De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Teksten en intertekstualiteit. 1. Inleiding Het leven van teksten Hoofdstuk 3!

Verwante presentaties


Presentatie over: "Teksten en intertekstualiteit. 1. Inleiding Het leven van teksten Hoofdstuk 3!"— Transcript van de presentatie:

1 Teksten en intertekstualiteit

2 1. Inleiding

3 Het leven van teksten Hoofdstuk 3!

4 De autonomie van de tekst? Bestaan literaire teksten op zichzelf? Hoe baken je ze af – waar trek je de grens? Literaire teksten (vs) beeldende kunst, muziek,… (cf. college over intermedialiteit) Literaire teksten (vs) andere (literaire) teksten Literaire tekst (vs) paratekst

5 De oorspronkelijkheid van de auteur? Is een literaire tekst het product van een individu? Cf. de literatuursociologische opvatting: groups create art – Vgl. Bourdieu: materiële versus symbolische productie Cf. probleem autonomie en originaliteit van de tekst

6 Joeri Lotman De esthetiek van de identiteit De esthetiek van de tegenstelling

7 Joeri Lotman De esthetiek van de identiteit – Navolging wordt gewaardeerd De esthetiek van de tegenstelling – Normafwijking wordt gewaardeerd

8

9 Opmerkingen Nuancering indeling Lotman Ongeacht het waardesysteem zijn teksten altijd deels conventioneel

10 2. Intertekstualiteit

11 De autonomie van de tekst? De conventionaliteit van taal De conventionaliteit van teksten

12 De conventionaliteit van taal De semiotiek Het arbitraire karakter van het taalteken (Ferdinand de Saussure) Taal als cultureel en sociaal product "Betekenis ligt nergens vast, naar wordt steeds door mensen gemaakt in hun interactie met de wereld." (p. 90) We praten anderen na (vgl. p. 94)

13 Conventionaliteit/originaliteit ‘Ik Julien Sorel waar was Madame Renal? Oons Betta, oons Hanna en oons Gedda? Ik übermensch wo war das über-den- menschensein? Niet lezen, maar werken jongen en fietsen in ‘t bos van Bookel Und ausradieren wollen wir die plutojudomarxisten band O den keerl dee nich werk’n wil, is ‘n jörr’ Fragment uit Bert Schierbeel, “Het boek ik”

14 Conventionaliteit/originaliteit ‘Ik vermaak de vijftien volgende uitroepen waarmee ik te lijf ben gegaan en die me weer te binnen schieten, te weten: kiekeboe! enig! zozo! koekoek! om de drommel niet! heedaar! verrukkelijk! boe! phoe! hopsa! precies! asta! hallo! wel verdorie! !’ Fragment uit Ivo Michiels, “Exit”

15 Conventionaliteit/originaliteit 'Kom beneden een pint drinken.' 'Ik mag geen alcohol drinken.' 'Drink dan water,of melk,of koffie.Vooruit,Hans.' 'Betaal jij?' 'Ik betaal.' 'Dan neem ik een pannekoek.' 'Ik heb niet veel tijd.; 'Dat geeft niet.Zodra je mijn pannekoek hebt betaald,mag je verdwijnen. Ik hou niet van jou.' Fragment uit Kristien Hemmerechts, Wit zand

16 De conventionaliteit van teksten Ook teksten hebben bepaalde conventies – Bijvoorbeeld: de brief – Bijvoorbeeld: het sonnet Ook "originele" teksten ervaren we als dusdanig in relatie tot andere teksten

17 Intertekstualiteit (I) Julia Kristeva (en anderen) „de manier waarop een individuele tekst in verband met andere teksten staat en zijn betekenis aan deze relatie ontleent“ (p.100)

18 Intertekstualiteit (II) „een literair procédé waarbij een nieuwe tekst een eerdere tekst of eerdere teksten op de een of andere manier citeert“ (p. 101) – Allusie – Creatieve navertelling – Pastiche – Parodie

19 Intertekstualiteit (II) „een literair procédé waarbij een nieuwe tekst een eerdere tekst of eerdere teksten op de een of andere manier citeert“ (p. 101) – Allusie – Creatieve navertelling – Pastiche – Parodie

20 Allusie ‘een tekst neemt verwijzingen op naar een eerdere tekst als onderdeel van de uitwerking van de eigen thematiek.’ (p. 101)

21 Allusie ‘k (niet te verwarren met meneer k) was geestig maar laag bij de grond omdat hij van nature plat was. hij schuifelde onder de spleten van de deuren en kietelde aan de tenen van de mannen. De vrouwen liet hij met rust. Hij vernoegde er zich mee onder hun rokken te kijken. Moest ik geestelijk hoger staan, dacht hij, ik zou haar mijn ware liefde betuigen.’ Uit Marcel Wauters, Anker en zon

22 Creatieve navertelling ‘Een tekst vertelt een bekend verhaal na, maar past het aan.’ (p. 101)

23

24 Pastiche ‘een schrijver volgt een eerdere tekst op zo’n manier na dat het eigene van de taal van de pretekst wordt geprofileerd’ (p. 101)

25

26 Parodie ‘een schrijver doet een pretekst na, maar dan wel op een komische manier’ (p. 102)

27 Parodie Voorbeeld: Team America Humor + kritiek

28

29 Parodie ‘Buiten de deur wikkelde de rechter langzaam de verpakking van wat twee vlezige witte vogels waren en onthulde hun twee borsten. Ik zag hoe hij zijn ogen opensperde en hoe hij tegen de twee kuikens begon te praten. “Wat hebben we hier? Twee stoute vogeltjes.”’

30 Parodie Jonge sla Alles kan ik verdragen, het verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in. Maar jonge sla in september, net geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee. (Rutger Kopland) Warme stront Ik kan een hoop hebbe, modder op me pijpe, kots op straat, een portiek met naalde stamp ik met droge oge doorheen, daar ben ik werkelijk hard in. Maar hondestront in oktober, net gelegd, warm nog, onder me zole, nee! (Ingmar Heytze)

31 Intertekstualiteit en de lezer ‘[…] de betekenis van individuele teksten [zit] niet alleen ‘in’ de tekst zelf […], maar meestal juist in de relatie tot een andere tekst waarmee de nieuwe tekst op verschillende wijzen in gesprek kan zijn. Hoe dat gesprek precies verloopt, is grotendeels afhankelijk van de voorkennis van de lezer.’ (p. 103) hypertekst

32

33 Intertekstualiteit nu De populariteit van remakes en citaten Esthetiek van de tegenstelling of identiteit???

34 3. De ondode auteur

35 Intertekstualiteit / plagiaat 1.Commerciële en technologische ontwikkelingen 2.Nieuwe opvattingen over het schrijven

36 De auteur is niet dood Schrijvers: sleutelrol op literaire veld => Levert de tekst, prijzen, publiek gezicht, etc. Nog altijd: biografische benadering & belangstelling biografieën ‘sommige schrijvers blijken ‘beter’ of ‘interessanter’ te schrijven dan de andere’ (vgl. p. 79, 109)

37 De auteur is niet levend Taal is conventioneel Teksten zijn conventioneel Intertekstualiteit Teksten in hun uiteindelijke verschijningsvorm: groepswerk It takes two to tango: teksten hebben een lezer nodig (vgl. p. 108 en elders)

38 4. De paratekst

39 Paratekst Gérard Genette Seuils (1987) – Paratexts. Tresholds of interpretation (1997) „De metafoor van de „drempel“ geeft aan dat de grenzen van een tekst niet scherpomlijnd zijn en dat men om toegang te krijgen tot de hoofdtekst over allerlei andere teksten heen moet stappen. De autonomie van de tekst moet dus worden gerelativeerd in het licht van het feit dat zijn grenzen niet waterdicht zijn.“ Peritekst (in het boek) versus epitekst (buiten het boek)

40 Epitekst Reclame in de media Interviews met de schrijver Recensies van het boek Egoducumenten Enzovoort

41 Peritekst Motto‘s Flapteksten Afbeeldingen en foto‘s op het voor- en achterplat (of: de voor- en achterflap) Pop-ups en hyperlinks (bij digitale teksten) Buikbandjes en stickertjes Annotaties / voetnoten Enzovoort

42 Spelen met de paratekst  Sommige schrijvers spelen met paratekst. Ze verzinnen zelf paratekstuele elementen.  ‘De lezer wordt op het verkeerde been gezet of onzeker gemaakt over de status van het verhaal (wat is nu ‘echt’ en wat is ‘verzonnen’?)’ (p. 87)

43

44 Spelen met de paratekst ‘[…] in de straat achter de synagoge drongen twee kogels door mijn been, dat geamputeerd moest worden.* Enkele dagen daarna […] * Het gerucht gaat dat de gevolgen van die verwonding heel ernstig waren. (Noot van de uitgever) Jorge Luis Borges, “Deutsches Requiem”

45 Spelen met de paratekst ‘Zonde en jammer dat zo’n meesterwerk onder het voorsnijdersmes moest sneuvelen, maar dat kon nu eenmaal niet anders. 1 De mond wil ook wat […] 1. De taart is eetbaar dankzij het mes, als ik Harry Mulisch mag parafrazeren. Gust Gils, “Op kosten van ‘t sterfhuis”

46 Spelen met de paratekst ‘Bericht: Gelijkenis met bestaande of bestaan hebbende personen en (of) toestanden heeft de schrijver zich enkel verbeeld.’

47 Spelen met de paratekst Een pornografisch verhaal, voorafgegaan door een proefschrift 'In en om het kutodelisch verschijnsel', waarmee student Stijvekleut promoveerde. Geïllustreerd met foto's.

48 Beekman, Flapteksten Bespreking artikel

49 Peritekst (paratekst) Opdracht: bespreking boeken

50 Casus Waardering en etikettering van de verhalenbundels Reptielen & Amfibieën en Bultaco 250 cc van Paul Snoek

51 Paul Snoek Paul Snoek zoals afgebeeld op de cover van zijn bundel Gedrichten (1971) 1933 – 1981 Pink Poets „Onder de naoorlogse dichters zijn er drie van formaat: Hugues C. Pernath, Hugo Claus en ik.“

52 Prozabundels Reptielen & Amfibieën (1957) Bultaco 250 cc (1971) Kwaak- en kruipdieren (1972) = herdruk Reptielen & Amfibieën (+ 1 verhaal uit 1958) & drie andere onderdelen

53 Flaptekst Bultaco 250 cc (1971) ‘Bultaco 250 cc bevat vijf verhalen, geschreven in de lente van Het is mijn eerste proza. Een nieuw debuut. Hoewel alle verhalen in de ik-vorm verschenen zijn en dus uiteraard auto-biografisch klinken wil ik hier wel vermelden dat ik nooit een café heb overgenomen en tot mijn spijt ook geen 4 miljoen heb gestolen. Dat gebeurt later nog wel. Deze verhalen zijn, hoop ik althans, een aanloop, opwarmingsoefeningen voor werk van langere adem. Want geloof me, het is ontzettend moeilijk als dichter, de kleine-afstand-loper bij uitstek, na meer dan vijftien jaar poëzie te hebben geschreven, over te schakelen naar andere disciplines, in mijn geval naar het proza. Ik moet er zelf nog aan wennen. Maar het gaat door. Ik laat u tijdig weten wanneer ik aanzet in de marathon.’

54 Verantwoording Kwaak- en kruipdieren (1972) ‘Vooreerst was het niet zonder veel aarzelen dat ik er in toegestemd heb mijn in 1957 bij De Bezige Bij verschenen boekje Reptielen en Amfibieën aan een herdruk te onderwerpen. (…) Ik zie dit boekje als een nederige verzameling stukjes, lees: typische tijdschriftbijlagen, alle in Podium of Gard Sivik gepubliceerd en damals geschreven door een dichter voor een klein publiek. Tijdens de jaren was het schrijven van kort proza zeer in de mode en meestal dichters waren in dit genre aktief. Ik noem Hugo Claus met zijn Natuurgetrouw(er), Jan Elburg met Alles in wonderland,zonder Jan Hanlo, Marcel Wauters, Simon Vinkenoog en Louis Paul Boon te vergeten. Vooral Gust Gils, onder wiens invloed ik de meeste van deze stukjes schreef, was de belangrijkste auteur van miniproza, dat men naderhand paraproza is gaan noemen. Gust Gils is ongetwijfeld de belangrijkste auteur in ons taalgebied die het kort proza tot een alleenstaand, authentiek genre in onze literatuur heeft bestendigd. (…) Het spreekt vanzelf dat men deze laatste, nieuw ogenomen bijdragen beter niet uit hun tijdsverband licht en dat de lezer het geheel van deze publikatie èn als proeve van miniproza èn als tijdsdokument niet mag overschatten, tenware hij daartoe behoefte zou voelen, wat ik hem of haar bij voorbaat vergeef. ‘

55 Opdracht R&A/K&K Het eerste verhaal van de bundel, ‘Iets over de Balmooz’ is opgedragen aan Boon (‘voor L.P. Boon’)

56 In het licht van de kritiek Janssen, M.S.S.E., In het licht van de kritiek. Variaties en patronen in de aandacht van de literatuurkritiek voor auteurs en hun werken. Hilversum, 1994.(http://hdl.handle.net/1765/7862)http://hdl.handle.net/1765/7862 Enerzijds strijd, anderzijds orchestratie ‘[…] de auteur is een belangrijke actor in het proces van literair-kritische meningsvorming over een werk.’

57 Sturende werking paratekst Critici nemen uitspraken over uit flaptekst, verantwoording,…

58 Recensies in dag- en weekbladen „DE VLAAMSE DICHTER Paul Snoek (geb. 1933) heeft zijn prozadebuut "Bultaco 250 cc" zo'n pakkend flaptekstje meegegeven dat we het, bij wijze van grote uitzondering, want flapteksten zijn bepaald niet onze favoriete lectuur, in zijn geheel overschrijven.“

59 Recensies in dag- en weekbladen Bultaco 250 cc 7 van de 8 verwijzen duidelijk naar de flaptekst (met of zonder bronvermelding) 6 van de 8 nemen de typering „prozadebuut“ over

60 Recensies in dag- en weekbladen (Reptielen & amfibieën) Kwaak- en kruipdieren Classificiering in de verantwoording wordt overgenomen

61 Essays en literatuurgeschiedenissen Korte bespreking


Download ppt "Teksten en intertekstualiteit. 1. Inleiding Het leven van teksten Hoofdstuk 3!"

Verwante presentaties


Ads door Google