De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Weekdieren en hun schelpen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Weekdieren en hun schelpen."— Transcript van de presentatie:

1 Weekdieren en hun schelpen

2

3 Mollusca ~ weekdieren Grootste en meest diverse groep van het mariene dierenrijk Wereldwijd meer dan beschreven soorten Onderverdeling in zeven klasses Plaatloze stekelweekdieren ~ Aplacophora Mutsweekdieren ~ Monoplacophora Keverslakken (chitons) ~ Polyplacophora Stoottanden ~ Scaphopoda Slakken ~ Gastropoda Tweekleppigen ~ Bivalvia (Pelecypoda) Koppotigen ~ Cephalopoda Zeven klasses: bron: Invertebrate Zoology (Rupert and Barnes, sixth edition)

4 Chiton (Polyplacophora)
Olifantstandje (Scaphopoda) Monoplacophora Chiton (Polyplacophora) Pelikaansvoetjes (Gastropoda) Pelikaansvoetje: zee in zicht, Sytske Dijksen, Ecomare Olifantstandje: Monoplacophora: wikipedia Octopus: Nautilus (Cephalopoda) ‘Giant clam’ (Bivalvia) Octopus (Cephalopoda) Zeenaaktslak (Aplysia) (Gastropoda)

5 Algemeen bouwplan – hypothetische voorouder
Schelp Mantel Voet Kieuwen Rasptong (= radula) De mantel zorgt voor de vorming van de schelp Rasptong (tekening): wikipedia Rasptong (electronenmicroscopische foto):

6 Slakken = Gastropoda Algemene kenmerken
1 schelp (uitzondering: naaktslakken: geen schelp) Schelp als ‘huisje’ Rechts of linksdraaiende schelp ‘deurtje’ om schelp af te sluiten (operculum of hoorndeksel) Ontwikkeling van hoofd, met tentakels en ogen Rasptong (radula) Duidelijke voet ~> voortbeweging (slijmspoor) Grazers en alleseters Bron figuren: Strandvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort – ecogids Tjiftjaf Sifo komt slechts bij één groep van slakken voor (Neogastropoda) en geeft toegang tot het water (als de slak een ingegraven leven leidt) en kan dienst doen als ‘reukorgaan’. Vergelijkbar met een ‘snorkel’ Proboscis ~> uitstulpbaar deel van het spijsverteringsstelsel. De proboscis bevat de radula (rasptong) en een deel van de slokdarm. Deze proboscis is enkel zichtbaar als het dier aan het voeden is. Voordeel van de proboscis is dat het kan ingebracht worden in een geboord gaatje in een tweekleppige, zodat de tweekleppige kan opgegeten worden vanuit zijn eigen schelp (openbreken van de twee kleppen is niet nodig)

7 Vorm- en kleurdiversiteit
Foto naaktslak links: wikipedia Foto naaktslak rechts: Overige: (photo gallery) Cowries: wikipedia

8 Wulk (Buccinum undatum)
Aaseter Sterke geurzin Rover Tweekleppigen wormen Zandige bodems Wordt gegeten door zeesterren, grote schaaldieren, sommige vissoorten en de mens Eikapsels 100’en tot meer dan 1000 eitjes Uiteindelijk slechts 10-tal nieuwe wulken => pas uitgeslopen wulken voeden op andere eitjes => alleen sterkste overleven Lege schelpen vaak als huisje voor heremietskreeft Foto heremietskreeft + eikapsel wulk:

9 Muiltje (Crepidula fornicata)
Pantoffel-vormige schelp Kenmerkende witte plaat aan binnenzijde Filter-voeder Ketting van muiltjes Onderste = vrouwtjes (groot) Bovenste = mannetjes (klein) Middenste = twijfelaars ~> veranderen van geslacht! Transformatie van mannelijk naar vrouwelijk duurt ± 60 dagen Niet-inheemse soort Oorsprong: N-Amerika Sinds 1911 bij ons Voedselbron Werd tijdens WO II gegeten Foto 1: Filip Nuyttens Foto 2: Sytske Dijksen, Ecomare Foto 3: pas getransformeerde larve van het muiltje ~> kruipt vanaf nu over de bodem (http://www.marine-genomics-europe.org/index2.php?pid=387&rub=b) Kettingen van muiltjes tot 12 exemplaren; gemiddeld één extra exemplaar per jaar. Oudste schelpen altijd onderaan de keten Muiltje als voedselbron: vanaf 1940 gegeten in Nederland, om de toenemende muiltjesplaag op de oestergronden in te dijken. Afzetmarkt van muiltjes verplaatste zich geleidelijk aan naar België. Muiltje was een welkom voedsel-alternatief voor wulken en alikruiken.

10 Gevlochten fuikhoorn (Nassarius reticulatus)
Aaseter Goed ontwikkelde reukzin ‘zuigslurf’ (proboscis) enkel zichtbaar bij het zoeken naar eten Kan tot 2x schelplengte zijn Kunnen tamelijk snel bewegen In zand en op rotsen Prooi voor zeesterren => speciale vluchttechniek Aanraking achterzijde voet Schelp voorover buigen Voet snel loslaten Schelp slaat over => “koprollen” Afzetting eitjes op harde ondergrond

11 Gewone tepelhoorn (Euspira catena)
Rover Grijpt prooi met voet Zuigslurf tegen schelp prooi Boorklier geeft zuur af die kalk oplost Zachte kalk wordt weggeschraapt met rasptong Opzuigen prooi via gemaakte gaatje 2 mm diep boren = 8 uur! Zelden levende exemplaren op strand Wel: Lege schelpen Eitjes in kettingen van slijm en zand Schelp tepelhoorn ~> – Filip Nuyttens Eitjes tepelhoorn ~> VLIZ Levende tepelhoorn ~> pro.corbis.com

12 Schaalhoren (Patella vulgata)
= puntkokkel, napslak Grazer Vaste standplaats Grazen omgeving af tijdens hoogwater Voet omgevormd tot hechtschijf => stevige vasthechting aan substraat mogelijk (kracht van 15 kg!) Schelpvorm aangepast aan perfecte aansluiting op standplaats ~> geen uitdroging Enkel op harde substraten Foto schaalhoorn 1: Filip Nuyttens Foto 2: VLIZ (Decleer) Foto 3 (onderzijde schaalhoorn): Graaspatronen kunnen duidelijk zichtbaar zijn. Een kale plek tussen het wier verraad de aanwezigheid (of afwezigheid) van een schaalhoorn

13 Alikruik (Littorina littorea)
Grazer Algemeen op strandhoofden Kleven zich vast met slijm Bij droogkomen ~> afsluiten schelp Gewone wenteltrap (Epitonium clathrus) Rover Predeert op anemonen Zandige bodems Beschouwd als geluksbrenger Schelp wenteltrapje ~> Sytske Dijksen

14 Tweekleppigen = Bivalvia Algemene kenmerken Oriëntatie
mantelbocht mantellijn Spierindruk achterste sluitspieren Spierindruk voorste sluitspieren top tanden slotband = Bivalvia Algemene kenmerken 2 schelphelften (kleppen) Voedselopname door filteren Kieuwen hebben dubbele functie: 1. zuurstofopname 2. voedselopname Sterk gereduceerd hoofd Geen rasptong (radula) Oriëntatie Mantelbocht ~> sifo’s ~> achterzijde Voet ~> voorzijde Top ~> bovenzijde Tegenover top ~> onderzijde achterzijde voorzijde Bron figuren: Standvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort – Ecogids Tjiftjaf

15 Links versus rechts… Levenswijze Onderscheid tussen linker- en rechter
schelphelft is mogelijk Levenswijze Ingegraven Vastgehecht aan substraat Vrijlevend LINKS RECHTS Bron figuur links-rechts: Standvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort – Ecogids Tjiftjaf Foto Aequipecten opercularis (wijde mantel) ~> (juvenielen zijn vastgehecht aan substraat met byssusdraden, terwijl de volwassen exemplaren vrij leven op zandige bodems.

16 Mossel (Mytilus edulis)
Vastgehecht op hard substraat Byssusdraden (=baard) Verplaatsing is mogelijk Filter-voeder Kunnen tot 48 liter water per dag filteren! Vijanden Scholekster, eidereend, … Zeesterren Slakken (vb. tepelhoorn) Japanse oester Tekening mossel ~> Foto mosselbed ~> VLIZ Foto 1 mossel: noorderlicht.vpro.nl Byssusdraad wordt gevormd door de byssus-klier. Mossel hecht zich eerst vast aan substraat met de voet. Tijdens die vasthechting worden de byssusdraden gevormd en als deze verhard zijn, kan de mossel zijn voet intrekken. Tepelhoorn boort gaatje in de mosselschelp en zuigt deze dan leeg. Japanse oesters zijn ook filter-voeders en filteren de jonge mossellarven uit het zeewater. Mossel en oester maken ook gebruik van hetzelfde substraat => competitie voor ruimte

17 Amerikaanse zwaardschede (Ensis directus)
Niet-inheems Afkomstig uit VS Voor het eerst waargenomen in 1987 Heel algemeen langs kust Snelle graver Filter-voeder Gegeten door scholeksters, meeuwen, … Meestal enkel niet-ingegraven exemplaren; Stevige verankering door voet maakt los- maken moeilijk Foto 1 Ensis directus ~> – Filip Nuyttens Foto 2 ~> – Karl Vanginderdeuren Tekening Ensis directus ~> In Europa gearriveerd in 1978, in Duitsland. Vandaaruit verdere verspreiding doorheen Europa. Transport via de larven, die enkele weken vrij in de waterkolom leven. Snelle graver: bij gevaar gaat de soort zich tot wel 30 centimeter diep ingraven. Moeilijk te vangen. Is te koop in enkele Belgische viswinkels, schijnt lekker te zijn op de barbeque.

18 Japanse oester (Crassostrea gigas)
Platte en bolle schelphelft; ‘creuse’ Niet-inheemse soort geïmporteerd in 1969 voor oesterkweek overleving in het wild Vastgehecht op hard substraat ‘cementering’ Op rotsen of andere schelpen Vorming “oesterriffen” Filter-voeder Filtert larven van mosselen, inheemse oester en kokkel uit het water Competitie met inheemse soorten voor plaats Bijna geen natuurlijke vijanden Schelpen zijn te groot en te stevig om open te pikken Japanse oester (Crassostrea gigas): foto 1 (één oester) wikipedia Foto 2: Foto 3:

19 Kokkel (Cerastoderma edule)
Eetbare hartschelp Dikke, geribbelde schelpen Duidelijke groeilijnen Ingegraven: ± 5 centimeter diep Voedsel voor scholeksters: Knippen met snavel de sluitspieren door Cerastoderma edule ~> dubbel schelpje ~> – Misjel Decleer Bord kokkels ~> wikipedia, copyright free Kokkels met zichtbare sifo’s ~> Scholekster op zoek naar voedsel ~>

20 Zaagje (Donax vittatus)
Filter-voeder Sterke voet ~> leeft in en net onder branding Binnenkant schelp over algemeen paars Levenswijze Ondiep ingegraven Loskomen of uitgraven bij vloed Meegevoerd met stroming Ingraven vóór wegtrekken water => Ganse natte strand kan verkend worden Zaagjes om bloemetjes te kopen op het strand Buitenkant schelp variabele kleur: van oranje-geel tot paars. Binnenkant vaak paars, soms oranje Zaagjes op strand ~> (Sytske Dijksen, Ecomare) Detail tandjes zaagje ~> (Sytske Dijksen, Ecomare) Papieren bloemen: Figuur zaagjes in zee ~> Strandvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort – Ecogids Tjiftjaf

21 Nonnetje (Macoma balthica)
Stevige, bolle schelpjes Kleurvariaties: wit-geel-oranje-roze-paars ± 6 cm diep in bodem Twee lange sifo’s Veel gegeten door platvissen Sifo’s Volledige nonnetje Dankt zijn NL naam aan het feit dat de sluitspieren zo sterk zijn… Nonnetje: ook naam van duikeend Nonnetjes op strand ~> (Sytske Dijksen, Ecomare) Schelp nonnetje ~> Verschillende schelpjes (zwarte achtergrond) ~> wikipedia Schema ~> (Het raadsel van het nonnetje in de Waddenzee) mannetje vrouwtje

22 Boormosselen Leven in zelfgeboorde gangen Langgerekte schelpen
Sterk getande ribben aan de voorkant Schuren boorgang uit door openen en sluiten van de kleppen Boren in steen, klei, hout, veen Filter-voeders 3 soorten Witte boormossel Amerikaanse boormossel (niet-inheems) Ruwe boormossel Onderscheid witte (L) en Amerikaanse (R) boormossel Amerikaanse boormossel (boven) ~> VLIZ (Decleer) Witte boormosel (zwarte achtergrond) ~> Ruwe boormossel (onder) ~> Witte boormossel – binnenzijde schelp ~> Amerikaanse boormossel – detail binnenzijde schelp Witte boormossel: duidelijke omgeslagen rand en een grote gebogen tand in de schelp. Extra schelpstukje dat bij doubletten kan gevonden worden Amerikaanse boormossel: geen omgeslagen rand en geen grote gebogen tand in de schelp. Geen extra schelpstuk Witte boormossel – Barnea candida Amerikaanse boormossel – Petricola pholadiformis Ruwe boormossel – Zirfaea crispata

23 Scheepswormen Misleidende naam ~> tweekleppigen en geen wormen!
Vergelijkbaar met boormosselen Mini-schelpklepjes met ribbels ~> boorkop Boren in hout Langgerekt lichaam ~> wormachtig uiterlijk Achteraan twee kleine schelpstukjes ~> gang afsluiten Voeden zich met uitgeboorde hout Gangen kruisen elkaar nooit Cryptogene soorten (herkomst niet 100% duidelijk) Bij ons: Paalworm Scheepsworm Concurrentie voor zeerovers… paalworm scheepsworm Tekeningen: paalworm boven (cfr. Brandweerhelm), scheepsworm onder (“oortje” steekt uit) Foto hout: wikipedia, copyright free Boorkopschelpjes zijn gemiddeld 1 centimeter groot Concurrentie voor zeerovers: in de middeleeuwen werden houten koopvaardijschepen beschermd tegen scheepswormen door het aanbrengen van teer. Deze beschermingslaag moest echter jaarlijks vernieuwd worden, maar dit was tijdens lange reizen niet mogelijk. In tropische wateren – waar de invasie van scheepswormen doorgaans feller is dan in meer gematigde gebieden, werden zo meer schepen tot zinken gebracht door scheepswormen dan door piraten en zeerovers. Paalworm – Teredo navalis Scheepsworm – Psiloteredo megotara

24 Koppotigen = Cephalopoda Kenmerken Opvallend lichaam:
Duidelijke kop, goed ontwikkelde ogen “voet” omgevormd tot armen/tentakels met zuignappen 8 armen (octopussen) 2 vangarmen (overige inktvissen) Romp Sterke kaken (“papegaaienbek”) Inwendige schelp ~ gladius of zeeschuim, kan ontbreken Actieve rovers Zwemmers Inktzak 1 uitzondering: Nautilus Uitwendige schelp ± 90 tentakels Loligo vulgaris ~> Wikimdia, copyright Hans Hillewaert Sepia officinalis ~> Octopus vulgaris ~> Wikimedia, copyright free Nautilus ~> Wikimedia, copyright free

25 Naast radula is er bij koppotigen ook een stevige bek-achtige kaken aanwezig. Met deze bek kunnen ze bijten en prooi verscheuren. De stukken prooi worden naar binnen getrokken met behulp van de radula Spuiten van inkt: als afleidingsmanoevre om te kunnen vluchten van predatoren (of duikers). Reuzenpijlinktvis gevangen door onderzoekers voor de kust van Tokio. Kunnen enorm groot worden en spoelen soms ook aan op stranden. Er is heel weinig over deze dieren gekend. Ze gaven wel aanleiding tot de vele mythische verhalen over de “kraken”. Figuur octopus bek ~> animals.howstuffworks.com Foto inkt ~> animals.howstuffworks.com Tekening (kraken): wikipedia, copyright free Foto reuzenpijlinktvis (gevangen nabij Tokio, door onderzoekers) ~> animals.howstuffworks.com

26 Voortbeweging Traag zwemmen Gebruik van vinnen “jet propulsie”
= heel snel voortbewegen Water binnen via mantelholte Mantelholte afsluiten Water naar buiten persen via “trechter” of sifon => Snelheden tot 40 km/uur! Kruipen Octopus! Zuignappen op armen ~> helpen bij voortbeweging over bodem Octopussen hebben secundaire aanpassingen naar bodemleven. Lichaam is “lomper” in vergelijking met overige inktvissen, en niet zo goed aangepast aan zwemmende levensstijl. Voortbeweging over de bodem door gebruik van de armen ~> zuignappen helpen bij vasthouden van bodemstructuren om zich voort te bewegen. Snelheden tot 40 km per uur => snelste zwembeweging van alle aquatische dieren! Figuur pijlinktvis: Figuur octopus:

27 Zeekat (Sepia officinalis)
Tot ongeveer cm groot 8 gewone armen + 2 lange vangarmen Zijvinnen over hele zijkant ~> zwemmen Op het strand “zeeschuim” ~> inwendige schelp ~> vorm is soortsafhankelijk ~> bij ons: gewone zeekat Eitjes ~> in trosjes ~> jonge eitjes: zwart van kleur door inkt ~> oudere eitjes: doorschijnend ~> zeekat-embryo is zichtbaar Sepia ~> ~> Ecomare Zeeschuim ~> ~> Sytske van Dijck, Ecomare Eitjes zeekat ~>

28 Gewone pijlinktvis (Loligo vulgaris)
Slank lichaam, korte armen Inwendige schelp (gladius) Rovers Kreeftachtigen & vissen Voortplanting in voorjaar Eieren afgezet in strengen en vastgehecht Sluipen uit na enkele weken Eierstrengen kunnen aanspoelen op strand Belangrijk in visserij (calamares) Heeft zijn naam te danken aan het feit dat de vinnen aan weerszijden van achterlijf een naar achter wijzende pijlpunt vormen Heel kleine exemplaren kunnen gevonden worden in het voorjaar, in vissersnetten. Kunnen tot 75 cm lang worden. Foto Gewone pijlinktvis (boven, zwarte achtergrond) ~> wikipedia, Hans Hillewaert Foto pijlinktvis ~> wikipedia, Hans Hillewaert Foto eieren ~> VLIZ Foto gladius ~> Foto pijlinktvis op hand ~> VLIZ

29 Dwerginktvis (Sepiola atlantica)
Klein inktvisje (2-5 cm) Onopvallend ~> goede schutkleuren Vinnen zijn ronde flapjes Inwendig rugschild (schelp) (gladius) Rover Kleine kreeftachtigen en visjes Kan zichzelf ingraven Hoewel algemene soort, nog weinig over bekend Vondsten van eieren in zee nog niet bekend Foto 1 ~> wikipedia, Hans Hillewaert Foto 2 (deels ingegraven) ~> Foto 3 (parende sepiola’s) ~> Algemene soort in de Noordzee, maar wordt door duikers vaak niet opgemerkt door de goede schutkleuren en het feit dat deze inktvis zich deels kan ingraven, waardoor hij nog beter in de omgeving opgaat.

30 Meer lezen? Strandvondsten van Gravelines tot Nieuwpoort (Ecogids Tjiftjaf) Schelpen van de Nederlandse kust (R.H. de Bruyne) Veldgids schelpen (R.H. de Bruyne) Gids van kust en strand (Tirion) Cis de strandjutter: legsel van inktvissen How stuff works (how octopusses work) (met filmpjes) Niet-inheemse soorten van het Belgisch deel van de Noordzee Scheepswormen - Amerikaanse zwaardschede - Japanse oester - Muiltje - Dwerginktvissen in Nederland


Download ppt "Weekdieren en hun schelpen."

Verwante presentaties


Ads door Google