De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Fase 2 Het product. De start van je bedrijf In de eerste drie maanden van jouw student company ben je bezig met je team, het product dat jullie verkopen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Fase 2 Het product. De start van je bedrijf In de eerste drie maanden van jouw student company ben je bezig met je team, het product dat jullie verkopen."— Transcript van de presentatie:

1 Fase 2 Het product

2 De start van je bedrijf In de eerste drie maanden van jouw student company ben je bezig met je team, het product dat jullie verkopen en je bedrijf. In deze tweede fase staat je product centraal.

3 2. Het product Je team is gevormd en je weet van elkaar waar je goed in bent. Nu is het tijd om echt te gaan ondernemen. Om te ondernemen heb je een product nodig. Dit kunnen goederen of diensten zijn. Hoe verzin je nou iets waar klanten op zitten te wachten? Dat leer je in deze fase.

4 Inhoud Deze fase bestaat uit vijf onderdelen: 1.Inspiratie opdoen 2.Sociaal ondernemen 3.Productkeuze 4.Concurrenten 5.Productbescherming

5

6 Hoofddoel Je bent in staat een product te selecteren dat een probleem van je doelgroep oplost/verminderd.

7 Subdoelen Je leert wat sociaal ondernemen is. Je leert wat een doelgroep is. Je leert wat brainstormen is en brainstormt. Je kan haalbare ideeën selecteren. Je kan uitleggen waarom je een bepaald idee het beste vindt. Je weet of en hoe je jouw product kan beschermen en besluit of je dat kan/wil.

8

9

10 Manafuus Door middel van de ‘Manafuus’ zijn kinderen minder bang in het ziekenhuis.

11 QluchiQue Met QluchiQue kan je je mobiel onderweg opladen.

12 B-Yours B-Yours is een kookclip waarmee je overkoken voorkomt en waardoor je makkelijker kunt afgieten.

13 Inspiratie Maak opdracht 1. Bekijk op Mijn Jong Ondernemen voorbeelden van vorige student companies om inspiratie op te doen.Mijn Jong Ondernemen

14

15

16 Sociaal ondernemen Op welke manier betekenen jullie iets voor de maatschappij? Sociaal ondernemen betekent dat je als bedrijf een balans zoekt tussen mens en milieu.

17 Sociaal ondernemen Mens Doe vrijwilligerswerk uit naam van je student company. Betrek bepaalde doelgroepen bij jouw bedrijf, zoals allochtonen, werklozen of ouderen. Besteed bij inkoop van je producten aandacht aan de arbeidsomstandigheden waaronder producten en grondstoffen worden gemaakt.

18 Sociaal ondernemen Milieu Maak afspraken met je leverancier over de hoeveelheid verpakkingen die ze gebruiken. Geef klanten advies over hoe ze je producten op een milieuvriendelijke manier kunnen gebruiken. Denk na over welke verpakking je gebruikt voor je producten.

19 Sociaal ondernemen Maak opdracht 2. Bekijk hoe voorgaande student companies maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hoe dragen jullie bij aan mens en milieu?

20

21

22 Productkeuze Het kiezen van je product is een belangrijke stap tijdens Student Company. Je volgt een stappenplan. Aan het einde van het stappenplan heb je je definitieve product gekozen.

23 Productkeuze Stappenplan Bepaal je doelgroep Onderzoek je doelgroep Wat, Waarom, Wow Selecteer drie problemen Formuleer HKJ’s Bedenk ideeën Maak ideekaarten Kies je definitieve product

24 Productkeuze Bepaal je doelgroep Je doelgroep is de groep waarop je je richt met de verkoop van je product. Deze mensen hebben minimaal 2 gemeenschappelijke kenmerken. Bijvoorbeeld: Een groep studenten met overgewicht.

25 Productkeuze Bepaal je doelgroep Je brainstormt over doelgroepen. De brainstorm bestaat uit drie fases:  Fase 1: Noem zoveel mogelijk doelgroepen op. In deze fases oordeel je nog niet, je schrijft alles op.  Fase 2: Kijk naar de doelgroepen die jullie opgeschreven hebben. Welke vinden jullie interessant en waar wil je je graag op richten?  Fase 3: Houd maximaal drie doelgroepen over.

26 Productkeuze Bepaal je doelgroep Maak opdracht 3. Welke drie doelgroepen hebben jullie na de brainstorm over?

27 Productkeuze Onderzoek je doelgroep Het product dat je gaat aanbieden moet aansluiten bij de doelgroep; het moet een probleem van de doelgroep oplossen of verminderen. Je gaat de doelgroep onderzoeken om te weten welke problemen de doelgroep heeft. Eerst bedenk je waar de doelgroep tegen aanloopt. Later check je dit door met je doelgroep in gesprek te gaan.

28 Productkeuze Onderzoek je doelgroep Maak opdracht 4. Waar denk je dat je doelgroep tegenaan loopt? Waarom is dat een probleem, denk je? Wat denk je dat jouw doelgroep wil bereiken?

29 Productkeuze Onderzoek je doelgroep In opdracht 4 heb je bedacht waar jouw doelgroep tegen aanloopt en wat je denkt dat ze willen bereiken. In opdracht 5 ga je je doelgroepen onderzoeken. Je onderzoekt (maximaal) drie doelgroepen. Verdeel de taken: wie gaat wie ondervragen? Welke vragen ga je stellen?

30 Productkeuze Onderzoek je doelgroep Maak opdracht 5. Je kunt denken aan de volgende vragen:  Wat gaat u vandaag doen?  Hoe ziet een gemiddelde dag eruit voor u?  Waar loopt u tegenaan?  Welke problemen ervaart u op een dag?  Hoe zou u het graag willen?

31 Productkeuze Wat, Waarom, Wow Je bent te weten gekomen waar de verschillende doelgroepen tegenaan lopen. Deze problemen werk je uit op een ‘Wat, Waarom, Wow’ formulier. Je hebt verschillende doelgroepen onderzocht en een doelgroep kan meerdere problemen hebben. Je vult dus verschillende formulieren in.

32 Productkeuze Wat, Waarom, Wow Maak opdracht 6. Hoeveel ‘wat, waarom, wow’ formulieren hebben jullie ingevuld?

33 Productkeuze Wat, Waarom, Wow Maak opdracht 7. Bespreek met elkaar de ingevuld ‘wat, waarom, wow’ formulieren. Welke drie problemen houden jullie over? Waarom deze?

34 Productkeuze Formuleer HKJ’s Bij de overgebleven drie problemen formuleer je een hulpvraag. Een hulpvraag begint met HKJ. HKJ staat voor ‘Hoe Kun Je’. Voorbeeld:  ‘Hoe kun je, met onze kwaliteiten en talenten, ervoor zorgen dat de hond van mensen die overdag werken, overdag uitgelaten wordt?’

35 Productkeuze Formuleer HKJ’s Maak opdracht 8. Wat voor HKJ’s heb je geformuleerd?

36 Productkeuze Bedenk ideeën Brainstorm over de antwoorden op de HKJ’s. Doe dit weer in drie fases:  Fase 1: Noem alle mogelijke oplossingen voor het probleem die jullie kunnen bedenken.  Fase 2: Selecteer de oplossingen die het meest haalbaar zijn.  Fase 3: Schrijf de haalbare oplossingen op.

37 Productkeuze Bedenk ideeën Maak opdracht 9. Welke oplossingen gaan jullie verder onderzoeken? Waarom die?

38 Productkeuze Regels Voordat je je definitieve product kiest, bekijk je het reglement van Jong Ondernemen. Sommige producten mag je niet verkopen.

39 Productkeuze Regels Wat niet mag:  De verkoop of productie van alcoholische dranken.  De verkoop of productie van rookwaren.  De verkoop van levende dieren.  De verkoop of productie van wapens of gevaarlijke of illegale producten.  Het zonder enige toevoeging overnemen van de activiteiten van een junior- of student company uit de afgelopen jaren.  Het runnen van een uitzendbureau.

40 Productkeuze Regels Maak opdracht 10. Zorg dat je je aan de regels houdt.

41 Productkeuze Maak ideekaarten Vul van elke bedachte oplossing een ideekaart in.  Geef je ideekaart een titel.  Omschrijf de oplossing.  Leg uit waarom dit de oplossing is.  Leg uit wat het voordeel is voor de doelgroep.  Voeg er eventueel een foto/ tekening aan toe.

42 Productkeuze Regels Maak opdracht 11. Welke ideekaarten hebben jullie bedacht? Hoeveel zijn het er?

43 Productkeuze Kies je definitieve product Je hebt nu een stuk of tien ideekaarten. Uit deze ideekaarten kiezen jullie het favoriete idee.  Leg alle ideeën die uitvoerbaar zijn op 1 stapel.  Selecteer de ideeën die het meest winstgevend zijn.  Bekijk de stapel die je overhoudt nog eens.  Welk idee zou je het liefst willen uitvoeren?

44 Productkeuze Kies je definitieve product Maak opdracht 12. Wat wordt jullie definitieve product?

45

46

47 Concurrenten Breng je concurrenten in kaart. Sommige bedrijven doen hetzelfde als jij. Andere bedrijven doen niet precies hetzelfde, maar voorzien in dezelfde behoeftes van de klant.  Bekijk de website van je concurrenten  Ga langs bij de concurrent  Stel vragen aan je concurrent  Bekijk referenties over je concurrent

48 Concurrenten Maak opdracht 13. Wie zijn je concurrenten?

49 Concurrenten Maak opdracht 14. Vat je concurrenten samen. Waar zijn je concurrenten goed in? Waar kun jij je in onderscheiden?

50

51

52 Productbescherming Je hebt het idee bepaald. Is dit een innovatief idee? Dan kun je je idee misschien wel laten beschermen. De rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) helpt je hierbij.

53 Productbescherming Een octrooi aanvragen kan alleen als je een technische uitvinding doet die aan de volgende eisen voldoet:  Nieuw: het product is nergens openbaar bekend of gepresenteerd  Inventief: het product is vernieuwend en niet voor de hand liggend  Industriële toepasbaarheid: het is een functionerend product

54 Productbescherming Maak opdracht 15. Vragen jullie een octrooi aan? Waarom wel/niet? Welke stappen neem je nu?

55

56 Terugblik Je hebt fase 2 afgerond. Wat is een doelgroep? Waarom moet je brainstormen? Hoe maak je beslissingen?

57


Download ppt "Fase 2 Het product. De start van je bedrijf In de eerste drie maanden van jouw student company ben je bezig met je team, het product dat jullie verkopen."

Verwante presentaties


Ads door Google