De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Traditional and recent measures of fear of crime in relation to different covariates and social desirability Drs. Wim Hardyns Prof. dr. Lieven Pauwels.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Traditional and recent measures of fear of crime in relation to different covariates and social desirability Drs. Wim Hardyns Prof. dr. Lieven Pauwels."— Transcript van de presentatie:

1 Traditional and recent measures of fear of crime in relation to different covariates and social desirability Drs. Wim Hardyns Prof. dr. Lieven Pauwels Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (Universiteit Gent) NVK Congres 2009 – 18/19 juni 2009

2  Inleiding en probleemstelling  Meting van ‘angst voor criminaliteit’ (emotionele component)  Meetproblemen in ‘fear of crime’ onderzoek  Hypotheses  Methodologie en data  Resultaten  Conclusie en bedenkingen

3 Inleiding en probleemstelling  Grootschalige surveys zeer populair  Vbn:  British Crime Survey  (U.S.) National Crime Survey  Lyndon Johnson’s 1967 Crime Surveys (‘fear of crime’!!)  Pas in 1997: eerste Belgische Veiligheidsmonitor  Peiling naar:  Algemeen onveiligheidsgevoel  Mijdgedrag  Risico-inschatting (om slachtoffer te worden)

4 Inleiding en probleemstelling  Ondanks enorme hoeveelheid studies binnen deze onderzoekstraditie, eerder pessimistische terugblik:  Zwak theoretisch en conceptueel raamwerk  Conservatieve methodologie  Zwakke meting adhv ‘single-item questions’  Vb: “How safe do you, or would you, feel walking alone in this area after dark?”  Introductie van schaaltechnieken  nieuwe meetproblemen (mbt vraagstelling en antwoordstijl)

5 Voorbeelden traditionele ‘angst voor criminaliteit’-vragen Veiligheidsmonitor  Single-item question: “Gebeurt het dat u zich onveilig voelt?”  Schaal ‘mijdgedrag’: “Gebeurt het dat u … - bepaalde plekken in uw gemeente mijdt omdat u het niet veilig vindt?” - vermijdt om open te doen voor onbekenden omdat u het niet veilig vindt?” - bij duisternis vermijdt om weg te gaan van huis?” (altijd/vaak/soms/zelden/nooit)

6 Meting van ‘fear of crime’ (emotionele affectieve component)  Conceptuele verwarring veroorzaakt meetproblemen  Angst voor criminaliteit ≠ onveiligheidsgevoel  Cognitieve ≠ gedragsmatige ≠ emotionele component  “An emotional response of dread or anxiety to crime or symbols that a person associates with crime” (Ferraro, 1995)  Emotionele component van ‘angst voor criminaliteit’ wordt zelden of ontoereikend bestudeerd  Kennis over verspreiding, frequentie en intensiteit van ‘angst voor criminaliteit’ afwezig in traditionele vragen   Overschatting van de ‘angst voor criminaliteit’

7 Meting van ‘fear of crime’ (emotionele affectieve component)  “Are we really prepared to unquestioningly accept that almost a third to two-thirds of the westernized, civilized society are ‘fearful’ of crime ‘some’ or ‘a lot’ of the time?” (Farrall, 2004)  Ontwikkeling van alternatieve vraagstructuur:  Q1: Heb je je in het voorbije jaar ooit ‘angstig’ gevoeld over de mogelijkheid dat je slachtoffer zou worden van criminaliteit? (ja, neen, kan het niet herinneren)  Q2: Indien ja, hoeveel keer heb je je zo gevoeld in het voorbije jaar? (absoluut aantal)  Q3: Indien ja, hoe angstig voelde je je de laatste keer? (niet erg, beetje, tamelijk, zeer, kan het niet herinneren)

8 Meetproblemen in ‘fear of crime’ onderzoek “Survey measurement error refers to error in survey responses arising from the method of data collection, the respondent or the questionnaire (or other instrument)” (Billiet, 1997). 1. Questionnaire: traditionele vraagstelling (mijdgedrag schaal) vergelijken met alternatieve vraagstructuur (‘angstfrequentie’ en ‘angstintensiteit’). Verschillen nagaan inzake proporties en correlaties met belangrijke covariaten. 2. Respondent: sociaal wenselijk antwoordgedrag zou kunnen leiden tot onderraportering van ‘angst voor criminaliteit’. Deze tendens kan nagegaan worden aan de hand van sociale wenselijkheidsschalen.

9 Hypotheses 1. Verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ leiden tot verschillende conclusies in termen van frequentie en intensiteit. 2. Verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ hebben een impact op de relatie tussen ‘angst voor criminaliteit’ en enkele belangrijke covariaten (gemeenschapsperceptie, overlastperceptie en voorgaand slachtofferschap). 3. Sociale wenselijkheid verstoort de relatie tussen verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ en gemeenschapsperceptie/overlastperceptie/voorgaand slachtofferschap. 4. Sociale wenselijkheid heeft een effect op gender verschillen inzake ‘angst voor criminaliteit’.

10 Methode: Key Informant Analysis  “Professional key informants are persons that have a great deal of knowledge on social situations in neighbourhoods and can provide additional and more accurate information then the average neighbourhood inhabitant in community surveys on social cohesion and disorder” (Pauwels and Hardyns, 2009).  Diverse professionele achtergrond (sociaal werk, lokale politie en private veiligheid, lokale winkels, horeca, lokaal beleid).  Afname: Oktober-November 2008 (face-to-face)  N = 750 (18 Belgische kustgemeenten)

11 Data  Mijdgedrag (alpha = 0.67)  Angstfrequentie (alpha = 0.64) hoeveel keer heb je je in het voorbije jaar angstig gevoeld over de mogelijkheid dat je slachtoffer zou kunnen worden van … (1)“criminaliteit in het algemeen”, (2)“autodiefstal”, (3)“woninginbraak”, (4)“opzettelijke slagen en verwondingen”  Angstintensiteit (alpha = 0.66) “hoe angstig voelde je je de laatste keer?”  EPQR-A lie-scale (alpha = 0.58) (1)”Ben je ooit hebzuchtig geweest door eerder jezelf te behelpen dan iets te delen?” (2)”Heb je ooit iemand beschuldigd van iets waarvan je zeker wist dat het jouw fout was?” (3)”Heb je ooit iets genomen (zelfs al was het maar een kleinigheid zoals bv. een balpen…) dat toebehoorde aan iemand anders?” (4)”Heb je ooit vals gespeeld tijdens een spel?” (5)”Heb je ooit iemand gebruikt om er voordeel uit te halen?”

12 Data  Gemeenschapsperceptie (alpha = 0.62) (1)”Ik voel me veilig in deze buurt” (2)”Contacten in deze buurt zijn over het algemeen goed” (3)”Ik geniet respect in deze buurt”  Overlastperceptie (alpha = 0.85) (1)”Jongeren hangen rond op straat” (2)”Een groepje jongeren valt iemand lastig op straat om geld of andere zaken te verkrijgen” (3)”Een paar mannen drinken alcohol (bier, …) op straat (bv. aan een bushalte of supermarkt in deze buurt)” (4)”Iemand verkoopt drugs (hasj, wiet, …) op straat” (5)”Iemand wordt op straat bedreigd met een wapen (mes of vuurwapen)” (6)”Een jongere begint te vechten omdat deze werd uitgedaagd door andere jongeren” (7)”Deze buurt heeft te kampen met wildplassers”  Voorgaand slachtofferschap Bent u in de afgelopen 12 maanden slachtoffer geworden van… (1)”woninginbraak”, (2)”poging tot woninginbraak”, (3)”diefstal uit auto”, (4)”fietsdiefstal”, (5)”fysiek geweld”, (6)”dreiging met geweld”

13 Hypothese 1 (verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ vergelijken) “ Gebeurt het dat u zich onveilig voelt? ” (single-item question Veiligheidsmonitor 2006) Mijdgedragschaal (Key Informant Survey 2008) MFTotaalMF Nooit of zelden 67.5% 13, % 12, % 26, % % % 419 Soms, vaak of altijd 32.5% 6, % 10, % 17, % % % % 20, % 22, % 43, % % % 749

14 Hypothese 1 (verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ vergelijken) Niet angstigLage graad van angstHoge graad van angstTotaal MF MF MF MF Nooit in het voorbije jaar % % % % % % Een keer % 5 1.3% % 5 1.5% % % % % % Twee keer % % % 2 0.6% 7 1.8% 9 1.3% % % % Drie keer % 7 1.8% % 5 1.5% 2 0.5% 7 1.0% % 9 2.3% % Vier keer % 1 0.3% 1 0.1% 1 0.3% 6 1.6% 7 1.0% 1 0.3% 7 1.8% 8 1.1% Vijf en meer keer % % % % % % % % % Totaal % % % % % % % % % % % %

15 Hypothese 2 & 3 (correlaties tussen verschillende metingen van ‘angst voor criminaliteit’ en belangrijke covariaten + controle voor sociale wenselijkheid) AngstfrequentieAngstintensiteitMijdgedrag Gemeenschapsperceptie -.24*** Partial correlation: -.23*** -.30*** Partial correlation: -.28*** -.38*** Partial correlation: -.37*** Overlastperceptie.22*** Partial correlation:.21***.27*** Partial correlation:.27***.30*** Partial correlation:.30*** Voorgaand slachtofferschap.36*** Partial correlation:.36***.44*** Partial correlation:.44***.20*** Partial correlation:.19***

16 Hypothese 4 (sociale wenselijkheid en verschillen naar geslacht inzake ‘angst voor criminaliteit’) Geslacht MannenVrouwen Mijdgedrag F=34.64*** 3.69 (1.26) 4.38 (1.85) Angstfrequentie (n.s.) 2.76 (4.45) 2.80 (4.20) Angstintensiteit (n.s.) 1.81 (2.96) 1.97 (2.85) EPQR-A lie-scale F=22.65*** 3.23 (1.40) 3.69 (1.25)

17 Hypothese 4 (sociale wenselijkheid en verschillen naar geslacht inzake ‘angst voor criminaliteit’) Volledige steekproefVrouwenMannen Mijdgedrag *0.15** Angstfrequentie *-0.01 Angstintensiteit **-0.02 MijdgedragAngstfrequentieAngstintensiteit Lie-scale ↓↓ low score Geslacht (0=man) (1=vrouw) 0.30*** Lie-scale Moderate score 0.21** Lie-scale ↑↑ High score Correlatie tussen EPQR-A lie-scale en ‘angst voor criminaliteit’

18 Conclusie en bedenkingen  Metingen van ‘angst voor criminaliteit’ o.b.v. frequentie en intensiteit  lager percentage angstigen t.o.v. traditionele metingen  Man-vrouw verschillen minder uitgesproken bij metingen van frequentie en intensiteit  Soort meting van ‘angst voor criminaliteit’ beïnvloedt sterkte van de correlaties met belangrijke covariaten (vooral ‘voorgaand slachtofferschap’)  Sociale wenselijkheid: geen effect op de relatie tussen ‘angst voor criminaliteit’ en belangrijke covariaten  Sociale wenselijkheid: effect op de relatie tussen geslacht en ‘angst voor criminaliteit’ (vrouwen met sociaal wenselijk antwoordgedrag  lagere graad van ‘angst voor criminaliteit’)


Download ppt "Traditional and recent measures of fear of crime in relation to different covariates and social desirability Drs. Wim Hardyns Prof. dr. Lieven Pauwels."

Verwante presentaties


Ads door Google