De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Toegepaste biologie O41 2014-2015 SOORTENKENNIS DEEL 1 VAN 3 Sat 2-1-2015: nog toe te voegen: Zilverschoon Zinkviooltje Zonnedauw Zwarte toorts Fazant.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Toegepaste biologie O41 2014-2015 SOORTENKENNIS DEEL 1 VAN 3 Sat 2-1-2015: nog toe te voegen: Zilverschoon Zinkviooltje Zonnedauw Zwarte toorts Fazant."— Transcript van de presentatie:

1 Toegepaste biologie O SOORTENKENNIS DEEL 1 VAN 3 Sat : nog toe te voegen: Zilverschoon Zinkviooltje Zonnedauw Zwarte toorts Fazant Grutto Kievit

2 “KRUISDISTEL (ERYNGIUM)”

3 Soortgroep Hoofd-biotoopAkkers en weide Uiterlijke kenmerkenMeestal blauw of wit Distelachtig met harde doornachtige bladeren 0,5 tot 1 meter hoog Zaadplanten Stelen van bloemschermpjes vrij kort Extra foto’s KENMERKEN KRUISDISTEL

4 “MADLIEFJE (BELLIS PERENNIS)”

5 Soortgroep Hoofd-biotoopAkkers en weide Uiterlijke kenmerkenEeuwige schoonheid Bladeren spatelvormig, rand gekarteld 1 bloemhoofdje, 2,5 cm Geen kelk Extra foto’s KENMERKEN MADELIEFJE

6 “MUSKUSKAASJESKRUID (MALVA MOSCHATA)”

7 Soortgroep Hoofd-biotoopAkkers en weide Uiterlijke kenmerken30 tot 70 cm hoog Lichtroze of wit Ruikt licht naar muskus Helpt tegen bijensteken Meerdere kopjes Handnervige, gelobde bladeren Extra foto’s KENMERKEN MUSKUSKAASJESKRUID

8  HOOFDFOTO GROTE KAARDENBOL

9 SoortgroepKlokjes- en Asterachtigen Hoofd-biotoopGrasland en ruigte Uiterlijke kenmerkenBloemkleur: lila, wit langwerpige bladeren getandde bladrand Extra foto’s KENMERKEN SOORTNAAM

10 GROTE KLIT

11 SoortgroepAsterachtige Hoofd-biotoopruigte, grasland en loofbossen Uiterlijke kenmerkentweeslachtig rood-paarse bloem 5 vergroeide kroonbladeren 5 aan elkaar gegroeide meeldraden rond blad, getandde bladrand Extra foto’s KENMERKEN GROTE KLIT

12 GROTE TEUNISBLOEM

13 Soortgroepgeranium- en vioolachtigen Hoofd-biotoopstuifduin en ruigte Uiterlijke kenmerkengele bloem gafe bladrand 4 kroonbladeren verspreidde bladstand Extra foto’s KENMERKEN GROTE TEUNISBLOEM

14 DOPHEIDE

15 Soortgroep Hoofd-biotoopGraslanden en heide Uiterlijke kenmerken- Naalden -Paarse bloem -Viertandige bloemkroon -hei Extra foto’s DOPHEIDE

16 ECHTE KAMILLE

17 Soortgroep Hoofd-biotoopGraslanden en heide Uiterlijke kenmerken-Wittestralenkrans -Grote geel bloemhoofd -20 – 40 cm hoog -Vijftandige buisbloempjes Extra foto’s ECHTE KAMILLE

18 ECHTE SLEUTELBLOEM

19 Soortgroep Hoofd-biotoopGraslanden en heide Uiterlijke kenmerken-Goudgeel (paars, roze of witte keweekte) bloem -Bestaat uit een bosje met uitgroeiende bloemen -Groene kelkbladeren Extra foto’s ECHTE SLEUTELBLOEM

20 TIMOTEEGRAS

21 SoortgroepPlanten Hoofd-biotoopGrasland, bermen en dijken Uiterlijke kenmerkenUiterlijke kenmerken: -Plantgrootte is 10 tot 150 cm. -De bladeren zijn ruw en lichgroen, 3 tot 8 mm breed en hebben een golvende rand. -De bloemen zijn tweeslachtig en geel/groen -De stengel is rechtopstaand. Extra foto’s KENMERKEN TIMOTEEGRAS

22 VELDSALIE

23 SoortgroepPlanten Hoofd-biotoopGrasland, rivierdijken Uiterlijke kenmerken-Plantgrootte is 30 tot 60 cm -De bladeren zijn eirond tot langwerpig en rimpelig met een gave rand. -De bloemen zijn tweeslachtig en donkerblauw of roze/wit van kleur -De stengel staat rechtop Extra foto’s KENMERKEN VELDSALIE

24 VELDZURING

25 SoortgroepPlanten Hoofd-biotoopGrasland, bossen Uiterlijke kenmerken-Plantgrootte 50 tot 100 cm -De bladeren zijn langwerpig-eirond en pijlvormig. De bladrand is gegolfd -De bloemen zijn eenslachtig en zijn donkerrood en witachtig groen van kleur -De stengel is rechtopstaand Extra foto’s KENMERKEN VELDZURING

26 reuzenberenklauw

27 Soortgroepplanten Hoofd-biotoopverstoorde, voedselrijke grond Uiterlijke kenmerkenZe kunnen aanzienlijke economische schade aanrichten wanneer ze akkers innemen. De plant scheidt een helder sap af dat stoffen bevat die door zonlicht geactiveerd worden. Wanneer er contact is met de huid, soms gewoon al door een blad aan te raken, ontstaan brandwonden De reuzenberenklauw plant zich bijzonder snel voort. Extra foto’s KENMERKEN REUZENBERENKLAUW

28 Rode klaver

29 Soortgroepplanten Hoofd-biotoopin het wild Uiterlijke kenmerkenRode klaver is een plant met een samengesteld, drietallig blad. De plant kan cm hoog worden. De stengel is behaard. De onderste bladeren zijn rond. In het midden van deze bladeren zit een lichte vlek. Extra foto’s KENMERKEN RODE KLAVER

30 Schapenzuring

31 Soortgroepplanten Hoofd-biotoopdroge, stikstofhoudende zand-, heide- en veengrond Uiterlijke kenmerkenDe plant wordt cm hoog. De 3-7 cm lange, spiesvormige bladeren zijn omgekeerd-eirond tot lijnvormig. Schapenzuring bloeit van mei tot de herfst met meestal groene of lichtrood aangelopen pluimen. Soms zijn ze donkerrood. Extra foto’s KENMERKEN SCHAPENZURING

32 Scherpe boterbloem

33 Soortgroepplanten Hoofd-biotoopWeilanden en langs de weg Uiterlijke kenmerkenHet blad is behaard. De onderste bladeren zijn handvormig en diep ingesneden. De onderste bladeren zijn vijf- tot zevendelig gedeeld. De plant bloeit van april tot in de herfst. De bloem is glanzend goudgeel, in doorsnede 1,5- 2,5 cm en heeft vijf kroonbladen. Er liggen behaarde kelkblaadjes tegen de kroon aan. Extra foto’s KENMERKEN SCHERPE BOTERBLOEM

34 Speenkruid

35 Soortgroepplanten Hoofd-biotoopvochtige gronden, langs natte bosranden en slootkanten Uiterlijke kenmerkenDe plant wordt tot 30 cm hoog en bloeit van maart tot mei. De hartvormige bladeren zitten aan het uiteinde van een lange bladsteel. De gele bloemen hebben acht tot twaalf kroonbladeren en drie groene kelkbladeren. Extra foto’s KENMERKEN SPEENKRUID

36 Speerdistel

37 Soortgroepplanten Hoofd-biotoop Uiterlijke kenmerkenDe plant wordt 60 tot 120 cm hoog. De bladeren lopen uit in lange gele stekels en hebben een iets omgerolde rand. De plant bloeit met 3-5 cm lange hoofdjes, die onder de paarse bloempjes zitten. De bloei duurt van juni tot eind september. Extra foto’s KENMERKEN SPEERDISTEL

38  HOOFDFOTO: “BLAASSILENE”

39 SoortgroepPlanten Hoofd-biotoopZonnige, open (pionier) tot grazige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende, vaak min of meer omgewerkte of verstoorde grond (zand, klei of mergel). Ook op zinkhoudende grond. Uiterlijke kenmerkenDe verticale stengels zijn onbehaard en komen op uit een gebogen, diep in de grond vertakte Wortelstol. Op de Knopen van de stengels zitten smalle, tegenoverstaande bladeren. Extra foto’s KENMERKEN SOORTNAAM

40  HOOFDFOTO BREM

41 SoortgroepPlanten Hoofd-biotoopZonnige plaatsen op voedselarme, droge, zure tot zwak zure, kalkarme en vaak omgewerkte grond (zand, leem, veen en löss). Uiterlijke kenmerkenDe Bloemen zijn goudgeel en ongeveer 2 cm lang. Ze vormen losse Trossen. De bloemstelen zijn ongeveer 1 cm lang. De Stijl is opgerold. Brem bloeit in mei en juni. Brem draagt een zwarte Peul van 2,5-4 cm lang. Alleen de randen van de peulen zijn behaard, de rest is kaal. Extra foto’s KENMERKEN SOORTNAAM

42  HOOFDFOTO “DAGKOEKOEKSBLOEM”

43 Soortgroep Hoofd-biotoopZonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende, humeuze, zandige grond (zand, leem en laagveen). Uiterlijke kenmerkenDe tot bijna een meter hoge plant heeft van mei tot september roze, tweehuizige bloemen met vijf diep ingesneden kroonbladen. De kelkbladen zijn buisvormig vergroeid tot een kelkbuis. De hoofdbloeiperiode valt in mei tot juni, maar in de herfst kan een tweede bloeiperiode plaatsvinden. De vrucht is een met tanden openspringende (dehiscente) doosvrucht. Extra foto’s KENMERKEN SOORTNAAM

44  HOOFDFOTO REUKGRAS

45 Soortgroepgras Hoofd-biotoopLichte bossen, veenheiden, duinvalleien, rietmoerassen Uiterlijke kenmerken10 tot 80 cm lang Recht opstaande, onvertakte stengel De bloeiwijze is een 2-8 cm lange, geelkleurige aarpluim met eenbloemige aartjes. De vrucht is een graanvrucht De oudere planten zijn te herkennen aan de toffee-achtige geur. KENMERKEN REUKGRAS

46 REIGERSBEK

47 Soortgroepkruid Hoofd-biotoopGrasland, akker Uiterlijke kenmerkenVeernervig, samengesteld blad De deelblaadjes zijn tot op een derde ingesneden, waardoor de bladrand sterk gelobd tot gekarteld is. De planten kunnen van cm hoog worden. Kroonbladen: paars/rood tot wit De vrucht is een eivormig nootje en heeft een 2,2-3,5 cm lange snavel KENMERKEN REIGERSBEK

48 PINKSTERBLOEM

49 Soortgroepkruid Hoofd-biotoopMoeras, grasland, loofbossen Uiterlijke kenmerkenDe 4 kroonbladeren zijn 8-15 mm lang en vormen een kruis kleur: wit/lila Over de kroonbladeren loopt een aantal (meestal vijf) donker paarse aderen. Tweeslachtig  6meeldraden, 1 stamper De meeldraden hebben gele helmknoppen en komen in 3paar voor. Extra foto’s KENMERKEN PINKSTERBLOEM


Download ppt "Toegepaste biologie O41 2014-2015 SOORTENKENNIS DEEL 1 VAN 3 Sat 2-1-2015: nog toe te voegen: Zilverschoon Zinkviooltje Zonnedauw Zwarte toorts Fazant."

Verwante presentaties


Ads door Google