De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

I NKOOPPRIJS, VERKOOPPRIJS, WINST, VERLIES Rekensprong les 110.

Verwante presentaties


Presentatie over: "I NKOOPPRIJS, VERKOOPPRIJS, WINST, VERLIES Rekensprong les 110."— Transcript van de presentatie:

1 I NKOOPPRIJS, VERKOOPPRIJS, WINST, VERLIES Rekensprong les 110

2 Een speelgoedzaak koopt 48 puzzels in voor 15 euro het stuk. Op een puzzel wil de handelaar 9 euro winst maken. Wat is de verkoopprijs van één puzzel ? IP per puzzel = 9 euro W per puzzel = 15 euro VP =IP + W Bewerking : = 24 Antwoord : Een puzzel kost € 24. Hoeveel winst maakt de speelgoedzaak als alle puzzels verkocht raken ? Bewerking :48 x 9 = =432 Antwoord : De totale winst is dan € 432

3 Wanneer de koopjesperiode aanbreekt, zijn er nog 14 puzzels in voorraad. De handelaar wil ze absoluut kwijt en verkoopt ze dan maar met 2 euro verlies per stuk. Wat is de promotieprijs ? VP =IP - V Bewerking : 15 – 2 = 13 Antwoord : De promotieprijs is dan € 13

4 Tinneke maakt 50 fruitspiezen. Op het einde van het schoolfeest verkoopt ze die voor 5 euro het stuk. Daarmee maakt ze 120 euro winst. Hoeveel had ze dan uitgegeven aan de ingrediënten ? Het bedrag dat ze uitgeeft aan de ingrediënten is IP VP W V IP =VP - W Bewerking : 50 x 5 = – 120 = 250 Antwoord : Ze had € 130 uitgegeven aan de ingrediënten

5 Riet kocht drie jaar geleden een fiets op de rommelmarkt. Nu is de fiets te klein voor haar. Maar Riet krijgt de fiets van oma. Ze verkoopt haar oude fiets, die ze op de rommelmarkt had gekocht, voor 45 euro aan een vriendinnetje. Daarmee maakte ze wel 28 euro verlies. Hoeveel had Riet dan betaald voor die tweedehandsfiets ? We zoeken dus naar IP VP W V Riet verkoopt met verlies. Dus : IP VP Bewerking : =73 Antwoord : Riet had € 73 betaald voor die tweedehandsfiets.

6 Tijdens een pannenkoekennamiddag verkoopt de jeugdbeweging voor euro aan pannenkoeken en drankjes. In totaal bedroegen de kosten euro. Is er winst of verlies en hoeveel ? Wat is de totale verkoopprijs ?VP = euro de totale kosten.De inkoopprijs komt overeen met IP =1 500 euro Als VP > IP is erWINST Bewerking : – 1500 = 570 Antwoord : Er is € 570 winst.

7 In boetiek Marjan kun je tijdens de uitverkoop 4 T-shirts kopen voor 14,50 euro per stuk. Marjan had die shirts ingekocht voor de prijs van 21 euro per stuk. Bereken de winst of het verlies voor de 4 T-shirts. VP per shirt =14,50 euro IP per shirt =21 euro Als IP > VP is erVERLIES Bewerking : 21 – 14,50 =6,50verlies per T-shirt 6,50 x 4 =26 Antwoord : Er is € 26 verlies voor de 4 T-shirts.

8 Hilde kocht op de rommelmarkt een juwelenkistje voor 3,50 euro. Toen ze het later aan een antiekhandelaar liet zien, bleek het veel maar waard te zijn. Hij kocht het van haar over voor maar liefst 150 euro. Hoeveel bracht dat Hilde op ? IP =3,50 euro VP =150 euro Als VP > IP is erWINST Bewerking : 150 – 3,50 = 146,50 Antwoord : Dat bracht Hilde € 146,50 op.

9 Een groentehandelaar koopt een lot appelen voor € 1,45 / kg. Hij wil graag 20 % winst maken. Wat is dan de verkoopprijs per kg ? Bewerking :20 % van 1,45 =1/5 van 1,45 =0,29 Als hij winst wil maken isVP > IP of VP < IP 1,45 + 0,29 =1,74 Antwoord : De verkoopprijs per kg is € 1,74.

10 Een autohandelaar had deze auto gekocht voor euro. Maakte hij winst of verlies en hoeveel ? € VERKOCHT VP =€ IP =€ Als IP > VP is erVERLIES Bewerking : – =1 400 Antwoord : De autohandelaar maakte € verlies.


Download ppt "I NKOOPPRIJS, VERKOOPPRIJS, WINST, VERLIES Rekensprong les 110."

Verwante presentaties


Ads door Google