De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vrije wil… 1.Vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid 2.Vrije wil als zelfverwerkelijking 3.Vrije wil als bewuste aansturing van het lichaam.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vrije wil… 1.Vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid 2.Vrije wil als zelfverwerkelijking 3.Vrije wil als bewuste aansturing van het lichaam."— Transcript van de presentatie:

1 Vrije wil… 1.Vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid 2.Vrije wil als zelfverwerkelijking 3.Vrije wil als bewuste aansturing van het lichaam Een handeling uit vrije wil is een handeling die wordt aangestuurd door een bewuste gedachte die je vlak voor de handeling hebt. Je handelt uit vrije wil wanneer je handeling het gevolg is van het feit dat je dacht: “en nu ga ik dit doen”. Met “vrije wil” bedoelen we dus het vermogen om bewust je eigen lichaam in beweging te brengen.

2 Lees 4.1 / 4.3 pagina

3 Traditioneel: het lichaam / geest probleem wordt geplaatst binnen een omvattende theorie over de werkelijkheid: a)Monisten – de werkelijkheid bestaat uit één substantie* : materie (Hobbes) Dus: alles wat bestaat is materieel. b)Dualisten – de werkelijkheid bestaat uit twee substanties: materie (in ruimte en tijd) en geest (niet in ruimte en tijd) Dus: alles wat bestaat is óf materieel, óf geestelijk *Substantie: soort van spul; iets dat zelfstandig kan bestaan

4 Binnen deze opvattingen ontwikkelt men traditioneel de volgende theorie van de geest: a)Monisten Identiteitstheorie: elk mentaal ding of proces is identiek aan een materieel ding of proces. Dus: gedachte Het is hier warm = vuren hersengebied 453 sub kdk75, of Pijn voelen = stimulatie van C-vezels b)Dualisten Substantiedualisme: lichaam en geest zijn twee zelfstandige entiteiten die van een verschillend soort spul of substantie zijn gemaakt

5 Dualisme Probleem: als lichaam en geest zo verschillend zijn en onafhankelijk van elkaar kunnen bestaan, wat hebben ze dan nog met elkaar te maken? Antwoord: Interactionisame: lichamelijke en geestelijke toestanden hebben causale (oorzakelijke) interactie

6 FYSIEKMENTAAL teen stotengevoel van pijn prikkeling F18dgedachte: “ ik wil aspirientje” aspirine pakken en etengevoel van pijn weg Interactionisme Merk op: Fysieke en mentale gebeurtenissen kunnen allebei fysieke en mentale gebeurtenissen veroorzaken Dualisme

7 Argumenten tegen het interactionisme Causale interactie tussen verschillende substanties is niet mogelijk, want: a.Causale geslotenheid van het natuurkundig domein* b.Wet op het behoud van energie Natuurkundig domein: het gebied waar de natuurkunde zich mee bezig houdt; in bredere zin: de natuur

8 Argumenten tegen het interactionisme Causale interactie tussen verschillende substanties is niet mogelijk, want: a.Causale geslotenheid van het natuurkundig domein b.Wet op het behoud van energie Causale geslotenheid van het natuurkundig domein: Iedere gebeurtenis binnen het natuurkundig domein die een oorzaak heeft, wordt volledig veroorzaakt door een oorzaak binnen het natuurkundig domein Oftewel: Als iets fysisch een oorzaak heeft, dan is dat een puur fysische oorzaak Geen determinisme: gebeurtenissen zonder oorzaak mogelijk

9 fysieke oorzaak (zenuwimpuls)

10 fysieke oorzaak

11 fysieke oorzaak (zenuwimpuls) mentale oorzaak (wilsdaad)

12 Causale geslotenheid van de natuur Alle fysieke gebeurtenissen hebben een puur fysieke oorzaak mentale oorzaak (wilsdaad) fysieke oorzaak (zenuwimpuls)

13 Causale geslotenheid van de natuur Alle fysieke gebeurtenissen hebben een puur fysieke oorzaak mentale oorzaak (wilsdaad) fysieke oorzaak (zenuwimpuls)

14 Causale geslotenheid van de natuur Alle fysieke gebeurtenissen hebben een puur fysieke oorzaak Zelfs al hebben we een geest, dan nog veroorzaakt die niets (epifenomenalisme) fysieke oorzaak (zenuwimpuls)

15 Argumenten tegen het interactionisme Causale interactie tussen verschillende substanties is niet mogelijk, want: a.Causale geslotenheid van het natuurkundig domein b.Wet op het behoud van energie De Wet van behoud van energie is een natuurwet, of meer specifiek een behoudswet, die stelt dat de totale hoeveelheid energie in een geïsoleerd systeem te allen tijde constant blijft. Een direct gevolg hiervan is dat energie niet kan worden gecreëerd of vernietigd, maar alleen kan worden omgezet van de ene in de andere vorm, bijvoorbeeld van chemische energie naar bewegingsenergie. (Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie)

16 Argumenten tegen het interactionisme Causale interactie tussen verschillende substanties is niet mogelijk, want: a.Causale geslotenheid van het natuurkundig domein b.Wet op het behoud van energie De totale energie binnen een systeem kan wel worden omgezet, maar kan niet toenemen of afnemen study

17 Totale energie = E

18

19 Extra toegevoegde energie

20 Totale energie = E Extra toegevoegde energie Wet op het behoud van energie De energie in een systeem kan van worden omgezet in een andere vorm, maar daarbij blijft de totale hoeveelheid energie altijd gelijk

21 Totale energie = E Extra toegevoegde energie Wet op het behoud van energie De energie in een systeem kan van worden omgezet in een andere vorm, maar daarbij blijft de totale hoeveelheid energie altijd gelijk

22 Argumenten tegen het interactionisme Causale interactie tussen verschillende substanties is niet mogelijk, want: a.Causale geslotenheid van het natuurkundig domein* b.Wet op het behoud van energie Maar uit deze argumenten volgt dat de geest geen causale invloed op het lichaam kan uitoefenen. Er volgt nog niet uit dat de geest überhaupt niet bestaat.

23 Binnen deze opvattingen ontwikkelt men traditioneel de volgende theorie van de geest: a)Monisten Identiteitstheorie: elk mentaal ding of proces is identiek aan een materieel ding of proces. Dus: gedachte Het is hier warm = vuren hersengebied 453 sub kdk75, of Pijn voelen = stimulatie van C-vezels b)Dualisten Substantiedualisme: lichaam en geest zijn twee zelfstandige entiteiten die van een verschillend soort spul of substantie zijn gemaakt a.Interactionisme: lichamelijke en geestelijke toestanden hebben causale (oorzakelijke) interactie b.Epifenomenalisme: lichamelijke toestanden veroorzaken wel mentale toestanden, maar niet omgekeerd: het mentale is een bijverschijnsel van het lichamelijke

24 FYSIEKMENTAAL teen stoten prikkeling C17a gevoel van pijn prikkeling F18dgedachte: “ ik wil aspirientje” aspirine pakken en etengevoel van pijn weg Er bestaan fysieke en mentale fenomenen Alleen het fysieke kan iets veroorzaken Het mentale is een bijverschijnsel van het fysieke Alle causale wetenschappelijke verklaringen zijn fysiek Mentale geen invloed op het op het fysieke Epifenomenalisme

25 FYSIEKMENTAAL teen stoten prikkeling C17a gevoel van pijn prikkeling F18dgedachte: “ ik wil aspirientje” aspirine pakken en etengevoel van pijn weg Merk op: alle oorzaken zijn fysieke oorzaken (hoewel er zowel fysieke als mentale gevolgen zijn) Epifenomenalisme

26 Maar mentale zaken als verlangens, gevoelens, afkeer etc. lijken toch juist wel fysieke gebeurtenissen te kunnen veroorzaken? Mijn afkeer van spruitje kan veroorzaken dat ik ze nooit meer eet. Mijn jaloezie op Jan kan veroorzaken dat ik hem sla.

27 Dus: 1.Er zijn mentale oorzaken 2.Mentale oorzaken zijn geen niet-fysische oorzaken Dan: Mentale oorzaken zijn zelf ook fysische oorzaken Identiteitstheorie: Alle gedachten en ervaringen zijn identiek aan hersentoestanden

28 Binnen deze opvattingen ontwikkelt men traditioneel de volgende theorie van de geest: a)Monisten Identiteitstheorie: elk mentaal ding of proces is identiek aan een materieel ding of proces. Dus: gedachte Het is hier warm = vuren hersengebied 453 sub kdk75, of Pijn voelen = stimulatie van C-vezels b)Dualisten Substantiedualisme: lichaam en geest zijn twee zelfstandige entiteiten die van een verschillend soort spul of substantie zijn gemaakt a.Interactionisme: lichamelijke en geestelijke toestanden hebben causale (oorzakelijke) interactie b.Epifenomenalisme: lichamelijke toestanden veroorzaken wel mentale toestanden, maar niet omgekeerd: het mentale is een bijverschijnsel van het lichamelijke

29 Identiteitstheorie: Alle gedachten en ervaringen zijn identiek aan hersentoestanden Bezwaar 1 Als mentale en fysieke toestanden identiek zijn, dan moeten ze dezelfde eigenschappen hebben (wet van Leibniz) Maar: Gedachten en ervaringen hebben eigenschappen die hersentoestanden niet hebben (en vice versa) Gedachten gaan ergens over, zijn logisch of onlogisch, moreel of immoreel etc. Hersentoestanden niet. Hersentoestanden hebben een electrisch potentieel, chemische eigenschappen etc. Mentale toestanden niet. Dus kunnen mentale- en hersentoestanden niet identiek zijn

30 Identiteitstheorie: Alle gedachten en ervaringen zijn identiek aan hersentoestanden Bezwaar 2: meervoudig voorkomen Stel: Pijn hebben = de stimulatie van C-vezels

31 Identiteitstheorie: Alle gedachten en ervaringen zijn identiek aan hersentoestanden Bezwaar 2: meervoudig voorkomen Stel: Pijn hebben = de stimulatie van C-vezels C-vezels F-vezels Z-vezelsQ-vezelsX-circuit per definitie geen pijn Als pijn = stimulatie c vezels, dan kunnen wezens zonder c vezels geen pijn voelen. Dat is onaannemelijk.

32


Download ppt "Vrije wil… 1.Vrije wil als voorwaarde voor verantwoordelijkheid 2.Vrije wil als zelfverwerkelijking 3.Vrije wil als bewuste aansturing van het lichaam."

Verwante presentaties


Ads door Google