De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SOCS Hoofdstuk 5 Computernetwerken. Inhoud 1.Inleiding 2.Fysische Laag 3.Dataverbindingslaag 4.Lokale Netwerken 5.Netwerklaag 6.Netwerken verbinden: internet.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SOCS Hoofdstuk 5 Computernetwerken. Inhoud 1.Inleiding 2.Fysische Laag 3.Dataverbindingslaag 4.Lokale Netwerken 5.Netwerklaag 6.Netwerken verbinden: internet."— Transcript van de presentatie:

1 SOCS Hoofdstuk 5 Computernetwerken

2 Inhoud 1.Inleiding 2.Fysische Laag 3.Dataverbindingslaag 4.Lokale Netwerken 5.Netwerklaag 6.Netwerken verbinden: internet 7.Transportlaag 8.Naamdiensten 9.Toepassingen

3 3 1. Inleiding mainframe niet-grafische terminals

4 4 1. Inleiding (verv.) PC of workstation workstation server

5 5 1. Inleiding (verv.) 1.1 Waarom Computernetwerken? 1.2 Componenten in een netwerk 1.3 Digitale Communicatie 1.4 Schakeltechnieken 1.5 Netwerkarchitectuur 1.6 OSI-referentiemodel 1.7 Internet model

6 6 1.1 Waarom Comp.netwerken? Gemeenschappelijk gebruik hulpmiddelen  apparaten (drukker, scanner, supercomputer, …)  gegevens (bestand, gegevensbank, …) Betrouwbaarheid  beschikbaarheid   reserve computer: taken overnemen  reserve kopieën van bestanden,...

7 7 1.1 Waarom Comp.netw.? (verv.) Kostenreductie  prijs/prestatie: n * prijs(R) < prijs (n * R)  dure randapparatuur: print-server, file-server,...  uitbreiden eenvoudiger: extra pc  vervangen computer Communicatiekanaal  e-post  gewone post  bestanden overhalen  cassettes, CD/DVD versturen  elektronisch berichtenbord, e-krant,...

8 8 1.2 Componenten v/e netwerk Beeld van de gebruiker  Communicatienetwerk  Computernetwerk vs Gedistribueerd systeem Opbouw van een communicatienetwerk  Lange afstand communicatienetwerk  Lokaal netwerk

9 9 Beeld van de gebruiker A B Communicatie- netwerk

10 10 Beeld van de gebruiker (verv.) Communicatienetwerk  Vergelijk telefoonnetwerk  Centrales, kabels, aansluitpunten  Telefoontoestellen, faxtoestellen  Kanaal met voldoende bandbreedte (3000 Hz)

11 11 Beeld van de gebruiker (verv.) Computernetwerk  Communicatienetwerk + aangesloten systemen (PCs, …)  Systemen autonoom + identificeerbaar  Vb. Gebruiker A wil op B werken  Vb. KULeuvenNET

12 12 Beeld van de gebruiker (verv.) Gedistribueerd systeem  Computernetwerk  1 virtueel systeem  Transparante toegang tot drukker  Transparante toegang tot bestand  Transparant “werk” verdelen

13 13 Opbouw v/e comm.netwerk Lange afstand comm.-netwerk  WAN (Wide Area Network)  Onderling verbonden “schakelaars”  Verbindingen (coaxiale kabel, glasvezel, …)  Bandbreedte = | hoogste doorgel. freq. - laagste freq. |  Routering

14 14 Lange afstand comm. netwerk A  B S 1  S 3 S 1  S 4  S 3 S 1  S 2  S 4  S 3 S1S1 S2S2 S3S3 S4S4 A B

15 15 Opbouw v/e comm.netwerk (2) Lokaal Netwerk  LAN (Local Area Network)  Binnen 1 gebouw (< 1 km)  Geen schakelaars  Communicatiebord in PC  Bus- of ringnetwerk  Routering niet nodig

16 16 Lokaal Netwerk (LAN)

17 Schakeltechnieken Lijnschakelen Boodschapschakelen Pakketschakelen

18 18 Lijnschakelen 3 Fasen:  Opzetten van een verbinding  Ev. onderhandelen  Gebruik van de verbinding  Slechts kleine vertraging ( km/sec)  Verbreken van de verbinding Vergelijk telefoonverbinding  Niet efficiënt gebruikt

19 19 Lijnschakelen (verv.) tijd opdrachtresultaat niet gebruikt opdracht resultaat opdracht

20 20 Boodschapschakelen Verbindingen gemeensch. gebruikt Boodschap: schakelaar  schakelaar Store-and-forward Grotere vertraging  Volledig ontvangen, dan pas verdergestuurd als verbinding vrij Variabele vertraging  Wachtrijen

21 21 Boodschapschakelen (verv.)        Wachtrij 

22 22 Pakketschakelen Boodschap opdelen in pakketjes  Vaak maximale grootte Afzonderlijk over netwerk verstuurd  Eventueel verschillende route Lijn slechts korte tijd bezet Vertragingen zijn variabel

23 23 Pakketschakelen (verv.)

24 Netwerkarchitectuur Communicatie niet eenvoudig  Betrouwbaar bit-transport  Bepalen van route  Opsplitsen in pakketten  Samenvoegen van pakketten …… Systematische aanpak  Problemen afzonderlijk oplossen  Gelaagde architectuur:  Protocol  Dienst

25 Netwerkarchitectuur (verv.) Protocol  “Regels”  Aard en samenstelling van boodschappen  Hoe dialoog verloopt entiteit Dienst  Aan gebruikers van “entiteit”  Vb. foutvrij transport van pakkettenprotocol

26 Netwerkarchitectuur (verv.) Gelaagde architectuur entiteit protocol 2 protocol 1 Laag 2 Laag 1 dienst dienst Logische comm.

27 Netwerkarchitectuur (verv.) Gelaagde architectuur entiteit protocol 2 protocol 1 Laag 2 Laag 1 dienst dienst

28 28 Vb 1: Discuterende Filosofen Ik vind dat men mensen niet mag klonen. taalFilosoof(Gent) Filosoof(Tokio) telefoontelefoon faxfax (brief)(brief) Tolk Tolk Secretaresse Secretaristelefoonnetwerk comm. kanaal ザだ ほぽザ バㅊㅍㅐㅎㅸ

29 29 Vb 2: Comm. ts Processen Proces A op computer x vraagt aan proces B op computer y om bestand “brief.doc” op te sturen Proces A Proces B xy brief.doc

30 30 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B zend “brief.doc”

31 31 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B 1200 bytes

32 32 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B OK

33 33 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B Beste rector,

34 34 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B OK

35 35 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B Volgend jaar zal...

36 36 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B OK

37 37 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B …

38 38 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol Proces A xy Proces B EOF

39 39 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Protocol: “dialoog” Hoe boodschappen overgebracht  belangrijk Transportlaag: communicatie tussen processen identificatie: (machinenaam, procesnaam) Netwerklaag: transport over netwerk identificatie: machinenaam

40 40 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Communicatie- netwerk Processen A A B Transport Netwerk Processen B B C D Transport Netwerk Processen B D Transport Netwerk xy z

41 41 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Proces AProces B Transport- laag op x Transport- laag op y zend “brief.doc” B, A zend “brief.doc” y, B zend “brief.doc” x, A

42 42 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Transport- laag op x Transport- laag op y Netwerk- laag op x Netwerk- laag op y B, A y, x B, A y x

43 43 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) B, A zend “brief.doc” voorstellen door: B, A zend “brief.doc” Hoofding

44 44 Vb 2: Comm. ts Processen (verv.) Proces AProces B Transport- laag op x Transport- laag op y zend “brief.doc” y, B zend “brief.doc” x, A Netwerk- laag op x Netwerk- laag op y x B, A zend... y B, A zend “brief.doc” y, x B, A zend “brief.doc” B, A zend “brief.doc” B, A zend “brief.doc”

45 45 Samenvatting proces gegevens transport hoofding proces gegevenstransport hoofding netwerk hoofding

46 OSI-Referentiemodel Ontwerp netwerk = complex Decompositie:  manieren OSI: Open Systems Interconnection  Open: communicatie tussen versch. systemen  Referentie: raamwerk voor ontw. protocols  Functionaliteit van elke laag gedefinieerd  Kan door versch. protocols gerealiseerd

47 OSI-Referentiemodel (verv.) 7 lagen  Hoogste vier: tussen aangesloten systemen  Laagste drie: tussen systeem en schakelaar S1S1 S2S2 S3S3 S4S4 x y

48 OSI-Referentiemodel (verv.) N D F N D F systeem x S 1 S 4 systeem y protocol applicatielaag protocol presentatielaag protocol sessielaag protocol transportlaag protocol netw. laag protocol data. laag protocol fys. laag applicatie presentatie sessie transport netwerk dataverbinding fysische applicatie presentatie sessie transport netwerk dataverbinding fysische

49 OSI-Referentiemodel (verv.) Fysische laag Versturen van bits over fysische kabel  Aard van kabel  Kenmerken van connectoren  Voorstellen van bits op kabel Dataverbindingslaag Creatie van foutvrij comm. kanaal  Herkennen van pakketjes  Detectie van fouten  Controle op stroom van pakketjes (flow control)

50 OSI-Referentiemodel (verv.) Netwerk laag Verkeer van pakketjes door 1/# netwerken  2 soorten diensten:  Virtuele verbindingen  Datagram dienst  Routebepaling  Kostendoorrekening  Onderling verbinden van netwerken + routebepaling doorheen die netwerken

51 OSI-Referentiemodel (verv.) Transport laag Betrouwbaar communicatie kanaal tussen eindsystemen  Efficiënt gebruik comm. Netwerken  Multiplexing  Meerdere verbindingen tussen eindsystemen  Opdelen in pakketjes + samenvoegen  Controle op boodschappenstroom (flow control)

52 OSI-Referentiemodel (verv.) Sessielaag Extra hulpmiddelen voor samenwerking via betrouwbaar communicatie kanaal  Organisatie van dialoog:  vb. Beurtelings zenden  Plaatsen van synchronisatiepunten (voor hervatten van dialoog na fout)

53 OSI-Referentiemodel (verv.) Presentatielaag Behoud van betekenis van informatie  Keuze van voorstelling van gegevens “op de kabel”  ASCII vs EBCDIC  16-bit, 32-bit, … integers met 2-complementvoorst. ...  Ev. vercijfering van gegevens (confidentialiteit!)  Ev. compressie van gegevens

54 OSI-Referentiemodel (verv.) Applicatielaag Hoogste laag  Applicaties, geschreven door eindgebruikers  Sturing van robots, elektronisch geldverkeer, …  Standaard applicaties  Elektronische post (X400)  Overdracht van bestanden (FTAM)  Deelproblemen  RPC (remote procedure call)

55 OSI-Referentiemodel (verv.) Belangrijk referentiemodel Niet basis voor praktische protocols Definitie te lang geduurd Ondertussen: Internet groeiend succes

56 Internet model Nooit formeel gedefinieerd Geleidelijk aan gegroeid Slechts 5 lagen  Geen sessielaag (toch weinig functionaliteit)  Geen presentatielaag (  elk appl.protocol moet dit definiëren)

57 Internet Model (verv.) applicatie presentatie sessie transport netwerk dataverbinding fysische Applicatie transport netwerk dataverbinding fysische OSI referentiemodel Internet model

58 Inhoud 1.Inleiding 2.Fysische Laag 3.Dataverbindingslaag 4.Lokale Netwerken 5.Netwerklaag 6.Netwerken verbinden: internet 7.Transportlaag 8.Naamdiensten 9.Toepassingen 

59 Basisbegrippen Analoog versus Digitaal  Analoog: continu  Digitaal:discreet Periodiek Signaal G(t) = c 0 +  a k sin(2  kf t) +  b k cos(2  kf t) Transmissiemedia  Gevlochten koperparen  Coaxiale kabels (basisband, breedband) demo

60 Digitale Communicatie Digitaal signaal: 0-en en 1-en +5V 0V -5V Synchronisatie ts zender & ontvanger  Ev. speciaal bitpatroon begin van bitstroom

61 Digitale Communicatie (verv.) Vervorming  Verzwakking  Beperkte bandbreedte + var. vertraging  Omgevingsfactoren: ruis +5V 0V -5V

62 Modems Digitaal signaal over kanaal met beperkte bandbreedte Modem = modulator – demodulator

63 Modems Draaggolf Modulatie  Fase  Frequentie  Amplitude # Veranderingen per tijdseenheid = BAUDRATE # Bits-per-tijdseenheid = n x BAUDRATE Voorbeelden:  V32: 2400 baud, 16 combinaties = 4 bits  2400 x 4 = 9600 bps  V34: 2400 baud, 4096 comb. = 12 bits  2400 x 12 = bps

64 64 Cursustekst Hoofdstuk 5: pag. 1  pag. 23


Download ppt "SOCS Hoofdstuk 5 Computernetwerken. Inhoud 1.Inleiding 2.Fysische Laag 3.Dataverbindingslaag 4.Lokale Netwerken 5.Netwerklaag 6.Netwerken verbinden: internet."

Verwante presentaties


Ads door Google