De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder het hoofd te bewegen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder het hoofd te bewegen."— Transcript van de presentatie:

1 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder het hoofd te bewegen Experiment Wat is de grootte van ons gezichtsveld? Gezichtsveld

2 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht Gezichtsveld konijnkat Inplanting ogen Zijdeling op het hoofd voor op het hoofd gezichtsveldgrootklein verklaring Hij is een vluchter / loper en kan zo de vijand zien naderen Hij is een jager / achtervolger en kan zo beter afstanden inschatten

3 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht Gezichtsveld Driedimensionale beelden Hoe verschilt een driedimensionaal beeld met een gewoon beeld? Bewegende beelden krijgen zo volume zoals in het dagelijkse leven

4 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht Dieptezicht Inplanting ogen mens Iets uit elkaar en het linker oog ziet alles onder een andere hoek dan het rechter oog Bij welk dier (konijn / kat) is overlapping van de gezichtsvelden het grootst? De kat Er ontstaat dieptezicht. Dieptezicht wordt groter naarmate gezichtsvelden van beide ogen elkaar meer overlappen

5 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht Dieptezicht Mensen met één oog hebben problemen met afstanden inschatten in het verkeer afstanden inschatten in het verkeer wasgoed op draad hangen wasgoed op draad hangen inschenken glas inschenken glas Kinderen die nog niet goed afstanden kunnen inschatten hebben problemen met een vliegtuig in de lucht zien ze als een klein vliegtuig een vliegtuig in de lucht zien ze als een klein vliegtuig

6 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril F1F1F1F1 O F2F2F2F2 Normaal oog bijziend oog zien dichtbijgelegen voorwerpen scherp F1F1F1F1 O F2F2F2F2

7 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril Werking van het oog

8 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen verziendheid

9 Werking bijziendheid

10 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril F1F1F1F1O F2F2F2F2 normaal oog verziend oog zien verafgelegen voorwerpen scherp

11 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril F1F1F1F1O F2F2F2F2 normaal oog bijziend oog F1F1F1F1 O F2F2F2F2 zien dichtbijgelegen voorwerpen scherp

12 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril Bijziendheidverziendheid Personen die alleen voorwerpen van dichtbij scherp kunnen zien Personen die alleen verafgelegen voorwerpen scherp kunnen zien Brandpunt ligt te dicht bij de lens Brandpunt ligt te dicht bij het netvlies oorzaak oog is te lang oog is te lang lens is te bol lens is te bol oorzaak oog is te kort oog is te kort lens is te afgeplat lens is te afgeplat oplossing bril met holle lenzen oplossing bril met bolle lenzen V verziendheid A Achter netvlies B Bolle lenzen

13 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.7 Optische toestellen: bril normaal oog verziendheid bijziendheid scherp beeld onscherp beeld bolle lens holle lens

14 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog De ontbrekende benen zie je toch We zien een driehoek Wat stel je vast? Hoe kan je dat verklaren? Je hersenen vullen het beeld verder aan. We zien met onze hersenen

15 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog Wat zie je? beker beker 2 gezichten 2 gezichten Hoe komt dit? De hersenen kiezen een achtergrond (wit of zwart) Verklaring Onze hersenen worden beïnvloed door voorgaande beelden of ervaringen Hoeveel staven tel je bovenaan? Hoeveel staven tel je onderaan? 3 2

16 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog Welke figuur is het grootst? Het lijkt figuur 3 maar ze zijn allen even groot. Zijn de twee lijnen recht? Ze zijn recht maar lijken gebogen Hoe te verklaren? Door de perspectieflijnen zien we figuur 3 verder naar achter. We weten dat iets dat even groot is maar zich verderaf bevindt groter moet zijn dan een voorwerp dichtbij Door de perspectieflijnen zien we figuur 3 verder naar achter. We weten dat iets dat even groot is maar zich verderaf bevindt groter moet zijn dan een voorwerp dichtbij De twee rechte lijnen lijken gebogen omdat we beïnvloed worden door de lijnen die errond getekend zijn. De twee rechte lijnen lijken gebogen omdat we beïnvloed worden door de lijnen die errond getekend zijn.

17 P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.8 Zien en hersenactiviteit, optisch bedrog Besluit Het eigenlijke zien gebeurt in de hersenen Het eigenlijke zien gebeurt in de hersenen Hersenen draaien het beeld om (we zien dingen niet op hun kop staan) Hersenen draaien het beeld om (we zien dingen niet op hun kop staan) Beelden van beide ogen worden samengevoegd tot één beeld Beelden van beide ogen worden samengevoegd tot één beeld De hersenen ‘verbeteren’ het beeld De hersenen ‘verbeteren’ het beeld


Download ppt "P. Feys - Sint – Jorisschool Menen 3.6 Gezichtsvelden en dieptezicht = deel van omgeving dat je met beide ogen kunt overzien zonder het hoofd te bewegen."

Verwante presentaties


Ads door Google