De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Muziek CULTUUR VAN HET MODERNE 1 E HELFT 20 E EEUW VERSIE 02/2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Muziek CULTUUR VAN HET MODERNE 1 E HELFT 20 E EEUW VERSIE 02/2015."— Transcript van de presentatie:

1 Muziek CULTUUR VAN HET MODERNE 1 E HELFT 20 E EEUW VERSIE 02/2015

2 Modernisme - 1 e helft 20 e eeuw Zeer bewogen periode WO1 Economische crisis (jaren 30) Opkomst fascisme WO2

3 Stormachtige ontwikkeling van de kunstwereld  bestaande regels en uitgangspunten worden overboord gezet  wisselwerking tussen verschillende disciplines  opgejaagd door de politieke ontwikkelingen trekken kunstenaars door heel Europa  deel vlucht naar Amerika  Exotisme: groeiende belangstelling voor cultuur & volkeren buiten Europa  internationale avant-garde zoekt voortdurend de confrontatie in de kunst en maakt zich los van de maatschappij  Expressionisme:t uiten van hevige emoties en de innerlijke visie van de kunstenaar

4 Het Modernisme - Vooruitgangsgeloof  Begin 20 e eeuw: welvaart en technische vernieuwingen  Kunstenaars en wetenschappers: grenzeloos optimisme over de toekomst  Overtuigd dat ontwikkelingen niet snel genoeg konden gaan  Technische vooruitgang zou leiden tot een vreedzame, welvarende maatschappij voor alle burgers

5  Overal in Europa: ontstaan idealistische, vernieuwende kunstenaarsbewegingen zoals het futurisme, het Bauhaus en De Stijl  Stromingen geïnspireerd door maatschappelijke ontwikkelingen en de technische vooruitgang  Kunstenaars op zoek naar vernieuwing  Origineel willen zijn (uniciteit)  Onafhankelijk (autonomie)  Geloof dat kunst de wereld kan verbeteren (Utopie)

6 Het Modernisme - Vooruitgangsgeloof  Grote groep kunstenaars die bewust wilden breken met de traditie en op zoek gingen naar nieuwe vormen en onderwerpen, vatten we samen met de term modernisme.  Modernisme is meer een houding dan een kunststroming.  Zij die voorop lopen in deze beweging noemen we de Avant-Garde kunstenaars  sterke wens tot het vernieuwen van de kunst zelf  onderzoek naar de essentie van kunst: onderzoek naar vormgeving, abstractie, expressie en vervreemding

7 Kunstenaars raakten ervan doordrongen dat ze, als ze de kunst wilden vernieuwen, afstand moesten nemen van het idee dat er één (zichtbare) werkelijkheid bestond.  Van abstraheren naar abstractie

8 Inleiding Muziek eerste helft 20 e eeuw Ontwikkeling Moderne Klassieke muziek & ontstaan Jazz uit o.a. de Blues en Ragtime in Amerika

9 Moderne Klassieke muziek 1 e helft 20 e eeuw  Geldende regels worden losgelaten  ontstaan vele stijlen  ontwikkeling opname technieken (lp en later CD, MP3): internationale verspreiding  gevolg: het mengen van stijlen (muziek op school) 5.20minhttp://www.youtube.com/watch?v=mCngUrlJahY Expressionisme; Neoclassicisme; Minimal Music  Noteer de kenmerken van deze stromingen

10 Harmonieleer binnen de muziek  tot in Romantiek geldt alleen de harmonieleer van Jean-Philippe Rameau ( ) voor tonalemuziek  melodieën en akkoorden zijn samengesteld uit 7 (van de 12) tonen van de toonladder  Het menselijk gehoor is dat zo gewend sinds de 17 e eeuw  Consonanten (samenklank van tonen is in harmonie)  In de Romantiek krijgen mineur & majeur een belangrijke rol om steeds heftiger emoties te kunnen spelen  Steeds heftiger worden deze composities in de late Romantiek (Wagner, Strauss, Brahms)  Componisten komen aan de grenzen van de muzikale wetten  oplossing Debussy: toonladders uit andere culturen  Schönberg: Atonaliteit: definitieve breuk met de muzikale wetten

11 Expressionisme  Streven naar uiterst expressieve & emotionele klanken  uitersten zoals hysterie & krankzinnigheid  veel slagwerk & blazers in vreemde combinaties  atonaliteit (loslaten van traditionele tonale relaties, ontbreken tooncentrum)  Twaalftoonsprincipe (alle 12 tonen zijn gelijkwaardig)  Serialisme (noten, toonduur, sterkte, klankkleur in reeksen vastleggen)  Emancipatie van de dissonant (een samenklank die scherp klinkt)

12 Arnold Schönberg  Expressionistische muziek: Erwartung (1909)  Niet gemaakt om prettig in het gehoor te liggen  uitvergroting van emoties  Fragment Erwartung Vrouw meent het bebloede lichaam van haar geliefde te vinden: “Das ist er” Atonaliteit, niet gedwongen door de wetten van de harmonieleer

13 Atonaal - Schönberg  loslaten van traditionele tonale relaties  S: Kunst behoort tot het onbewuste. Men moet zich uitdrukken.  Breken met de regels van de Klassieke harmonieleer (leer v.d. klankrelaties)  Welke tonen liggen samen goed in het gehoor en welke niet  Atonaal klinkt “vals”  er is geen tooncentrum  Niet in een bepaalde toonsoort gecomponeerd  dissonanten = samenklanken van tonen die spanning oproepen

14 Twaalftoonsysteem – Schönberg 1923 (Dodecafonie)  Elke compositie is gebaseerd op 12 verschillende tonen  componist bepaald de volgorde voor ieder stuk  deze volgorde lijkt willekeurig, maar is zorgvuldig gecomponeerd  de tonen worden tegelijkertijd of na elkaar gebruikt  elke toon mag pas weer gebruikt worden als de hele reeks geklonken heeft  gebonden atonaliteit  partijen zijn gelijkwaardig/zelfstandig/onafhankelijk (geen hiërarchie)

15 Twaalftoonsysteem  De reeks van noten mag in 4 vormen worden toegepast: 1.De normale vorm 2.Achterste voren (kreeftgang) 3.Gespiegeld/ intervallen mogen omgekeerd(een stijgende trap wordt dalend en andersom) 4.Omkering van de kreeftgang Funf Pianostucke, Waltzer; opus 23; (2.50 min)http://www.youtube.com/watch?v=2lFZf69B2gQ

16 Vassily Kandinsky  Vergelijkbaar met de muziek van Schönberg moet het mogelijk zijn om ook in de schilderkunst de daar geldende regels los te laten  Niet de voorstelling maar kleur, lijn en vorm moeten op eigen kracht emoties oproepen bij de kijker  briefwisseling tussen Schönberg en Kandinsky

17 Eric Satie (1866 – 1925)  Muziek voor Parade (dans)  Jazz-achtige thema’s  Alledaagse geluiden: ratelende typemachine, loeiende sirene spelen belangrijke rol Petite fille Americaine:  Musique d’A-meublement (meubelmuziek)  muziek om niet naar te luisteren, maar achtergrondmuziek 

18 Béla Bartók  Hongaarse componist  inspiratie in primitievere vormen van kunst  3 manieren om volksmuziek te gebruiken: 1.Melodieën ongewijzigd overnemen, of voorzien van eenvoudige begeleiding 2.Componist kan zelf volksliedimitaties bedenken 3.Muziek schrijven die dezelfde sfeer ademt, maar zonder boeren-melodieën te imiteren  muziektaal vernieuwen door Westerse verworvenheden te verbinden met Oost-Europese volksmuziek  https://www.youtube.com/watch?v=JJX211eIxkU (Allegro Molto)https://www.youtube.com/watch?v=JJX211eIxkU

19 Arthur Honegger ( )  Zwitser, levend in Frankrijk  moderne technieken, stoomlocomotief als inspiratiebron Pacific 321 Orkest imiteert het geluid van een stoomlocomotief (3.40 trein)http://www.youtube.com/watch?v=rKRCJhLU7rs https://www.youtube.com/watch?v=svFA-m62iks

20 Ontwikkeling van de Jazz

21 Blues  Ontstaan eind 19 e eeuw in Amerika  Afkomstig van slaven die van Afrika naar Amerika werden vervoerd om daar op het platteland te werken  Tonen vaak expres onzuiver inzetten: “dirty intonation”  of naar de goede toon glijden  Slepend tempo  Inhoud: zorgen van het dagelijks leven  Work songs & Negro spirituals  (8min)http://www.youtube.com/watch?v=oeKxx-2hmEE

22 Blues – Work songs  slaven die vanuit Afrika naar het zuiden van Amerika werden gebracht om daar op het platteland te werken  om het werk enigszins vol te houden zongen zij liederen  ritme & tempo volgen de lichaamsbewegingen die nodig waren voor het werk  eenvoudige melodieën en teksten  voor- en nazang (voorzanger en koor)  Zingen over zware leven in slavernij; ook in gevangenissen  traag tempo  mineur: weergeven van de verslagenheid

23 Blues – Negro Spirituals  ook na het werk werd er veel gezongen  Gezangen uit de ziel; troost zoeken  Godsdienstige liederen, geloof in God bezingen  Opgewekt klinkend, hoop: melodie in majeur  houvast & uitlaatklep  voor- en nazang  Veel armoede onder slaven  Bouwden eigen instrumenten

24 Negro Spirituals  Rond 1920 trokken veel slaven naar de steden  Spirituals krijgen een meer stedelijk karakter: zingen over leven in de stad  vraag en antwoord tussen zanger en instrumenten

25 Ragtime “Hit the note twice”  Laat 19 e eeuwse Amerikaanse muziekvorm  Ragtime is één van de muzikale bronnen van de Jazz  Eerste genoteerde zwarte muziek  Pianostijl gespeeld in bars van New Orleans rond 1900 door zwarte pianisten  Lijfspreuk: Hit the note twice  Later bewerkingen voor blaasorkest  De stijl kenmerkt zich door een strakke baspartij terwijl de melodie hier ritmisch tegenin gaat. Het klinkt alsof de melodie net voor de begeleiding uitloopt of juist achter de begeleiding aangaat. Ze sporen in ieder geval niet samen. Hierdoor ontstaat het gevoel van ragged time: verscheurde maat.  Componisten: Scott Joplin, James Scott, Joseph Lamb  Maple Leaf Rag

26 Cakewalk en rond 1915 weer populair Dans op ragtime muziek, gestart op de plantages Dans waarin de zwarten spottend de highsociety dans van de blanken imiteren. Blanken vonden dit zo grappig dat ze wedstrijden organiseerden: De beste danser wint een Cake Ragtime dansen wordt in Europa een ware rage; muziek bij de stomme film (6.40)http://www.youtube.com/watch?v=LqpINmqxlsc uitleg cakewalkhttp://www.youtube.com/watch?v=T7DmFXjNDoM 1943http://www.youtube.com/watch?v=USHKKjcMdzc

27 Jazz (8.50; muziek op school)http://www.youtube.com/watch?v=bBx_A5de8bA  Uit welke muziekstijlen is de Jazz ontstaan?  Waar komt de naam Jazz vandaan?

28 Jazz  Muziekstijl die is ontstaan uit: Ragtime, Blues, Negro spirituals & Klassieke muziek  Ontstaan in New Orleans  Jazz = jas = straattaal voor seks  voor het eerst te horen in bordelen in de stad  Franse kolonisten, Spanjaarden, Mexicanen, Indianen, afstammeling van de negerslaven en avonturiers uit ‘t Noorden leven samen in zuiden van Amerika.  improvisatie

29  Jazz is verzamelnaam van diverse stijlen waaronder:  Boogiewoogie; voornamelijk piano, links strak ritme, rechts improvisaties  Swing (dansmuziek) gespeeld door Big Bands; lichte manier van spelen; jaren 30  Bebop; jaren 40, niet dansbare, complexere muziek, minder populair  Cool Jazz; ontspannen sfeer, lange solo’s  eind jaren 60: Fusion (jazzrock) mengelmoes verschillende stijlen

30  Muziek in kleinere bezetting (dan bijv. symfonie orkest)  splitsing in melodie en ritmesectie  ´swingende´ maat en veelvuldige tegen-ritmen  ritme speelt essentiële rol: verlegging of wisseling van accent syncope  vele improvisaties; flexibiliteit om in te kunnen spelen op wat een andere muzikant doet

31 Dixieland Rond 1915 Blanke orkesten imiteren de New Orleans-stijl: Dixieland

32 Extra info Over mineur & majeur Over instrumentengroepen in orkesten Over ontstaan Jazz


Download ppt "Muziek CULTUUR VAN HET MODERNE 1 E HELFT 20 E EEUW VERSIE 02/2015."

Verwante presentaties


Ads door Google