De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Cultuur in Beeld Utrecht, 25 november 2013 Gebaseerd op Art and Socialization Ineke Nagel Harry Ganzeboom International Encyclopedia of Social and Behavioral.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Cultuur in Beeld Utrecht, 25 november 2013 Gebaseerd op Art and Socialization Ineke Nagel Harry Ganzeboom International Encyclopedia of Social and Behavioral."— Transcript van de presentatie:

1 Cultuur in Beeld Utrecht, 25 november 2013 Gebaseerd op Art and Socialization Ineke Nagel Harry Ganzeboom International Encyclopedia of Social and Behavioral Sciences, second edition SOCIALISATIE IN KUNST EN CULTUUR Ineke Nagel Vrije Universiteit Socologie Amsterdam

2  Is deelname aan kunst en cultuur een kwestie van persoonlijke smaak?  Ja  Maar niet alleen:  De deelname aan kunst en cultuur is ook sterk gerelateerd aan sociale positie, met name opleidingsniveau.  Opleidingsverschillen zijn groter dan generatieverschillen. INTRODUCTIE

3 PODIUMKUNSTEN: VERSCHILLEN NAAR OPLEIDING hoger opgeleiden lager opgeleiden Bron: AVO (SCP, ) Geboortejaar → ↑ Participatie podiumkunsten

4 CULTUREEL ERFGOED: VERSCHILLEN NAAR OPLEIDING lager opgeleiden Bron: AVO (SCP, ) hoger opgeleiden ↑ Participatie erfgoed Geboortejaar →

5 POPULAIRE CULTUUR: VERSCHILLEN NAAR OPLEIDING hoger opgeleiden lager opgeleiden Bron: AVO (SCP, ) ↑ Participatie populaire cultuur Geboortejaar →

6  De belangstelling voor cultuur ontstaat voor een belangrijk deel in het ouderlijk gezin. OUDERLIJK MILIEU

7 Analyses Nagel (2002) Bron: AVO (SCP, )

8 OUDERLIJK MILIEU Analyses Nagel (2002) Bron: AVO (SCP, )

9  Belangstelling voor kunst en cultuur ontstaat vroeg in het leven!  Socialisatie:  door ouders,  door school?  door peers, sociale netwerken?  Belangrijke vraag:  In hoeverre kan belangstelling voor kunst en cultuur ontstaan buiten de ouders om? PROBLEEMSTELLING

10 Culturele reproductie Consequenties  (gunstige) sociale posities worden overgedragen van ouders op kinderen  Stimuleren van kunst en cultuur kan alleen via ouders Culturele mobiliteit  Consequenties  (gunstige) sociale posities zijn bereikbaar buiten ouderlijk milieu om  Stimuleren van kunst en cultuur kan ook via school en andere kanalen dan ouders CULTURELE REPRODUCTIE OF CULTURELE MOBILITEIT?  Bourdieu, De Jager  Belangstelling voor kunst en cultuur kan alleen maar onstaan in het ouderlijk gezin  Belangstelling voor kunst en cultuur heeft maatschappelijke voordelen  DiMaggio  Belangstelling voor kunst en cultuur kan ook buiten het ouderlijk gezin ontstaan: op school of via social netwerken  Belangstelling voor kunst en cultuur heeft maatschappelijke voordelen

11  Status theory:  Deelname aan kunst en cultuur levert status of gedragsbevestiging op  Deelname aan kunst en cultuur wordt gestuurd door sociale normen  De norm “kunst en cultuur is belangrijk” :  Wordt in verschillende mate overgedragen door ouders, school en sociale netwerken, vrienden  Is in verschillende mate gangbaar in sociale netwerken  Informatietheorie:  Kunst en cultuur is complexe vorm van informatie  Deelname aan kunst en cultuur vereist cognitiever vaardigheden:  Algemene cognitieve vaardigeheden  Kennis over kunst en cultuur HOE WERKT HET? TWEE THEORIEËN

12  Uitkomsten (alle onderzoek):  Grote effecten cultuurparticipatie ouders op cultuurparticipatie onder kinderen en volwassenen ONDERZOEK EFFECTEN OUDERS Onder volwassenen: Ganzeboom, 1982 De Graaf & De Graaf, 1988 Van Eijck 1997 Nagel & Ganzeboom, 2002 De Vries & De Graaf, 2008 Kraaykamp & Nieuwbeerta, 2000; Kraaykamp & Van Eijck, 2010 Yaish & Katz-Gerro, 2010 Onder jongeren: Crook 1997 Sullivan 2001 Van Wel, Couwenbergh-Soeterboek, Couwenbergh, Ter Bogt, Raaijmakers 2006 Jaeger 2009 Damen, Nagel & Haanstra 2010 Nagel, Damen & Haanstra 2010 Lezen: Kraaykamp 2003 Verboord & Van Rees 2003 Notten 2011 Nagel & Verboord 2012

13  Deelname aan cultuureducatie vroeger is aan respondenten gevraagd:  Voordeel: effecten cultuureducatie over hele onderwijsloopbaan  Nadeel: retrospectieve vertekening  Uitkomsten:  Relatief grote effecten cultuureducatie onder volwassenen  Maar niet altijd rekening gehouden met ouders (Kracman, Chistin) … dus effecten mogelijk overschat ONDERZOEK CULTUUREDUCATIE 1: RETROSPECTIEF Onder volwassenen: Kracman 1996 Christin 2008 Lezen: Kraaykamp 2003

14  Deelname aan cultuureducatie is via administraties vastgesteld:  Voordeel: onafhankelijke meting (geen retrospectieve vertekening)  Nadeel: slechts mogelijk voor specifieke cultuureducatie (CKV)  Uitkomsten:  Relatief kleine (of geen) effecten cultuureducatie onder volwassenen  Positieve effecten vaak binnen dezelfde kunstvorm ONDERZOEK CULTUUREDUCATIE 2: PROSPECTIEF Onder volwassenen: Ranshuysen & Ganzeboom 1993 (Kunst -kijkuren en muziekluisterlessen) Nagel, Ganzeboom, Haanstra & Oud 1997 (examens kunstvakken) Nagel, Damen & Haanstra 2010 (CKV) Lezen (literatuurlessen): Verboord & Van Rees (2003) Verboord (2005)

15  Uitkomsten (alle onderzoek):  Grote effecten opleidingsniveau op cultuurparticipatie onder kinderen en volwassenen  Effecten zijn vergelijkbaar met die van ouderlijk milieu  Maar:  Opleidingsniveau reflecteert ook cognitieve vaardigheden, die al vóór de schoolperiode aanwezig zijn  Het effect van opleidingsniveau kunnen we niet zomaar interpreteren als de bijdrage van school ONDERZOEK OPLEIDINGSNIVEAU 1: CROSS-SECTIONEEL Zonder rekening te houden met ouders: DiMaggio & Useem 1978 Kracman 1996 Christin 2008 Rekening met ouders: Ganzeboom 1982 Nagel & Ganzeboom 2002 De Graaf &De Graaf, 1988 De Vries & De Graaf 2008 Kraaykamp &Nieuwbeerta 2000 Kraaykamp & Van Eijck 2010 Yaish & Katz-Gerro 2010

16  De bijdrage van opleidingsniveau vastellen  oplossing 1: cognitieve vaardigheden (vooraf) meten)  oplossing 2: culturele participatie vooraf meten en na de schoolperiode opnieuw  Uitkomsten:  Opleidingsverschillen bestaan deels al in het begin van het voortgezet onderwijs  Opleidingsverschillen nemen toe van adolescentie tot jong volwassenheid  Dit geldt alleen voor cultuurparticipatie, niet voor leesfequentie ONDERZOEK OPLEIDINGSNIVEAU 2: DYNAMISCH ONTWERP Met meting cognitieve vaardigheden: Dynamisch ontwerp: Nagel & Ganzeboom 2002 Nagel 2010 Nagel, Damen & Haanstra 2010 (CKV) Nagel & Verboord 2012

17  Ouders en school zijn belangrijke determinanten van deelname aan kunst en cultuur.  Niet alleen in de jeugd, maar ook in de volwassenheid  Opleidingsverschillen worden relatief belangrijker. OUDERS VERSUS SCHOOL IN DYNAMISCH PERSPECTIEF Nagel en Ganzeboom (2002)

18  Cultuurparticipatie ontstaat vroeg in het leven, vooral in het ouderlijk gezin  School is minder belangrijk  Opleidingsverschillen ontstaan niet allemaal op school  Kunsteducatie draagt relatief weinig bij aan cultuurparticipatie  Maar: School draagt wel bij aan cultuurparticipatie  Opleidingsverschillen ontstaan deels tijdens de onderwijsloopbaan  Is normoverdracht de verklaring? CONCLUSIE

19  Contact:  Ineke Nagel  Vrije Universiteit Amsterdam  Afdeling Sociologie    Bedankt voor uw belangstelling! VRAGEN?


Download ppt "Cultuur in Beeld Utrecht, 25 november 2013 Gebaseerd op Art and Socialization Ineke Nagel Harry Ganzeboom International Encyclopedia of Social and Behavioral."

Verwante presentaties


Ads door Google