De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

How we sweeten life Suikerbeleid EU.  Wat is het probleem?  Hoe werkt het?  Achtergrond  Wie is er betrokken?  Gevolgen voor betrokkenen  Wat doet.

Verwante presentaties


Presentatie over: "How we sweeten life Suikerbeleid EU.  Wat is het probleem?  Hoe werkt het?  Achtergrond  Wie is er betrokken?  Gevolgen voor betrokkenen  Wat doet."— Transcript van de presentatie:

1 How we sweeten life Suikerbeleid EU

2  Wat is het probleem?  Hoe werkt het?  Achtergrond  Wie is er betrokken?  Gevolgen voor betrokkenen  Wat doet de overheid?  Wat gebeurt in de toekomst?  Mening van politici  De oplossing

3 Wat is het probleem?  Op 23 september 2003 was er een debat geopend bij de Europese Commissie over de hervorming van suikerbeleid EU.  De GMO (gemeenschappelijke marktordening) voor suiker is momenteel geregeld bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad.  De belangrijkste bepalingen zijn slechts van toepassing tot en met 30 juni 2006.

4 Hoe werkt de bestaande suikerregeling?  prijsafspraken  productiequota  handel met derde landen  zelffinanciering

5 Achtergrond  De Gemeenschap biedt de sector steun en waarborgt het inkomen van de producenten door interventieaankopen van suiker en door middel van een minimumprijs voor suikerbieten.  Deze bepalingen zijn sinds de eerste vaststelling van de GMO in 1968 maar weinig veranderd.  De interventieprijs die interventiebureaus voor de aangeboden suiker moeten betalen, is sinds 1984/85 bevroren op een bedrag van 631,90 per ton voor witte suiker en 523,70 per ton ruwe suiker.

6 Interventieprijs - minimumprijs  De interventie wordt beschouwd als een vangnet dat een minimumprijs voor de suiker waarborgt. Door douanerechten en een beperking van de beschikbare hoeveelheden, de andere instrumenten van de GMO, worden de marktprijzen boven het interventieniveau gehouden.  De minimumprijs is de prijs die suikerproducenten aan telers van suikerbieten moeten betalen. Deze is door de Raad vastgesteld op 46,72 per ton voor bieten om A-suiker te produceren en op 32,42 per ton voor bieten om B- suiker te produceren.

7 Quota  De communautaire prijzen worden alleen gegarandeerd voor productie binnen de quota.  De totale hoeveelheid van de quota voor de 15 lidstaten, zo‘n 14,5 miljoen ton, valt uiteen in A-quota (82 %) en B-quota (18%) die zijn vastgesteld per lidstaat. Deze A- en B-quota komen in beginsel overeen met respectievelijk de vraag op de interne markt en de uitvoer van overtollige suiker met behulp van uitvoerrestituties.  Voor suiker die buiten de quota wordt geproduceerd, is geen steun beschikbaar, en deze suiker mag ook niet vrijelijk in de Gemeenschap op de markt worden gebracht. De extra hoeveelheden moeten worden “overgedragen“ naar het volgende verkoopseizoen, of worden uitgevoerd zonder restitutie.  De suiker die buiten de quota wordt geproduceerd en die niet wordt overgedragen, moet zonder restitutie worden uitgevoerd en wordt C- suiker genoemd.

8 Restitutie  Uitvoerrestituties zijn bedoeld om het verschil te dekken tussen de prijs in de Gemeenschap en de wereldprijs voor suiker, waardoor de Europese suiker op de wereldmarkt kan worden verkocht.  De gemiddelde uitvoerprijs voor communautaire witte suiker bedroeg 280 per ton in het verkoopseizoen 2001/02.  Voor het verkoopseizoen 2001/02 bedroegen de restituties 443 per ton en voor 2002/03 was dit bedrag 485 per ton.  De huidige suikerprijs is immers driemaal hoger dan de wereldmarktprijs.

9 Wie zijn er bij betrokken?  EU  Ontwikkelingslanden  Andere landen  WTO en andere handelsblokken

10 Suikerproductie in de EU  Suikerbieten vertegenwoordigen 1,6 à 1,8 % van de landbouwproductie van de EU en wordt verbouwd op landbouwbedrijven.  Bedrijven waar suikerbieten worden geteeld zijn over het algemeen groter dan gemiddeld en behalen een hoger inkomen.  De suikerproductie van de EU-15 varieert van 15 tot 18 miljoen ton, uitgedrukt in geraffineerde suikerequivalent. Met de tien nieuwe lidstaten erbij is de suikerproductie met 15% gestegen.  Er wordt suiker geproduceerd in alle lidstaten van de EU, met uitzondering van Luxemburg. Duitsland en Frankrijk zijn samen goed voor meer dan de helft van de suikerproductie van de EU-15, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk en Italië (elk 8%). Onder de tien nieuwe lidstaten zijn zes suikerproducerende landen met een productie van in totaal ongeveer 3 miljoen ton, waarvan twee derde door Polen wordt geproduceerd.

11 Ontwikkelingslanden  Voor veel ontwikkelingslanden is suikerproductie een goede mogelijkheid hun economische ontwikkeling te stimuleren. Zij zouden daarvoor hun overschotten willen exporteren naar markten met een stabiele prijsvorming. Zo kunnen die landen een levensvatbare concurrentiepositie opbouwen.  Voor een relatief groot deel van de betrokken ontwikkelingslanden is suiker het meest logische exportproduct naar de EU. Niet alleen levert het lokaal veel (ongeschoolde) werkgelegenheid op, maar de hogere EU-suikerprijs brengt verhoudingsgewijs extra op, vergeleken met de wereldmarkt.

12 Suikermarkt wereldwijd  Suiker wordt wereldwijd behandeld als een belangrijk landbouwproduct en voedingsmiddel. Bijna alle grote suikerproducerende landen hun suikermarkt reguleren. In totaal geldt dat voor ongeveer 85 procent van de suikerproductie. Het restant wordt op de vrije wereldmarkt verhandeld. Daarom wordt de wereldmarkt een overschottenmarkt genoemd.  De huidige marktleider Brazilie verviervoudigde zijn aandeel in slechts negen jaar tot 23% in 2001!

13 Zoet voor de ene...  Een gegarandeerd minimum prijs die 2-3 keer hoger dan de wereldmarktprijs (€ 600/tonne in vergelijking tot € 200/tonne).  Hoge invoertariefen (voor geraffineerde (witte) rietsuiker geldt een invoertarief van totaal 48,19 Euro per 100 kilogram; voor ongeraffineerde suiker die voor raffinage wordt aangeboden geldt een tarief van 36,98 Euro per 100 kilogram binnen een tariefcontingent van tot ton).  Suikerquotas op hogere niveau ten opzichte EU consumptie.  Export subsidies die ook gebruikt worden voor re-export van de suiker geïmporteerd onder preferentiele overeenkomsten. Het bedragen betaald aan export subsidies tellen tegenwoordig meer dan € 400 per tonne – bijna twee keer wereldmarktprijs (tussen € 1.1 en € 1.6 billion).

14 Bitter voor de andere...  Stimulering van de overstock lokale productie die resulteert in de overstock op de wereldmarkt.  Lagere wereldmarktprijzen – ongeveer 17% dankzij de EU beleid.  Moeilijkheden in concurentie op derde markten beinvloed export winst.

15 De inkomsten zijn ongelijk verdeeld.  Een klein groep van de ontwikkelingslanden profiteert van het systeem dankzij “preferential access”. Van 17 ACP landen met preferential access alleen vijf krijgt 80% van de benefits. Geen enkele is LDC.  Grote suikerproducenten hebben hoog niveaus van sociaal ondersteuning. DEFRA studie (Department for Environment, Food and Rural Affairs) laat zien hoe een klein groep van grote boerderijen in VK krijgt een derde van een effectieve ondersteuning voor suikerproductie.  De European suikerproductie is zeer geconcentreerd: in totaal zijn er niet meer dan 30 suiker bedrijven (2 in NL). In 8 van 14 suiker producerende lidstaten is er een suiker producent met een absolute monopoly op suiker quota (VK suiker monopoly British Sugar en Spanish monopoly Azucarera Ebro bijv. Hebben winst marges boven 20%).

16 Wat doet de overheid?  De prijs die Europese boeren voor hun suikerbieten vangen gaat v.a. 1 juli 36 procent omlaag. Het inkomstenverlies wordt echter voor de boeren voor 60% gecompenceerd.  Liberalisering van de suikerhandel is een eis van de Wereldhandelsorganisatie WHO.  Volgens minister Cees Veerman (Landbouw, CDA) is het besluit een historische stap. 'Een bittere pil is voor de bietentelers in Nederland, maar de teelt van suikerbieten in grote delen van Nederland zal nog altijd zeer rendabel zijn,' zei de minister.

17 Consequenties  Niemand verwacht dat de Brazilianen met hun rietsuiker alle bietsuiker van de Europese markt verjagen; het zijn de meest marginale suikerbietenbouwers die onder zullen gaan, vooral in Finland en Zuid-Europa waar de omstandigheden voor de teelt eigenlijk helemaal niet zo gunstig zijn. Ook Ierland, een zeer grote suikerproducent, maakt zich zorgen. In Nederland heeft CSM bekend gemaakt dat het suikerproductie verkoopt.

18 De mening van de politici  Het is erg lastig om uit te rekenen wat er gaat gebeuren, denkt de CDA- landbouwspecialist in het Europees Parlement, Albert-Jan Maat. Maar toch gokt hij dat de daling in de beste productiegebieden niet meer dan tien procent zal zijn. Alleen: de boer gaat er veel minder dan nu meer verdienen.

19 Oplossing???  Vrijhandel is dé motor van welvaart!


Download ppt "How we sweeten life Suikerbeleid EU.  Wat is het probleem?  Hoe werkt het?  Achtergrond  Wie is er betrokken?  Gevolgen voor betrokkenen  Wat doet."

Verwante presentaties


Ads door Google