Vergelijkingen Minder dan moins + bijvoeglijk naamwoord + que

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
PASSÉ COMPOSÉ VERVOEGD MET ÊTRE
Advertisements

Grammaire chapitre 4 1 hv.
3 vwo+ Grammaire chapitre 2
Voltooid tegenwoordige tijd
Bezittelijk voornaamwoord
Grammaire thème 5 4 vwo.
Grammaire chapitre 2 2 havo/vwo.
Grammaire thème 6 4 vwo.
Havo 3 Grammaire chapitre 6.
Passé composé.
Franse Les Les 15 Vorige les & huiswerk Extra oefenen meew. Vw.
Franse Les Les 14 Vorige les & huiswerk Jacques Brel
Franse Les Les 18 Vorige les & huiswerk Zinnen maken / herhalen
 Monsieur Ibrahim la fin  Trientsje - présentation  Voyages unité 7  Unité 7 p. 54/55  San Francisco Chanson Aujourd’hui nous sommes le 4 février.
Grammaire chapitre 3 3 havo.
Franse Les Les 16 Vorige les & huiswerk Voyages unité 7 p. 55/56/57
Franse Les Les 17 Vorige les & huiswerk Voyages unité 7 p. 57
Vergelijkingen 2HAVO-VWO - Frans.
Franse Les Les 3 Vorige les & huiswerk Le loup est revenu
Franse Les Les 10 Vorige week Voyages p. 19/20 Les professions Verbes : avoir + faire Petite Marie Vorige week Voyages p. 19/20 Les professions Verbes.
Persoonlijk voornaamwoord met nadruk
Franse Les Les 3 Vorige week Qu’est-ce qu’il y a Voyages p. 9/10/11
Franse Les Les 6 Vorige les & huiswerk Toets unité 5
Franse Les Les 13 Vorige week Anne chapitre 2 Paris vu du ciel Sous le ciel de Paris Voyages p. 25 Pas de / peu de Bijv. naamwoord Vorige week Anne chapitre.
Hallo! Goedendag! Bonjour!
Franse Les Les 4 Vorige week Voyages p. 12/13 Il y a une fille … Vorige week Voyages p. 12/13 Il y a une fille … Nous sommes mercredi le 8 avril 2015.
Faire 3 VMBO - Frans.
Franse Les Les 4 Vorige les & huiswerk Voyages p. 40/41 Klokkijken
Het Bijvoeglijk Naamwoord
Franse Les Les 7 Vorige week Voyages p. 18/19 Verbe : avoir + faire
Venir 2 VMBO - Frans.
L’IMPARFAIT, LE PASSÉ COMPOSÉ, LE PASSÉ SIMPLE
DE AANVOEGENDE WIJS LE SUBJONCTIF [Audio p.1]
HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD
DE LIJDENDE VORM LA VOIX PASSIVE. De tegenwoordige tijd Een vorm van être + voltooid deelwoord Actif (= bedrijvend): François prépare le repas. Passif.
Het werkwoord être (= zijn)
Bijvoeglijk naamwoord Functie: zegt iets over het zelfstandig naamwoord voorbeeldde grote auto la grande voiture het blauwe boek le livre bleu.
Faire connaissance dialogues + exercices
Parler de sa région Parler de ses origines Parler de son weeken-end.
À/de+ bepaald lidwoord àin, naar, van, op, aan devan, uit bepaald lidwoordle, la, l’, les.
Franse Les Les 20 Vorige les Voyages unité 7 p. 56/57 moi non, moi si vergelijkingen p maken Vorige les Voyages unité 7 p. 56/57 moi non, moi si.
Franse Les Les 20 Vorige les Voyages unité 7 p. 56/57 moi non, moi si vergelijkingen p maken Vorige les Voyages unité 7 p. 56/57 moi non, moi si.
Imparfait Nederlands:onvoltooid verleden tijd voorbeeldIk keek een film. Wij waren in Frankrijk.
Unité 1 page 1/5/16/17 Quiz TPRS verhaal – histoire du chat bleu Unité 1 page 1/5/16/17 Quiz TPRS verhaal – histoire du chat bleu Nous sommes mercredi.
Unité 1 p. 12/13 – oef. 3 a/b/c Uitleg TPRS TPRS verhaal – introductie Unité 1 p. 12/13 – oef. 3 a/b/c Uitleg TPRS TPRS verhaal – introductie Nous sommes.
Unité 1 page 15/16 Les nombres TPRS verhaal – mini-histoires Unité 1 page 15/16 Les nombres TPRS verhaal – mini-histoires Nous sommes mercredi le 26 octobre.
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
TAALREGELS 33 DE VRAGENDE ZIN
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
DE PASSÉ COMPOSÉ de voltooid tegenwoordige tijd.
Franse Les – 1e jaar Les 10 Aujourd’hui nous sommes …. Unité 2 page 25
Franse Les – 1e jaar Les 9 Aujourd’hui nous sommes …. Unité 2 page 25
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
BIJWOORD.
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Hoofdstuk 2 Grammatica woordsoorten
Trappen van vergelijking
Benadrukt persoonlijk voornaamwoord
LES ADVERBES.
Vraag stellen A. Zonder vraagwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Stijlfouten.
Onregelmatig werkwoord être
Grammaire L’adverbe.
Klok kijken Hoe laat is het? Quelle heure est-il?
HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD
Twee gezegdes Er bestaan twee gezegdes:
Transcript van de presentatie:

Vergelijkingen Minder dan moins + bijvoeglijk naamwoord + que voorbeeld Hij is minder groot dan jij. Il est moins grand que toi. Sanne is minder knap dan zij. Sanne est moins jolie qu’elle.

aussi + bijvoeglijk naamwoord + que Net zo/Even als aussi + bijvoeglijk naamwoord + que voorbeeld Wij zijn net zo gelukkig als jij. Nous sommes aussi heureux que toi. Zij is even verliefd als hij. Elle est aussi amoureuse que lui.

plus + bijvoeglijk naamwoord + que Meer dan plus + bijvoeglijk naamwoord + que voorbeeld Ik ben groter dan Tom. Je suis plus grand que Tom. Julie is intelligenter dan Luc. Julie est plus intelligente que Luc.

Plaats De vergelijking komt op de plaats van het bijvoeglijk naamwoord: moins/aussi/plus ervoor que erachter Let op! Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan de eerst genoemde persoon aan.