De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Publieke goederen en externe effecten

Verwante presentaties


Presentatie over: "Publieke goederen en externe effecten"— Transcript van de presentatie:

1 Publieke goederen en externe effecten
Hoofdstuk 13 Publieke goederen en externe effecten

2 Inhoud Publieke goederen Externe effecten
1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 1.2 Quasipublieke goederen 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen 1.4 Het vrijbuitersprobleem Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten De prijs van elektriciteit met of zonder co2

3 1. Publieke goederen 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 1.2 Quasipublieke goederen 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen 1.4 Het vrijbuitersprobleem

4 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie
Vrije markt is aantrekkelijk systeem om private goederen op zo efficiënt mogelijke wijze te produceren en verdelen Economische agenten kopen private goederen als bereidheid tot betalen groter of gelijk is aan prijs Voorkeuren komen tot uiting op de markt Bij (zuivere) publieke goederen ligt dat anders Niet-uitsluitbaar: onmogelijk om tegen redelijke kosten iemand van consumptie van goed uit te sluiten Niet-rivaal: marginale kost om publiek goed aan extra individu aan te bieden, is nul Bv. defensie, dijk Ook publieke goederen bij private bedrijven, bv. parking of verwarming in groot winkelcentrum

5 1. Publieke goederen 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 1.2 Quasipublieke goederen 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen 1.4 Het vrijbuitersprobleem

6 1.2 Quasipublieke goederen
Grijze zone tussen zuiver publieke en zuiver private goederen Bv. tunnels, zwembaden, wegen, parken,… Uitsluiting is in principe mogelijk Congestie is mogelijk, waardoor rivaliteit in consumptie ontstaat Begrip kan evolueren door technologische ontwikkelingen Clubgoederen Consumptie is niet-rivaal, maar laten uitsluiting toe Bv. abonnement Commons Consumptie is rivaal, maar zeer kostelijk om mensen uit te sluiten Bv. visvangst

7 Figuur 13.1: verschillende vormen van publieke goederen
pure private commons goederen sterk rivaal visbestanden in de voeding, oceaan drank (tonijn, walvissen, …) strand, mate van rivaliteit gevoelig voor congestie snelweg zwembad straat dijken, clubgoederen landsverdediging, kabelabonnement co2-emissiereductie niet-rivaal pure publieke goederen niet in principe makkelijk uitsluitbaar uitsluitbaar uitsluitbaar mate van uitsluitbaarheid

8 1. Publieke goederen 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 1.2 Quasipublieke goederen 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen 1.4 Het vrijbuitersprobleem

9 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen
Niet-rivaliteit heeft ingrijpend gevolg voor waardering Elke eenheid kan door iedereen tegelijk geconsumeerd worden Iedere consument hecht een waarde aan goed die gelijk is aan zijn individuele BTB Marginale maatschappelijke BTB is gelijk aan som van marginale individuele BTB Verticale som van individuele vraagcurven Ook hier is maximale welvaart grootst bij marginale kosten = marginale baten Marginale baten = maatschappelijke BTB Bv. dijk Bart & Lisa

10 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen
Samuelson-regel: voorwaarde voor optimale voorziening publieke goederen Geconsumeerde hoeveelheid is dezelfde Marginale BTB kan verschillen (hoger voor Lisa dan Bart) Fundamenteel anders bij private goederen Geconsumeerde hoeveelheden en kunnen verschillen Marginale BTB is identiek en gelijk aan marktprijs

11 Figuur 13.2: maatschappelijke bereidheid tot betalen voor een publiek goed
MBB, MK 7 MBBL + MBBB 6 MK 5 4 MBBl E 3 MBBB 2 1 100 200 300 400 dijkhoogte in cm = q*

12 1. Publieke goederen 1.1 Niet-uitsluitbaarheid en niet-rivaliteit in consumptie 1.2 Quasipublieke goederen 1.3 Maatschappelijk wenselijk aanbod van zuivere publieke goederen 1.4 Het vrijbuitersprobleem

13 1.4 Het vrijbuitersprobleem
Maatschappelijk gewenste hoeveelheid publieke goederen is gekend, maar wordt die ook aangeboden op de vrije markt? Bv. landbouwer in een polder vraagt om bijdrage aan dijk Speltheoretische analyse Polderbewoners beslissen in groep over strategie Slechts twee keuzes: betalen of niet Dominante strategie: niet betalen is altijd beste resultaat, ongeacht wat andere bewoners doen Dijk komt er niet, hoewel alle bewoners hem liever wel hebben Vrijbuitersprobleem Niemand kan van consumptie uitgesloten worden Neiging BTB verkeerd voor te stellen: ‘profiteren’ Overheidsinterventie

14 Tabel 13.1: het vrijbuitersprobleem bij publieke goederen 2 Externe effecten
strategieën voor andere polderbewoners t1: betalen t2: niet betalen strategieën v oor s1: betalen 3 1 landbouwer s2: niet betalen 4 2

15 1.4 Het vrijbuitersprobleem
Niet alle inwoners kiezen per se de niet-coöperatieve optie ‘warm gevoel’ door bij te dragen Nadelen van collectieve voorziening door overheid Bv. pacifisten betalen mee voor defensie Hoe individuele voorkeuren vertalen in beslissing voor hele gemeenschap? Sociale keuzetheorie, public choice en (new) political economy Beleidsmakers streven niet sowieso algemeen belang na Collectieve voorziening en financiering betekent niet noodzakelijk dat het goed ook door overheid moet geproduceerd worden

16 2. Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten

17 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie
Externe effecten of externaliteiten Sigaret, smartphone, bijen, fijn stof door auto’s,… Gedrag van economische agenten heeft rechtstreeks invloed op nut of productiemogelijkheden van een andere zonder dat daarvoor via de markt compensaties worden betaald Externaliteiten veroorzaken dus niet enkel marginale baat of kost voor de agent zelf, maar ook andere marginale baten en kosten elders

18 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie
Maatschappelijke kosten inschatten Stated preference-methodes Contingent valuation-methode Choice modeling-technieken Use value, existence value, bequest value Revealed-preference-methode Hedonic price-methode Bv. gebruikt voor schatten geurhinder door industriële installatie die slachtafval en kadavers verwerkt in Vlaanderen Woonhuizen zijn 12% goedkoper dan vergelijkbare huizen

19 2. Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten

20 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau
Vervuilende papierfabriek Perfect concurrentiële markt: evenwicht E waar marginale BTB = marginale (private) kost Maar: marginale private kost weerspiegelt niet kost externe effecten Inverse marktaanbodcurve vervat maw. niet de volledige maatschappelijke kost Bij negatieve externe effecten ligt MMK boven MK Bij positieve externe effecten ligt MMK onder MK P is Pareto-efficiënte punt, waar MMB = MMK Welvaartsverlies PBE bij marktuitkomst Overheidsinterventie is welvaartsverhogend Hoeveelheid vervuiling is niet nul!

21 Figuur 13.3: Pareto-efficiëntie met externe effecten
p, MMK, MK, MEK MBB, MMB X MMK = MK + MEK B P pp A (MK ) D pE E Y C V (MBB = MMB ) Z qP qE q

22 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau
Figuur 13.4 zeer vaak gebruikt in milieu-economie Horizontale as: hoeveelheid afvalstoffen die wordt geloosd Verticale as: marginale baat en kost van terugdringen vervuiling Kosten terugdringen aanvankelijk klein, worden alsmaar hoger Curve stijgt van rechts naar links Vervuilingsniveau LE is niet optimaal vanuit welvaartsstandpunt Gekleurde oppervlakte is welvaartsverlies zonder interventie Verschil tussen totale baat van terugdringen vervuiling (oppervlakte PELELP ) minus totale kost (PLELP) LP is Pareto-efficiënte vervuilingsniveau Instrumenten om negatieve externe effecten aan te pakken

23 Figuur 13.4: het ‘optimale’ vervuilingsniveau
MK, MB marginale kost van terugdringen van vervuiling marginale baat van terugdringen van vervuiling P E B LP LE hoeveelheid geloosde terugdringen afvalstoffen vervuiling

24 2. Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten

25 2.3 Uitstootnormen Hoeveelheidsrestricties of quota’s
Maximale productie- of uitstootnormen Riskeert te weinig rekening te houden met kenmerken bedrijf 2 papierfabrikanten: hoe inspanningen verdelen bij verschillende marginale reductiekosten? Gelijke verdeling is niet efficiënt Equimarginale kostenprincipe Bedrijven met lagere reductiekosten moeten meer inspanning leveren Marginale reductiekosten moeten gelijk zijn Bv. Broeikaseffect Differentiëren is aangewezen, maar moeilijk Informatie In realiteit vaak zelfde reductienorm voor iedereen

26 Figuur 13.5: het equimarginale kostenprincipe
MK, MB MK2 MK 1 D G PI H P2 E B C F lozing Q1 K Q2 LE afvalstoffen

27 2. Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe effecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe effecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten

28 2.4 Milieuheffingen Pigou (1912, 1920): Pigouviaanse belastingen
Externaliteitsprobleem corrigeren via heffingen Outputbelasting belasting per geproduceerde eenheid doet aanbodcurve verschuiven; laten samenvallen met MMK-curve spontaan Pareto-efficiënte hoeveelheid Emissiebelasting belasting per eenheid vervuiling kan leiden tot kostenefficiënte verdeling inspanningen Betalen van belasting Investeren in schone technologie

29 2.4 Milieuheffingen Hoe ver gaat bedrijf in investeringsprogramma?
Marginale regel: afwegen kostprijs vermijden volgende eenheid vervuiling en uitgespaarde milieubelasting Heffing t weerspiegelt marginale baat (OB) Zonder reductie-inspanning is milieufactuur OtELE Terugdringen vervuiling levert kostenbesparing op Blijft zo tot in LP = Pareto-efficiënt Uiteindelijke kost OtPLE In optimum zijn marginale reductiekosten gelijk voor alle bedrijven Winstmaximaliserend gedrag en uniforme heffing leiden tot kostenefficiënte verdeling Marktconform overheidsingrijpen Consumentenprijs stijgt

30 Figuur 13.6: milieuheffing en reductie-inspanning van een vervuilend bedrijf
MK MK P E t = B lozing LP LE af v

31 2. Externe effecten 2.1 Positieve en negatieve externe eff ecten in productie en consumptie 2.2 Pareto-efficiëntie bij externe eff ecten en het ‘optimale’ vervuilingsniveau 2.3 Uitstootnormen 2.4 Milieuheffingen 2.5 Verhandelbare emissierechten

32 2.5 Verhandelbare emissierechten
Antwoord op probleem dat er geen markt en geen prijs bestaat voor milieugoederen Europese emissiehandelsysteem sinds 2005 Globaal uitstoofplafond CO2 Uitgedeelde en geveilde emissierechten Flexibel: handel, evenwichtsprijs voor ton CO2-uistoot Uitstoot reduceren tot marginale reductiekost = marktprijs emissierecht Kostenefficiënte verdeling Bij gratis emissierechten geen transfer van bedrijven naar overheid Hoeveelheid uitstoot ligt vast, prijs niet Theorie vs. praktijk

33 Figuur 13.7: prijsverloop van co2-emissierechten in de EU
€ /ton co2 30 25 20 15 10 5 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Bron: eigen bewerking op basis van dagelijkse prijsgegevens van

34 3. De prijs van elektriciteit met of zonder co2
Kortetermijnaanbodfunctie Breedte = productiecapaciteit Hoogte blokje = marginale private kostprijs specifieke technologie Wind- en zonne-energie bv. quasi nul Vraagfunctie Piek Dal Competitief marktevenwicht Tijdens daluren: vraag helemaal gedekt door goedkoopste technologie. Tijdens piekuren moeten steekkoolcentrales bv. bijspringen Externe kosten (CO2) Volgorde centrales verandert: gascentrales voordeliger dan steenkool

35 Figuur 13.8: de kortetermijnaanbodcurve van elektriciteit zonder en met co2-prijs
(a) zonder co2-prijs (b) met co2-prijs (€/MWh) (€/MWh) co2 VD VP VD VP pP* co2 co2 pP steen- kool aardgas olie steenkool aardgas olie pD nucleair nucleair wind, capaciteit wind, capaciteit zon zon (MW) (MW)

36 3. De prijs van elektriciteit met of zonder co2
Belasten CO2-uitstoot leidt tot hogere marktprijs voor elektriciteit in piekuren Vraagcurve inelastisch op KT: hogere productiekost komt vooral bij consument terecht Voordelig voor producenten die met ‘propere’ energie werken Energiemarkt complexer dan dit voorbeeld Kerncentrales zijn bv. niet zo flexibel voor piekverbruik Steeds op volle toeren Negatieve prijs om elektriciteit toch kwijt te geraken Hernieuwbare energie afhankelijk van weer

37 Figuur 13.9: negatieve elektriciteitsprijzen: een illustratie
prijs (€/MWh) Vd steenkool aardags olie nucleair wind, capaciteit zon (MW) p < 0


Download ppt "Publieke goederen en externe effecten"

Verwante presentaties


Ads door Google