De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen, Frank van Dongen 1 Werken aan de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse regio’s Symposium Ministerie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen, Frank van Dongen 1 Werken aan de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse regio’s Symposium Ministerie."— Transcript van de presentatie:

1 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen, Frank van Dongen 1 Werken aan de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse regio’s Symposium Ministerie van Infrastructuur en Milieu Den Haag, 4 #topsectoren

2 Waarom regio’s? Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 2

3 3 The world is spikey!

4 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 4 Stedelijke regio’s belangrijk voor concurrentiekracht Edward Glaeser: Steden sterk dankzij de globalisering Michael Porter: global-local paradox Agglomeratievoordelen Urbanisatievoordelen (massa + dichtheid) Clustervoordelen (specialisatie) - Labour market pooling - Input sharing - Knowledge spillovers

5 Vraagstelling ministerie Infrastructuur en Milieu DG Ruimte en Water (DGRW): –vertrekkend vanuit de SVIR, –behoefte aan een nadere verkenning van de mogelijkheden om met behulp van ruimtelijk beleid de concurrentiepositie te versterken van de negen stedelijke regio’s van nationaal belang: Welke ruimtelijke strategieën (nationaal en voor de betreffende regio’s) kunnen worden ontwikkeld om de internationale concurrentiekracht van Nederland te versterken? –Antwoorden gebruiken voor bepaling van de eigen rol DGRW en inzet in o.a. het werk aan de gebiedsagenda’s en het MIRT. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 5

6 Wat is nodig voor een excellent vestigingsklimaat? Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 6

7 Vier vragen voor een regionale concurrentiestrategie 1.Wie zijn de belangrijkste concurrenten van de bedrijven in de regio en waar zijn die gevestigd? 2.Welke vestigingsplaatsfactoren zijn belangrijk voor een goede concurrentiepositie? 3.Hoe verhoudt het vestigingsklimaat van de regio zich ten opzichte van dat, van de belangrijkste internationale concurrenten? 4.Welke regionale karakteristieken scoren relatief goed of juist slechter? Uitgangspunt = ‘Revealed competition’ (daadwerkelijke marktoverlap) bij export en aantrekken buitenlandse bedrijven/investeringen Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 7

8 8 Benchmarks Nederlandse regio’s en grensregio’s In navolging op de PBL studie naar de internationale concurrentiepositie van de topsectoren, waarin Noord- Holland, Zuid-Holland en Noord- Brabant centraal stonden, nu: alle 12 Nederlandse provincies en 10 Grensregio’s internationale-concurrentiekracht- van-de-nederlandse-regio’s

9 Welke sectoren nemen we mee in het onderzoek? 9 1.Landbouw 2.Voedingsmiddelenindustrie 3.Materialenindustrie 4.Hightechindustrie 5.Chemie 6.Energie 7.Groothandel 8.Logistiek 9.Financiële diensten 10.Zakelijke diensten Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

10 Welke regio’s nemen we mee in het onderzoek? 10  Onder regio’s verstaan we 256 Europese NUTS-2 regio’s. In Nederland zijn dit de provincies. De NUTS-indeling is een standaard van de EU en is door Eurostat opgesteld  De NUTS2-indeling beslaat meestal uit een of enkele centrale steden met hun ommeland, zodat deze regio’s vaak overeenkomen met agglomeraties of metropolitane gebieden  Basis voor deze keuze is de wens om zo veel mogelijk regionale differentiatie mee te nemen op het niveau van regio’s en aan te sluiten bij de internationale literatuur over regio’s. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

11 Welke vestigingsplaatsfactoren nemen we mee in het onderzoek? (totaal 29 factoren) 11  Urbanisatievoordelen: Massa en Dichtheid  Localisatie- en clustervoordelen: Concentratie en clustering  Netwerk oriëntatie (efficiency)  Openheid van de economie: Exportaandeel, vestigingen in buitenlandse handen (totaal en per sector)  Bereikbaarheid: Over de weg, congestie, connectiviteit door de lucht en per zeehaven  Arbeidsmarkt- en human capital factoren: Opleidingsniveau, participatiegraad, werkloosheid  Kennisinfrastructuur: Publieke en private investeringen in R&D, patenten en aanwezigheid Topuniversiteiten  Verdienvermogen (productiviteit): Bruto toegevoegde waarde  Kwaliteit leefomgeving: Levensverwachting Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

12 Belangrijkste concurrenten o.b.v. marktoverlap (fictief voorbeeld van export) 12  Grootste overlap in de export markten van Amsterdam en Parijs  Meeste concurrentie tussen Amsterdam en Parijs Amsterdam export Parijs export Wenen export

13 Drie voorbeelden Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 13

14 Voorbeeld 1: Export Voedingsmiddelenindustrie Overijssel Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 14

15 15 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

16 16 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

17 Conclusies Voedingsmiddelenindustrie in Overijssel 17 Ten opzichte van de belangrijkste concurrenten:  De bevolkingsdichtheid is relatief laag en de bevolkingsomvang is relatief gezien zeer beperkt Het aandeel buitenlandse bedrijven in de sector ligt sterk onder het gemiddelde De rangscore van de universiteit is relatief hoog De hoeveelheid private R&D is relatief laag en het aantal patenten is relatief beperkt De connectiviteit door de lucht ligt sterk onder het gemiddelde. De connectiviteit over de weg ligt iets boven het gemiddelde en de mate van congestie is iets bovengemiddeld De concentratie van de financiële dienstverlening ligt onder het gemiddelde. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

18 Voorbeeld 2: Aantrekken buitenlandse bedrijven/investeringen Hightech Noord-Brabant Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 18

19 19 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

20 20 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

21 Conclusies Hightech in Noord-Brabant 21 Ten opzichte van de belangrijkste concurrenten:  De bevolkingsdichtheid is relatief laag en de bevolkingsomvang is relatief gezien zeer beperkt Het aandeel van de regio in de totale Europese export ligt onder het gemiddelde De rangscore van de universiteit is relatief hoog De hoeveelheid private R&D is relatief gezien zeer hoog en het aantal patenten is relatief gezien zeer groot De connectiviteit door de lucht ligt onder het gemiddelde. De connectiviteit over de weg ligt boven het gemiddelde en de mate van congestie is relatief groot De mate van clustering van de sector is relatief gezien zeer beperkt. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

22 Voorbeeld 3: Export Landbouw Limburg Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 22

23 23 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

24 24 Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

25 Conclusies Landbouw in Limburg (NL) 25 Ten opzichte van de belangrijkste concurrenten:  De bevolkingsomvang is relatief gezien zeer beperkt Het aandeel buitenlandse bedrijven in de sector ligt sterk boven het gemiddelde* De rangscore van de universiteit is relatief gezien zeer hoog; De hoeveelheid private R&D is relatief gezien zeer hoog en het aantal patenten is iets bovengemiddeld De connectiviteit door de lucht ligt iets onder het gemiddelde. De connectiviteit over de weg ligt boven het gemiddelde en de mate van congestie is relatief groot Het bruto regionaal product per inwoner ligt iets boven het gemiddelde De efficiëntie van het netwerk van de sector is iets ondergemiddeld. *(In de Landbouw zijn er over het algemeen weinig buitenlandse bedrijven) Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen

26 Notitie ‘Werken aan de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse regio’s’  Wanneer we alle benchmarks doorlopen valt een aantal zaken op. Deze noties hebben we in een aparte notitie beschreven.  internationale-concurrentiekracht- van-de-nederlandse-regio’s internationale-concurrentiekracht- van-de-nederlandse-regio’s Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 26

27 Wat valt op, alle benchmarks overziend?  Nederlandse regio’s missen agglomeratiekracht  Nederlandse regio’s blijven achter in private kennisinvesteringen  De bereikbaarheid van de Nederlandse regio’s is gunstig (maar wel relatief veel congestie)  Clusters zijn geen gouden regels voor succes (Nederlandse clusters zijn relatief klein).  Investeringen voor een concurrerend vestigingsklimaat zijn regio- en sectorspecifiek (maatwerk). Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 27

28 Vier noties bij een regionale concurrentiestrategie 1.‘Borrowed size’ en ‘borrowed qualities’ 2.Contramal strategie 3.‘Spelen in je eigen league’ 4.Regionaal weerstandsvermogen Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 28

29 ‘Borrowed size’ en ‘borrowed qualities’ Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 29  Nederlandse regio’s missen agglomeratiekracht  Nabijgelegen steden/agglomeraties kunnen elkaar versterken. Cruciaal: leen de kracht van je buren, bijvoorbeeld op het vlak van massa/dichtheid (=borrowed size);  Hetzelfde geldt voor ‘qualities’, bijvoorbeeld ‘kennis’ of ‘internationale connectiviteit’  Verbindingen tussen regio’s zijn daarvoor cruciaal.  Centrale vraag: Wat zijn de cruciale verbindingen (fysiek en organisatorisch) die agglomeratiekracht ondersteunen?

30 Contramal strategie  Niet iedere regio is in dezelfde mate internationaal actief  Moet elke regio wel een strategie voeren om met zijn vestigingsklimaat tot de wereldtop te gaan behoren?  Of is het slimmer om uit te gaan van een alternatief? Bijvoorbeeld een goede quality of living, of ‘rust, ruimte, leisure’ (contramal van Razende Randstad, De Roo).  Wat zijn (andere dan top-) sectoren die daarbij aansluiten?  Hoe past dat binnen het Nederlandse geheel: hoe versterken krachtige agglomeraties en deze contramal elkaar? Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 30

31 ‘Spelen in je eigen league’  De strijd aangaan met de toppers op de concurrentieladder is niet altijd realistisch en gewenst (ook al zijn het belangrijke concurrenten)  Een alternatief is het kijken naar de regio’s die ongeveer even krachtig zijn (maar wel belangrijke concurrenten zijn): definieer een ‘eigen league’.  Ook dat is weer maatwerk  Dit valt buiten het bestek van de gepresenteerde concurrentiebenchmarks, maar kan in een vervolg wel met het PBL-onderzoeksmateriaal worden uitgevoerd.  Wat is je eigen league? Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 31

32 Regionaal weerstandsvermogen  Specialisatie leidt ook tot kwetsbaarheid (voor economische schokken)  Is een regio voldoende in staat op schokken op te vangen?  Daarvoor zijn ‘skill relatedness’ (arbeidsmobiliteit, vaardigheden beroepsbevolking) en pendelmogelijkheden cruciaal  Medio 2013 verschijnt hierover een PBL-onderzoek. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 32

33 Hoe verder?  Let op het EU Smart Specialization kader (eind 2013 verschijnt hier een PBL Edward Elgar publicatie over)  Workshops: ‘Hoe kunnen de resultaten uit de benchmarks gebruikt worden voor ruimtelijke strategiebepaling?’  De benchmarks en notitie ‘Werken aan de internationale concurrentiekracht van Nederlandse regio’s’ zijn een onderdeel van een onderzoeksprogramma van het PBL in 2013  PBL voert nadere analyses uit naar vestigingsplaatsfactoren (op lager schaalniveau) en organiseert enkele expertsessies.  We komen elkaar dus vast nog tegen! Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen en Frank van Dongen 33


Download ppt "Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen, Frank van Dongen 1 Werken aan de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse regio’s Symposium Ministerie."

Verwante presentaties


Ads door Google