De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks- Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinse klassenmaatschappij.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks- Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinse klassenmaatschappij."— Transcript van de presentatie:

1 Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks- Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinse klassenmaatschappij

2 Burgerschap centraal Burger worden –Burgerschap is gedurende de hele klassiek Romeinse geschiedenis enorm belangrijk Als burger heb je –Politieke invloed –Meer carrièremogelijkheden –Bescherming door het recht –Meer sociaal aanzien; je hoort erbij! –Mag je bezittingen hebben en uitbreiden (vb. land) Burgers woonden in Rome, op het omliggende platteland, maar ook bijvoorbeeld in het huidige Delfland Artikel III

3 Samenleving In de samenleving kennen we drie grote – maar zeker niet homogene – klassen –De plebs –De equites (aristocratie) –De patriciërs (aristocratie) Zie piramides (volgende sheet) Artikel III

4

5 De Plebs Deze mensen bezitten land, maar –vormden de economische en militaire ruggengraat van de samenleving –hadden in het begin geen politieke invloed –waren voor juridische zaken en politieke invloed afhankelijk van de aristocratie –Uiteindelijk gingen ze in staking, en er werd onderhandeld. –Resultaat: Het ambt van volkstribuun (tribunus plebis) [zie laatste sheet] Oprichting van de volksvergadering (concilium plebis) Vanaf de 4 e eeuw werden de wetten ook openbaar Mocht men steeds meer ambten bezetten (in de praktijk moeilijk doordat de onbezoldigd waren, én je zelf veel moest financieren) Artikel III

6 De Plebs pikt het niet langer

7 De Plebs - in de knel Door de veroveringsoorlogen kwamen velen in de knel –Dienstplichtig > dus geen tijd voor het land en eisten veel leven –Nieuw veroverde gebieden kwamen toe aan de aristocratie, die daar grote boerderijen neerzetten. En doordat men met slavenarbeid ging werken en aan schaalvergroting deed, werden de kleine boeren kapot geconcurreerd. –Daarna trokken ze werkeloos naar de stad, alwaar zij de klasse van de proletariërs vormden. Zij die niets hadden, behalve hun kinderen (proles). –In de stad waren zij afhankelijk van de steun van een patronus en van tijdelijk werk Deze nobilis beschermde zijn clientela, maar eiste als “betaling” trouw en diensten. Deze diensten liepen uiteen van vechten (militie), stemmen op de patronus tot verrichten van allerlei werkzaamheden –Zij waren feitelijk machteloos, maar met velen, dus ….. Artikel III

8 De equites - Ridders Zij vormden de lagere adel Hun taken waren –Het leger, bestuurlijke taken (o.a. financiën) –Zij beheersten het bankwezen, de rechtspraak en de handel –Daarnaast hadden velen grote boeren bedrijven Via maatschappelijke promotie konden zij uiteindelijk ook toetreden, vooral via het ambt van senator Door veroveringsoorlogen konden de equites –(verder) carrière maken in het leger –commerciële activiteiten uitbreiden –belangrijke bestuurlijke functies vervullen, vb het gouverneurschap van een provincie (zie sheet) Artikel III

9 Provincies

10 De patriciërs - een gesloten gemeenschap Zij vormden de senatorenstand Alle hoge bestuurders (seculier én religieus) kwamen in het begin van de Republiek uit de oude aristocratische gentes (clans) Familietradities en voorouderverering vormden een zeer wezenlijk onderdeel van hun cultuur Huwelijken vonden alleen plaats tussen leden uit verschillende gentes Men kon wel (bijzondere) kinderen uit lagere standen adopteren Artikel III

11 De Senaat

12 De patriciërs - een meer open gemeenschap Vanaf de vierde eeuw VC komen er af en toe senatoren bij vanuit het plebs en de equites In de eerste eeuw VC ging het roer pas echt om toen de patriciërstand dreigde op te raken door bloedige burgeroorlogen –Nieuwelingen werden tot de stand toegelaten – de homo novus –Daarnaast konden (door een wetswijziging van JC) ook buitenlandse edelen senator worden Artikel III

13 De Keizerlijke familia - de vierde klasse Teneinde de macht in de familie te houden, moest de keizer wel volledig op zijn extended family steunen Deze familia werd gevormd door –Directe verwanten –Verder verwanten (zelfde bloedlijn) –Dienaren –(vrijgelaten) slaven Bij elkaar was dit een omvangrijke en meestal zeer loyale groep mensen Artikel III

14 De aanzienlijke Banen - cursus honorum De meeste hoge (magistratuur) banen waren erebanen. Het geld moest uit je eigen zak komen. Deze banen openden dan wel weer deuren naar geld en aanzien –De questor Toezicht op financiën van het rijk, waaronder ook het leger. –De praetor Assistent van de consul, belasting met juridische zaken –De consul (in tweevoud) Voorzitter van de senaat Militair bevelhebber (2 legioenen) Hoogste juridische autoriteit Vetorecht (ten aanzien van de senaat en zijn directe collega) Diende “slechts” één jaar Artikel III

15 De aanzienlijke Banen - cursus honorum Andere belangrijke magistraturen waren –De dictator In perioden van onrust en/of slecht bestuur kreeg de zes maanden de almacht. –Tribus plebis (volkstribuun) Eerst waren er twee, later zelfs tien Zij vormden de personificatie van het plebs Hadden een vetorecht over acties van de senaat Zij waren onschendbaar (juridisch én religieus); het op welke manier dan ook tegenwerken van de volkstribuun stond gelijk aan heiligschennis, en hierop stond maar een straf ……. De keizers absorbeerde dit magistratuur om te laten zien, geloven dat ook zij niets anders deden dan de publieke zaak dienen Artikel III

16 Rome en buurvolken


Download ppt "Kenmerk 6: De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks- Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinse klassenmaatschappij."

Verwante presentaties


Ads door Google