De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OVS toelichting Verbond van Verzekeraars Den Haag.

Verwante presentaties


Presentatie over: "OVS toelichting Verbond van Verzekeraars Den Haag."— Transcript van de presentatie:

1 OVS toelichting Verbond van Verzekeraars Den Haag

2 Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling (OVS)  De OVS is een regeling tussen maatschappijen;  Effectief en efficiënt regelen van materiële schaden op basis van standaardsituaties;  De OVS sluit zo veel mogelijk aan bij het gemene recht;  De schuldvraag blijft buiten beschouwing;  De verzekerde mag geen nadeel hebben indien de afwikkeling op basis van OVS niet aansluit bij het gemene recht (maatschappijbeleid).

3 Criteria voor de toepassing van de OVS  Er moet sprake zijn van een enkelvoudige botsing tussen 2 motorrijtuigen (of uitzondering kettingbotsing);  Een botsing moet voldoen aan de gestelde kaders en begrippen van de OVS;  Eén van de motorrijtuigen moet een cascodekking hebben;  De aanrijding moet binnen het geldigheidsgebied plaatsvinden;  Er moet een stelsel van wegen te onderkennen zijn;  De betrokken verzekeraars moeten aangesloten zijn bij de OVS.

4 Opbouw OVS  Algemeen;  Botsingsituaties;  Overige bepalingen;  Toelichting per botsingsituatie;  Toelichting op de overige bepalingen;  Begripsomschrijvingen.

5 Botsingsituatie 1 Botsing tijdens of na een bijzondere verrichting Bij een botsing tussen een motorrijtuig dat een bijzondere verrichting uitvoert en een ander motorrijtuig dat geen bijzondere verrichting uitvoert, betaalt de verzekeraar van het eerstgenoemde motorrijtuig de schade van het andere motorrijtuig.

6 Wat zijn de bijzondere verrichtingen?  Wegrijden*;  Uit een uitrit de weg oprijden*;  Keren*;  Achteruitrijden;  Van rijstrook of rijbaan wisselen;  Van of naar een invoeg- of uitvoegstrook rijden;  Openen dan wel open laten staan van een portier, een (laad)klep of een (laad)deur;  In verboden rijrichting rijden. * hiervoor geldt een afstandsnorm van 25 meter

7 OVS 1: wegrijden 25 meter A B Toedracht: A rijdt uit stilstand weg en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

8 OVS 1: uit een uitrit de weg oprijden Hoek’s Paardenfokkerij 25 meter A B Toedracht: A komt uit een uitrit en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

9 OVS 1: keren 25 meter A A B Toedracht: A keert en B slaat rechtsaf. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A, ondanks het feit dat A op een voorrangsweg rijdt.

10 OVS 1: achteruitrijden A B Toedracht: A rijdt achteruit en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

11 OVS 1: van rijstrook of rijbaan wisselen A B Toedracht: A verwisselt van rijstrook en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

12 OVS 1: van of naar een invoeg- of uitvoegstrook rijden A B Toedracht: A voegt in en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

13 P OVS 1: openen dan wel open laten staan van een portier (1) B P P P P A Toedracht: B rijdt vooruit parkeervak in en A opent portier. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

14 P P P P P P Toedracht: B rijdt vooruit parkeervak in en A opent portier. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A. OVS 1: openen dan wel open laten staan van een portier (2) A B

15 OVS 1: in verboden rijrichting rijden (1) B A Toedracht: A komt uit verboden rijrichting en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

16 Toedracht: Bromfiets A rijdt op het bromfietspad in verboden rijrichting en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A. OVS 1: in verboden rijrichting rijden (2) B A

17 Toedracht: Bromfiets A rijdt op het niet meest rechts gelegen bromfietspad en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert geen bijzondere verrichting uit en B had A voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van B. geen OVS 1: in verboden rijrichting rijden (3) B A

18 OVS 1: op een kruising achteruit van rechts B A Toedracht: A rijdt achteruit en komt van rechts en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B niet. OVS 1 is van toepassing in het nadeel van A.

19 Botsingsituatie 2 Botsing op een kruispunt Bij een botsing tussen twee motorrijtuigen die vanuit verschillende richtingen een kruispunt naderen en vervolgens op dat kruispunt met elkaar botsen, betaalt de verzekeraar van het motorrijtuig met een voorrangs- verplichting de schade van het motorrijtuig dat voorrang heeft.

20 OVS 2: aanrijding op kruispunt (1) A B Toedracht: B komt op een kruising van rechts en A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

21 OVS 2: aanrijding op kruispunt (2) A B Toedracht: A slaat linksaf en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

22 OVS 2: aanrijding op kruispunt (3) A A B B Toedracht: A slaat linksaf en B slaat rechtsaf. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

23 OVS 2: aanrijding op kruispunt (4) A B A B Toedracht: A slaat linksaf en B slaat rechtsaf. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

24 Toedracht: B slaat op een kruising rechtsaf en vervolgens linksaf. A rijdt gewoon rechtdoor en haalt B in. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen, de lading van A bevindt zich nog op het kruispunt. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A. OVS 2: aanrijding op kruispunt (5) A AB B A

25 OVS 2: aanrijding op kruispunt (6) B B A Toedracht: B komt op een kruising van rechts en A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen, ondanks het afsnijden van B. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

26 geen OVS 2: geen aanrijding op kruispunt B B A Toedracht: B komt op een kruising van rechts en A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: B heeft kruispunt al verlaten, A heeft geen voorrangsplicht meer. OVS 2 is niet (meer) van toepassing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 4 in het nadeel van B.

27 OVS 2: ‘dubbel groen’ (1) A B Toedracht: A slaat linksaf en B rijdt gewoon rechtdoor en beiden hebben groen. Afwikkeling: A had B voorrang moeten verlenen. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

28 OVS 2: ‘dubbel groen’ (2) Toedracht: A is door groen gereden en staat stil op kruispunt, B trekt op na groen. Afwikkeling: A heeft voorrang omdat hij op een voorrangsweg rijdt, na dubbel groen volgen de normale verkeersregels. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van B. B A

29 OVS 2: ‘dubbel groen’ (3) B A Toedracht: A is door groen gereden en staat stil op kruispunt, B trekt op na groen. Afwikkeling: B heeft voorrang omdat hij op een voorrangsweg rijdt, na dubbel groen volgen de normale verkeersregels. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

30 Botsingsituatie 3 Botsing tussen achter elkaar rijdende motorrijtuigen a. Enkelvoudige kop-staart botsing Bij een botsing tussen twee motorrijtuigen die op dezelfde weg achter elkaar rijden en met elkaar botsen in enig deel van het aanrakingsvlak van het voor rijdende motorrijtuig betaalt de verzekeraar van het achterste motorrijtuig de schade van het voor rijdende motorrijtuig. Dit geldt ook bij afslaan.

31 Botsingsituatie 3 (vervolg) b. Kettingbotsing Bij een kettingbotsing betaalt de verzekeraar van het achterop rijdende motorrijtuig de schade van het direct ervoor rijdende motorrijtuig, indien het achter rijdende motorrijtuig botst in enig deel van het aanrakingsvlak van het direct ervoor rijdende motorrijtuig. Dit geldt ook bij afslaan.

32 Aanrakingsvlak (1) Het vlak dat ontstaat door twee lijnen evenwijdig aan de (denkbeeldige) wegas te trekken vanaf de uiterste punten van de achterkant van het direct voor rijdende motorrijtuig, dat betrokken is bij de botsing. Bij het bepalen van het aanrakingsvlak blijft de lading buiten beschouwing.

33 Aanrakingsvlak (2) A B Het geel gearceerde vlak is het aanrakingsvlak.

34 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (1) A B Toedracht: B remt voor een zebrapad en A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

35 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (2) A B C Toedracht: B slaat linksaf en moet C voorrang verlenen, A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

36 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (3) A C B Toedracht: Bromfiets B slaat linksaf en moet C voorrang verlenen, A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

37 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (4) A B Toedracht: B rijdt gewoon rechtdoor en A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

38 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (5) A Toedracht: Tractor B rijdt gewoon rechtdoor en A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats met de lading in het aanrakings- vlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A. B

39 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (6) A B Toedracht: B rijdt gewoon rechtdoor en A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

40 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (7) A B Toedracht: B rijdt gewoon rechtdoor en A rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van A.

41 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (8) A B A B Toedracht: A rijdt gewoon rechtdoor en B rijdt achterop. Afwikkeling: De botsing vindt niet meer plaats op de kruising en dus is OVS 2 niet van toepassing. De botsing vindt plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing in het nadeel van B.

42 OVS 3: aanrijding in aanrakingsvlak (9) Toedracht: 1. B rijdt tegen lichtmast en daarna rijdt A achterop. 2. A rijdt achterop B en drukt B tegen lichtmast. Afwikkeling: In beide gevallen vindt de botsing plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is van toepassing en A betaalt de volledige schade (voor- en achter- schade) van B. A B

43 geen OVS 3: aanrijding buiten aanrakingsvlak A B Toedracht: B slaat linksaf en A haalt B in. Afwikkeling: De botsing vindt niet plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is niet van toe- passing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 6.

44 OVS 3: kettingbotsing (1) Toedracht: D rijdt achterop C, die vervolgens B doordrukt op A. A C B D

45 OVS 3: kettingbotsing (2) A C B D Toedracht: D rijdt achterop C, die vervolgens B doordrukt op A. Afwikkeling: De kettingbotsing wordt opgedeeld in 3 enkel- voudige botsingen: A en B B en C C en D

46 OVS 3: kettingbotsing (3) A C B D Toedracht: D rijdt achterop C, die vervolgens B doordrukt op A. Afwikkeling: B betaalt schade aan A C betaalt schade aan B D betaalt schade aan C Er vindt geen onderling verhaal plaats !

47 OVS 3: kettingbotsing (C geen OVS) A C B D Toedracht: D rijdt achterop C, die vervolgens B doordrukt op A. Afwikkeling: B betaalt schade aan A en verhaalt schade A niet op D C verwijst B naar D B kan zijn schade niet verhalen op D D betaalt schade aan C GEEN OVS- DEELNEMER

48 OVS 3: kettingbotsing (D geen OVS) A C B D Toedracht: D rijdt achterop C, die vervolgens B doordrukt op A. Afwikkeling: B betaalt schade aan A en verhaalt dit op D C betaalt schade aan B en verhaalt dit op D D betaalt schades aan C en B GEEN OVS- DEELNEMER

49 OVS 3: geen kettingbotsing (1) A B D Toedracht: C voegt in, waardoor D in de flank van C rijdt en die vervolgens doordrukt op B en A. Afwikkeling: Niet alle motorrijtuign botsen in elkaars aanrakingsvlak (D botst in de flank van C). Deze botsing voldoet niet aan de vereisten van een ketting- botsing. De OVS is niet van toepassing. C

50 OVS 3: geen kettingbotsing (2) A CBD Toedracht: B en C rijden achterop A en / of D rijdt achterop B en C Afwikkeling: In beide gevallen voldoet de botsing niet aan de vereisten van een kettingbotsing. De OVS is niet van toepassing.

51 Botsingsituatie 4 Botsing tussen elkaar tegemoet rijdende motorrijtuigen Bij een botsing tussen twee motorrijtuigen die elkaar op dezelfde weg tegemoet rijden, betaalt de verzekeraar van het motorrijtuig dat niet volledig op de eigen weghelft rijdt de schade van het motorrijtuig, dat wel volledig op de eigen weghelft rijdt. Dit geldt niet bij een voorrangsregeling, in welk geval de verzekeraar van het motorrijtuig met een voorrangsverplichting de schade betaalt van het andere motorrijtuig.

52 OVS 4: passeren geparkeerd(e) motorrijtuig(en) A B Toedracht: A paseert een rij geparkeerde auto’s en B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A rijdt niet meer volledig op de eigen weghelft en B wel. OVS 4 is van toepassing in het nadeel van A.

53 OVS 4: botsing in een wegversmalling B A Toedracht: A rijdt rechtdoor een wegversmalling in en B ook. Afwikkeling: B heeft volgens de verkeersborden voorrang. OVS 4 is van toepassing in het nadeel van A.

54 OVS 4: botsing inhaler en tegenligger B C A Toedracht: A haalt B in en komt daarbij in botsing met C, die gewoon rechtdoor rijdt. Afwikkeling: A rijdt niet meer volledig op de eigen weghelft en C wel. OVS 4 is van toepassing in het nadeel van A.

55 OVS 4: botsing met spookrijder A B Toedracht: A is een spookrijder, B rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: A rijdt niet op de eigen weghelft en B wel. OVS 4 is van toepassing in het nadeel van A.

56 OVS 4: botsing met een afsnijder (1) B B A Toedracht: B komt op een kruising van rechts en A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: B heeft kruispunt al verlaten en rijdt niet volledig op de eigen weghelft. OVS 4 is van toepassing in het nadeel van B.

57 geen OVS 4: botsing met afsnijder (2) B B A Toedracht: B komt op een kruising van rechts en A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: De botsing vindt op het kruispunt plaats en A had B voorrang moeten verlenen, ondanks het afsnijden van B. OVS 2 is van toepassing in het nadeel van A.

58 OVS 4: brede tractor (1) B A Toedracht: Tractor A rijdt gewoon rechtdoor en B ook. Afwikkeling: Tractor A houdt niet uiterst rechts, B wel. OVS 4 is van toepassing in het nadeel A.

59 geen OVS 4: brede tractor (2) B A Toedracht: Tractor A rijdt gewoon rechtdoor en B ook. Afwikkeling: Tractor A houdt uiterst rechts en B ook. OVS 6 is van toepassing

60 Botsingsituatie 5 Botsing tussen een rijdend en een geparkeerd motorrijtuig Bij een botsing tussen een rijdend en een geparkeerd motorrijtuig betaalt de verzekeraar van het rijdende motorrijtuig de schade van het geparkeerde motorrijtuig.

61 OVS 5: geparkeerd motorrijtuig A B Toedracht: A rijdt gewoon rechtdoor en B staat geparkeerd. Afwikkeling: OVS 5 is van toepassing in het nadeel van A.

62 OVS 5: spiegelschades met meerdere motorrijtuigen Toedracht: A raakt zowel de spiegel van B, C en D Afwikkeling: A betaalt schade aan B A betaalt schade aan C A betaalt schade aan D op grond van OVS 5. D C B A

63 OVS 5: meervoudige aanrijding D C B A Toedracht: A botst tegen geparkeerde B en drukt B door op C en C wordt doorgedrukt op D. Afwikkeling: Dit is een meervoudige aanrijding. De OVS is niet van toepassing.

64 Botsingsituatie 6 Botsing tussen twee motorrijtuigen in een situatie die niet valt onder de artikelen 1 tot en met 5 Bij een botsing tussen twee motorrijtuigen in een situatie die niet onder één van de artikelen 1 tot en met 5 valt, betaalt de verzekeraar van het ene motorrijtuig 50% van de schade van het andere motorrijtuig.

65 Voorbeelden botsingsituatie 6 Botsingsituaties 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing. Voorbeelden:  Tweemaal een bijzondere verrichting;  Kop - flank botsing;  Brede tractor op smalle weg;  Spiegelschade waarbij niet duidelijk is dat één van de bestuurders een fout maakte.

66 OVS 6: 2x bijzondere verrichting (1) B A Toedracht: A rijdt achteruit en komt van rechts en B rijdt ook achteruit. Afwikkeling: A voert een bijzondere verrichting uit en B ook. A heeft geen voorrangsrecht. OVS 6 is van toepassing.

67 P P P P P P OVS 6: 2x bijzondere verrichting (2) Toedracht: A rijdt achteruit parkeervak in en B opent portier. Afwikkeling: Het betreft hier tweemaal een bijzondere verrichting. OVS 6 is van toepassing. A B

68 P P P P P P Toedracht: A rijdt vooruit parkeervak in en B opent portier. Afwikkeling: B voert een bijzondere verrichting uit en A niet. OVS 1 is van toepassing. OVS 6: niet 2x bijzondere verrichting A B

69 OVS 6: kop - flank botsing (1) A B Toedracht: B slaat linksaf en B haalt A in. Afwikkeling: De botsing vindt niet plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is niet van toe- passing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 6.

70 OVS 6: kop - flank botsing (2) B A Toedracht: B slaat rechtsaf en rijdt een vraagteken, A rijdt gewoon rechtdoor. Afwikkeling: De botsing vindt niet plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is niet van toe- passing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 6.

71 OVS 6: kop - flank botsing (3) B A Toedracht: B slaat rechtsaf en A rijdt op een ventweg gewoon rechtdoor. Afwikkeling: De botsing vindt niet plaats in het aanrakingsvlak (het geel gearceerde vlak). OVS 3 is niet van toe- passing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 6.

72 OVS 6 : brede tractor B A Toedracht: Tractor A rijdt gewoon rechtdoor en B ook. Afwikkeling: Tractor A houdt uiterst rechts en B ook. OVS 6 is van toepassing

73 OVS 6: spiegelschade met onduidelijke schuldvraag A B Toedracht: A rijdt gewoon rechtdoor en B ook. Afwikkeling: A houdt uiterst rechts en B ook. Het staat niet vast dat één van beide niet volledig op de eigen weghelft heeft gereden. OVS 4 is niet van toe- passing, de schade wordt afgewikkeld op grond van OVS 6.


Download ppt "OVS toelichting Verbond van Verzekeraars Den Haag."

Verwante presentaties


Ads door Google