De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Feedback Sociologie. EXAMEN SOCIOLOGIE 40 vragen –20 situatieschetsen –20 waar-vals-vragen 4 antwoordmogelijkheden per vraag –1 juist antwoord! –Juist.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Feedback Sociologie. EXAMEN SOCIOLOGIE 40 vragen –20 situatieschetsen –20 waar-vals-vragen 4 antwoordmogelijkheden per vraag –1 juist antwoord! –Juist."— Transcript van de presentatie:

1 Feedback Sociologie

2 EXAMEN SOCIOLOGIE 40 vragen –20 situatieschetsen –20 waar-vals-vragen 4 antwoordmogelijkheden per vraag –1 juist antwoord! –Juist = 3 ptn –Fout = -1 pt –Geen antwoord = 0 ptn Duur = twee uur Vragen komen uit alle hoofdstukken! Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

3 HET PROEFEXAMEN

4 Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen Gemiddelde: 36,1 %

5 2 SOORTEN VRAGEN Situatieschetsen Waar-vals-vragen Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

6 SITUATIESCHETSEN

7 VRAAG 1 Om in de goede gunst bij haar vriendinnen te vallen, verkiest Lieve, net als haar vriendinnen, om met haar beperkte weekbudget meer te betalen voor een merk t- shirt dan een gelijkaardig en goedkoper t-shirt aan te schaffen zonder merknaam. Welke handelingsvorm past Lieve hier toe met betrekking tot haar aankoopgedrag? A.Peer review B.Sociaal handelen C.Traditioneel handelen D.Geen van bovenstaande

8 34% correct B. Sociaal handelen –Handelen is sociaal wanneer de actor bij het plannen van haar/zijn handelen rekening houdt met wat anderen gaan en kunnen doen. –Hoofdstuk 1 – pg. 25 Meeste verwarring met optie A (34%) –Peer preview: een methode om de kwaliteit van het werk te verhogen door het te laten controleren door een aantal gelijken (verifieerbare rapportering – H1) Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

9 VRAAG 2 Karel, een sociologiestudent leeft 3 maanden samen met een zigeunerstam. Hij wil zo een beter beeld krijgen van de man- vrouwverhoudingen bij zigeuners. Over welke soort dataverzameling gaat het hier? A.Kwantitatief, een participerende observatie met secundaire gegevens B.Kwantitatief, via primaire gegevens. Als Karel betekenissen van interactie wil bestuderen, dan heeft het verzamelen van cijfermateriaal immers geen zin. C.Kwalitatief, via secundaire gegevens. Als Karel betekenissen van interactie wil bestuderen dan zou hij inderdaad beter cijfermateriaal verzamelen. D.Kwalitatief. Een participerende observatie met primaire gegevens. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

10 85% correct D. Kwalitatief. Een participerende observatie met primaire gegevens.  Hoofdstuk 1 – pg. 25  Kwalitatief: Karel wil betekenissen van interactie (man-vrouw verhoudingen) bestuderen  Primaire gegevens: Karel verzamelt zijn gegevens zelf  Participerende observatie: Karel gaat drie maanden deelnemen aan het sociale leven van die sociale groep Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

11 VRAAG 3 Reko en Tia maken beide deel uit van de Tamtanies-samenleving die uit drie groepen bestaan. Zo is Reko sinds hij het daglicht zag lid van de Kamibilla’s, die een zeer lage status genieten en is hij omwille van de sociale achtergrond van zijn ouders verplicht om de ganse dag vuile werkjes op te knappen. Bij de vierjaarlijkse verkiezing van de Chefa, de leider van de Tamtanies, heeft hij net zoals alle leden van de Kamibilla’s geen stemrecht. De andere groepen, die worden afgescheiden van de Kamibilla’s, noemt men de Chefanen, dit zijn religieuzen die nauw contact hebben met de Chefa, en de Simpanen die vooral handenarbeid verrichten en handel drijven. Beide bepalen het beleid en hun lidmaatschap is gebaseerd op toegeschreven status. Nu, enkele jaren terug begon Reko een heimelijke relatie met Tia, een meisje van de Simpanen. In het geheim, want binnen de Tamtanies-samenleving geldt dat leden van de Kamibilla’s niet mogen trouwen met leden van de Simpanen of Chefanen. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

12 VRAAG 3 Welk stratificatiestelsel en patroon van partnerselectie is hier van toepassing? A.quasi-kaste en endogamie B.kaste en endogamie C.kaste en polygynie D.quasi-kaste en polygynie Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

13 66% correct B. kaste en endogamie –Hoofdstuk 2 – pg. 48 en Hoofdstuk 7 – pg. 245 –Kaste: er is geen contact of mobiliteit tussen de verschillende nominale groepen –Endogamie: de partner moet uit de eigen sociale groep komen Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

14 VRAAG 4 Charles is sinds een paar dagen leider van de sekte ‘Zonen van Babylon’. Hij volgde zijn vader Louis op, stichter en bezieler van de sekte, die door zijn volgelingen vereerd werd als een god. In Charles zien de gelovigen echter geen god, maar ze volgen zijn bevelen op omdat de regels van de sekte, die vader Louis heeft achtergelaten, hen dat gebieden. Welke vorm van dominantie oefende vader Louis uit, en welke vorm oefent zoon Charles uit? Kies de meest correcte oplossing. A.Louis had macht, Charles rationeel-legale autoriteit B.Louis bezat rationeel-legale autoriteit, Charles charismatische autoriteit C.Louis bezat charismatische autoriteit, Charles macht D.Louis bezat charismatische autoriteit, Charles rationeel-legale autoriteit Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

15 73 % correct D. Louis bezat charismatische autoriteit, Charles rationeel-legale autoriteit –Hoofdstuk 3 – pg. 93 –Charismatische autoriteit: gebaseerd op intense verering van personen – toegeschreven uitzonderlijke kenmerken. –Rationeel – legale autoriteit: geloof in de geldigheid van het recht. De regels gebieden de volgelingen Charles te volgen. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

16 VRAAG 5 Een vrijdagavond in café ‘Die Donzige Duive’… Vier vrienden - Elio, Joëlle, Bart en Guy – zitten samen aan de toog om van gedachten te wisselen over de grote problemen van vandaag. Omdat ze wat uitgepraat zijn over binnenlandse aangelegenheden, besluiten ze het over de armoede in de wereld te hebben. ‘Ha’, zegt Elio, ‘als ze daar eens beginnen met onze waarden en kennis over te nemen; als dat voor ons welvaart brengt, waarom niet voor hen. Ik zeg jullie: de oplossing ligt in een groot marshall-plan voor de Derde Wereld!’ ‘Ik denk van niet’, zegt Bart, ‘splitsen is de oplossing! De derde wereldlanden moeten zich onttrekken aan de handelsrelaties met het westen die ons wel welvaart brengen, maar hen door hun afhankelijkheidspositie alleen maar onderontwikkeling brengen!’. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

17 VRAAG 5 ‘Splitsen? Er wordt hier helemaal niets gesplitst!’, schreeuwt Joëlle, ‘de onderdrukten moeten samen een front vormen tegen de arrogantie in het Noorden en de controle over de productiemiddelen overnemen! De intellectuelen moeten hierin een voorhoederol opnemen!’. ‘Armoede?’, mijmert Guy voluntaristisch, ‘ze moeten hun situatie in eerste plaats eens positief gaan definiëren. Misschien moeten ze het hebben over ‘rijkdom aan kansen’. Zoiets trekt ondernemers aan want ‘if men define their situations as real, they are real in their consequences’. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

18 VRAAG 5 A.Elio denkt functionalistisch, terwijl Joëlle de theorie van Dahrendorf (uitbreiding van de marxistische en weberiaanse visie op sociale stratificatie) genegen is. B.Guy is aanhanger van de modernisatietheorie, terwijl Bart dialectisch denkt. C.Bart denkt in termen van de impression management, terwijl Elio een structuralistische oplossing voor het probleem biedt. D.Joëlle en Bart vinden elkaar in de conflictsociologie, terwijl Guy een symbolische interactionistisch standpunt inneemt. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

19 61 % gaf geen antwoord! 23% correct D. Joëlle en Bart vinden elkaar in de conflictsociologie, terwijl Guy een symbolisch interactionistisch standpunt inneemt. –Sociologische blik!  Manier van kijken naar de werkelijkheid –Hoofdstuk 4 – pg. 160 en hoofdstuk 7 – pg. 268 Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

20 ‘Ha’, zegt Elio, ‘als ze daar eens beginnen met onze waarden en kennis over te nemen; als dat voor ons welvaart brengt, waarom niet voor hen. Ik zeg jullie: de oplossing ligt in een groot marshall-plan voor de Derde Wereld!’ Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

21 ‘Ik denk van niet’, zegt Bart, ‘splitsen is de oplossing! De derde wereldlanden moeten zich onttrekken aan de handelsrelaties met het westen die ons wel welvaart brengen, maar hen door hun afhankelijkheidspositie alleen maar onderontwikkeling brengen!’. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

22 ‘Splitsen? Er wordt hier helemaal niets gesplitst!’, schreeuwt Joëlle, ‘de onderdrukten moeten samen een front vormen tegen de arrogantie in het Noorden en de controle over de productiemiddelen overnemen! De intellectuelen moeten hierin een voorhoederol opnemen!’. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

23 ‘Armoede?’, mijmert Guy voluntaristisch, ‘ze moeten hun situatie in eerste plaats eens positief gaan definiëren. Misschien moeten ze het hebben over ‘rijkdom aan kansen’. Zoiets trekt ondernemers aan want ‘if men define their situations as real, they are real in their consequences’. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

24 Tips: Wat weet je over een bepaalde stroming (ev. op kladblad)? Vervolgens toetsen aan de gegeven antwoorden. –Conflicttheorie: marxisme (bezitters van productiemiddelen vs. niet-bezitters)  Joëlle Dahrendorf: samenleving is vat van tegenstellingen/conflicten; relatie van ondergeschikten en bovengeschikten  Bart Concepten herkennen IN de tekst –‘if men define their situations as real, they are real in their consequences’  Thomas theorema (symbolisch interactionisme)  Guy

25 VRAAG 6 Lily is Amerikaanse. Ze vindt dat ze te veel weegt, en probeert dan ook zichzelf ertoe te bewegen een dieet te volgen. Na enkele maanden is het echter duidelijk dat ze zich niet aan haar zelf opgelegde dieet kan houden. Iets later dient ze een verzoek in bij de private verzekeringsfirma Insurance Check, voor het verkrijgen van een gezondheidsverzekering. De firma weigert haar echter ten gevolge van haar hoge BMI (Body Mass Index). Hoe kunnen we deze situatie zien? Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

26 VRAAG 6 A.Het dieet is het gevolg van een subjectieve moraliteit, en falen van haar dieet heeft als synthetisch gevolg dat ze geen verzekering kan krijgen B.Het dieet is het gevolg van een objectieve moraliteit, en falen van haar dieet heeft als analytisch gevolg dat ze geen verzekering kan krijgen C.Het dieet is het gevolg van een subjectieve moraliteit, en falen van haar dieet heeft als analytisch gevolg dat ze geen verzekering kan krijgen D.Het dieet is het gevolg van een objectieve moraliteit, en falen van haar dieet heeft als synthetisch gevolg dat ze geen verzekering kan krijgen Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

27 35 % correct Het dieet is het gevolg van een subjectieve moraliteit, en falen van haar dieet heeft als synthetisch gevolg dat ze geen verzekering kan krijgen –Hoofdstuk 5 – pg –Subjectieve moraliteit: elk individu drukt het moreel bewustzijn uit op zijn/haar eigen specifieke wijze –Synthetisch gevolg: de sanctie volgt niet uit de handeling zelf, maar uit het gegeven dat een handeling een regel overtreedt. Meeste verwarring met antwoord C (26%)  Analytisch gevolg: de sanctie is een inherent gevolg van de handeling zelf Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

28 Tips:Tips: –Slim leren (zie inleiding cursus): de concepten zijn erg belangrijk –Omgekeerd werken: Welke zijn de kenmerken van deze concepten en vind je deze terug in de opgave? Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

29 VRAAG 7 Kelly woont sinds zes maanden alleen. Ze is een jaar afgestudeerd, maar heeft nog steeds geen job gevonden. Door niet meer thuis te wonen, is er niemand meer die zegt wat ze moet doen. Ze heeft het gevoel dat het niet uitmaakt wat ze doet, wanneer ze thuiskomt, wanneer en of ze eet, wanneer ze opstaat. Ondanks haar universitair diploma blijkt zelfs niemand haar expertise nodig te hebben… Als ze aangesproken wordt door een persoon die in een sekte zit en haar een mooie en veilige toekomst biedt in hun organisatie, besluit ze alles op te geven en deze persoon te volgen. Hoe kunnen we haar keuze noemen? Geef de meest precieze term. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

30 VRAAG 7 A.Innovatie (Merton) B.Anomie (Merton) C.Terugtrekking (Merton) D.Ritualisme (Merton) Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

31 39 % correct Concepten! C. Terugtrekking (Merton) –Hoofdstuk 5 – pg.178 –Kelly trekt zich terug in de marge van de samenleving. De maatschappij heeft voor haar geen enkele zin meer. Ze stapt uit de wereld van de dominante waarden. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

32 VRAAG 8 De Raad van Europa werkt aan een campagne voor een opvoeding zonder geweld. De bedoeling is om de ‘pedagogische tik’ in de 47 lidstaten, waaronder België, te verbieden, meldt VRT. In Nederland en de Scandinavische landen is het al verboden om kinderen een ‘klets op de poep’ te geven. De Raad van Europa wil dat uitbreiden. Ouders die hun kinderen een tik geven zullen niet beboet worden. Het is vooral de bedoeling om de mentaliteit te wijzigen. Voor wie zal het volgens de socialisatietheorie van Melvin Kohn waarschijnlijk de grootste aanpassing zijn? A.Voor het gezin Van Pamel: één kind, moeder tandarts, vader tandartsassistent B.Voor het gezin Van Mapel: vijf kinderen, moeder huisvrouw, vader bankdirecteur C.Voor het gezin Koppens: één kind, moeder zelfstandig naaister, vader afwezig D.Voor het gezin Keppers: twee kinderen, moeder afwezig, vader arbeider bij Volvo Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

33 64,5 % correct Naam + theorie (nooit zonder; uitz. founding fathers). D. Voor het gezin Keppers: twee kinderen, moeder afwezig, vader arbeider bij Volvo –Hoofdstuk 4 – pg.154 –Socialisatietheorie van Melvin Kohn: arbeiders zijn meer geneigd om fysieke bestraffing te gebruiken om kinderen te laten gehoorzamen omdat zij moeten leren gehoorzaam zijn omdat de ouders verwachten dat hun kinderen in dezelfde arbeidssituatie als henzelf terecht gaan komen waar weinig ruimte is voor initiatief en creativiteit. Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

34 VRAAG 9 Religie X was een religie waarvan we op basis van geschreven bronnen weten dat zij polytheïstisch was. Van religie Y is geweten dat zij geen goden kende. Het was een religie waarbij de mensen geloof hechtten aan de invloed van spirituele krachten binnen hun alledaagse leven. Net als religie X was ook religie Z polytheïstisch, dit is echter niet geweten op basis van geschreven bronnen. Binnen religie Z werd bovendien beweerd dat de priesters hun macht rechtstreeks van de goden gekregen hadden, daar waar binnen religie X de priesters een bemiddelende rol vervulden tussen het alledaagse en het goddelijke. Binnen welk religieus systeem kunnen we de religies X, Y en Z onderbrengen? Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

35 VRAAG 9 A.X historische religie, Y voormoderne religie, Z archaïsche religie B.X archaïsche religie, Y primitieve religie, Z historische religie C.X voormoderne religie, Y primitieve religie, Z archaïsche religie D.Geen van de andere antwoorden Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen

36 22% correct (D.) Vaak verwarring met antwoord C (24,50%) D. Geen van de andere antwoorden –Hoofdstuk 8 – pg. 273 –Omgekeerd werken : wat weet ik over de concepten? –Proces van eliminatie –X:historische religie (priesters met bemiddelende rol; scheiding tussen het alledaagse en het bovennatuurlijke; geschreven bronnen). –Y: primitieve religie (animisme, spirituele wezens die de wereld doordringen, er is geen scheiding tussen het wereldlijke en het bovennatuurlijke). –Z: archaïsche religie (priesters krijgen hun macht rechtstreeks van de goden; scheiding tussen het alledaagse en het bovennatuurlijke). Monitoraat Politieke en Sociale Wetenschappen


Download ppt "Feedback Sociologie. EXAMEN SOCIOLOGIE 40 vragen –20 situatieschetsen –20 waar-vals-vragen 4 antwoordmogelijkheden per vraag –1 juist antwoord! –Juist."

Verwante presentaties


Ads door Google