De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Mollusca ~ weekdieren oGrootste en meest diverse groep van het mariene dierenrijk o Wereldwijd meer dan 100 000 beschreven soorten oOnderverdeling in.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Mollusca ~ weekdieren oGrootste en meest diverse groep van het mariene dierenrijk o Wereldwijd meer dan 100 000 beschreven soorten oOnderverdeling in."— Transcript van de presentatie:

1

2

3 Mollusca ~ weekdieren oGrootste en meest diverse groep van het mariene dierenrijk o Wereldwijd meer dan beschreven soorten oOnderverdeling in zeven klasses Plaatloze stekelweekdieren ~ Aplacophora Mutsweekdieren ~ Monoplacophora Keverslakken (chitons) ~ Polyplacophora Stoottanden ~ Scaphopoda Slakken ~ Gastropoda Tweekleppigen ~ Bivalvia (Pelecypoda) Koppotigen ~ Cephalopoda

4 Pelikaansvoetjes (Gastropoda) Olifantstandje (Scaphopoda) Chiton (Polyplacophora) Monoplacophora Zeenaaktslak (Aplysia) (Gastropoda) ‘Giant clam’ (Bivalvia) Nautilus (Cephalopoda) Octopus (Cephalopoda)

5 Algemeen bouwplan – hypothetische voorouder oSchelp oMantel oVoet oKieuwen oRasptong (= radula)

6 = Gastropoda oAlgemene kenmerken 1 schelp (uitzondering: naaktslakken: geen schelp) Schelp als ‘huisje’ Rechts of linksdraaiende schelp ‘deurtje’ om schelp af te sluiten (operculum of hoorndeksel) Ontwikkeling van hoofd, met tentakels en ogen Rasptong (radula) Duidelijke voet ~> voortbeweging (slijmspoor) Grazers en alleseters Slakken

7 Vorm- en kleurdiversiteit

8 oWulk (Buccinum undatum) Aaseter ~Sterke geurzin Rover ~Tweekleppigen ~wormen Zandige bodems Wordt gegeten door zeesterren, grote schaaldieren, sommige vissoorten en de mens Eikapsels ~100’en tot meer dan 1000 eitjes ~Uiteindelijk slechts 10-tal nieuwe wulken => pas uitgeslopen wulken voeden op andere eitjes => alleen sterkste overleven Lege schelpen vaak als huisje voor heremietskreeft

9 oMuiltje (Crepidula fornicata) Pantoffel-vormige schelp Kenmerkende witte plaat aan binnenzijde Filter-voeder Ketting van muiltjes ~Onderste = vrouwtjes (groot) ~Bovenste = mannetjes (klein) ~Middenste = twijfelaars ~> veranderen van geslacht! ~Transformatie van mannelijk naar vrouwelijk duurt ± 60 dagen Niet-inheemse soort ~Oorsprong: N-Amerika ~Sinds 1911 bij ons Voedselbron ~Werd tijdens WO II gegeten

10 oGevlochten fuikhoorn (Nassarius reticulatus) Aaseter Goed ontwikkelde reukzin ‘zuigslurf’ (proboscis) ~enkel zichtbaar bij het zoeken naar eten ~Kan tot 2x schelplengte zijn Kunnen tamelijk snel bewegen In zand en op rotsen Prooi voor zeesterren => speciale vluchttechniek ~Aanraking achterzijde voet ~Schelp voorover buigen ~Voet snel loslaten ~Schelp slaat over => “koprollen” Afzetting eitjes op harde ondergrond

11 oGewone tepelhoorn (Euspira catena) Rover ~Grijpt prooi met voet ~Zuigslurf tegen schelp prooi ~Boorklier geeft zuur af die kalk oplost ~Zachte kalk wordt weggeschraapt met rasptong ~Opzuigen prooi via gemaakte gaatje ~2 mm diep boren = 8 uur! Zelden levende exemplaren op strand Wel: ~Lege schelpen ~Eitjes in kettingen van slijm en zand

12 oSchaalhoren (Patella vulgata) = puntkokkel, napslak Grazer ~Vaste standplaats ~Grazen omgeving af tijdens hoogwater Voet omgevormd tot hechtschijf => stevige vasthechting aan substraat mogelijk (kracht van 15 kg!) Schelpvorm aangepast aan perfecte aansluiting op standplaats ~> geen uitdroging Enkel op harde substraten

13 oAlikruik (Littorina littorea) Grazer Algemeen op strandhoofden Kleven zich vast met slijm Bij droogkomen ~> afsluiten schelp oGewone wenteltrap (Epitonium clathrus) Rover ~Predeert op anemonen Zandige bodems Beschouwd als geluksbrenger

14 Tweekleppigen = Bivalvia oAlgemene kenmerken 2 schelphelften (kleppen) Voedselopname door filteren Kieuwen hebben dubbele functie: 1. zuurstofopname 2. voedselopname Sterk gereduceerd hoofd Geen rasptong (radula) oOriëntatie Mantelbocht ~> sifo’s ~> achterzijde Voet ~> voorzijde Top ~> bovenzijde Tegenover top ~> onderzijde mantelbocht mantellijn Spierindruk achterste sluitspieren Spierindruk voorste sluitspieren top tanden slotband achterzijde voorzijde

15 oLinks versus rechts… Onderscheid tussen linker- en rechter schelphelft is mogelijk oLevenswijze Ingegraven Vastgehecht aan substraat Vrijlevend LINKSRECHTS

16 oMossel (Mytilus edulis) Vastgehecht op hard substraat ~Byssusdraden (=baard) ~Verplaatsing is mogelijk Filter-voeder ~Kunnen tot 48 liter water per dag filteren! Vijanden ~Scholekster, eidereend, … ~Zeesterren ~Slakken (vb. tepelhoorn) ~Japanse oester

17 oAmerikaanse zwaardschede (Ensis directus) Niet-inheems ~Afkomstig uit VS ~Voor het eerst waargenomen in 1987 ~Heel algemeen langs kust Snelle graver Filter-voeder Gegeten door scholeksters, meeuwen, … ~Meestal enkel niet-ingegraven exemplaren; Stevige verankering door voet maakt los- maken moeilijk

18 oJapanse oester (Crassostrea gigas) Platte en bolle schelphelft; ‘creuse’ Niet-inheemse soort ~geïmporteerd in 1969 voor oesterkweek ~overleving in het wild Vastgehecht op hard substraat ~‘cementering’ ~Op rotsen of andere schelpen Vorming “oesterriffen” Filter-voeder ~Filtert larven van mosselen, inheemse oester en kokkel uit het water Competitie met inheemse soorten voor plaats Bijna geen natuurlijke vijanden ~Schelpen zijn te groot en te stevig om open te pikken

19 oKokkel (Cerastoderma edule) Eetbare hartschelp Dikke, geribbelde schelpen Duidelijke groeilijnen Ingegraven: ± 5 centimeter diep Voedsel voor scholeksters: ~Knippen met snavel de sluitspieren door

20 oZaagje (Donax vittatus) Filter-voeder Sterke voet ~> leeft in en net onder branding Binnenkant schelp over algemeen paars Levenswijze ~Ondiep ingegraven 1.Loskomen of uitgraven bij vloed 2.Meegevoerd met stroming 3.Ingraven vóór wegtrekken water => Ganse natte strand kan verkend worden Zaagjes om bloemetjes te kopen op het strand

21 oNonnetje (Macoma balthica) Stevige, bolle schelpjes Kleurvariaties: wit-geel-oranje-roze-paars ± 6 cm diep in bodem Twee lange sifo’s Veel gegeten door platvissen ~Sifo’s ~Volledige nonnetje Dankt zijn NL naam aan het feit dat de sluitspieren zo sterk zijn… Nonnetje: ook naam van duikeend mannetjevrouwtje

22 oBoormosselen Leven in zelfgeboorde gangen ~Langgerekte schelpen ~Sterk getande ribben aan de voorkant ~Schuren boorgang uit door openen en sluiten van de kleppen ~Boren in steen, klei, hout, veen Filter-voeders 3 soorten ~Witte boormossel ~Amerikaanse boormossel (niet-inheems) ~Ruwe boormossel Onderscheid witte (L) en Amerikaanse (R) boormossel

23 oScheepswormen Misleidende naam ~> tweekleppigen en geen wormen! Vergelijkbaar met boormosselen ~Mini-schelpklepjes met ribbels ~> boorkop ~Boren in hout Langgerekt lichaam ~> wormachtig uiterlijk Achteraan twee kleine schelpstukjes ~> gang afsluiten Voeden zich met uitgeboorde hout Gangen kruisen elkaar nooit Cryptogene soorten (herkomst niet 100% duidelijk) Bij ons: ~Paalworm ~Scheepsworm Concurrentie voor zeerovers… paalworm scheepsworm

24 Koppotigen = Cephalopoda oKenmerken Opvallend lichaam: ~Duidelijke kop, goed ontwikkelde ogen ~“voet” omgevormd tot armen/tentakels met zuignappen –8 armen (octopussen) –2 vangarmen (overige inktvissen) ~Romp ~Sterke kaken (“papegaaienbek”) Inwendige schelp ~ gladius of zeeschuim, kan ontbreken Actieve rovers Zwemmers Inktzak 1 uitzondering: Nautilus Uitwendige schelp ± 90 tentakels

25

26 oVoortbeweging Traag zwemmen ~Gebruik van vinnen “jet propulsie” = heel snel voortbewegen ~Water binnen via mantelholte ~Mantelholte afsluiten ~Water naar buiten persen via “trechter” of sifon => Snelheden tot 40 km/uur! Kruipen ~Octopus! ~Zuignappen op armen ~> helpen bij voortbeweging over bodem

27 oZeekat (Sepia officinalis) Tot ongeveer cm groot 8 gewone armen + 2 lange vangarmen Zijvinnen over hele zijkant ~> zwemmen Op het strand ~“zeeschuim” ~> inwendige schelp ~> vorm is soortsafhankelijk ~> bij ons: gewone zeekat ~Eitjes ~> in trosjes ~> jonge eitjes: zwart van kleur door inkt ~> oudere eitjes: doorschijnend ~> zeekat- embryo is zichtbaar

28 oGewone pijlinktvis (Loligo vulgaris) Slank lichaam, korte armen Inwendige schelp (gladius) Rovers ~Kreeftachtigen & vissen Voortplanting in voorjaar ~Eieren afgezet in strengen en vastgehecht ~Sluipen uit na enkele weken ~Eierstrengen kunnen aanspoelen op strand Belangrijk in visserij (calamares) Heeft zijn naam te danken aan het feit dat de vinnen aan weerszijden van achterlijf een naar achter wijzende pijlpunt vormen

29 oDwerginktvis (Sepiola atlantica) Klein inktvisje (2-5 cm) Onopvallend ~> goede schutkleuren Vinnen zijn ronde flapjes Inwendig rugschild (schelp) (gladius) Rover ~Kleine kreeftachtigen en visjes Kan zichzelf ingraven Hoewel algemene soort, nog weinig over bekend Vondsten van eieren in zee nog niet bekend

30 Meer lezen? oStrandvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort (Ecogids Tjiftjaf) oSchelpen van de Nederlandse kust (R.H. de Bruyne) oVeldgids schelpen (R.H. de Bruyne) oGids van kust en strand (Tirion) oCis de strandjutter: legsel van inktvissen oHow stuff works (how octopusses work) (met filmpjes) oNiet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee Scheepswormen - Amerikaanse zwaardschede - Japanse oester - Muiltje - oDwerginktvissen in Nederland


Download ppt "Mollusca ~ weekdieren oGrootste en meest diverse groep van het mariene dierenrijk o Wereldwijd meer dan 100 000 beschreven soorten oOnderverdeling in."

Verwante presentaties


Ads door Google