De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Conceptfysica M. Debusschere 16-17 dec 2006 Misconcepten, een nieuwe didactiek? Woudschoten 16-17 december 2006.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Conceptfysica M. Debusschere 16-17 dec 2006 Misconcepten, een nieuwe didactiek? Woudschoten 16-17 december 2006."— Transcript van de presentatie:

1 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Misconcepten, een nieuwe didactiek? Woudschoten december 2006

2 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Programma Bronnen Wat theorie Voorbeeld De praktijk – aan de slag Reacties

3 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Bronnen ‘Making sense of secondary science’ Rosalind Driver Ann Squires Peter Rushworth Valerie Wood –Robinson ISBN Conceptual Physics 10th ed Paul G. Hewitt ISBN Practicing physics Paul G. Hewitt ISBN Media Workbook Abigail Reid Mechtenberg ISBN Conceptual physics 9th edition Paul Robinson ISBN De syllabus conceptcartoons met teksten van John De Poorter (Arteveldehogeschool), Christel Balck (KaHo St.Lieven) en Marc Debusschere (Diocesane Pedagogische Begeleidingsdienst Bisdom Gent) met financiële steun van Wetenschapsbeleid. Het opzet is het stimuleren van het gebruik van deze didactische techniek. Deze tekst wordt gratis verspreid en beoogt geen enkel commercieel doel. Naar een oorspronkelijk idee van Brenda Keogh en Stuart Naylor. Werkten mee Rita Van Peteghem en de uitgeverij Wolters Plantijn.

4 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Werkhypothese 3 + voorspelling Werkhypothese 2 + voorspelling Werkhypothese 1+ voorspelling 1. Probleemstelling 3. Experimentele toetsing 4. Terugkoppeling/ reflectie/ nabespreking: Selectie van de werkhypothese die bevestigd wordt door het experiment. Motivering van de keuze. Verwoording van wat onduidelijk is, van wat niet begrijpbaar is. 5. Wetenschappelijke visie: verklaring, verduidelijking, vastzetting PlanningRealiseer 2. Verklaring geven vanuit eigen ervaringen + werkhypotheses formuleren

5 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 De sneeuwman

6 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Je moeder heeft het talloze malen herhaald ‘Doe je jas aan, dan krijg je het warm.’ Ons dagelijks taalgebruik suggereert dat: sommige stoffen/ materialen de eigenschap hebben om dingen warm te maken. Wanneer je de sneeuwman een jas aandoet, maak je hem warm en zal hij dus sneller smelten. Binnen dit leerlingenbeeld zijn ‘warmte’ en ‘koude’ soorten stoffen die tussen voorwerpen uitgewisseld kunnen worden en in voorwerpen opgeslagen zitten. Deze visie strookt met de visie binnen de vroege warmtetheorie. Resten van deze theorie zijn in ons taalgebruik verweven. Wanneer je stoffen koel wil houden stop je ze bijvoorbeeld in een koelbox. Je koelbox is dan als het ware de jas die je rond deze stoffen legt. Wanneer je een blok ijscrème koopt wikkelt men die in een laag papier om te voorkomen dat het ijs smelt. Uiteindelijk smelt de sneeuwman toch. Het maakt geen verschil uit of je hem een jas aandoet of niet. We bekijken de sneeuwman eventjes. De waarneming is een momentopname en tijd nemen we niet spontaan waar. Andere mogelijkheden……….

7 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Werkhypothese Wat is de vraag? Heeft het al dan niet een jas aandoen invloed op de tijd nodig om de sneeuwman te laten smelten? Beschrijving en schets van het experiment Wat is een experiment dat een antwoord kan geven op die vraag? We moeten identieke sneeuwmannetjes een jas aantrekken. Om te weten hoe snel de sneeuwman smelt, moeten we met een chronometer de tijd registreren. Om te weten hoeveel de sneeuwman gesmolten is kunnen we het volume smeltwater opvangen in een maatbeker of de massa van de droge sneeuwmannetjes voor en na bepalen. Om de temperatuur van de omgeving en de sneeuwman te weten hebben we een thermometer nodig. MateriaallijstWelk materiaal is daarvoor nodig? -2.identieke sneeuwmannetjes: ijsblokken gemaakt door een bepaald volume water in plastic drinkbekertjes in te vriezen -chronometer -thermometer -maatbeker -fleece stof -balans Te volgen werkwijzeHoe gaan we precies te werk? -we bepalen de temperatuur van de kamer en de temperatuur in de diepvriezer (= de temperatuur van de sneeuwmannetjes) -we nemen de sneeuwmannetjes uit de diepvriezer en wikkelen 1 mannetje in een laag fleecestof -we bepalen de massa van de sneeuwmannetjes -we plaatsen de sneeuwmannetjes op een schaaltje en starten de tijd -na x minuten vergelijken we de volumes smeltwater of de eindmassa van de droge sneeuwmannetjes

8 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Wanneer twee voorwerpen op een verschillende temperatuur in contact met elkaar zijn, blijkt het koudste voorwerp (de sneeuwman) steeds op te warmen, het warmste voorwerp (de omgevende lucht) af te koelen tot beide eenzelfde eindtemperatuur bereikt hebben. De microscopische verklaring hiervoor is: 1. Alle voorwerpen zijn gemaakt uit deeltjes. 2. In vaste stoffen zitten deze deeltjes dicht bij elkaar en trillen ze netjes geschikt in een rooster; bij vloeistoffen zitten de deeltjes dicht bij elkaar en bewegen ze vrij, bij een gas zitten de deeltjes ver van elkaar en bewegen ze vrij. ……… 3. Wanneer de temperatuur van een voorwerp hoog is betekent dat dat de deeltjes gemiddeld snel bewegen. Is de temperatuur van een voorwerp laag dan bewegen de deeltjes gemiddeld traag.

9 Conceptfysica M. Debusschere dec Brengen we voorwerpen op een verschillende temperatuur met elkaar in contact, dan zal aan het contactoppervlak, door botsingen, energie uitgewisseld worden (zoals jij zelf begint mee te wippen wanneer je op een trampoline stilligt en je zus begint te springen). De traagste deeltjes gaan heviger bewegen, de hevig bewegende deeltjes vertragen. Macroscopisch zal het koudste voorwerp in temperatuur stijgen en het warmste voorwerp afkoelen tot ze eenzelfde eindtemperatuur krijgen. 5. Een jas is gemaakt uit een soort stof die bedoeld is om ons lichaam (op 37°C) te isoleren van de koude buitenlucht (0°C). Stof zoals wol heeft een ijle structuur, tussen de wollen draden zit er veel lucht. Lucht is een gas. De deeltjes zitten ver van elkaar. De energieoverdracht door botsingen tussen de sneeuwman en de omgevende lucht verloopt dus niet vlot. De jas vormt als het ware een buffer tussen de sneeuw en de omgevingslucht en vertraagt het smelten. Op die manier behoudt de sneeuwman inderdaad langer het temperatuursverschil met de omgeving. Energieoverdracht door warmte kunnen we zichtbaar maken door gebruik te maken van een IR camera.

10 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Voorbeelden 1.de zware ballon 2.de ijsemmer 3.de lichte fles 4.de sneeuwman 5.de ballon met rimpels 6.het aangedampt glas 7.de theepot

11 Conceptfysica M. Debusschere dec De “zware” ballon

12 Conceptfysica M. Debusschere dec De ijsemmer

13 Conceptfysica M. Debusschere dec De “lichte” fles

14 Conceptfysica M. Debusschere dec De sneeuwman

15 Conceptfysica M. Debusschere dec De ballon met rimpels

16 Conceptfysica M. Debusschere dec Het “aangedampt” glas

17 Conceptfysica M. Debusschere dec De theepot

18 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Andere voorbeelden Bungee sprong Actie en reactie met skateboard Ballon onder stolp en vacuümpomp Gewichtloosheid Hoeveel info op een cd? …..

19 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Reacties Van leraren: Startvisies leren kennen Motiveren Wetenschappelijke methode Differentiëren VOETEN Het thuisfront is actief PHYS4ALL Van leerlingen / studenten: Bewust van eigen visie Bewust van andere visies, ook de wetenschappelijke Verantwoordelijk, uitgedaagd Experimenteer vaardig Inzichtelijk sterker

20 Conceptfysica M. Debusschere dec 2006 Bedankt om mee te werken en fysica “cool” te maken. Uitgewerkte syllabus op onder archief


Download ppt "Conceptfysica M. Debusschere 16-17 dec 2006 Misconcepten, een nieuwe didactiek? Woudschoten 16-17 december 2006."

Verwante presentaties


Ads door Google