De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

zzzzzzzz snurken klappen hoesten hinniken Het paard hinnikt.

Verwante presentaties


Presentatie over: "zzzzzzzz snurken klappen hoesten hinniken Het paard hinnikt."— Transcript van de presentatie:

1

2

3 zzzzzzzz snurken

4 klappen

5 hoesten

6 hinniken Het paard hinnikt.

7 aanbellen Ik bel aan.

8 blaffen De hond blaft.

9 donderen Het dondert. De bliksem

10 kraken De deur kraakt.

11 niezen

12 De handrem remmen

13 schieten

14 sissen

15 zoenen kussen

16 botsen

17 bijten De hond bijt in het been. Het meisje bijt de arm. De jongen bijt in een appel.

18 blazen Het meisje blaast de kaars uit.

19 hangen De jongens hangen aan een touw. De aap hangt aan een tak. De lamp hangt. De klok hangt aan de muur.

20 schrikken De vrouw schrikt. De mensen schrikken.

21 slaan Het meisje slaat tegen de bal. De jongen slaat tegen de bal.

22 zwaaien Sinterklaas zwaait naar de kinderen. De koningin zwaait naar de mensen.

23 vissen De man vist in de zee.

24 vegen De vrouw veegt de stoep. Het kindje veegt met een bezem.

25 draaien Het wiel draait De bal draait

26 puzzelen De kinderen zijn aan het puzzelen. Het meisje puzzelt.

27 snijden De man snijdt het brood.

28 stinken Hondenpoep stinkt.

29 douchen Ik ga douchen. Mijn broer is aan het douchen.

30 winnen De man wint. Wie heeft er gewonnen?

31 verliezen Hij verliest de wedstrijd. Hij heeft de wedstrijd verloren. Hij is de winnaar Zij hebben verloren

32 wegen De jongen weegt de groente. Ik weeg mezelf. Jij weegt 35 kilo. de weegschaal


Download ppt "zzzzzzzz snurken klappen hoesten hinniken Het paard hinnikt."

Verwante presentaties


Ads door Google