De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie Richtlijnbespreking woensdag 10-02-2010 Theo Burm.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie Richtlijnbespreking woensdag 10-02-2010 Theo Burm."— Transcript van de presentatie:

1 Richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie Richtlijnbespreking woensdag Theo Burm

2 2 Inhoud Introductie toetsvragen Richtlijn Voorwerpen Antwoorden toetsvragen

3 3 Uit een Amerikaans onderzoek bleek dat mensen die optimistisch en vrolijk zijn vaak beter presteren dan mensen die dat niet zijn. Het onderzoek werd uitgevoerd door een Amerikaans instituut (Jefferson Institute) met verschillende groepen kinderen van dezelfde klas. De klas werd willekeurig in tweeën gesplitst en de kinderen moesten wachten om een probleem/test op te lossen. Het enige verschil tussen de twee groepen was dat de ene groep cartoons mochten kijken en lekker kon lachen tijdens het wachten, terwijl de andere groep gewoon moest zitten, wachten en niets kon doen. Van de groep die niets mocht doen, kon slechts 20% het probleem oplossen, terwijl de “cartoongroep” een score van 80% had. Entreetoets

4 4

5 5 Richtlijn Inhoudsopgave Samenstelling van de werkgroep Inleiding richtlijn Dementie 1 Diagnostische criteria 1 Inleiding 2 Vroege symptomen 3 Ziekte van Alzheimer 4 Vasculaire dementie 5 Frontotemporale dementie 6 Dementie met Lewy Bodies (inclusief Parkinson dementie) 7 Ziekte van Creutzfeldt-Jakob

6 6 Vervolg Inhoudsopgave 2 Diagnostisch onderzoek 1 Inleiding 2 Ziektediagnostiek 1 Laboratoriumonderzoek 2 Neuropsychologisch onderzoek 3 Beeldvormend onderzoek 4 Klinisch neurofysiologisch onderzoek 5 Liquoronderzoek 6 Genetisch onderzoek 3 Zorgdiagnostiek 1 Zorgdiagnostiek 2 Wilsbekwaamheid ten aanzien van medische besluitvorming 3 Rijgeschiktheid 4 Stroomdiagram Diagnostiek van dementie

7 7 Vervolg Inhoudsopgave 3 Medicamenteuze behandeling 1 Inleiding 2 Cholinesteraseremmers – cognitie 3 Cholinesteraseremmers bij psychotische en affectieve stoornissen en probleemgedrag 4 Memantine 5 Richtlijn voor het gebruik van cholinesteraseremmers en memantine 6 Stroomdiagram Symptomatische therapie met cholinesteraseremmers en memantine 7 Benzodiazepinen 8 Antipsychotica 9 Anticonvulsiva 10 Antidepressiva 11 Stroomdiagram Probleemgedrag 12 Kosten en baten van de medicamenteuze behandeling

8 8 Vervolg Inhoudsopgave Overzicht aanbevelingen Bijlagen 1 Observatieschalen 2 Niet medicamenteuze interventies 3 Criteria voor depressie bij ziekte van Alzheimer 4 Gehanteerde afkortingen

9 9 Samenstelling van de werkgroep Prof. dr. W.A. van Gool, hoogleraar Neurologie, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, voorzitter Mw. drs. A. Hagemeijer, adviseur, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht, secretaris Prof. dr. F. Barkhof, hoogleraar Neuroradiologie, VU medisch centrum, Amsterdam Mw. drs. K.J. Brouwer, sociaal geriater, GGZ Eindhoven, Eindhoven Prof. dr. J.A. Eefsting, voorzitter RvB Zorgcombinatie Zwolle e.o., hoogleraar Verpleeghuisgeneeskunde, VU medisch centrum, Amsterdam Prof. dr. P. Eikelenboom, hoogleraar Psychiatrie, GGZ Buitenamstel, Amsterdam Prof. dr. C. Jonker, hoogleraar Behandelbeleid Dementie, GGZ Buitenamstel, VU medisch centrum, Amsterdam Prof. dr. M.G.M. Olde Rikkert, hoogleraar Geriatrie, Universitair Medisch Centrum St Radboud, Nijmegen Drs. J.B. Sanders, klinisch geriater, Altrecht, Zeist Prof. dr. Ph. Scheltens, hoogleraar Cognitieve Neurologie, VU medisch centrum, Amsterdam Prof. dr. B.A. Schmand, hoogleraar Neuropsychologie, Academisch Medisch Centrum, Programmagroep Psychonomie, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam Dr. R.C. Sival, klinisch geriater, Parnassia PMC, Den Haag Prof. dr. C.J. Stam, hoogleraar Klinische Neurofysiologie, VU medisch centrum, Amsterdam Prof. dr. A. Steenhoek, hoogleraar Specialistische Geneesmiddelenbeleid, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, ziekenhuisapotheker/klinisch farmacoloog, Medisch Centrum Alkmaar Prof. dr. F.R.J. Verhey, hoogleraar Neuropsychiatrie en Ouderenpsychiatrie, Academisch Ziekenhuis Maastricht Mw. dr. A.W. Wind, huisarts, Huisartspraktijk Dubloen, Hoorn

10 10 Inleiding richtlijn Dementie Nederlandse Verenging voor Klinische Geriatrie 2005 Circa mensen.1 op 60 werkenden Geschat in 2050: op 27 werkenden nieuwe patiënten per jaar. Verschil in mening over de vraag welk klinisch en aanvullend onderzoek precies geïndiceerd Verschillende inzichten in de rol en betekenis van medicamenteuze behandeling

11 11

12 12 Nederland CBS KernindicatorenCijferPeriode Aantal inwoners oktober 2009 Economische groei-3,7%3e kwartaal 2009 Werkloze beroepsbevolking 5,2% sep-nov 2009 Consumentenvertrouwen-10januari 2010 Inflatie1,1%december 2009 Slachtofferschap criminaliteit25,4% 2008 Gezond of zeer gezond80,6%2008

13 13 Doelstelling Centrale doelstelling: Het ontwikkelen van een richtlijn met aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering bij dementie Bij de meest voorkomende vormen van dementie. Uitgangsvragen binnen de kaders van: Conceptverheldering Diagnostiek Medicamenteuze therapie

14 14 Wetenschappelijke onderbouwing

15 15 Juridische betekenis van richtlijnen Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op het best beschikbare bewijs gebaseerde inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, zelfs noodzakelijk. Herziening: Uiterlijk in 2008 bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of de richtlijn nog actueel is.

16 16 Diagnostische criteria 1 Inleiding 2 Vroege symptomen 3 Ziekte van Alzheimer 4 Vasculaire dementie 5 Frontotemporale dementie 6 Dementie met Lewy Bodies (inclusief Parkinson dementie) 7 Ziekte van Creutzfeldt-Jakob

17 17 Diagnostische criteria 1 inleiding -Bij de individuele patiënt zal het niet altijd mogelijk zijn om één specifieke nosologische entiteit aan te wijzen. -De vroegste verschijnselen zijn niet te classificeren, en is voorzichtigheid geboden bij pathologische conclusies. -Hoge leeftijd of ernstige comorbiditeit kunnen argumenten zijn om af te zien van uitgebreide aanvullende diagnostiek.

18 18 Diagnostische criteria 2 Vroege symptomen Veranderingen in cognitieve functies: lichte geheugenstoornissen geheugenklachten detailverlies in herinnerentraagheid moeite met complexiteitverdwalen Verandering in gedrag en stemming: onzekerheidangst depressieve klachtenafhankelijk gedrag Symptomen bij onderzoek en observatie: head turning signbagatelliseren desoriëntatiestoornissen in motoriek

19 19 Diagnostische criteria 3Ziekte van Alzheimer Het is aangetoond dat de diagnostische criteria van NINCDS- ADRDA voor de ziekte van Alzheimer een goede betrouwbaarheid en validiteit hebben. Niveau 1 National Institute of Neurological and Communicative Diseases – The Alzheimer’s Disease and Related Disorder Association Neurology, 1984; 34: Aloïs

20 20 Diagnostische NINCDS-ADRDA-criteria voor de ziekte van Alzheimer (Neurology 1984;34:939-44) I. De criteria voor de klinische diagnose ‘WAARSCHIJNLIJK’ ziekte van Alzheimer omvatten: Dementie als vastgesteld door middel van klinisch onderzoek en gedocumenteerd met de MMSE of vergelijkbaar onderzoek: - stoornissen in minstens twee cognitieve domeinen (aandacht, taal, praxis, …) - progressieve stoornissen in het geheugen en andere cognitieve functies - bewustzijn normaal Begin tussen 40 en 90 jaar, meestal na 65e jaar Geen algemeen lichamelijke of neurologische ziekten die progressieve stoornissen van het geheugen en cognitie kunnen veroorzaken II. De diagnose ‘WAARSCHIJNLIJK’ ziekte van Alzheimer wordt gesteund door: III. Klinische verschijnselen die consistent zijn met de diagnose ‘WAARSCHIJNLIJK’ ziekte van Alzheimer, na uitsluiting van andere oorzaken van dementie: IV. Kenmerken die de diagnose ‘WAARSCHIJNLIJK’ ziekte van Alzheimer onzeker of onwaarschijnlijk maken zijn:

21 21 Diagnostische criteria 4Vasculaire dementie Diverse klinische criteria: DSM-IV, ICD-10, NINDS-AIREN, HIS, ADDTC 165: De NINDS-AIREN-criteria voor de diagnostiek van ‘waarschijnlijk’en ‘mogelijk’ vasculaire dementie zijn in voldoende mate valide. Niveau 2 National Instute of Neurological Disorders and Stroke – Association Internationale pour la Recherche et l’Enseignement en Neurosciences Grotere specificiteit, met name in onderscheid naar M. Alzheimer. Betere interbeoordelaarsbetrouwbaarheidskappa Lee Crohnbach

22 22 Diagnostische NINDS-AIREN-criteria voor vasculaire dementie (Neurology 1993;43:250-60) De criteria voor ‘WAARSCHIJNLIJK’ vasculaire dementie omvat alle volgende elementen: I. Dementie: achteruitgang ten opzichte van een oorspronkelijk niveau van cognitief functioneren gekenmerkt door geheugenstoornissen en stoornissen in op zijn minst twee andere cognitieve domeinen (oriëntatie, aandacht, taal, visuospatiële functies, rekenen, uitvoerende functies, praxis, abstraherend vermogen, oordeelsvermogen) aanleiding gevend tot stoornissen in het dagelijkse functioneren die niet kunnen worden toegeschreven aan alleen de lichamelijke beperkingen na een beroerte II. Cerebrovasculaire ziekte gedefinieerd als combinatie van: 1. Focale afwijkingen zoals een hemiparese, centrale facialis, Babinski, sensibele afwijkingen, hemianopsie, dysartrie, als uiting van een beroerte (al dan niet gecombineerd met aanwijzingen voor een beroerte in de voorgeschiedenis) 2. Vasculaire laesie op CT of MRI: a. multipele corticale herseninfarcten, of b. enkelvoudig strategisch gelokaliseerd infarct (gyrus angularis, thalamus, frontobasaal of in stroomgebied van arteria cerebri anterior of posterior), of c. multipele lacunes in basale kernen of witte stof, of d. uitgebreide periventriculaire laesies

23 23 Diagnostische criteria 5Frontotemporale dementie (FTD), waaronder de ziekte van Pick. Verandering van gedrag, ipv geheugen Vaak vóór het 65 ste jaar manifest Syndromale ordening van klinische symptomen als gevolg van degeneratie van frontotemporale structuren De Manchester – Lund critiria en de criteria van de consensusgroep uit 1998 zijn betrouwbaar en valide gebleken voor het maken van onderscheid tussen FTD en ZvA.

24 24 Diagnostische criteria 6Dementie met Lewy Bodies (inclusief Parkinson-dementie) Vroege fase frequent psychiatrische symptomen visuele hallucinaties, waanachtige ideeën, depressie -Waarschijnlijk geen zelfstandige ziekte-entiteit, maar een spectrum onderdeel (corticale variant van ZvP). Niveau 3 -De criteria van de Lewy Body International Workshop een geringe sensitiviteit, maar een hoge specificiteit hebben voor het opsporen van corticale Lewy Body lichaampjes. Niveau 1

25 25 test positieftest negatief conditie aanwezig A (Echt positief) C (Vals negatief) conditie afwezig B (Vals positief)D (Echt negatief) sensitiviteit = A / (A + C) specificiteit = D / (B + D) Sensitiviteit en specificiteit

26 26 Diagnostische criteria 7Ziekte van Creutzfeld – Jakob Sinds 2002 meldingsplicht Criteria overgenomen van de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding. (LCI) De variant vorm (vCJD) wordt ook vroeg in het ziekteproces gekenmerkt door psychiatrische symptomen.

27 27 Dement… of niet?

28 28 Diagnostisch Onderzoek 1Inleiding Anamnese en Heteroanamnesecognitieve functies Algemeen lichamelijk onderzoekstemming Psychiatrisch onderzoekgedrag Neurologisch onderzoekco-morbiditeit Valkuilen: heteroanamnese in aanwezigheid van de patiënt integratie van cognitief onderzoek in de anamnese achterwege laten van onderdelen, afhankelijk van de setting

29 29 Ziektediagnostiek 1Laboratoriumonderzoek Het is waarschijnlijk dat het zinvol is bij dementie laboratoriumonderzoek naar Hb, Ht, MCV, BSE, glucose, TSH en creatinine uit te voeren. Niveau 2 De vitamines B1, B6, B12, foliumzuur, Na en K dienen op indicatie te worden bepaald.

30 30 Ziektediagnostiek 2Neuropsychologisch Onderzoek Niveau 1: -Zowel geschikt voor diagnostiek in vroege stadia, als voor differentiaal diagnostiek. -Geen andere test heeft dezelfde mate van predictieve validiteit -Tussen de dementieën is de differentiatie minder uitgesproken Niveau 2: -Goed uitgevoerd NPO dat geen afwijkingen laat zien, kan het ontstaan van dementie als gevolg van een degeneratieve aandoening onwaarschijnlijk maken binnen een termijn van enkele jaren

31 31 Ziektediagnostiek 3Beeldvormend onderzoek Herziening in de richtlijn Niveau 1: Het is aangetoond dat voor het uitsluiten van een neurochirurgisch behandelbare oorzaak een structurele beeldvorming geïndiceerd is, in het bijzonder onder de 65 jaar. Het is aangetoond dat een min of meer symmetrische mediotemporale atrofie op coronale MRI een hoge sensitiviteit voor de ziekte van Alzheimer heeft; het vinden van neocorticale temporale afwijkingen verhoogt de specificiteit.

32 32 Ziektediagnostiek 4Klinisch neurofysiologisch onderzoek bij twijfel 5Liquoronderzoek geen plaats 6Genetisch onderzoek verwijzing bij verdenking of vragen van familie

33 33 Zorgdiagnostiek Belangrijk Moeilijk te onderzoeken en weinig onderzocht Niveau 3 en 4 bewijzen ondersteuning mantelzorg kan institutionalisering uitstellen psychoeducatie draag bij aan beter zorg en leidt tot kennisvergroting bij mantelzorgers combinaties van interventies beter dan afzonderlijke

34 34 Zorgdiagnostiek Wilsbekwaamheid De beoordeling van wilsbekwaamheid vraagt medisch-specialistische expertise en kennis van de relevante juridische kaders. In een aantal gevallen, zeker wanneer het een beoordeling betreft in het kader van een formeel document (bijvoorbeeld testament, euthanasieverklaring) en/of een controversiële behandeling, is het zinvol advies in te winnen van een gezondheidsjurist. Proportionaliteitsprincipe. Rijgeschiktheid Het vermelden van ‘dementie’ leidt tot het intrekken van het rijbewijs. Het vermelden van een ‘verdenking op dementie’ leidt tot nader onderzoek van rijgeschiktheid door het CBR.

35 35 Voorwerpen

36 36 Meneer Alzheimer ik wil even met u praten met mij gaat het nog goed, ik ben niet oud in mijn gelei hierboven zitten nog geen gaten maar op een dag en dat laat mij niet koud ben ik dit lied allang vergeten dan weet ik niet wat ik vanavond zong maar nu wil ik daar niets van weten want nu ben ik nog goed en bij en jong genoeg om even iets aan u te vragen mijn probleem is echt niet al te groot het gaat over mijn laatste dagen als u toeslaat zo vlak voor mijn dood wilt u een beetje, een beetje selecteren zodat ik de mooie dingen wel onthoud dus als ik m'n stoel zit weg te teren dat ik nog even mag denken aan m'n vrouw met wie ik zoveel jaren heb gevreeën met wie ik zoveel uren heb gewoond dat ik nog een beetje weet hoe we het deden omdat mijn eigen lijf me dat dan nooit meer toont ach ik wil best een heleboel vergeten ik weet zo al twaalf vrouwen op een rij van al zeker drie zou ik de naam al niet meer weten en de rest verzuipt ook in die grijze brij er is meer dan genoeg om mee te nemen pak m'n angst, en m'n wanhoop en verdriet pak ze ik zal ze echt nooit claimen maar al het mooie neem dat niet pak m'n geld, m'n leugens en m'n ruzies en mijn iets te vaak verongelijkte toon maar laat aan mij een paar illusies en de liefde voor m'n dochter en m'n zoon en één ding mag u zeker pakken daarvoor ben ik nou eenmaal veel te laf misschien hoor ik daarom bij de slappe zakken maar ik smeek u neem mij mijn doodsangst af zodat ik mooi en stil de wereld kan verlaten met een knipoog naar de mijnen zonder angst meneer Alzheimer valt daarover te praten want voor doodgaan ben ik levenslang bang dus dat ik mooi en stil de wereld kan verlaten met een knipoog naar de mijnen zonder angst meneer Alzheimer valt daarover te praten want voor doodgaan ben ik levenslang bang © foto: / © tekst: Y. van ‘t Hek

37 37 Vervolg Inhoudsopgave 3 Medicamenteuze behandeling 1 Inleiding 2 Cholinesteraseremmers – cognitie 3 Cholinesteraseremmers bij psychotische en affectieve stoornissen en probleemgedrag 4 Memantine 5 Richtlijn voor het gebruik van cholinesteraseremmers en memantine 6 Stroomdiagram Symptomatische therapie met cholinesteraseremmers en memantine 7 Benzodiazepinen 8 Antipsychotica 9 Anticonvulsiva 10 Antidepressiva 11 Stroomdiagram Probleemgedrag 12 Kosten en baten van de medicamenteuze behandeling

38 38 Medicamenteuze behandeling 1Inleiding Medicamenteuze behandeling kan een zinvolle aanvulling zijn op niet- medicamenteuze interventies Indien gestart, dient nadrukkelijk aandacht te worden besteed aan stopregels

39 39 Medicamenteuze behandeling 2Cholinesteraseremmers bij cognitie Rivastigmine (Exelon®) en Galantamine (Reminyl®) Het is aangetoond dat rivastigmine in een dosering van 6-12 mg per dag over een periode van 26 weken bij 7-10% van de patiënten met de ziekte van Alzheimer een positief effect heeft op het cognitief functioneren en het algeheel dagelijks functioneren. Niveau 1 Galantamine is vergelijkbaar bij 16-24mg Men dient zich bij het voorschrijven van deze middelen te realiseren dat de positieve effecten gering zijn, dat het placebo-effect groot is, dat voorspellende respondercriteria ontbreken en dat gebruik van cholinesteraseremmers bij een relatief hoog percentage van de patiënten gepaard gaat met bijwerkingen.

40 40 Medicamenteuze behandeling 3Cholinesteraseremmers bij psychotische en affectieve stoornissen en probleemgedrag Relatief korte tijd pas onderzocht % van de patiënten met dementie wordt ermee geconfronteerd Zijn sterk geassocieerd met institutionalisering Niveau 1: De effectiviteit is beperkt en komt slechts tot uitdrukking in een statistisch significante vermindering op de NPI-totaalscore.

41 41 Medicamenteuze behandeling 4Memantine Weinig onderzoek. Groot placebo-effect. Niveau 1: Geconcludeerd kan worden dat memantine in een dosering van mg/dag bij de matig-ernstige en ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer een gering positief effect heeft op het dagelijks functioneren en de zelfredzaamheid. Bij het lichte tot matige stadium van vasculaire dementie heeft memantine een gering positief effect op het globaal klinisch functioneren en het cognitief functioneren. De bijwerkingen van memantine zijn gering.

42 42 Medicamenteuze behandeling 7Benzodiazepinen Onderzoek van vóór 1975, 5 RCT’s 1 onderzoek bij ouderen zonder dementie Niveau 3 en 4 bewijslast. Terughoudendheid en korte termijn behandeling. Zo nodig 1mg lorazepam i.m.

43 43 Medicamenteuze behandeling 8Antipsychotica CAVE delier Ook de nodige terughoudendheid. Indien toch overwogen, dan meest bekend: haldol Dosering: 1dd2-3mg ipv lagere doseringen. (1 studie) Wel werkzaam bij agressie, niet bij agitatie.

44 44 Medicamenteuze behandeling 9Anticonvulsiva Bij agressief gedrag of agitatie. Problematiek: verschillende concepten en terminologie, onderzoek zo niet te vergelijken. Niveau 1: Natriumvalproaat is niet effectief gebleken bij 6 weken gebruik. Niveau 2: Carbamazepine lijkt aannemelijk in het reduceren van agitatie.

45 45 Medicamenteuze behandeling 10Antidepressiva. Depressie komt bij 25-35% van de patiënten met dementie voor % voldoet aan de DSM-IV criteria voor depressieve episode. Vaak aan het begin van de dementie 4 verschillen met de DSM-IV: -minimaal 3 ipv 5 symptomen aanwezig -symptomen hoeven niet dagelijks aanwezig te zijn -prikkelbaarheid en sociale terugtrekking zijn toegevoegd -anhedonie is omgezet naar “verminderde respons op sociale contacten en/of gebruikelijke gebeurtenissen. (Zie ook bijlage 3)

46 46 Medicamenteuze behandeling 10Antidepressiva. Niveau 1: Niet aangetoond dat TCA’s effectief zijn bij de behandeling van een depressie bij patiënten die tevens lijden aan dementie. Niveau 3: Er zijn aanwijzingen dat SSRI’s verbetering geven. Indien met zekerheid vastgesteld: zie richtlijn depressie bij volwassenen. Indien niet meer betrouwbaar vast te stellen: proefbehandeling SSRI

47 47 Medicamenteuze behandeling 11Stroomdiagram Probleemgedrag, p124. Duidelijk, maar niet voor PowerPoint 12Kosten en baten van medicamenteuze behandeling: Institutionalisering is vele malen duurder.

48 48

49 49 Sleutel Introductie Toetsvragen O, O, O, J, J, O, J, J, J, O, J, J, O, J.

50 50 Toetsvragen 1)Dementie komt ongeveer 2x zoveel voor dan depressie bij ouderen in de leeftijd van 70 jaar. 2)De meest voorkomende vorm van dementie in Nederland is de vasculaire dementie. 3)Periventriculaire hyperintense laesies op de MRI zijn pathognomonisch voor Alzheimer dementie 4)Na een CVA ontwikkelt ongeveer 25 % van de patienten een dementieel beeld. 5)Boven de 65 jaar verdubbelt de prevalentie van M. Alzheimer iedere vijf jaar. 6)Medicamenteuze behandeling van dementie met cholinesteraseremmers is effectief en dient bij het vaststellen van de diagnose direct ingezet te worden. 7)Natriumvalproaat (depakine) heeft geen plaats in de behandeling van ontremd of agressief gedrag bij patiënten met de ziekte van Alzheimer.

51 51 Toetsvragen 8)De sensitiviteit van een test geeft aan hoe vaak de test juist voorspelt dat de te meten afwijking ook daadwerkelijk aanwezig. 9)In de differentiaaldiagnose van een delier bij een Parkinson patiënt staat Lewy Body Dementie hoog. 10)Een 75-jarige patiënt meldt zich op uw spreekuur met klachten van vergeetachtigheid. Zijn vrouw vreest dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. M. Alzheimer begint zelden met geheugenstoornissen.

52 52 Toetsvragen 11)U besluit een MMSE (Mini Mental State Examination) af te nemen. Bij de interpretatie van de MMSE score dient rekening te worden gehouden met het opleidingsniveau van de patiënt. 12)Omdat er risicofactoren zijn voor een vasculaire dementie besluit u tot beeldvormend onderzoek. Een MRI is hierbij de eerste keus. 13)Wilsonbekwaamheid moet door een onafhankelijk, niet bij de behandeling betrokken arts worden vastgesteld. 14)Het is mogelijk de klinische diagnose ziekte van Pick postmortem histopathologisch te bevestigen.

53 53 Toetsvragen (extra) Trisomie 21 is geassocieerd met Lewy body dementie. Patiënten met een dementie hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een delier. Bij een patiënt met verdenking op een geheugenstoornis dient vitamine B12 te worden bepaald. Als een medische keuring voor de eventuele verlenging van het rijbewijs vermeldt dat er sprake is van dementie zal het CBR het rijbewijs van de betreffende patiënt intrekken.


Download ppt "Richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie Richtlijnbespreking woensdag 10-02-2010 Theo Burm."

Verwante presentaties


Ads door Google