De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Thema 1: Zintuigen 1. Inleiding 1.1 Prikkel, reactie en zintuig 1.1.1 Wat zijn prikkels? Experiment leerling blinddoeken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Thema 1: Zintuigen 1. Inleiding 1.1 Prikkel, reactie en zintuig 1.1.1 Wat zijn prikkels? Experiment leerling blinddoeken."— Transcript van de presentatie:

1 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Thema 1: Zintuigen 1. Inleiding 1.1 Prikkel, reactie en zintuig Wat zijn prikkels? Experiment leerling blinddoeken leerling blinddoeken verschillende veranderingen aangeboden verschillende veranderingen aangeboden Waarneming: PrikkelWaarnemingzintuig Flits van zaklamp Tik op het bord Speldenprik in arm Stukje chocolade op tong gezichtszintuig gehoorzintuig tastzintuig smaakzintuig

2 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat zijn prikkels? Welke prikkels werken op je wanneer je je ogen dicht doet? je kan iets ruiken je kan iets ruiken je hoort andere lln je hoort andere lln je voelt je horloge je voelt je horloge je hebt dorst, honger je hebt dorst, honger je hebt tandpijn je hebt tandpijn … … Welke prikkels werken NIET op je wanneer je je ogen dicht doet? Je ziet niet wat andere lln doen

3 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat zijn prikkels? Voorbeelden reactiesWelk is de prikkel? Een hond blaft Een kind huilt Een konijn doet zijn staart omhoog kippenvel Je gebruikt deoderant de postbode die nadert pijn na een val het zien van een vijand krassen op het bord Je ruikt minder fris na het sporten Een prikkel is een verandering in de omgeving of je lichaam die voldoende sterk is om tot een reactie te leiden

4 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat zijn zintuigen? Voorbeeld van prikkelzintuig smaakzintuig gehoorzintuig tastzintuig reukzintuig gezichtszintuig Een zintuig is een orgaan dat prikkels kan ontvangen = receptor = sensor Lekker ijsje Mooi liedje brailleschrift Lekker parfum Mooie film

5 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat zijn reacties? Voorbeelden prikkelsWelk is de reactie? Je ziet een lekkere taart Je hoort een akelig geluid Je schilt een ui De telefoon rinkelt Je moet plots remmen voor een kat je smaakpapillen beginnen te werken je smaakpapillen beginnen te werken je krijgt kippenvel je krijgt kippenvel je ogen beginnen te tranen je ogen beginnen te tranen je springt uit de zetel en neemt de hoorn af je springt uit de zetel en neemt de hoorn af je gaat overkop je gaat overkop reacties spierwerkingklierwerking

6 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Opdracht VoorbeeldPrikkelZintuigreactie Je proeft een lepeltje honing Je stapt een sauna binnen Je loopt langs een viswinkel Je trapt in een scherpe spijker Je neemt een blokje ijs vast De leerkracht krast met zijn vingernagel op het bord De lichten springen op rood De wind blaast door je haren Zoete smaak smaak Je neemt nog een lepeltje Hoge temp. warmte Je begint te zweten visgeurreuk Je loopt vlug verder pijnscheutpijn Je trekt je voet terug Koude temp. Koude Je laat het blokje vallen Scherp geluid gehoor Je krijgt kippenvel lichtprikkelgezichts Je remt Je kapsel vervormt gevoels Je duwt je haren terug

7 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2. Licht en zien 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen Donkere lichamen Donkere lichamen worden zichtbaar als er licht op invalt

8 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Donkere lichamen Experiment Welke soorten donkere lichamen zijn er? Waarnemingen Mat glas: licht wordt metaal: licht wordt spiegel: licht wordt gedeeltelijk doorgelaten geabsorbeerd weerkaatst Besluit Doorzichtige lichamen Doorschijnende lichamen ondoorschijnende lichamen helder glas helder glas water water blokje ijs blokje ijs plexiglas plexiglas mat glas mat glas dun papier dun papier perkament perkament houten plaat houten plaat metalen plaat metalen plaat spiegel spiegel Laten al het licht door Laten deel van het licht door Laten geen licht door

9 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Lichtbronnen = bronnen die zelf licht uitzenden Opdracht Welke verschillende lichtbronnen zijn er? Besluit Natuurlijke lichtbronnen kunstmatige lichtbronnen zenden uit zichzelf licht uit zenden licht uit door tussenkomst van mensen zon zon ster ster komeet komeet lamp lamp lantaarn lantaarn kunstmatigkunstmatignatuurlijknatuurlijk

10 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.2 Rechtlijnige voortplanting van het licht Experiment Onder welke voorwaarden kan je een kaarsvlam door een soepele slang zien? Waarnemingen De kaars is enkel te zien als de darm volledig gestrekt is en oog – darm – kaars op één rechte liggen Besluit Licht plant zich rechtlijnig voort in een homogene middenstof

11 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.3 Soorten lichtbundels = verzameling van lichtstralen Experiment Hoe kunnen lichtbundels zich gedragen? 1. Licht zaklamp op muur schijnen Waarneming De stralen lopen vanuit 1 punt 2. Met vergrootglas licht van retroprojector projecteren Waarneming De stralen lopen naar elkaar toe om elkaar in 1 punt te snijden

12 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.3 Soorten lichtbundels 3. Hoe lopen de stralen van een laser? Waarneming De stralen lopen evenwijdig met elkaar Besluit Divergerende lichtbundels convergerende lichtbundels evenwijdige lichtbundels Stralen lopen uit elkaar Stralen komen naar elkaar toe Stralen lopen evenwijdig

13 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.4 Schaduwvorming Experiment Hoe ontstaat een schaduw? Waarneming Op het scherm ontstaat een schaduwbeeld. Op de plaats waar geen licht invalt hebben we een schaduwfiguur. Besluit Schaduw ontstaat wanneer er licht invalt op een ondoorschijnend lichaam. Achter het lichaam onstaat een schaduw Schaduw is een gevolg van rechtlijnige voortplanting van licht Wat is schaduw?

14 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.4 Schaduwvorming Welke soorten schaduw zijn er? Experiment Hoe kunnen we verschillende soorten schaduw bekomen? Scherpe schaduw licht licht scherm voorwerp Puntvormige lichtbron

15 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Welke soorten schaduw zijn er? Niet - Puntvormige lichtbron Niet – puntvormige lichtbron voorwerp kernschaduw scherm licht licht bijschaduw bijschaduw Onscherpe schaduw Schaduwvlek met grijze rand

16 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Verklaring Wat is schaduw? 1. Kernschaduw kernschaduw Divergerende lichtbundel Niet – puntvormige lichtbron kernschaduw bijschaduw bijschaduw 2. Bijschaduw Hier komt geen licht Hier komt deel van het licht

17 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.5 Wat is gerichte en diffuse terugkaatsing? Experiment Wat gebeurt er met het licht als het invalt op een spiegel en op Al-folie dat we eerst open geduwd hebben? gerichte weerkaatsing diffuse weerkaatsing vlakke spiegel vlakke spiegel metaaloppervlak metaaloppervlak glasplaat glasplaat verkreukeld aluminiumfolie verkreukeld aluminiumfolie Effen oppervlak oneffen oppervlak

18 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 2.5 Lichtbreking Wat is lichtbreking? Experiment Wat is lichtbreking nu eigenlijk? we zien de tekst niet op de juiste plaats. Soms zien we de tekst ook groter Door het prisma zien we de rietjes gebroken Besluit Breking ontstaat als licht overgaat van de ene middenstof naar de andere Licht gaat niet altijd rechtdoor. We leggen een glasplaat op tuk tekst. Als we hillende hoeken kijken, merken w kst schijnbaar na komen en horizon hoven is. Dit kan lijken met de twe situatie in voorgaande proef.

19 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Enkele belangrijke begrippen lucht glas i I R r n Invallende lichtstraal gebroken lichtstraal normaal brekingshoek invalshoek grensvlak Wat is lichtbreking?

20 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Welke wetten gelden er bij breking? A Hoe liggen de invallende straal, de normaal en de gebroken straal t.o.v. elkaar? Experiment Hoe liggen de invallende straal, de normaal en de gebroken straal t.o.v. elkaar? n I R i r De invallende straal, de normaal en de gebroken straal liggen in één vlak

21 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Welke wetten gelden er bij breking? B Geldt bij lichtbreking het omkeerbaarheidsprincipe? Experiment Geldt hier het omkeerbaarheidsprincipe? I (°)R (°) 0 ° 10 ° 30 ° 50 ° 70 ° De invallende straal breekt de normaal naar naar toe toe IR> Lucht  glazen cilinder bij overgang van ijl  dicht

22 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Welke wetten gelden er bij breking? B Geldt bij lichtbreking het omkeerbaarheidsprincipe? Experiment Geldt hier het omkeerbaarheidsprincipe? I (°)R (°) 0 ° 10 ° 30 ° 50 ° 70 ° De invallende straal breekt de normaal van van weg weg IR < Glazen cilinder  lucht bij overgang van dicht  ijl

23 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat is totale terugkaatsing? Experiment Nagaan hoe totale terugkaatsing ontstaat? Bij een bepaalde invalshoek, is er geen breking maar terugkaatsing Wat merk je? Waarneming 1) Invalshoek niet te groot dan treedt er 2) Is brekingshoek = 90 ° dan noemen we 3) Invalshoek te groot dan treedt er breking op breking op invalshoek de grenshoek invalshoek de grenshoek totale terugkaatsing op totale terugkaatsing op I R

24 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Wat is totale terugkaatsing? Wanneer is er totale terugkaatsing? Als bij de overgang van de ene middenstof naar de andere middenstof geen breking tot gevolg heeft. Alle lichtstralen worden teruggekaatst Wat is de grenshoek? = de invalshoek in een optisch dichtere middenstof waarbij de brekingshoek = 90 °

25 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Toepassingen A Staat de zon wel waar wij denken dat ze staat? Schijnbare zon Eigenlijke zon

26 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Toepassingen B Schijnbare beweging van een voorwerp in het water   V B Schijnbare verhoging van de vis Hoe komt het dat we een vis hoger zien dan waar hij werkelijk zit? We zien het voorwerp altijd in het verlengde van de straal die invalt op het netvlies

27 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen

28

29 Camera obscura

30 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3. Beeldvorming en oog 3.1 Het oog Beschermende delen Wenkbrauwen 2. traanklier 3. wimpers 4. bovenste ooglid 5. bovenste traankanaaltje 6. traanheuvel 7. onderste traankanaaltje 8. onderste ooglid 9. traanbuis 10. neuholte

31 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.1 Het oog Beschermende delen NaamBeschrijvingfunctie Wimpers Wenkbrauwen Ooglid Traanklier Traanvocht traanbuis Haartjes op ooglid Licht temperen, stofdeeltjes opvangen Rij haartjes boven oog Zweet, vocht zijwaarts afvoeren Dunne huidplooi Oogbol afsluiten en beschermen Traanvocht verspreiden Klier achter bovenste ooglid Traanvocht afscheiden Kleurloze vloeistof Vochtig houden oogbol Ontsmetten oogbol Buisje tussen traankanaaltje en neusholte Traanvocht naar neusholte afvoeren

32 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.1 Het oog Beschermende delen Experiment Nagaan wat er bij verschillende lichtsterkten met de pupilopening gebeurt. Waarneming De pupil is eerst groot. Als er plots veel licht invalt wordt de opening kleiner. Dit gebeurt vanzelf en in beide ogen tegelijk. Besluit Door de pupilreflex wordt de hoeveelheid licht dat in het oog valt geregeld. De pupilopening wordt vanzelf aangepast

33 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.1 Het oog Beschermende delen Opdracht Schrijf onder elke foto de juiste pupilopening en lichtsterkte pupilopening lichtsterkte pupilopening lichtsterkte kleingroot zwak / weinig licht groot / veel licht

34 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.1 Het oog Inwendige bouw oogspier 2. lensbandjes 3. Achterste oogkamer 4. iris 5. pupil 6. ooglens 7. Voorste oogkamer 8. lensbandjes 9. straallichaam 10. glasachtig lichaam 11. Harde oogrok 12. vaatvlies 13. gele vlek 14. netvlies 15. oogzenuw 16 blinde vlek

35 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen

36

37

38 Lenzen en spiegels

39 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen


Download ppt "P. Feys - Sint – Jorisschool Menen Thema 1: Zintuigen 1. Inleiding 1.1 Prikkel, reactie en zintuig 1.1.1 Wat zijn prikkels? Experiment leerling blinddoeken."

Verwante presentaties


Ads door Google