De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

13.3 SOORTEN VERANDEREN Evolutie. Leven op aarde  Aarde 4.5 miljard jaar oud  Eerst geen O2, dus geen leven  Cyanobacteriën (blauw algen) ontstaan.

Verwante presentaties


Presentatie over: "13.3 SOORTEN VERANDEREN Evolutie. Leven op aarde  Aarde 4.5 miljard jaar oud  Eerst geen O2, dus geen leven  Cyanobacteriën (blauw algen) ontstaan."— Transcript van de presentatie:

1 13.3 SOORTEN VERANDEREN Evolutie

2 Leven op aarde  Aarde 4.5 miljard jaar oud  Eerst geen O2, dus geen leven  Cyanobacteriën (blauw algen) ontstaan 3.5 miljard jaar geleden in het water.  Produceren zuurstof!  Er ontstond meer leven in het water.

3 Leven op aarde  2 miljard jaar geleden steeg de hoeveelheid O2 in de lucht.  De ozonlaag ontstond; houdt schadelijk uv-straling tegen.  400 miljoen jaar geleden eerste landbewoners  Alle organisme zijn voortgekomen ut de allereerste organismen op aarde!

4 Verwachtschap  Soorten die uit elkaar zijn ontstaan  verwantschapsschema.  Gemeenschappelijke voorouder  nauw aan elkaar verwant.

5 Gewervelde: 5 groepen  Vissen, water, kieuwen  Amfibieën, water/land, longen, eieren in het water.  Reptielen, nagels, eieren met leerachtige schaal op het land.  Vogels, warmbloedig, veren, eieren met kalkschaal.  Zoogdieren, warmbloedig, vacht, jongen drinken melk.

6 Soorten  Elke groep kun je onderverdelen in soorten.  Soort die nu leeft, is ontstaan uit vroegere soorten. Orka: voorouders waren landdieren

7 Soorten veranderen  Evolutie: het veranderen van soorten en het ontstaan van nieuwe soorten.  Charles Darwin  Variatie binnen elke soort.  Verschillende soorten veel nakomelingen hebben.  Niet alle nakomelingen planten zich voort.

8 Variatie  Variatie in eigenschappen (verschillen: lengte, huidskleur, oogkleur etc.)  Deel van die eigenschappen is erfelijk  ligt vast in DNA  Veranderingen in het DNA  Mutaties  Mutatie in voortplantingscellen kan voor een nieuwe eigenschap zorgen  zorgt voor variatie.

9 Natuurlijk selectie  Huisjes van tuinslakken  Lichtere slakken: voordeel  Dus meer gele slakken planten zicht voort.  Erfelijke eigenschap.

10 Berkenspanner

11 Overleven  Survival of the fittest  Alleen dieren die de omstandigheden (weer, ziektes, predatoren etc.) overleven, kunnen zich voortplanten.  Een soort past zich hierdoor beter aan, aan zijn omgeving.

12 Ontstaan nieuwe soorten  Galapagoseilanden: vinkenachtige vogels  Erfelijke variatie in snavelgrootte.  Eilanden verschillend  Natuurlijk selectie  Snavelvorm die bij de omstandigheden van het eiland past.  Isolatie

13 Nieuwe soorten ontstaan  Variatie in snavelgrootte  Snavelgrootte is erfelijk  Door verschil in voedsel treedt er selectie op  De vinken zijn van elkaar geïsoleerd.  Het duurt duizenden jaren voordat uit een soort een nieuwe soort ontstaat.

14 Victoria meer in-het-taganyikameer/#q=evolutie

15 Huiswerk  13. 3: Maken opdracht 8 t/m 23  leeft-voort/#q=evolutie leeft-voort/#q=evolutie


Download ppt "13.3 SOORTEN VERANDEREN Evolutie. Leven op aarde  Aarde 4.5 miljard jaar oud  Eerst geen O2, dus geen leven  Cyanobacteriën (blauw algen) ontstaan."

Verwante presentaties


Ads door Google