De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SLAAPQUIZ. DEEL 1: Algemeen Feit of fabel 1. Het risico op een val stijgt met de leeftijd.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SLAAPQUIZ. DEEL 1: Algemeen Feit of fabel 1. Het risico op een val stijgt met de leeftijd."— Transcript van de presentatie:

1 SLAAPQUIZ

2 DEEL 1: Algemeen Feit of fabel

3 1. Het risico op een val stijgt met de leeftijd.

4 2. Mannen vallen vaker dan vrouwen.

5 3. Vallen hoort bij het ouder worden, je kan hier niets aan doen.

6 4. Een val heeft meestal geen grote gevolgen.

7 5. Er zijn verschillende factoren die het risico op een valpartij kunnen vergroten.

8 Deel 1 Antwoorden

9 1. Het risico op een val stijgt met de leeftijd.

10 Juist In woonzorgcentra valt 30% tot 70% van de bewoners minimum 1 maal per jaar.

11 2. Mannen vallen vaker dan vrouwen.

12 Fout Er vallen dubbel zoveel vrouwen (30%) dan mannen (15%).

13 3. Vallen hoort bij het ouder worden, je kan hier niets aan doen.

14 Fout Er kunnen verschillende maatregelen worden ondernomen om het risico op een val te verminderen. Bv. voldoende bewegen, je ogen laten nakijken, stevig schoeisel dragen, niets op de grond laten slingeren,...

15 4. Een val heeft meestal geen grote gevolgen.

16 Fout Een val kan ernstige lichamelijke en psychologische gevolgen met zich meebrengen.

17 5. Er zijn verschillende factoren die het risico op een valpartij kunnen vergroten.

18 Juist Enkele belangrijke valrisicofactoren: Problemen met evenwicht, mobiliteit en spierkracht Medicatie Plotse bloeddrukval waardoor je duizelig wordt Problemen met het zicht Slechts schoeisel en problemen met de voeten Urineverlies Onveilige omgeving en onveilig gedrag Angst om te vallen

19 Juist Enkele belangrijke risicofactoren van vallen: Problemen met evenwicht, mobiliteit en spierkracht Medicatie Plotse bloeddrukval waardoor je duizelig wordt Problemen met het zicht Slechts schoeisel en problemen met de voeten Urineverlies Onveilige omgeving en onveilig gedrag Angst om te vallen

20 Risicofactor Medicatie (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen)

21 DEEL 2: (Slaap)medicatie

22 Feit of fabel

23 1. Medicatie heeft niet hetzelfde effect op ouderen als op jongeren.

24 2. Slaapmedicatie is de beste keuze bij een slaapprobleem.

25 3. Langdurig gebruik van slaapmedicatie is veilig. Je kan dit doen zonder bijwerkingen.

26 4. Je stopt best plots met slaapmedicatie. Afbouwen is niet noodzakelijk.

27 5. Er bestaan efficiënte alternatieven voor slaapmedicatie.

28 Kies het juiste antwoord

29 6. Wanneer stijgt jouw risico op vallen?  A Vanaf 2 medicijnen  B Vanaf 4 medicijnen  C Vanaf 6 medicijnen

30 7. Hoeveel procent van de bewoners in een woonzorgcentrum slaapt met een slaapmiddel?  A 25% (1/4)  B 33% (1/3)  C 50% (1/2)

31 8. Welke stelling is fout?  AMedicijnen die je zonder voorschrift kan verkrijgen of medicijnen op basis van kruiden (Vb. valeriaan), kunnen je niet duizelig maken.  BKalmeer- of slaapmiddelen kunnen je duizelig maken.  CMedicijnen moet je op het juiste tijdstip innemen.

32 9. Wat verhoogt het risico op vallen niet?  ASchoenen die achteraan open zijn  BHet innemen van slaapmiddelen of kalmeermedicatie of middelen tegen depressie  C Wandelen

33 DEEL 2: Antwoorden

34 1. Medicatie heeft niet hetzelfde effect op ouderen als op jongeren.

35 Juist Als je ouder wordt, treden er veranderingen in je lichaam op waardoor je lichaam anders gaat reageren op medicatie. Bij ouderen kan dezelfde medicatie anders werken dan bij jongeren.

36 2. Slaapmedicatie is de beste keuze bij een slaapprobleem.

37 Fout Een slaappil heeft op lange termijn meer nadelen dan voordelen. Slaapmedicatie lost de oorzaak van de slapeloosheid niet op. Probeer dus eerst een alternatief uit als je slecht slaapt. Of het verstandig is om slaapmedicatie te gaan nemen, zal je huisarts bepalen.

38 3. Langdurig gebruik van slaapmedicatie is veilig. Je kan dit doen zonder bijwerkingen.

39 Fout Slaapmedicatie is niet onschuldig. Het is af te raden om het langer dan 2 weken te nemen. Mogelijke bijwerkingen: -sufheid -vergeetachtigheid -een moe gevoel overdag -urineverlies -problemen met het evenwicht -een verhoogd risico op vallen

40 4. Je stopt best plots met slaapmedicatie. Afbouwen is niet noodzakelijk.

41 Fout Je lichaam geraakt gewend aan slaapmedicatie als je dit gedurende langere tijd gebruikt. Door plots te stoppen kunnen oude klachten weer terugkomen. Bouw slaapmedicatie ALTIJD geleidelijk af en steeds onder toezicht van een arts.

42 5. Er bestaan efficiënte alternatieven voor slaapmedicatie.

43 Juist Wanneer je slecht slaapt, kan het helpen om eerst een aantal alternatieven uit te proberen. Je pakt best de oorzaak van het slaapprobleem aan. Overleg dit met je arts.

44 6. Wanneer stijgt jouw risico op vallen?  A Vanaf 2 medicijnen  B Vanaf 4 medicijnen  C Vanaf 6 medicijnen

45 B Vaak stijgt het risico op vallen wanneer je 4 of meer verschillende geneesmiddelen inneemt. Deze kunnen elkaar tegenwerken of versterken, waardoor het risico op vallen stijgt.

46 7. Hoeveel procent van de bewoners in een woonzorgcentrum slaapt met een slaapmiddel?  A 25% (1/4)  B 33% (1/3)  C 50% (1/2)

47 C In de Vlaamse woonzorgcentra slaapt ongeveer de helft van de bewoners met een slaapmiddel.

48 8. Welke stelling is fout?  AMedicijnen die je zonder voorschrift kan verkrijgen of medicijnen op basis van kruiden (Vb. valeriaan), kunnen je niet duizelig maken.  BKalmeer- of slaapmiddelen kunnen je duizelig maken.  CMedicijnen moet je op het juiste tijdstip innemen.

49 A Medicijnen kunnen je slaperig maken. Ook medicijnen die je zonder voorschrift krijgt en medicijnen op basis van kruiden kunnen deze bijwerking hebben. Vraag advies aan je arts of apotheker.

50 9. Wat verhoogt het risico op vallen niet?  ASchoenen die achteraan open zijn  BHet innemen van slaapmiddelen of kalmeermedicatie of middelen tegen depressie  C Wandelen

51 C Het risico op vallen neemt toe wanneer je gebruik maakt van slaapmedicatie, kalmeermedicatie, medicatie tegen depressie en/of medicatie die de bloeddruk beïnvloeden. Wandelen of bewegen is juist aan te bevelen in het kader van valpreventie!

52 (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen) Voer deze oefening ofwel zittend ofwel staand uit Richt je voet naar beneden en richt vervolgens je voet naar boven Herhaal 10 maal voor elke voet Even bewegen: Lenigheidsoefening enkel

53 Sensibilisatiefilmpje 'Van slaappillen kan je vallen' (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen)

54 DEEL 3: Slapen Feit of fabel

55 1. Hoe ouder we worden, hoe minder slaap we nodig hebben.

56 2. Je moet minstens 8 uur per nacht slapen.

57 3. De uren slaap voor middernacht tellen dubbel.

58 4. Elke dag om 5 uur opstaan is niet gezond.

59 5. Uitslapen in het weekend helpt om slaap in te halen.

60 6. Elke avond rond hetzelfde uur gaan slapen en elke ochtend rond hetzelfde uur opstaan, helpt voor een goede nachtrust.

61 7. Je slaap zorgt enkel voor een lichamelijk herstel.

62 8. Je slaap beïnvloedt je lichaamstemperatuur.

63 9. Dromen zijn noodzakelijk voor de verwerking van alles wat er gedurende de dag gebeurt.

64 10. Als je slecht slaapt, ben je overdag sowieso slaperig.

65 11. Je overdag moe voelen heeft altijd een slechte nachtrust als oorzaak.

66 DEEL 3: Antwoorden

67 1. Hoe ouder we worden, hoe minder slaap we nodig hebben.

68 Juist Als je ouder wordt, verandert je slaappatroon en heb je minder slaap nodig. Zo kan je bijvoorbeeld een lichtere, onderbroken of kortere slaap ervaren. Dat is heel normaal.

69 2. Je moet minstens 8 uur per nacht slapen.

70 Fout Niet iedereen heeft 8 uur slaap nodig. Dat is voor iedereen verschillend. Kortslapers hebben aan 6 uur genoeg, terwijl langslapers 9 tot 10 uur slaap nodig hebben.

71 3. De uren slaap voor middernacht tellen dubbel.

72 Fout De eerste uren van je slaap zijn wel de belangrijkste uren, omdat dan de diepe slaap overheerst. Kruip je pas rond middernacht onder de wol, dan zijn vooral de uren tussen middernacht en ongeveer 3 uur belangrijk.

73 4. Elke dag om 5 uur opstaan is niet gezond.

74 Fout Ochtendmensen hebben er geen probleem mee om vroeg op te staan. Zolang je voldoende slaapt en overdag goed kunt functioneren, is er geen probleem om dagelijks om 5 uur op te staan.

75 5. Uitslapen in het weekend helpt om slaap in te halen.

76 Fout Uitslapen in het weekend verstoort je interne klok. Langer dan een uur uitslapen zorgt ervoor dat je slaapritme verschuift waardoor je ‘s nachts moeilijker in slaap geraakt.

77 6. Elke avond rond hetzelfde uur gaan slapen en elke ochtend rond hetzelfde uur opstaan, helpt voor een goede nachtrust.

78 Juist Door elke dag rond hetzelfde tijdstip op te staan en te gaan slapen, vermijd je dat je interne klok ontregeld wordt. Je lichaam krijgt ’s avonds automatisch het signaal dat het bijna tijd is om te gaan slapen, waardoor je makkelijker in slaap valt.

79 7. Je slaap zorgt enkel voor een lichamelijk herstel.

80 Fout Slapen zorgt voor zowel een lichamelijk als een geestelijk herstel. Het zorgt er voor dat je lichaam de nodige rust krijgt om fysiek te herstellen en je innerlijke batterijen worden opgeladen met nieuwe energie.

81 8. Je slaap beïnvloedt je lichaamstemperatuur.

82 Juist Tijdens je slaap daalt je lichaamstemperatuur. Je slaap beïnvloedt ook je spierspanning, hart- en ademhalingsritme, hormoonafscheiding, bloeddruk, energiepeil en immuunsysteem.

83 9. Dromen zijn noodzakelijk voor de verwerking van alles wat er gedurende de dag gebeurt.

84 Juist De hoge hersenactiviteit tijdens het dromen heeft een functie bij het opruimen, sorteren, opslaan en wissen van herinneringen. De droomslaap vervult daarmee een rol bij zowel het onthouden als het vergeten.

85 10. Als je slecht slaapt, ben je overdag sowieso slaperig.

86 Fout Als je slecht slaapt hoef je daar overdag geen last van te hebben. Je hebt pas een slaapprobleem als je overdag ook klachten ervaart zoals slaperigheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, somberheid,...

87 11. Je overdag moe voelen heeft altijd een slechte nachtrust als oorzaak.

88 Fout Ook voeding en beweging kunnen een invloed hebben op je lichaam. Gezonde en gevarieerde voeding geeft je meer energie en bewegen zorgt voor een fit gevoel.

89 (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen) Sta rechtop en plaats je handen ter hoogte van je heupen Zet 10 stappen zijwaarts naar rechts Zet 10 stappen zijwaarts naar links Herhaal Even bewegen: Stappen Alternatief: Ga rechtop zitten op het voorste gedeelte van de stoel en houd beide zijkanten van de stoel vast Stap ter plaatse

90 DEEL 4: Slaaptips Feit of fabel

91 1. Koffie drinken kan nog gerust tot een half uur voor het slapengaan.

92 2. Door een sigaret te roken voor het slapengaan, zal je sneller inslapen.

93 3. De ideale slaapkamertemperatuur is 18°C.

94 4. Een glas wijn voor het slapengaan zorgt ervoor dat je beter slaapt.

95 5. Een lichte snack voor het slapengaan zorgt voor een goede nachtrust.

96 6. Vanuit je bed naar tv kijken, helpt je om gemakkelijker in slaap te vallen.

97 7. Je piekergedachten neerschrijven voor het slapengaan is een goed idee.

98 8. Overdag twee uur slapen is goed om de dag fit door te komen.

99 9. Ontspannen voor het slapengaan is een aanrader om rustig te kunnen indommelen.

100 DEEL 4: Antwoorden

101 1. Koffie drinken kan nog gerust tot een half uur voor het slapengaan.

102 Fout Koffie en andere dranken met cafeïne zoals cola moet je vermijden voor het slapengaan. Dit zijn oppeppers die je terug doen wakker worden en dus een negatieve invloed hebben op je slaap.

103 2. Door een sigaret te roken voor het slapengaan, zal je sneller inslapen.

104 Fout Rook niet vlak voor je gaat slapen. De nicotine werkt stimulerend, waardoor je moeilijker in slaap geraakt.

105 3. De ideale slaapkamertemperatuur is 18°C.

106 Juist Een te koude of te warme slaapkamer kunnen je 's nacht uit je slaap halen.

107 4. Een glas wijn voor het slapengaan zorgt ervoor dat je beter slaapt.

108 Fout Alcohol verstoort het natuurlijke verloop van de slaap. Je voelt je misschien wat suf en hebt de indruk dat je gemakkelijker in slaap valt MAAR je slaapt minder diep en wordt vaker wakker zodat je ‘s morgens minder uitgerust bent!

109 5. Een lichte snack voor het slapengaan zorgt voor een goede nachtrust.

110 Juist Een hongersgevoel is niet bevorderlijk voor een goede nachtrust. ‘s Avonds een lichte hap is oké. Zware maaltijden en een volle maag voor het slapen zullen daarentegen je nachtrust verstoren.

111 6. Vanuit je bed naar tv kijken, helpt je om gemakkelijker in slaap te vallen.

112 Fout Tv, computer, gsm,... houden je actief en wakker. Vermijd het gebruik hiervan in het laatste uur voor je naar bed gaat.

113 7. Je piekergedachten neerschrijven voor het slapengaan is een goed idee.

114 Juist Wie in bed piekert, geraakt vaak minder goed in slaap. Voorzie een vast piekermoment in de vooravond zodat je in bed geen behoefte meer hebt om te piekeren. Als piekergedachten toch weer opkomen in je bed, probeer dan je aandacht te richten op iets positiefs en leuks.

115 8. Overdag twee uur slapen is goed om de dag fit door te komen.

116 Fout Een middagdutje mag maximum minuten duren. Toch is dit niet voor iedereen goed. Doe geen middagdutje als je ‘s avond problemen ondervindt met inslapen of doorslapen.

117 9. Ontspannen voor het slapengaan is een aanrader om rustig te kunnen indommelen.

118 Juist Bereid je lichaam rustig voor op de nacht. Ga pas slapen als je je ontspannen voelt. Vermijd spannende televisieprogramma’s of intensieve activiteiten. Kies voor een korte wandeling, een ontspannend boek, luister naar rustige muziek of doe ontspanningsoefeningen.

119 (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen) -Spieren aanspannen en loslaten. -Vlak voor je gaat slapen of als je ‘s nachts wakker ligt. -Zorgt voor ontspanning, waardoor je sneller de slaap zal vatten. Even ontspannen: spierontspanning

120 DEEL 5: Slaaptips Kies het juiste antwoord

121 1. Wat bevordert je nachtrust?  A ‘s Nachts het nachtlampje laten branden  B ‘s Nachts het nachtlampje uitdoen maar de gordijnen openlaten  C ‘s nachts het nachtlampje uitdoen en de gordijnen dichtdoen

122 2. Wat is geen goede gewoonte?  APas naar bed gaan als je je slaperig voelt  B Pas naar bed gaan als je eerst al wat geslapen hebt in de zetel  C Pas naar bed gaan na je vast slaapritueel

123 3. Wat moet je zéker doen als je ‘s nachts opstaat (bv. om naar het toilet te gaan)?  AEen kamerjas aantrekken  B Je bril opzetten  C Je slippers aandoen

124 4. Wat bevordert een goede nachtrust?  AEen verlichte klok naast je bed zetten  B Een niet-verlichte klok naast je bed zetten  C Geen klok naast je bed zetten

125 5. Wat bevordert je nachtrust?  A Slapen met het raam open  B Slapen met de verwarming aan  C Slapen met gesloten raam en zonder de verwarming aan

126 6. Wat zorgt voor een goede nachtrust?  AIn bed een boek lezen totdat je ogen vanzelf dichtvallen  B ‘s Avonds een grote hoeveelheid water drinken zodat je ‘s nachts geen dorst hebt  C ‘s Avonds een wandeling maken om te ontspannen

127 7. Welke uitspraak is fout?  A Overdag blijf je beter binnen zodat je niet kan vallen  B Overdag doe je best voldoende aan lichaamsbeweging  C Overdag ga je best regelmatig naar buiten

128 8. Wat doe je als je in bed ligt en je kan echt niet slapen?  ASta op en ga naar een andere kamer om iets ontspannends te doen  B Doe iets ontspannends maar blijf in je bed  C Sta op en doe een inspannende activiteit zodat je terug moe wordt

129 DEEL 5: Slaaptips Antwoorden

130 1. Wat bevordert je nachtrust?  A ‘s Nachts het nachtlampje laten branden  B ‘s Nachts het nachtlampje uitdoen maar de gordijnen openlaten  C ‘s Nachts het nachtlampje uitdoen en de gordijnen dichtdoen

131 C Zorg ervoor dat je slaapkamer zo donker mogelijk is. Ieder lampje of licht van buitenaf kan de kwaliteit van je slaap beïnvloeden. Als je ‘s nachts moet opstaan, is het wel goed om het licht aan te doen om je veilig te kunnen verplaatsen.

132 2. Wat is geen goede gewoonte?  APas naar bed gaan als je je slaperig voelt  B Pas naar bed gaan als je eerst al wat geslapen hebt in de zetel  C Pas naar bed gaan na je vast slaapritueel

133 B Ga pas slapen als je je slaperig voelt. Het is geen goed idee om eerst al in te dommelen in de zetel. Slaap enkel in je bed. Ontwikkel voor jezelf een vaste slaaproutine waarmee jij je dag afsluit en je lichaam een teken geeft dat het tot rust mag komen (bv. doe je pyjama aan, poets je tanden,...).

134 3. Wat moet je zéker doen als je ‘s nachts opstaat (bv om naar het toilet te gaan)?  AEen kamerjas aantrekken  B Je bril opzetten  C Je slippers aandoen

135 B Zet ‘s nachts zéker je bril op als je moet opstaan en kom pas uit bed als je helemaal wakker bent. Trek geen slippers maar gesloten en stevige pantoffels of schoenen aan als je rondwandelt. Zo kan je een nachtelijke val vermijden. Een kamerjas aantrekken zorgt ervoor dat je niet afkoelt.

136 4. Wat bevordert een goede nachtrust?  AEen verlichte klok naast je bed zetten  B Een niet-verlichte klok naast je bed zetten  C Geen klok naast je bed zetten

137 C Als je niet goed slaapt, is het zeer ontmoedigingd om ‘s nacht de uren te zien aftikken op de klok. Daarom is het beter om geen klok naast je bed te zetten. Kan je niet zonder, kies dan een niet verlichte klok. Het licht dat de klok uitstraalt kan je slaap immers verstoren.

138 5. Wat bevordert de nachtrust?  A Slapen met het raam open  B Slapen met de verwarming aan  C Slapen met gesloten raam en zonder de verwarming aan

139 A Het beste kan je het slaapkamerraam ’s nachts een kiertje openzetten. Dit zorgt voor ventilatie en frisse lucht én een betere slaap. Als je het te koud hebt ‘s nachts, neem dan een extra deken (en laat de verwarming uit).

140 6. Wat zorgt voor een goede nachtrust?  A In bed een boek lezen totdat je ogen vanzelf dichtvallen  B ‘s Avonds een grote hoeveelheid water drinken zodat je ‘s nachts geen dorst hebt  C ‘s Avonds een wandeling maken om te ontspannen

141 C Een rustige avondwandeling is een goede manier om te ontspannen voor het slapengaan. Indien je nog wilt lezen voor het slapengaan, doe dit dan elders. Zo kan je lichaam je bed associeren met slapen. Overdag veel water drinken is belangrijk maar vermijd om ‘s avonds nog veel te drinken. Het onderbreken van je slaap (vb. voor een toiletbezoek), verstoort je slaapkwaliteit.

142 7. Welke uitspraak is fout?  A Overdag blijf je beter binnen zodat je niet kan vallen  B Overdag doe je best voldoende aan lichaamsbeweging  C Overdag ga je best regelmatig naar buiten

143 A Binnenblijven doet het risico op vallen niet dalen. Daarentegen is lichaamsbewegen wel belangrijk om valpartijen te voorkomen. Overdag bewegen heeft ook een positief effect op je nachtrust. Ga ook regelmatig naar buiten. Buitenlucht en daglicht zorgen ervoor dat je interne klok stabiel blijft en geven energie.

144 8. Wat doe je als je in bed ligt en je kan echt niet slapen?  ASta op en ga naar een andere kamer om iets ontspannends te doen  B Doe iets ontspannends maar blijf in je bed  C Sta op en doe een inspannende activiteit zodat je terug moe wordt

145 A Wanneer je alle maatregelen hebt genomen en nog steeds ligt te woelen, ga dan uit bed en doe iets ontspannends. Blijf niet in bed om iets ontspannends te doen zodat je je bed blijft associëren met slapen. Doe ook geen inspannende activiteit want dit zal het inslapen nog bemoeilijken.

146 Hoe kan je meer bewegen elke dag? Intermezzo

147 Volg dagelijks een individuele oefentherapie bij kiné of ergo Speel met de kleinkinderen of een huisdier Ga wandelen met een andere bewoner, familie, verpleegkundige,… Neem deel aan beweegactiviteiten georganiseerd door het woonzorgcentrum (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie )

148 Geef vijf centrale personen die je kunnen helpen en tips kunnen geven om valpartijen te voorkomen en om slaapproblemen op te lossen. Intermezzo

149 Huisarts Kinesitherapeut Ergotherapeut Verzorgende of zorgkundige Verpleegkundige

150 (Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen) Om te kunnen ontspannen is een juiste manier van ademhalen heel belangrijk. Deze oefening kan je doen vlak voor je gaat slapen of als je ‘s nachts wakker ligt. Door te ontspannen zal je sneller de slaap vatten. Even ontspannen: Ademhalingsoefening

151 Bronnen voor het opstellen van de quiz. - Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen: - Milisen, K. et al. (2010). Valpreventie voor thuiswonende ouderen: Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen. Leuven: Acco. - Milisen, K. et al. (2012). Valpreventie in Woonzorgcentra: Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen. Leuven: Acco. - Christelijke mutualiteit: Doe-boek ‘Slaapwel’


Download ppt "SLAAPQUIZ. DEEL 1: Algemeen Feit of fabel 1. Het risico op een val stijgt met de leeftijd."

Verwante presentaties


Ads door Google