De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Darren Belangrijker, Interessanter dan u denkt 07-03-2005 Henk Kok www.nordined.nl/ktc.zip.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Darren Belangrijker, Interessanter dan u denkt 07-03-2005 Henk Kok www.nordined.nl/ktc.zip."— Transcript van de presentatie:

1 Darren Belangrijker, Interessanter dan u denkt Henk Kok

2 Onderwerpen Biologie Gedrag Genetische aspecten Teeltaspecten Conclusie

3 Biologie Komst van darren in een volk Ontwikkeling van ei tot dar Behoefte aan voedsel Anatomie Kwaltiteit van sperma Aantal in een volk Levensduur Vitaliteit van een dar Vorming van sperma

4 Komst van darren in een volk Tijdstip Zomerbijen de plaats innemen van de winterbijen Weersinvloeden en drachtomstandigheden Gezondheidstoestand van het volk Invloedsfactoren Voldoende voedsterbijen aanwezig Koningin die darrenbroed wil beleggen April AugustusTijdens de zwermpiek in de nazomer Herkomst Onbevrucht eitje van een koningin Eitje van een werkster

5 Darren per maand Mark Winston The Biology of the Honeybee

6 Eitjes van werksters In een moergoed volk heeft ongeveer 1 op de 5000 werksters goed ontwikkelde eierstokken. De eitjes die deze werksters leggen worden voor een groot deel binnen 24 uur verwijderd Tot 7 % van de darreneitjes kan van werksters afkomstig zijn. 0,12 % van de darren in een moergoed volk zijn afkomstig van eierleggende werksters. Ratnieks 1993, Visscher 1996).

7 Ontwikkeling van ei tot dar Parthenogenese Geslachtsbepaling Hagelschot Gewichtstoename

8 Pathenogenese Dar komt uit een onbevrucht ei van een koningin of een werkster Dzierzon in 1845 Seibolt en Leuckart 1861 vonden sperma in werkster eitjes en in darreneitjes niet Hoe kan uit een onbevrucht eitje een dar ontstaan ? Verschillende sex-chromosomen kan een haploïde dar niet hebben ! Nachtheim 1913, dar 16, werkster 32 chromosomen.

9 Geslachtsbepaling P.W. Whiting toonde in 1918 bij een parasitaire wesp aan dat geslachts-allelen op de sex-locus van één van de 16 chromosomen bepalend is. O. Mackensen toont in 1951 dat ook bij honingbijen het geslacht bepaald wordt door het voorkomen van geslachts-allelen op een specifieke plaats op een chromosoom. Bevrucht Sex-allelen Diploïde dargelijk Werkster\Koningin Onbevrucht Eitje ongelijk heterozygoot homozygoot hemizygootDar Uitkomst geslachts allelen (Mackensen 1955, Laidlaw 1956, Adams 1977)

10 Diploïde dar

11 Hagelschot Woyke stelde in 1963 vast dat het broed van een koningin die gepaard heeft met nauwverwante darren hagelschot vertoont, veroorzaakt door lege cellen waaruit de diploide darrenlarve door werksters is opgeruimd Otto Mackensen concludeerde in 1951 uit KI-experimenten dat een zusterkoningin met eigen zoon geinsemineerd voor 50% Diploide darren opleverden die niet uit het ei kwamen. Als de larve 75uur beschermd wordt, dan blijft de diploide dar in leven. Deze is steriel, en iets groter dan een haploide dar.

12 ▪ ▪

13 Behoefte aan voedsel Broedzorg tijdens larvestadium Voedingen van uitgelopen dar Voedselbehoefte van uitgelopen dar

14 Gewicht darren werksters Een dar weegt bij sluiten van cel 2,5 keer gewicht werkster

15 Broedzorg van de larve Een dar vergt 2,7 maal keer de verzorgingstijd van een werkster 1141 Gemiddeld / dag bezoeken Dar Werkster414 6 dagen 5 dagen Gewicht bij sluiten cel 384 mg 160 mg Darrenlarve weegt 2,4 maal het gewicht van een werkster larve

16 Voedingen uitgelopen dar Werkbijen voeden zich na uitlopen zelf Per uitgelopen dar zijn 4 voedsterbijen aanwezig Pas uitgelopen darren worden 25 keer per uur gevoerd. 2 dagen oude 16 keer per uur gevoerd. met een mengsel van stuifmeel, honing en voedersap, hetgeen ook aan oudere werksterlarven gevoerd wordt

17 Voedselbehoefte van dar Jonge darren Vliegende dar tijdens rustperiode Vliegende dar Vliegende werkster 1 mg/u 3 mg/u 14 mg/0,5 u 10 mg/u

18 Levensduur dagen, zwermtijd, zomer dagen, voorjaar 54 dagen, herfst Invloedsfactoren op lengte levensduur Tijdstip van geboorte Korter in zomer, dan in voorjaar en herfst Voedseltoevoer tijdens ontwikkeling Aanwezigheid predatoren Darren die meer dan 3 weken zijn van geen betekenis voor de bevruchting

19 Aantal darren in volk Wilde zwerm voor zwermen In najaar minmaxgemiddeld Eerste jaars volk Voorzwerm3960 Nazwerm Totale jaarlijkse larvenproductie aan Darren Werksters Maximaal aantal darren in volk geteld Darren Totale jaarlijkse larvenproductie aan Darren Werksters 3,2-6,0% 4,6% Cellen, Larven, Darren

20 Cellen,larven en darren Percentage darrenraat in % totale aantal broedcellen10-17% Percentage darrenlarve in % van het totaal aantal larven (mei-juni) Gem. 15% Maximaal aantal darren in volk geteld door wegen in juli (Weiss) Darren % darren cellen Werksters ,3-3,5% 3,4% 25% van de larven wordt een volwassen dar ! 10 ramen werkstercellen op 1,5 darrenramen 31,5% van deze darren bezit sperma

21 Oorzaken van het verlies Sterven jong door slechte voedingsomstandigheden Darren worden verdreven, doordat er te weinig voeding nectar en stuifmeel binnenkomt Darren vervliegen

22 Anatomie Tes Vd SV MuGlds Tes Dej Pen Phtr bc pv

23 Testes De testes (Tes) of teelballen bestaan uit zaadvormend weefsel, waar de spermatozoa geproduceerd worden. Bereiken hun maximale grootte tijdens het larvenstadium tot vlak na het uitlopen van de volwassen dar (5 mm) Bij geslachtsrijpe darren (ongeveer 12 dagen na uitlopen) zijn de testes gereduceerd tot een verschrompeld groenachtig-geel weefsel, nog amper 1/3 van de aanvankelijke grootte

24 Vas Deferens De testes monden via een kanaal, de vas deferens (Vd), uit in het zaadblaasje of vesicula seminalis (SV). Deze migratie duurt ongeveer een week en begint op de 4de dag.

25 Vesicula Seminalis In het zaadblaasje rijpen de spermatozoiden Het zaadblaasje mond uit in het uiteinde van de mucusklier Onder invloed van kliersecretie in het zaadblaasje rijpen de spermatozoa zodat zij steeds beweeglijker worden. Tijdens deze fase staan de spermatozoa met de kop gerangschikt tegen de wand van het zaadblaasje met kliercellen waaruit de wand is opgebouwd. De wand van het zaadbuisje wordt door de secretie van de kliercellen dunner waarbij de holte van het blaasje steeds groter wordt. Uiteindelijk bevat het blaasje een kleine hoeveelheid lympfachtig vocht met ongeveer 11 miljoen spermatozoa.

26 Glandula Mucosa Het zaadblaasje mond uit in het uiteinde van de mucusklier Kort na uitlopen van de dar uit de cel, start de mucusklier met de productie van een witte vloeistof die bij het vorderen van de leeftijd meer en meer stroperig (viskeus) wordt

27 Ductus Ejaculatorius Vanuit de mucusklier loopt een gemeenschappelijk kanaal, de zaadleider naar de endophallus (Pen).

28 Endophallus Onderdelen De endophallus is het eigenlijke copulatieorgaan In niet-uitgestulpte toestand, ligt deze aan de buikzijde van het achterlijf (abdomen) bulbus (Blb) waarin het spermakanaal uitmondt hals of cervix (Cer) Basisgedeelte, bursa of vestibulum, met de twee hoorntjes (Bursa Cornua) bc

29 Phallotreme Opening in achterlijf van de ingestulpte endophallus Afgesloten door twee penus klepjes (pv)

30 Penisklepjes Gundrun Koeniger, Reproduction and Mating Behavior STR: sensilla trichodea NP: Parameralis zenuw SO: Sensorische haren van het paramerisch orgaan PLG: Plexus van het penis klep (DP)

31 Bursale hoorntjes Bij een rijpe dar zijn de horentjes van het uitgestulpte geslachtsorgaan oranje kleurig. Zijn ze helder dan is de dar te jong voor KI. Passing

32 Penetratie 1 Bulbus in oviduct 2 Vaginale klep achter de bulbus 3 Geribbeld uitsteeksel in holte achter vaginale klep 4 Hoorntjes in bursa copulatrix 5 Cervix in angelkamer

33 Kwaliteit van het sperma Chemische samenstelling van het sperma en mucus Voldoende levensvatbare spermatozoa Viscositeit van de zaadvloeistof Concentratie Hoe ouder de darren hoe minder sperma in de spermatheca terecht komt. Leeftijd Levensvatbaar 2 weken86% 6 weken80% 1,7 μl sperma11 miljoen spermatozoa 7,5 miljoen spermatozoa per μl. 5,9 10 μl. Koningin niet meer op bruidsvlucht 6 6

34 Vorming van sperma a. Testis b. Follicle c. Vas efferens e. Vas deferens f. Vesicula seminales

35 Follicle a. apicale cellen omgeven door spermatogonia b. zone met spermatogonia c. zone met spermatocyten d. cysten met mitose delingen als eerste stap in het e. cysten met de tweede mitose deling uit de tweede stap in het rijpingsproces f. zone met spermatiden g. zone met spermatozoa rijpingsproces

36

37 Vitaliteit van de dar Invloedsfactoren Voedsel voorziening Infectie door varroamijten Leeftijd Temperatuur

38 Vitaliteit voedselvoorziening De productie van darren is afhankelijk van een constante toevoer van nectar en stuifmeel en onafhankelijk van de aanwezige voedselvoorraad Het sexueel volwassen worden van darren is sterk afhankelijk van voldoende aanwezig zijn van eiwitten in de voeding Als er voldoende stuifmeel binnen komt worden meer darren aangezet, met meer spermatozoa, die in kortere tijd (14-17 dagen) rijp worden, wat 1-2 dagen eerder is dan voor darren die minder eiwitten in hun voeding aantroffen. Een tekort aan de 5 belangrijke aminozuren levert een verminderde kwaliteit sperma.

39 Vitaliteit en Varroa Dar besmet met varroa in larve stadium hebben: Kleinere hoeveelheid sperma Minder vliegcapaciteiten Een koningin met te weinig sperma in de spermatheca wordt niet aangenomen. Blijven in gewicht achter Besmetting van 2 mijten in cel,37%-50% minder sperma

40 Vitaliteit en Temperatuur Darren verliezen hun vitaliteit bij lage temperatuur

41 Vitaliteit met toenemende leeftijd Leeftijd dar 2 weken 4 weken % koninginnen met sperma in oviduct 0-14% 43-67% Hoe ouder de darren hoe minder sperma in de spermatheca terecht komt. Achterblijvend sperma leidt tot onvruchtbaarheid en plotselinge dood van de jonge koningin Levensvatbaarheid sperma met toenemende leeftijd 2 weken 6 weken 86% 80%

42 Geslachtsrijpe darren 31,5% van geslachtsrijpe darren bezitten slechts 11% veel sperma Darren ouder dan 3 weken zijn ongeschikt voor paring.

43 Gedrag Vlieggedrag Vervliegen Darrenverzamelplaatsen Paringsgedrag Darrenslacht Gedrag in de tijd

44 Vlieggedrag Vluchtomstandigheden Vluchtduur en hoogte Tijdstip van de dag Vluchtafstand

45 Gedrag in de tijd

46 Vluchtomstandigheden Temperatuur Minimaal 15˚C Windsnelheid 18˚C -20˚C Optimaal 25 m/h, optimaal minder dan 18 km/h Vochtheid Bij bewolkt en vochtig weer vliegen darren nauwelijks. 96% keert terug naar hetzelfde volk

47 Vluchtduur Darren vliegen om te: Orienteren Ontlasten Paren Aantal vluchten 6-8 dagen4-14 dagen StartleeftijdSpreidingVliegDuur 6-8 min 12 de dag25-32 min 2-4 per dag oplopend tot 17, over 21 dagen 96% keert terug naar hetzelfde volk Vlieghoogte Werkster< 8 m Dar> 8 m (15-25m) <60m

48 Tijdstip De vliegactiviteit van koninginnen en darren zou beinvloed worden door een biologische klok een koningin begint gemiddeld 20 uur na zonsondergang met haar bruidsvlucht.

49 Vluchtafstand Zeer verschillende afstanden. Darren vliegen gemiddeld over een afstand van km naar een plaats waar de paring plaatsvindt, en koninginnen vliegen gemiddeld 2-3 km. Dar 3 km en een koningin 6 km naar de paringsplaats Vluchten tot 7 km afstand Geinfecteerde darren hebben minder vliegvermogen.

50 Vervliegen Darren vervliegen nauwelijks Bij terugkeer in de kast is de honingmaag leeg De oorzaak van het vervliegen heeft twee kanten: desoriëntatie van de terugkerende bij falen van het herkenningsmechanisme door wachtbijen bij de vliegopening Vervliegende darren kunnen ziektes verspreiden, zoals zakbroed, Nosema, Acarapis en Varroa. Darren fourageren niet in vreemde kasten, tijdens vluchten.

51 Vertrek en Vreemd Vreemde darren worden aangetrokken door: Afwezigheid van de koningin (geen feromoon) Koninginnen op leeftijd (minder feromoon ) Aantal verdwenen eigen darren loopt van Onbevruchte koningin (minder feromoon) 0%-12% 50%-80% Het aantal in een volk voorkomende vreemde darren is steeds groter dan het aantal vreemde werksters, zodat darren sterker vervliegen dan werksters (2 tot 3x)

52 Oriëntatie Oriënteert zich op de positie van de zon. Op jonge leeftijd met weinig vliegervaring raken ze sneller gedesoriënteerd dan oudere darren. Darren maken vluchten tot 7 km afstand van het nest en keren terug, maar weinig is bekend over de herkenningspunten die een dar gebruikt om zich te oriënteren. Vliegproeven waarbij darren met toenemende afstand van het nest werden losgelaten, lieten zien dat een afnemend aantal darren terugkeerden. Bij oriëntatievluchten komt 0.8-1,7% in andere kasten terecht Wanneer een dar eenmaal vervlogen is, vervliegt deze daarna in het verdere leven niet nog eens

53 Herkenning Herkenningsmechanisme van geuren: 1. Genetische component (lichaamsgeur) Geurstoffen afkomstig van binnenkomende nectar, stuifmeel en propolis ? Samenstelling van koolhydraten en vetten in de chitinehuid 2. Voedsel component Veel Een vreemde werkster is bedreigender dan een vreemde dar ZustergroepenDarWerkster Weinig nauwelijks veel Grotere kans op herkenning Veel desorientatie op geur Toelating bij verschillende aantallen zustergroepen Minder kans op herkenning Weinig desorientatie 3. Neus wachtbij wordt beinvloed door feromonen

54 Darrenverzamelplaatsen Beschreven in 1957 door Jean-Prost Concentratie van darren die wachten op onbevruchte koninginnen Plaatsbepaling met onbevruchte koningin aan ballon In een fuik worden de darren gevangen Optreden van een vermenging van darren en koninginnen afkomstig over een groot oppervlak. Landschap moet aanknopingspunten bieden voor de vorming van verzamelplaatsen. Speciaal radar

55 Paringsgedrag Paring Uitstulping Penetratie Bevruchtingsteken Scheiding bevruchtingsteken

56 Paring Na contact tussen dar en koningin, vindt binnen 5 seconden de paring plaats. Koningin moet angelkamer openen en de vaginale klep neerklappen De dar benadert van onderen af met hangende poten Zodra de dar boven de koningin vliegt, pakt hij met de voorste twee poten beet, en vervolgens wordt ze met alle zes poten vastgeklemd De endophalus wordt ingebracht, de dar verstart en valt achterover. Paring Endophalus breekt af en een deel blijft als bevruchtingsteken achter in de angelkamer

57 Uitstulping 1 Als eerste stulpen de bursa van de endophallus tot aan de nek en de bursal cornua uit De hoorntjes zijn opwaarts gericht

58 Uitstulping 2 De hoorntjes buigen vervolgens naar beneden en zijwaarst Endophallus gedeeltelijk uitgestulpt, en treedt alleen op bij jonge onrijpe darren, wanneer een lichte druk op het borststuk wordt uitgeoefend

59 Uitstulping 3 Het geribbelde uitsteeksel is nog niet uitgestulpt In dit stadium van uitstulping vindt de ejaculatie plaats

60 Uitstulping 4 chitineplaatjes en de rest van de endophallus uitgestulpt plus het geribbelde uitsteeksel

61 Uitstulping 5 Een verdere verhoging van de interne druk laat de penis barsten; het uiteinde krimpt

62 ST Angel SP Spermatheca MO Median Oviduct LO Lateral oviduct

63 Bevruchtingsteken MU Mucus M Bedekking van bevruchtingsteken CD Chitineplaatje Rugzijde CL Chitineplaatje Zijkant CS verbindingsstuk S Boog van bulbus

64 Scheiding bevruchtingsteken MU Mucus WS Uitrekken wans bulbus MS Bevruchtingsteken WD Opblazen wand bulbus

65

66 Darrenslacht Eind juli, augustus worden darren uit het nest verdreven Zodra nectar en stuifmeel dracht verminderd en een goede koningin aanwezig is 100 % Percentage uitgedreven darren Goede moer 90 %Goede moer met verminderde dracht 61 %Moerloos 58 %Moerloos met verminderde dracht Invloed van stuifmeel en nectar op verdwijnen van darren goede stuifmeelverzorging sinds 48 uur weinig stuifmeel sinds minstens 7 dagen te weinig stuifmeel stuifmeel gebrek sinds 2-4 weken Alle broedstadia aanwezig Geen darrenlarven Geen darreneitjes Eruit werken van alle darren 100 % 90 % 61 % 58 %

67 Genetische aspecten Aantal darren waarmee een koningin paart VerwantschapsrelatiesZustergroepen Regel van Hamilton VaderlijnenVerwantschap Paringen Levensvatbaar Broed Evolutionaire voordelen van Polyandrie Taakuitoefening\verdeling Conflicten

68 Aantal darren waarmee een koningin gepaard heeft Tellingen van de frequentieverdeling van diploide darren. Adams (17,25) Bepalingen van het aantal verschillende vaderlijnen plus verwantschap middels microsatelieten (Estoup 1994) De koningin gaat meerdere keren op bruidsvlucht. Een koningin paart met meerdere darren tijdens een bruidsvlucht. (Woyke 1955) Omdat darren 1,5-3,0 ml sperma ejaculeren en de bevruchte koninginnen bij terugkeer van een bevruchtingsvlucht 6,0-20,0 ml sperma in de oviducts hebben opgeslagen niet vermengd met mucus. (3-7darren) (Roberts 1944, Gary 1963) Genetisch gemarkeerde darren en koninginnen en nagaan van de nateelt.

69 Aantal zustergroepen Gemiddelde verwantschap 31%

70 Verwantschapsrelaties 0,5 0,75 0,25 Broer Neef Zoon Zusters

71 Zuster relatie De koningin heeft 50% van haar genen gemeen met de dar 50% van de genen van een werkster zijn afkomstig van de koningin en 50% van de dar. De genen van de dar zijn 100% gelijk aan die van de werkster. Gezien vanuit de werksters, met dezelfde vader hebben deze 50% van de dar en 25% van de genen van de koningin gemeenschappelijk, Superzusters zijn 75% verwant

72 Broer Zuster relatie Hoeveel % van de genen heeft een broer gemeen met zijn zus? De zuster heeft van vaders kant niks gemeen met haar broer. De zuster heeft van moeders kant 50% van haar genen doorgegeven. De genen van de dar komen voor 25% overeen met die van zijn zuster. Halfbroers bestaan niet zodat de verwantschap tussen een dar en een werkster altijd 25% is.

73 Zonen van de koningin Hoeveel % van de genen heeft een zoon gemeen met zijn moeder? Een dar heeft geen vader en al zijn genen zijn afkomstig van de moeder. Gezien vanuit de dar heeft hij 50% van de genen van moeders kant doorgekregen. Broers hebben 50% overeenkomstige genen.

74 Neven of zonen van werksters Hoeveel % van de genen heeft de zoon met zijn tante gemeen ? Van zijn moeder krijgt hij 50% van de genen. De zusters uit een zustergroep zijn voor 75% verwant. De genen van een neef komen voor 37,5% overeen met die van zijn zusters van zijn moeder uitdezelfde zustergroep Dus een verwantschap van 50% x 75%. De verwantschap van zonen van werksters met werksters neemt af bij toename van het aantal darren waarmee de koningin gepaard heeft.

75 Zus-broer relatie Een dar ontvangt alle genen van de koningin (100%) 50% van de genen van zijn zuster heeft hij dus gemeen met zijn zuster. Welk gedeelte van de genen heeft een werkster gemeen met haar broer ?

76 Van aantal vaderlijnen naar verwantschap n-1 n is het aantal werkster in de steekproef m =  pi is de relatieve verhouding van de dar i Nin de werkster populatie n ∑ pi² -1 m aantal darren waarmee gepaard is. i=1 1 1G is de gemiddelde genetische Ĝ= + verwantschap tussen werksters in 4 2 x meen volk. N Ĝ= ∑ pi[0,75pi + 0,25(1-pi)] i=n

77 Polyandrie 2. Grotere genetische variabiliteit in een volk Stabilere temperatuurregeling 1. haploide/diploide voortplanting, levert bij monandrie 50% kans op diploide darren Betere nestverdediging Betere arbeidsverdeling Lagere ziektegevoeligheid

78 Regel van Hamilton C= kosten of risico’s nemen toe met het aantal bruidsvluchten B= voordelen vanwege een betere aanpassing aan veranderende omstandigheden nemen toe bij kleinere verwantschap.

79 Levensvatbaarheid broed (1-1/k) 1/2n(1/k)(1-2/k)Variantien = aantal darren Gemiddeldk = aantal geslachtsallelen k = 2, L = 50% k = 11, L = 91% 2

80 Taakuitvoering Specialist is een werkster met een lage reactie drempel voor een taak. Aanbod van een taak of stimulans Taak wordt uitgevoerd zodra een reactiedrempel van de werkster is overschreden Reactiedrempel is genetisch bepaald en wordt gestuurd via hormonen die leeftijdsspecifiek zijn Verschillende zustergroepen zullen taken verschillend oppakken. Taak wordt niet uitgevoerd= hoge reactiedrempel

81 Altruistisch gedrag Door de koningin te ondersteunen in het groot brengen van zusters uit dezelfde groep en effectiever manier om eigen genetische eigenschappen te verspreiden vanwege de verwantschap van 75% dan om zelf nageslacht voort te brengen, wat maar 50% verwant is. Koningin is 50% verwant met een werkster Twee werksters met dezelfde vader zijn 75% verwant. Organismen streven tegen zo min mogelijk kosten zoveel mogelijk nageslacht te verwekken, haar eigen genetisch materiaal voort te reproduceren. Voorwaarde is dat een werkster verwanten herkent.

82 Conflicten Verklaring altruistisch gedrag werksters Werkstertoezicht Verhouding aantal darren en werksters Bevoordelen van verwanten

83 Werkstertoezicht volle zusters Werksters van een zustergroep controleren of eitjes niet afkomstig zijn van werksters uit andere zustergroepen halfzuster De verwantschap tussen werksters en darren van = 0,375 = 0,125 Werkster en neef Werkster en broer De verwantschap tussen = 0,15 = 0,25 Genetisch voordeliger om andere werkster te beletten eitjes te leggen. Werkster en zoon= 0,50 Eigen ei werkster gaat boven onbevrucht eitje koningin.

84 Verhouding darren en werksters Werksters Werkster en broer De verwantschap tussen = 0,30 = 0,25 Dochter Zoon De verwantschap tussen koningin en = 0,50 Koningin heeft geen voorkeur voor dar of werkster Een werkster heeft een voorkeur voor een werkster

85 Bevoordelen van verwanten Dit blijkt niet het geval ! Redcelkoningin bij voorkeur van werksterlarfjes van eigen zustergroep ? Verhouding redcelkoninginnen gelijk aan de frequentieverdeling werksters per zustergroep

86 Verwantschap Paringen 1 1r is de gemiddelde genetische R = + verwantschap tussen werksters in 4 2 x neen volk. n=6 dan is r=0.33 n=1 dan is r=0.75 n=∞ dan is r=0.25 n=8 dan is r=0.31

87 Teeltaspecten Darrenteelt Teeltkwaliteit Bevruchtings-,Teeltstations Kunstmatige inseminatie

88 Conclusies Darrenteelt is ook voor de gewone imker van belang Productievolken zonder chemische bestrijdingsmiddelen, via darrenraat of vangraten op peil houden. Darrenvolken goed behandeld tegen darren, dus niet van slingeren. Opzetten van bevruchtingsafleggers met teeltkoninginnen als productievolk en na selectie als darrenvolk voor het volgende jaar.


Download ppt "Darren Belangrijker, Interessanter dan u denkt 07-03-2005 Henk Kok www.nordined.nl/ktc.zip."

Verwante presentaties


Ads door Google