De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Verloskunde hond Klas 4.3DP Schooljaar 2013-2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Verloskunde hond Klas 4.3DP Schooljaar 2013-2014."— Transcript van de presentatie:

1 Verloskunde hond Klas 4.3DP Schooljaar

2 Onderwerpen: Overwegingen voorafgaand aan het fokken? De oestrische cyclus Les 1

3 Overwegingen voorafgaand aan het fokken Nagaan voldoende tehuizen Nagaan voldoende tijd voor nest Controle stamboom /ras op erfelijke afwijkingen Lichamelijk onderzoek Vrij van geslachtsziekten Andere dekkingen voorkomen Vrouwelijk  mannelijk Inenten en ontwormen teef Overwegingen voorafgaand aan het fokken

4 De oestrische cyclus

5

6

7

8

9

10 HormoonBronDoelweefselPrimaire actie Gonadotrope Releasing Hormone (GnRH) HypothalamusAdenohypofyse (gonadotrope cellen) Stimuleert adenohypofyse tot afscheiding van FSH en LH Luteïniserend hormoon (LH) Adenohypofyse (gonadotrope cellen) OvariumStimuleert ovulatie, vorming van corpus luteum (gele lichaam) en afscheiding van progesteron Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) Adenohypofyse (gonadotrope cellen) OvariumStimuleert groeien follikels (cellen in wand groeiende follikels gaan oestrogenen aanmaken) ProlactineAdenohypofyse (gonadotrope cellen) Cellen borstklierenLactatie (aanmaak moedermelk), moedergedrag De oestrische cyclus

11 HormoonBronDoelweefselPrimaire actie OxytocineWordt gesynthetiseerd in de hypothalamus, opgeslagen in neurohypofyse; gesynthetiseerd door het corpus luteum Myometrium en endometrium van de baarmoeder, myo- epitheliale cellen (soort spiercellen) van de borstklier Contractie baarmoederwand, melksecretie (afgifte van melk) OestrogeenOvaria, tijdens zwangerschap ook in placenta Gehele voortplantingsorgaan (bereiden lichaam voor op de bevalling) en borstklieren Groei van het baarmoederslijmvlies, bronst ProgesteronCorpus Luteum en placentaEndometrium in baarmoeder, borstklier, myometrium, hypothalamus Secretie door baarmoederslijmvlies, remt GnRH afgifte, remt voortplantingsgedrag, onderhoudt de zwangerschap PGF 2a Prostaglandine Endometrium in baarmoeder Corpus luteum, myometrium baarmoeder, ovulatoire follikels Luteolyse De oestrische cyclus

12

13 Onderwerpen: Pathologie van de voortplanting Les 2

14 CEH – endometritis complex Ontsteking binnenbekleding wand baarmoeder; Onder invloed van progesteron ontstaan cysteuze veranderingen in het endometrium, lymfocyten infiltratie, weefseloedeem; Multipare teven, teven ouder dan 4 jaar, alle rassen; Open en gesloten pyometra; Chirurgische of medicamenteuze behandeling. Pathologie van de voortplanting

15

16 Schijndracht Geen dracht, wel verschijnselen; Bij de meeste teven 6 – 8 weken na loopsheid zwelling melkklierpakketten; Lichamelijke veranderingen en veranderingen in gedrag; Natuurlijk verschijnsel; Samenhang tussen afname progesteron en toename prolactine; Risico op ontstaan mammaetumoren en pyometra; Therapie: remmen prolactine secretie, OVH. Pathologie van de voortplanting

17 Vaginitis Komt op zichzelf voor en in combinatie met andere ziekten; Hond is gezond maar toont uitvloeiing (muceus, kleurloos); Soms vulva gezwollen; Oorzaak niet bekend (bacteriële infecties, hormonale invloeden, bouw vagina, rasgevoeligheid); Vooral bij jonge honden, teven zware rassen; Onderzoek door DA (AI, AO, uitwendig en inwendig onderzoek genitaalapparaat, bloedonderzoek, BO); Therapie afhankelijk van leeftijd en fase cyclus. Vaginitis teef Pathologie van de voortplanting

18 Mammaetumoren Meest voorkomende tumoren bij de hond; Bij oudere teef; Onderhuidse knobbels voelbaar onder de buik in de buurt van de tepels; Operatie (in combinatie met castratie); Onderzoek tumoren N.B. Na de 4 de loopsheid biedt castratie geen beschermend effect meer tegen mammaetumoren! Pathologie van de voortplanting

19

20 Stille loopsheid Loopsheid is niet zichtbaar Eigenaar merkt loopsheid niet op Risico: teef kan ongewild gedekt worden! Pathologie van de voortplanting

21 Onderwerpen: Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten Operatief: ovariëctomie, ovariohysterectomie, castratie Ongewenste dracht Les 3

22 Niet-operatief: Parenteraal (meestal) Oraal Medroxyprogesteronacetaat en Delvosteron® met de werkzame stof proligeston (de laatste geniet de voorkeur)  progestativa (progesteronderivaten) Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

23 Medroxyprogesteronacetaat Contra indicaties: Dieren die in de pro-oestrus, oestrus- of met- oestrusperiode zijn; Infectie van de genitaal tractus; Niet geslachtsrijpe dieren of drachtige dieren; Fokdieren; Dieren met mammatumoren, diabetes mellitus of dieren die lijden aan extreme vetzucht Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

24 Bijwerkingen: Acromegalie (overmatige groei bot- en bindweefsel) Haaruitval of haarverkleuring plaats injectie (subcutaan) Stimulatie proliferatie Tijdelijke gewichtstoename Stimulatie secretie-activiteit endometrium  CEH of pyometra Gedragsveranderingen Kans op diabetes mellitus Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

25 Proligeston Contra indicaties: Behandeling van dieren tijdens oestrus Niet geslachtsrijpe dieren Drachtige dieren Dieren met vaginale of uteriene infecties Dieren met mammaetumoren, diabetes mellitus en acromegalie Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

26 Bijwerkingen: Kaalheid of haarverkleuring (soms met atrofie) van huid en onderliggend weefsel rond de injectieplaats Pijnreactie direct na injectie Partus wordt bemoeilijkt door onvoldoende verstrijken cervix (bij dieren rond het begin, of tijdens graviditeit). Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

27 Hormoonpreparaat reu Geen medische indicatie Tegengaan ongewenst gedrag??? Tardak en vetadinon (zelden) Implantaat (Suprelorin: werkzame stof: deslorelin)  ½ jaar tot 1 jaar werkzaam. Effect kan goed beoordeeld worden. Niet-operatief: parenterale en orale hormoonpreparaten

28 Ovariëctomie (wordt voornamelijk toegepast Ovariohysterectomie In anoestrus (2-3 mnd na laatste loopsheid) Met en zonder therapeutische indicatie Operatief: ovariëctomie, ovariohysterectomie, castratie

29 Voordelen: Geen loopsheid meer Geen ongewenst dracht Indien vroeg gesteriliseerd minder kans op mammatumoren Geen kans op baarmoederontsteking Geen schijndracht Minder kans op suikerziekte en acromegalie Operatief: ovariëctomie, ovariohysterectomie, castratie

30 Nadelen: Operatierisico Grotere kans op overgewicht door tragere stofwisseling Verandering van vacht bij langharige dieren (stugger, steviger, pluiziger) Verhoogde kans op urine-incontinentie bij grote rassen (bij honden) Scherper karakter Operatief: ovariëctomie, ovariohysterectomie, castratie

31 Castratie mannelijk dier  verwijderen teelballen Indicaties: Ongewenst gedrag Ontsteking praeputium Prostaatvergroting Hardnekkige circumanaalkliertumoren Testikeltumoren Nadeel: toename gewicht, afname sluiting blaassfincter Operatief: ovariëctomie, ovariohysterectomie, castratie

32 Ongewenste dracht: 1. Alizin (aglepristone) : t/m 45 ste dag na dekking  induceert abortus binnen 7 dagen Bijwerkingen:  kortdurende pijnreactie en/of lokale ontstekingsreactie  behandeling vanaf 40 dgn na dekking  fysiologische verschijnselen partus  eerstvolgende oestrus na abortusinductie vindt in veel gevallen eerder plaats 2. Ovariohysterectomie Ongewenste dracht

33 Onderwerpen: Wanneer het best fokken? Natuurlijke dekking bij de teef Voordelen fokbegeleiding Bepaling ideale dektijdstip KI Ongewenste dekking Les 4 Wanneer het best fokken?

34 Tussen 2 en 6 jaar. 2 e of 3 e oestrus, na volledig normale cyclus. Vanaf 7 de jaar interoestrusintervallen (progressief) langer, kleinere nesten, geboorteproblemen, congenitale afwijkingen. Indalen testikels reu 10 dgn na geboorte, spermatogenese 5 mnd. Fokken vanaf 1 jaar. Sperma verzameling t.b.v. KI mogelijk. Wanneer het best fokken?

35 Kunstmatige omgeving Op dag paring wordt teef naar reu gebracht Speelgedrag na “voorstellen” Bij klikken staat teef paring toe na enige tijd Sta-reflex en houdt staart opzij, soms helpen Zaadlozing bestaat uit drie fracties, eerste fractie vóór bespringen teef 180 graden draaien na lozing fractie twee, stapt van teef af, penis blijft in vagina  gekoppeld staan Lozing derde fractie Natuurlijke dekking bij de teef

36

37 Fokbegeleiding  het opvolgen van de oestrische cyclus van de teef zodat men haar op het juiste moment kan laten dekken of insemineren en op die manier optimale bevruchtingsresultaten kan verkrijgen. Vooral voor professionele of semiprofessionele fokkers. 60% vruchtbaarheidsproblemen bij honden te wijten aan een verkeerd dek- of inseminatietijdstip, 40% veroorzaakt door pathologieën bij de reu of teef. Voordelen fokbegeleiding

38 Opvolging noodzakelijk wegens variatie in cyclus. P4-bepaling  5 – 7 dgn. na begin pro-oestrus  om de 2-3 dgn. bloedafname  betrouwbaar afhankelijk van methode. Bij deze methode houdt men de stijging van progesteron in de gaten. De concentratie zal op een gegeven moment sterk stijgen  dekken binnen 24 uur. Niet dekken op standaarddagen (op dag 12 en 14 na ontstaan bloedverlies)  vaak niet in fertiele periode (grote variatie cyclus en optreden ovulatie), dag 1 pro-oestrus kan vaak niet nauwkeurig bepaald worden door eigenaren. Natuurlijke dekking  noteren dag 1 vulvazwelling, bloedverlies, interesse reu  bepalen dag 1 oestrus  5-6 dgn. na pro-oestrus teasen  vanaf dag 1 oestrus om de dag laten dekken totdat ze geen dekking meer toelaat. Bepaling van het ideale dektijdstip

39

40 Kunstmatige inseminatie Wordt vaak toegepast; Vers of ingevroren Voordelen: Geen vervoer over grote afstanden Dieren hoeven niet in quarantaine Grotere genenpool, minder kans op overdracht en verspreiding ziekten Sperma van reuen die niet in staat zijn om een natuurlijke dekking uit te voeren Toe te passen bij moeilijk te dekken teven (vaginahyperplasie, niet blijven staan bij ovulatie) Nadelen: Verlies vitaliteit diepvriessperma Geen contracties vagina en baarmoeder om sperma vooruit te helpen Bepaling van het ideale dektijdstip

41 Ongewenste dekking Als de eigenaar op dit moment geen nest wil kunnen er 3 methodes toegepast worden: –Wachten tot 4 weken en vervolgens maakt men een echo. Soms is de teef niet drachtig en hoeft men ze niet te behandelen. Het geniet namelijk niet de voorkeur om een dier onnodig te steriliseren of te behandelen met hormoonpreparaten. Dit is in eerste instantie het advies dat uitgedragen moet worden! –Ovariohysterectomie in de vroege metoestrus (ongeveer 2 wkn na einde oestrus); –Toedienen injecties met Alizin (aglepristone): mogelijk t/m 45ste dag na dekking induceert abortus binnen 7 dagen  2 injecties met tussentijd van 24 uur. Bepaling van het ideale dektijdstip

42 Onderwerpen: Algemeen Normale graviditeit? Endocrinologie van de graviditeit en de partus Pseudograviditeit bij de teef Bepaling ideale dektijdstip Abnormale graviditeit Les 5 Normale en abnormale graviditeit

43 Bij ovulatie komt de eicel vrij en deze wordt opgevangen door het infundibulum van de eileider; Na bevruchting verblijft de eicel nog enige tijd in de eileider (duur verschilt per diersoort); Migratie gevolgd door implantatie; Embryonale ontwikkeling  amnion (pootjesblaas of slijmblaas) en allantoïs (waterblaas, vormt schokbreker voor de foetus en beschermt hem tegen trauma); Bij partus eerst breuk allantoïs, daarna amnion. Algemeen

44 Begin dracht moeilijk vast te stellen zonder hormonaal onderzoek  spreiding in bevruchting eicel; 6 e – 8 e na dekking zygoten in baarmoeder; Spacing treedt op; 14 e – 16 e dag p.c. implantatie (innesteling); Op 35 dagen: typische lichaamskenmerken hond te herkennen, ontwikkeling oogleden en uitwendige geslachtsbepaling is mogelijk; Op 40 dagen oogleden foeten gesloten, dragen te tenen nagels, haargroei, pigmentatie, optreden eerste verbening, vooral in de schedeltjes; Na ± 45 dagen loopt de verbening skeletdelen snel; Rond de 55 e dag is het haarkleed voltooid. Normale graviditeit hond

45 Drachtdiagnostiek: Toename lichaamsgewicht; Vergrote buikomvang; Melkpakketten gaan opzetten (bij teef na ongeveer zes weken); Tijdens de eerste maand van de dracht eet de teef minder, daarna eet ze juist meer. Soms is het zelfs nodig om de hoeveelheid voedsel dan over meerdere maaltijden te verdelen (dit eetgedrag zie je niet bij schijnzwangere teven). OOK ZICHTBAAR BIJ PSEUDOGRAVIDITEIT Normale graviditeit hond

46 Drachtdiagnostiek: 24 – 32 e dag en rond ± 45 e dag  buikpalpatie; Vanaf ± 45 e dag  röntgenologisch onderzoek; Vanaf 28 – 30 dagen  echo; Normale graviditeit hond

47 10 dagen na begin oestrus bereikt het progesterongehalte zijn piek tot ongeveer de 30 e dag; Vanaf 30 e dag geleidelijke daling van progesteron; Vlak voor de partus (± 24 uur) plotselinge concentratiedaling progesteron (bij niet drachtige teven meer geleidelijk en één week later); Luteolyse door PGF 2a; Prolactineconcentratie neemt toe in de tweede helft van de dracht, tijdens plotselinge concentratiedaling progesteron sterke toename prolactine. Prolactine: vergroten melkklierweefsel + aanmaak melk; Tegen einde graviditeit oxytocine: contracties baarmoeder, laten schieten van melk bij stimulatie door pups. Endocrinologie van de graviditeit en de partus

48 Geringe toename melkklieren normaal tijdens luteale fase, 4-8 weken na einde loopsheid; Bij sommige honden ernstige mate van pseudograviditeit, vertonen overeenkomst met verschijnselen late dracht of lactatie: - rusteloos, janken, piepen, likken onder buik, minder eten; - agressiviteit vs rustiger; - soms nestbouw: graven en slepen met voorwerpen; - Zijn bereid tot aanname vreemde pups en deze te verzorgen Symptomen kunnen variëren; Melk is van normale samenstelling; Pseudograviditeit

49 Pathogenese Prolactine speelt cruciale rol; Snelle daling progesteron tijdens regressie corpus luteum; Schijndracht ook bij teven gesteriliseerd tijdens de luteale fase  abrupte daling progesteron; Therapie Alleen bij ernstige gevallen; Dracht uitsluiten vóór instellen behandeling; Afleiding geven, remmen prolactinesecretie (medicatie); Pseudograviditeit

50 Achtereenvolgens komen aan bod: Vaginale uitvloeiing; Verlengde dracht; Abnormale graviditeit

51 Vaginale uitvloeiing: Vanaf 4 weken dracht uitvloeiing normaal (dradentrekkende opalescerende uitvloeiing); Etterige of bloederige uitvloeiing na einde loopsheid, al dan niet gecombineerd met algemene ziekteverschijnselen is reden voor nader onderzoek (afsterven, CEH, neoplasma’s); Bloederige uitvloeiing 1 e helft dracht, regelmatig lege ampul of een ampul met resten van een foet; Groene uitvloeiing bij de teef in de 2 e helft van de dracht  meestal abortus; Onderzoek: algemeen en gynaecologisch onderzoek (echografie, bacteriologisch onderzoek, vagina, bloedonderzoek); Therapie afhankelijk van bevindingen. Abnormale graviditeit

52 Verlengde dracht: Meestal bij kleinere nesten (1 – 2 pups). Ingrijpen op 63 e – 64 e dag; Bij 3 pups of meer kan gewacht worden tot de 66 e – 67 e dag (anamnese: verloop vorige geboorten, type teef, grootte bekken); Keizersnede of progesteron receptorblokkers. Abnormale graviditeit

53 Onderwerpen: Normale partus Abnormale partus Les 6 Normale en abnormale partus

54 Normale partus Goede nestplaats, warm (25 °C, tochtvrij en rustig, werpkist); Voeding aanpassen vanaf 5 e week % verhogen per week, puppyvoer of voer voor drachtige teven. Eventueel haren rondom tepels en perineum scheren of wegknippen; Let op gedragsveranderingen (onrust, nestbouw, graven en krabben, < eetlust dag partus, frequent urineren en defeceren dag partus, snel ademen en regelmatig willen drinken bij begin partus; Let op lichamelijke veranderingen (pre-partum hypothermie, slijmige uitvloeiing één of twee dagen voor partus, uitvloeiing bloederig en troebel en regelmatig schoonlikken  ontsluitingsfase, staart afhouden en persen  partus begonnen Normale partus

55 Vijf fasen: Voorbereidingsfase; Eerste fase van de bevalling (ontsluitingsfase); Tweede fase van de bevalling (uitdrijvingsfase); Derde fase van de bevalling (nageboortefase); Puerperium. Normale partus

56 Voorbereidingsfase: Daling plasmaprogesterongehalte en bij de teef lichaamstemperatuur; Ontspanning van vaginale en perineale weefsels ter voorbereiding op de geboorte. Normale partus

57 Ontsluitingsfase: Uteriene contracties (weeën); Teef soms onrustig en hijgt; Eventueel gebrek aan eetlust, braken en rillen. Normale partus

58 Uitdrijvingsfase: Weeën worden sterker; Foetus passeert bekkeningang, uteriene contracties worden ondersteund door de buikpers. Normale partus

59 Uitdrijvingsfase: Weeën worden sterker; Foetus passeert bekkeningang, uteriene contracties worden ondersteund door de buikpers; Niet meer dan 30 minuten persen op een pup  DA bellen; 1½ uur af en aan persen (zwak persen)  DA bellen Tussenpuptijd >2 uur  DA bellen Let op dat amnion breekt of opengescheurd wordt door moederdier; Gemiddeld 20 minuten na uitdrijving placenta; Jongen worden geboren met wisselende intervallen; Moederdier verzorgt jong, let op navelstreng! Normale partus

60 Nageboortefase: Afdrijven nageboorte ( bij honden meestal tijdens tweede fase); Na partus donkere uitvloeiing (bij honden groen)  week lang, hoeveel vermindert. Normale partus

61 Puerperium: Voortplantingsorgaan herstelt; Heldere, slijmerige uitvloeiing is mogelijk; Puerperium duurt 4-6 weken. Normale partus

62 Abnormale partus of dystocia: Hiermee wordt ieder probleem bedoeld dat zich tijdens de partus aandient. Belangrijk bij herkenning dystocia is om het verloop van een normale partus te kennen. Abnormale partus

63 Belangrijk bij beslissing al dan niet dystocia: Inschatting duur dracht; Opname rectale temperatuur bij teven; Veranderingen in gedrag bij begin partus; Tijdstip geboorte pups; Moment waarop voor het eerst persen werd waargenomen en de aard van het persen. Voorbeelden dystocia pagina 37. Abnormale partus

64 Onderzoek van een dier verdacht van dystocia: Anamnese: Worpgrootte; Duur van de bevalling(en); Eventuele ingrepen, zoals een keizersnede; Perinatale sterfte (sterfte rondom de geboorte); Dekdatum of –data; Vaderdier; Nest maken, hijgen, opvallend gedrag, temperatuursverloop; Uitvloeiing: sinds wanneer, kleur, hoeveelheid, consistentie; Tijdstippen geboorten, hulp?, doorgeborenen; Omgevingsfactoren. Abnormale partus

65 Algemene indruk: Onrust; Nest maken; Persbewegingen en verzorging jongen (primipare teven); Abnormale partus

66 Algemeen onderzoek: Ademhaling; Pols; Temperatuur; Huid, beharing, hoornige structuren; Slijmvliezen; Lymfeknopen. Abnormale partus

67 Onderzoek geslachtsapparaat: Inwendig: Vaginoscopisch onderzoek (ontsluiting) Vaginaal toucher: - vulva en omgeving schoon maken; - DA was en desinfecteren handen, glijmiddel; - voelen naar delen foetus, intreding in bekken; - para  teef voor hoog houden, buikpalpatie Abnormale partus

68 Onderzoek geslachtsapparaat: Uitwendig: Vulva en omgeving (vulvalippen en uitvloeiing, vestibulum vaginae); Abdomen (palpatie, auscultatie, percussie, RX of echo); Mammae: ontwikkeling melkklieren, aanwezigheid melk, controle mastitis bij ziek dier. Aanvullend onderzoek: RX en/of echo; Bloedonderzoek bij ziek dier; Abnormale partus

69 Indeling dystocia Dystocia materna (weeënzwakte primair en secundair, obstructie); Dystocia foetalis (te grote vrucht, abnormale geboorteligging  situs, positio, habitus) Verlossing bij dystocia foetalis: Normale verlossing; Abnormale verlossing; Sectio caesarea. Abnormale partus

70 Onderwerpen: Normaal puerperium Abnormaal puerperium Les 7 Normaal en abnormaal puerperium

71 Puerperium: de periode na de geboorte waarin het vrouwelijke geslachtsapparaat weer herstelt en teruggaat naar de oorspronkelijk staat. Het is belangrijk om het normale verloop te kennen en wat eventuele ziektebeelden zijn. Normaal puerperium

72 Direct na de geboorte perineum schoonmaken, jongen laten zogen; Nest even laten verlaten, eten; Diarree: door opeten nageboorten; Eerste twee weken veel in nest, daarna soms verlaten (verschilt per dier); Tegen tijd spenen moeder wat vaker bij het nest vandaan halen (indien ze dit zelf niet doet); Meer eten nodig tijdens lactatie, meerdere kleine maaltijden per dag! Hoeveel voeren: NORM: 1,25 – 1,5 x ONDERHOUD in de tweede helft van de dracht (als teef ondergewicht heeft eerder extra voer geven). Bij normaal verloop puerperium  goede gezondheid (fit, eetlust, urineert en defeceert normaal, voldoende melk geven, goede zorg en aandacht voor jongen. Normaal puerperium Nazorg na de partus

73 Teef niet te veel nageboorten laten opeten bij een groot nest; Na partus palpatie abdomen goed mogelijk, uterus is te voelen als een stevige dikwandige buis (eventueel oxytocine injectie  involutie), door zogen pups komt ook oxytocine vrij; In de eerste uren na de partus wordt de lengte van de uterus al snel minder (na enkele uren nog maar 10 – 15 cm), dikte uterus wordt geleidelijk minder (totale involutie duurt ± 3 maanden); Na de partus groenige uitvloeiing, gaat vrij snel over in rode uitvloeiing. Na 8 – 14 dgn. uitvloeiing lichter van kleur, vervolgens doorzichtig en slijmig. Na 3 weken volledig gestopt. Normaal puerperium

74 Ook wel puerperale tetanie genoemd; Vlak voor partus tot ± 32 dagen na de bevalling; Oorzaak: calciumtekort (voer / melk); Symptomen: snelle ademhaling, verhoogde pols, hijgen, soms koorts, verwijde pupillen, rusteloosheid, speekselen en stijf lopen  spiertrillingen, uiteindelijk tetanische krampen (zijde liggen, poten stijf van lichaam af en maken sidderende bewegingen, kaak kramptoestand)  dood Therapie: langzaam toedienen calciumborogluconaat intraveneus, om herhaling te voorkomen toedienen calcium oraal of subcutaan. Abnormaal puerperium Eclampsie

75 Soms bij teven na de partus; Teef is erg opgewonden, graaft nesten, sleept met pups; Eclampsie moet uitgesloten worden; Therapie: teef met veel geduld benaderen, er constant bij blijven. Abnormaal puerperium Hysterie

76 Uierontsteking, komt weinig voor bij teef; Meestal door trauma, vaak door het zuigen van de jongen; AI: afstoten jongen, minder aandacht voor jongen, algemeen ziek; Symptomen: gevoelige tot pijnlijk gezwollen, warme en harde uier die rood tot blauw van kleur is, melk gelig, roze of bruin door de ontstekingscellen en bloedcellen die erin zitten, schreeuwen van jongen; Therapie: antibiotica (eventueel infusen, warme kompressen, koorts en ontstekingsremmende medicatie, niet schadelijk voor pups), uier masseren en regelmatig leegtrekken; Voorkomen door goede voeding, verzorging, hygiëne van teef, lig-/zoogplek en omgeving, eventueel haren rondom tepels wegscheren. Abnormaal puerperium Mastitis

77 Agalactie: geen melkproductie Subgalactie: te weinig melk Hypergalactie: te hoge melkproductie Abnormaal puerperium Afwijkende melkproductie

78 Achterblijven van nageboorten, komt weinig voor; Eigenaar moet goed tellen hoeveel placenta’s afgekomen zijn; Symptomen: continu groenige uitvloeiing; Diagnose: palpatie, echo; Therapie: oxytocine; Vaak wordt na de geboorte een visite zuiveringsinjectie geadviseerd (oxytocine en antibiotica). Abnormaal puerperium Retentio secundinarum

79 Verwondingen ten gevolge van de partus aan het geslachtsapparaat kunnen voorkomen in de uterus en het craniale deel van de vagina. Ook kunnen ze voorkomen in het caudale deel van de vagina en in het vestibulum. Dit komt echter zelden voor! Abnormaal puerperium Verwondingen van het geslachtsapparaat

80 Onderwerpen: Direct na de geboorte Neonatale fase: dagen leeftijd Overgangsfase: 10 – 21 dagen leeftijd Eerste en tweede socialisatiefase Wat eet een pup Preventieve gezondheidszorg Grootbrengen met de hand Les 8 Na de geboorte

81 Breken vliezen; Doorknippen navelstreng; Op gang brengen ademhaling; Ontsmetten navelstreng; Controleren op palatoschizis (gespleten gehemelte); Hartjes en atresia ani; Warm leggen; Laten zogen. Direct na de geboorte

82 Doof en blind geboren; Wennen aan mensen (rust is belangrijk!); Geboortegewicht; Navelstreng; Oogjes en oren open. Neonatale fase: 0 – 14 dagen leeftijd

83 Voorafgaand aan socialisatiefase; Op onderzoek uit en wennen geleidelijk aan de twee zintuigen (zien en horen) die ze in deze fase erbij gekregen hebben. Overgangsfase: 10 – 21dagen leeftijd

84 Eerste: 3 – 12 weken leeftijd  belangrijk! Op ± 7 weken leeftijd worden de pups gespeend. Tweede: 12 – 6 maanden leeftijd  angstfase De eerste en tweede socialisatiefase

85 Vanaf 3 – 4 weken beginnen met aanbieden pap, na enkele dagen mengen met blikvoer, later alleen blikvoer; Vanaf 5 – 6 weken naast blikvoer brokjes aanbieden (eventueel weken); Tot 3 maanden 4x per dag eten; Vanaf 3 maanden 3x per dag eten; Vanaf 6 maanden 2x per dag eten; Diverse merken verkrijgbaar. Wat eet een pup?

86 Ontwormen; Vaccinaties; Ontwikkeling gebit Preventieve gezondheidszorg

87 Colostrum belangrijk; Kunstmelk geven van juiste samenstelling; Fles of maagsonde. Grootbrengen met de hand


Download ppt "Verloskunde hond Klas 4.3DP Schooljaar 2013-2014."

Verwante presentaties


Ads door Google