De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vanaf 1870 beheersen 3 kwesties de Nederlandse politiek -kiesrechtstrijd -sociale kwestie -schoolstrijd Rond die 3 kwesties vindt in Nederland partijvorming.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vanaf 1870 beheersen 3 kwesties de Nederlandse politiek -kiesrechtstrijd -sociale kwestie -schoolstrijd Rond die 3 kwesties vindt in Nederland partijvorming."— Transcript van de presentatie:

1 Vanaf 1870 beheersen 3 kwesties de Nederlandse politiek -kiesrechtstrijd -sociale kwestie -schoolstrijd Rond die 3 kwesties vindt in Nederland partijvorming plaats (en verzuiling)

2 1 ste helft 19 de eeuw ontstaat de anti- revolutionaire stroming olv Groen van Prinsterer Deze stroming keert zich tegen de Franse revolutie en de Verlichting -tegen secularisatie -tegen het humanisme -tegen scheiding kerk- staat Leuze “tegen de revolutie het evangelie”

3 Zij werken samen met de conservatieven Vanaf 1870 anti-revolutionairen olv Abraham Kuyper (ex dominee) Hij gaat de protestanten organiseren → “ Klokkenluider van de kleine Luyden’’ Zijn bijnaam “Abraham de geweldige “ Hij was -hoofdredacteur van de Standaard (1874) -lid van de 2 de Kamer (vanaf 1874) -stichter van de A.R.P. (1879)

4 -stichter van de V.U. (1880) -stichter van de Gereformeerde kerk(1892) In de 19 de eeuw waren er in de protestante kerk 2 stromingen -rechtzinnigen (minderheid) -vrijzinnigen(meerderheid) Al 2 keer had een groep rechtzinnigen zich afgescheiden De Afscheiding De Doleantie Kuyper voegt die 2 samen tot de Gereformeerde kerk

5 Beginselprogramma van Kuyper -soevereiniteit in eigen kring -anti- these In 1908 ontstond de C.H.U. olv jonkheer De Savornin Lohman In 1918 ontstond de S.G.P. olv dominee Kersten -letterlijk nemen van de Bijbel -staat ondergeschikt aan de kerk -tegen emancipatie van de vrouw

6 1 ste helft 19 de eeuw protestant en katholiek vijandig tov elkaar -protestanten bang voor groeiend aantal katholieken(grote gezinnen) -protestanten bang voor verlies leidende positie -religieuze tegenstelling sinds de Reformatie Twee geloven op 1 kussen daar slaapt de duivel tussen

7 Katholieken werken dus samen met de liberalen (emancipatie → in 1848 gelijkheid van godsdienst) Na 1870 minder goede relatie met liberalen -liberalen voor scheiding kerk-staat (godsdienst is prive zaak) -paus veroordeelt liberalisme (1870 Syllabus errorum en 1891 Rerum Novarum) Toenadering tot de protestanten → monsterverbond (gemeenschappelijk doel) -anti-these -schoolstrijd

8 Katholieke partij ontstaat laat (kerk al goed georganiseerd) → in 1926 ontstaat de R.K.S.P. Grote leider in de 19 de eeuw is Schaepman Hij gaat samenwerken met de protestanten In 1888 eerste confessionele regering → Kabinet McKaay Katholieken gaan uit van het subsidiariteits- beginsel -alles moet in 1 ste instantie overgelaten worden aan de maatschappelijke krachten

9 -staat heeft aanvullende rol (als de maat- schappelijke krachten er niet uit komen) De samenleving is een organisch geheel Kleinste eenheid is het gezin (hoeksteen van de samenleving)

10 Het socialisme was in de 19 de eeuw revolutionair -positie van de armen/arbeiders was slecht -door het ontbreken van kiesrecht hadden ze geen politieke invloed De ideeën van Marx waren hun inspiratiebron In ontstond de S.D.B. (partij en vak- Bond) olv Domela Nieuwenhuis

11 -de apostel van de arbeiders/de verlosser -hoofdredacteur van “Recht voor allen” -organiseert de massa In 1886 in de gevangenis wegens majesteitsschennis(artikel in Recht voor Allen-koning gorilla) In 1888 gekozen in de 2 de Kamer → mislukt kamerlidmaatschap → Domela wordt anarchist

12 In 1894 ontstaat de S.D.A.P. olv Troelstra -hoofdredacteur van “Het Volk” -reformist/revisionist -streeft naar algemeen kiesrecht → parlementaire meerderheid → via wetten sociale rechtvaardigheid De 5 K’s -anti-kapitaal -anti-kerk (opium van het volk) -anti-koningshuis -anti-kazerne (pacifistisch) -anti-kroeg

13 In 1909 splitst zich de S.D.P. af olv Wijnkoop Dat wordt later de CPH en na WO II de CPN Zij houden vast aan de ideeën van Marx -revolutie (middel) -alle macht naar de arbeiders → gelijkheid

14 Als reactie op de partijvorming bij de andere stromingen ontstaat er ook een liberale partij, de Liberale Unie (1885) Eind 19 de eeuw splitst die zich in -oud liberalen nl Liberale Staatspartij -jong liberalen nl V.D.B. Oud liberalen houden vast aan het oorspronkelijke liberalisme Jong liberalen vinden dat een mens zich zo optimaal mogelijk moet kunnen ontplooien

15 Zij zijn daarom voor -algemeen kiesrecht (politieke invloed) -sociale wetgeving(beter bestaan)

16

17

18

19

20 ANTI REVOLUTIONAIREN CHRISTELIJK HISTORISCHEN -Gereformeerden -Gewone mensen -Samenwerken met de katholieken -Autoritaire leiding A.R.P. o.l.v. Kuyper -Nederlands Hervormden -Elite -Anti- katholiek -Minder strak georganiseerd C.H.U. o.l.v. De Savornin Lohman

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31


Download ppt "Vanaf 1870 beheersen 3 kwesties de Nederlandse politiek -kiesrechtstrijd -sociale kwestie -schoolstrijd Rond die 3 kwesties vindt in Nederland partijvorming."

Verwante presentaties


Ads door Google