. Ja, het ligt aan het soort ADHD. C. Nee, tenzij ze er een therapie voor volgen. D. Nee, ze kunnen er hooguit beter mee leren omgaan

7 Vraag 10 Wat betekent “brusjes” ? Er is zelfs een site van A. Broeder uit sociale justiëel empatisch socialisme B. Broertjes en/of zusjes van ADHD-er C. Broertjes en/of zusjes van autistische kinderen D. Alle antwoorden zijn fout

8 Vraag 14 Verschillen de aard en ernst van de ADHD gedragsproblemen per land? A. Ja, want door cultuurverschillen kunnen de problemen extra benadrukt worden. B. Nee, ze vertonen een grote mate van gelijkenis. C. Ja, het is afhankelijk van de ontwikkelingsstaat van een land. Veel ADHD’ers zijn grote genieën en dragen daarom bij aan een hogere welvaart. D. Ja, want in sommige landen wordt ADHD zelfs niet erkend, wat tot problemen leidt.

9 Vraag 18 Welk model van overleg past het beste bij een leerling met ADHD? A. Streng autoritair B. Altijd meegaand C. Democratisch D. De leerling altijd alles zelf laten beslissen

10 Vraag 6 Een kenmerk van een ADHD-er is aandachtstekort. Is dat... A. Te weinig aandacht gekregen als baby waarbij een onherstelbare kloof is geslagen. B. Niet noodzakelijkerwijs; er zijn ook andere kenmerken. C. Te weinig aandacht kunnen geven, omdat je je niet voldoende concentreren kan. D. Meerdere antwoorden mogelijk, namelijk b en c.

11 Vraag 2 Hoe krijg je als docent een goede werkrelatie met een leering met ADHD? A. Op alle slakken zout leggen B. Focussen op de voor jou als docent belangrijkste regels C. De leerling zelf laten bepalen wat hij/zij belangrijk vindt. D. Op alle fronten de eisen zo hoog mogelijk stellen

12 Vraag 3 Welke omschrijving past het best bij de stoornis ADHD? A. Laat de leerling niet te veel bordwerk overschrijven B. De hoofd- van de bijzaken kunnen onderscheiden C. Ze raken de weg kwijt in school D. Zwakke motorisch vaardigheden

13 Vraag 4 Hoe wordt ADHD bij voorkeur vastgesteld? A. Met een EEG B. Door een arts C. Door de schoolbegeleidingsdienst D. Een psychiater

14 Vraag 5 Kan ADHD door een dieet worden voorkomen? A. Ja, B. Ja, gecombineerd met medicijnen C. Ja, maar het dieet is zo streng, dat is niet vol te houden D. Nee.

15 Vraag 7 Wat moet je niet doen bij een ADHD-er? A. Proberen gedragsverandering teweeg te brengen B. Dwingen tot sociaal gedrag C. Bij het raam of deur zetten D. Op een rustig plekje voorin de klas zetten

16 Vraag 9 Waarom worden er meer jongens dan meisjes gediagnosticeerd met ADHD? A. Het is een recessief gen wat voornamelijk bij mannen voorkomt. B. Jongens zijn van nature rustiger, dus valt het eerder op. C. Die verhouding is aan het opschuiven. D. Bij meisjes wordt het onvoldoende opgemerkt, omdat de symptomen zich anders openbaren.

17 Vraag 11 Hoe help je een ADHD’er het minst? A. Regels en afspraken expliciet maken, bijv. door deze in het lokaal op te hangen B. Een heldere lesstructuur bieden C. Een overzicht in de leerlingagenda van de komende lessen D. Vertrouwen op mondelinge afspraken.

18 Vraag 12 Bij hoeveel kinderen wordt ADHD geconstateerd? A. 1% B. 3% C. 5% D. 7%

19 Vraag 13 Hoe komt een kind aan ADHD? A. Puur toeval B. Eigen omstandigheden van het kind C. De ouders D. Er is nog geen eenduidige verklaring

20 Vraag 15 Kan een persoon met ADHD zich juist hyperfocussen (dat betekent dat het kind zich ergens heel sterk op kan richten. ) A. Nee, ze hebben juist het probleem steeds afgeleid te worden door andere dingen B. Ja, als ze willen kunnen ze wel. C. Ja, een aandachtsprobleem kan ook betekenen de aandacht sterk te kunnen focussen. D. Nee, het probleem is juist dat ze van alles tegelijk doen.

21 Vraag 16 ADHD komen vaak te laat omdat... A. Ze vergeten de tijd B. Ze zijn gewoon slordig C. Ze het moeilijk kunnen D. Het is een van de diagnose kenmerken

22 Vraag 17 Wat doet de stichting gelijkspel? A. Bemiddeld bij een conflict tussen (volwassen) ADHD- ers en derde B. Organiseert voetbalkampen voor ADHD-ers C. Is een organisatie die spellen ontwikkelt voor ADHD- ers D. Deze organisatie heeft niets met ADHD-ers

23 Vraag 19 In de film Rain Man speelt Dustin Hoffman een ADHD- er met een fenomenaal geheugen. A. Onjuist, want dit was Tom Cruise. B. Onjuist, want dit was een Savant syndroom uit het autistisch spectrum. C. Onjuist, want dit was het syndroom van Asperger. D. Dit is juist!

24 Vraag 20 Hoe kan je als docent een ADHD’er verder helpen? A. Hem of haar precies zo te behandelen als alle andere leerlingen in de klas B. Veel aandacht, ook klassikaal aan de stoornis. C. De leerling is niet zielig, dus gewoon negeren. D. Kort contact voor, tijdens of na de les met korte gesprekjes met positief commentaar

25 Bedankt!

26 Wat voeding kan doen… end=0:26:44 end=0:26:44 19&item= &item= Als afsluiting een stukje film laten zien!


Download ppt "ADHD – Workshop docenten Wat moet je er mee? Workshop."

Verwante presentaties


Ads door Google