De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Tanja Janssen Martine Braaksma Polly den Tenter Universiteit van Amsterdam Mondriaan College Oss Het Schoolvak Nederlands, 18 november 2005 Verhalen leren.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Tanja Janssen Martine Braaksma Polly den Tenter Universiteit van Amsterdam Mondriaan College Oss Het Schoolvak Nederlands, 18 november 2005 Verhalen leren."— Transcript van de presentatie:

1 Tanja Janssen Martine Braaksma Polly den Tenter Universiteit van Amsterdam Mondriaan College Oss Het Schoolvak Nederlands, 18 november 2005 Verhalen leren interpreteren door zelf vragen stellen

2 Deze presentatie:  Waarom ‘zelf vragen stellen’?  Een kort verhaal  De lessencyclus  Ervaringen op het Mondriaan College  Het onderzoek  Conclusies

3 Waarom zelf vragen stellen in de literatuurles? Waarom zelf vragen stellen in de literatuurles? Leren Lezen Literatuur actief zelfstandig effectieve leesstrategie open plekken meerduidigheid Leuk

4 S = sterke lezers W= zwakke lezers Vragen stellen tijdens het lezen van verhalen

5 En toen waren wij aan de beurt En toen waren wij aan de beurt Kader Abdolah Uit: De meisjes en de partizanen, 1995

6 -1- Wij waren met z'n elven. Elf kleine jongens, de zonen van mijn vader. Elf jongetjes met elk een zakdoek in de broekzak. Ons huis had lange muren en er stond een treurwilg midden in de tuin. Oud. Het liep tegen de avond. Opa begon zijn avondwandeling in de zwarte schaduw van de muur. Tegelijkertijd gingen wij met z'n allen naar de treurwilg. Net als alle andere avonden.

7 -2- Mijn vader rolde het tapijt uit onder de treurwilg. Hij ging zitten en leunde tegen de stam. Wij zaten op onze hurken om hem heen. Hij begon zijn verhalen te vertellen. ‘Er zat magie in zijn gedichten’, zo luidde de openingszin van het verhaal. Wij wisten dat het verhaal over de vader van opa ging. Over de vader van de vader van onze vader.

8 ‘Hij was de dichter van zijn volk’, zo vervolgde mijn vader zijn verhaal. ‘En hij was tegen. Tegen de vader van de vader van de sjah.’ We keken naar opa. Hij steunde op zijn wandelstok en luisterde. ‘De mensen leerden zijn gedichten uit het hoofd’, zei mijn vader. ‘Op een nacht slopen de mannen van de sjah zijn huis binnen. Hij zat aan de tafel te dichten. Ze grepen hem van achteren vast en propten een zakdoek in zijn mond.’ ‘Ja, opa? Is het waar?’ ‘Waar. Het is waar mijn kleinzonen.’ -3-

9 -4- ‘En toen? En toen vader?’ ‘De mannen vermoordden hem.’ Opa haalde zijn zakdoek uit zijn broekzak en er viel even een stilte. Wij fluisterden zachtjes. Een gesprek tussen de elf zonen van mijn vader: ‘Hij had magie in de toppen van zijn vingers. Stel je voor! De mensen leerden zijn gedichten uit het hoofd. En hij was tegen. Tegen de…’ ‘Daarna,’ vervolgde mijn vader het verhaal, ‘daarna moest zijn vrouw ‑ de moeder van opa ‑ het huis verlaten. Wegvluchten.’ ‘Ja, opa?’ Opa bedekte zijn ogen met zijn zakdoek en knikte.

10 -5- ‘Zij nam haar kinderen mee,’ zei mijn vader, ‘en ontsnapte in het donker.’ ‘Waar naartoe? Waar kon zij naartoe vluchten met zo veel kinderen?’ ‘Weg. Ver weg uit de buurt van de sjah.’ ‘Wat gebeurde er daarna?’ ‘Zij wachtte tot opa volwassen werd. Daarna kwamen ze hier wonen. Opa bouwde dit huis met zijn lange muren en plantte deze treurwilg in de tuin.’ ‘Ja, opa?’ ‘Ja, jongens.’

11 -6- Als het verhaal uit was, wandelde opa naar de kraan om zijn zakdoek te wassen. Hij waste zijn zakdoek en hing hem aan een tak van de treurwilg. Net als op alle andere avonden. Tegelijkertijd kwam mijn vader overeind. Hij rolde het tapijt op en zette het tegen de stam van de boom. Daarna ging hij naar de kraan om zich te verfrissen. Toen waren wij aan de beurt. We liepen met z'n allen naar de kraan, gooiden het water in ons verhitte gelaat. Vervolgens, om ons gezicht af te drogen, haalden wij onze kleine zakdoeken tevoorschijn. En ten slotte liepen we naar de treurwilg om ze aan de tak te hangen. Twee van hen en elf van ons.

12 -7- We spraken er met elkaar over. We moesten wel. ‘Maar... vader? Wat gebeurde er met die gedichten?’ ‘Ze leven voort in de gedachten van de mensen’, zei mijn vader. ‘En de magie? Ging die dood? Verdween die ook?’ ‘Nee. De magie kon niet dood.’ ‘Waar blijft die dan?’ ‘Die zit nu misschien in de toppen van de vingers van één van jullie.’

13 -8- De duisternis nam ons huis van achteren vast in zijn handen. We zochten naar de sporen van de vermoede magie in de toppen van onze vingers. De wind speelde met de zakdoeken op de tak. De angst kroop met het donker onder ons vel. Onaangekondigd kwam een volle maan tevoorschijn. En zij gaf ons troost.

14 Vragen van leerlingen

15 -1- Wij waren met z'n elven. Elf kleine jongens, de zonen van mijn vader. Elf jongetjes met elk een zakdoek in de broekzak. Ons huis had lange muren en er stond een treurwilg midden in de tuin. Oud. Het liep tegen de avond. Opa begon zijn avondwandeling in de zwarte schaduw van de muur. Tegelijkertijd gingen wij met z'n allen naar de treurwilg. Net als alle andere avonden. Wat betekenen die zakdoeken? Waarom zegt hij “zonen van mijn vader” en niet gewoon: “mijn broers”? Waarom gebruikt hij zoveel witregels en korte alinea’s?

16 ‘Hij was de dichter van zijn volk’, zo vervolgde mijn vader zijn verhaal. ‘En hij was tegen. Tegen de vader van de vader van de sjah.’ We keken naar opa. Hij steunde op zijn wandelstok en luisterde. ‘De mensen leerden zijn gedichten uit het hoofd’, zei mijn vader. ‘Op een nacht slopen de mannen van de sjah zijn huis binnen. Hij zat aan de tafel te dichten. Ze grepen hem van achteren vast en propten een zakdoek in zijn mond.’ ‘Ja, opa? Is het waar?’ ‘Waar. Het is waar mijn kleinzonen.’ -3- Wat is een sjah? Waarom was hij tegen de sjah? Wat had hij fout gedaan?

17 -8- De duisternis nam ons huis van achteren vast in zijn handen. We zochten naar de sporen van de vermoede magie in de toppen van onze vingers. De wind speelde met de zakdoeken op de tak. De angst kroop met het donker onder ons vel. Onaangekondigd kwam een volle maan tevoorschijn. En zij gaf ons troost. Wat wordt bedoeld met die magie? Waar zijn ze bang voor? Wat heeft de titel met het verhaal te maken?

18 De lessencyclus ‘vragen stellen’  Stap 1 Stel jezelf vragen  Stap 2 Kies een hamvraag  Stap 3 Bespreek je hamvraag  Stap 4 Formuleer een antwoord  Stap 5 Rechtvaardig je antwoord  Samen lezen

19 Korte verhalen  Bob den Uyl, Met een voet in het graf  René Appel, De invaller  Martin Bril, Dood  Oek de Jong, Rubberen roos  Cees Nooteboom, Hoela  Roald Dahl, Vergif  2 verhalen naar keuze (Abdolah, Biesheuvel, Campert, Uphoff, Wiener)

20 Voorbeeld: Kies een hamvraag (les 2) Deze opdracht doe je in een groepje van drie à vier. a) Lees elkaars vragen bij “Dood”. b) Kies samen één vraag die jullie belangrijk vinden: een gezamenlijke hamvraag. c) Schrijf jullie vraag op een groot vel papier.

21 Voorbeeld: Samen lezen (les 6) “Samen met een klasgenoot kies je twee korte verhalen. Je leest beide verhalen. Tijdens het lezen stel je jezelf vragen over het verhaal. Na afloop van het lezen formuleer je (los van je partner) één of twee hamvragen naar aanleiding van de verhalen. Vervolgens voer je samen over elk verhaal een gesprek. Over het ene verhaal maak jij een verslag, en over het andere verhaal maakt je klasgenoot een verslag. In je verslag kom je terug op het gesprek dat je over ‘jouw’ verhaal hebt gevoerd met je klasgenoot.”

22 Het verslag Vermeld de titel van jouw verhaal. Vermeld ook de hamvragen die in jullie gesprek aan de orde zijn geweest. Vertel in je verslag welke ideeën voor mogelijke antwoorden jullie besproken hebben, en welk antwoord jij het beste vindt. Probeer je antwoord zo goed mogelijk te rechtvaardigen. Geef tot slot een persoonlijke terugblik op het verhaal en op jullie gesprek.

23 Voorstellen  Polly den Tenter  Leraar Nederlands en CKV 1  Mondriaan College Oss, school voor VMBO-T, HAVO en VWO school voor VMBO-T, HAVO en VWO  1400 leerlingen  ICT-voorhoedeschool

24 A4C  28 Leerlingen met een NT-profiel of een NG-profiel een NG-profiel  Geen lezers  3 Literaire boeken gelezen

25 Werken met de methodiek Vragen stellen  Gewenning  Er zijn geen goede antwoorden  Prettige lessen  Goed gevoel aan het eind

26 Resultaten  Meer vragen  “Ik heb geleerd dat sommige verhalen vragen oproepen die je als lezer niet kunt beantwoorden”  “Ik heb gemerkt dat je een verhaal beter begrijpt door erover te praten met anderen”  “Ik heb weinig van de lessen geleerd”  Effect op termijn

27 Situatie  Methode: Dautzenberg, Literatuur en literatuurgeschiedenis  Verhalen lezen 1 en 2 behandeld  Lessencyclus, vervangend voor Verhalen lezen 3 en 4  Internet is ijkpunt

28 Vergelijking met A4B Behandeling Hoela van Cees Nooteboom, en Honingeiland van Manon Uphoff

29 Kanttekeningen  Verhalen met lege plekken  Objectiviteit vragen en antwoorden  Dieper gaande resultaten

30 Opzet onderzoek 10 klassen (ca. 250 leerlingen) 4-havo/vwo/aso 9 docenten 9 docenten 8 lesuren (6 lessen + voor- en natoetsen) voor- & natoets: 2 korte verhalen voor- & natoets: 2 korte verhalen - eerste reacties - eerste reacties - waardering - waardering - interpretatievragen - interpretatievragen

31 Resultaten van het onderzoek

32 Vragen tijdens lezen

33 Kwaliteit van interpretatie

34 Verhaalwaardering

35 Leerervaringen (top 3) Ik heb geleerd dat …mensen hetzelfde verhaal heel verschillend interpreteren. …sommige verhalen vragen oproepen die je als lezer niet kunt beantwoorden. …je een verhaal beter begrijpt door erover te praten met anderen.

36 Reacties Denise (4 aso): “Door die belangrijke vragen te kiezen en door die verschillende antwoorden te overwegen, ontdek je ook wel een beetje de kern van het verhaal, waar het om draait. En ja, de diepere betekenis misschien. Dat is wel interessant om te weten.”

37 “Ik vond het wel een goeie aanpak. Dan dacht je er tenminste echt over na, wat nou het belangrijkste was van het verhaal. En als je dat dan daarna met anderen overlegt, dan kwam je ook steeds meer: ‘O ja, daar had ik niet aan gedacht’ en zo. Dus dat vond ik op zich wel goed.” Tom (4 vwo):

38 Conclusies   leerlingen gaan meer vragen stellen   worden zich bewust van meerduidigheid   bij ‘niet-lezers’: verhaalbegrip neemt toe   verhaalwaardering: positieve trend  open aanpak  vergt gewenning  niet alle teksten hiervoor geschikt

39 lesmateriaal: lesmateriaal:


Download ppt "Tanja Janssen Martine Braaksma Polly den Tenter Universiteit van Amsterdam Mondriaan College Oss Het Schoolvak Nederlands, 18 november 2005 Verhalen leren."

Verwante presentaties


Ads door Google