De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Tensie meten De bloeddruk, hoe, wat, waar, waarmee.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Tensie meten De bloeddruk, hoe, wat, waar, waarmee."— Transcript van de presentatie:

1 Tensie meten De bloeddruk, hoe, wat, waar, waarmee

2 Wat is bloeddruk  De druk die permanent aanwezig is in de bloedvaten  Zowel in de arteriën als de venen  De druk is nodig om het bloed door zowel arteriën als de venen rond te pompen.  Ook voor de stofwisseling, nierfunctie, etc. is een bepaalde bloeddruk nodig

3 Doel bloeddrukmeten  Verzamelen van bloeddrukgegevens die nodig zijn om een beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de cliënt.  Dit kan volgens de auscultatieve methode van Riva Rocci = RR  met Aneroid bloeddrukmeter  Met een automatische bloedrukmeter

4 Algemene opmerkingen  Er zijn verschillende soorten bloeddrukmeters zoals bij voorbeeld bloeddrukmeters met een manometer of een kwikkolom alsook zichzelf oppompende bloeddrukmeters. De polsbloeddrukmeter wordt hier niet besproken.  Bij de bloeddrukmeter hoort een standaard manchet (met haak of klittenband). Bij kinderen is het nodig een smaller manchet te gebruiken.  Bij corpulente cliënten is het soms nodig een breder manchet te gebruiken.  Er zijn zo’n zes maten in de handel  Systolische druk (hoogst meetbare arteriële druk) ontstaat wanneer de linker kamer van het hart zich samentrekt om bloed in de aorta te pompen. Normaal waarde is minder dan 160  Diastolische druk (laagst meetbare arteriële druk) ontstaat, wanneer de linker kamer zich ontspant om weer vol te stromen met bloed. Normaal waarde is minder dan 90. Deze druk is dus permanent aanwezig

5 Bloeddrukmanchet  De bloeddrukmanchet bestaat uit stevig, niet-elastisch textiel, waarin zich een opblaasbare, rechthoekige rubber ballon bevindt.  Wanneer de manchet te smal is ten opzichte van de bovenarm dan is er meer druk in de manchet nodig om de slagader dicht te drukken.  Hierdoor wordt de bloeddruk overschat.  Bij een grote manchet die voldoende lang is (liefst de arm omcirkelt), zal de bloeddruk bij dikke armen niet te hoog worden gemeten.  Bij de goede bloeddrukmeters is aangegeven welke manchet voor welke armomtrek gebruikt mag worden (bijvoorbeeld de normale manchet voor bovenarmen die kleiner zijn dan 32 cm in omtrek en de grote manchet voor bovenarmen die groter dan 32 cm in omtrek zijn). Een te kleine bloeddrukmanchet geeft onterecht een te hoge bloeddrukwaarde aan.

6 Hoe werkt een bloeddrukmeter?  De traditionele bloeddrukmeter waarbij de arts of de verpleegkundige een stethoscoop gebruikt maakt gebruik van tonen.  Als de manchet wordt opgepompt wordt de druk rond de bovenarm zo hoog dat de slagader die in de arm loopt dichtgedrukt wordt.  Er stroomt op dat moment geen bloed meer naar de onderarm.  Degene die door de stethoscoop luistert hoort op dat moment niets.  De manchet wordt vervolgens langzaam ontlucht waardoor de druk afneemt.  Op het moment dat de druk laag genoeg is om net bloed door de slagader te laten stromen worden tonen gehoord door de stethoscoop.  Dit is de bovendruk, de systole.  Nu wordt de manchet nog verder ontlucht totdat de tonen helemaal verdwijnen.  Dit is de onderdruk, de diastole

7 Soorten bloedrukmeters  Een bloeddrukmeter is een apparaat waarmee de bloeddruk gemeten kan worden. De Italiaanse arts Scipione Riva-Rocci ( ) ontwikkelde, naar het voorbeeld van een prototype in 1891 ontwikkeld door de Oostenrijkse hoogleraar Siegfried "Ritter" von Basch ( ), als eerste een bloeddrukmeter met manchet om de bloeddruk bij patiënten te meten.

8 Kwikbloeddrukmeter  Een kwikbloeddrukmeter is een manometer waarmee de bloeddruk kan worden gemeten, die nog gebruik maakt van metallisch kwik dat uit een reservoir omhoog wordt geduwd in een stijgbuis, waar de hoogte kan worden afgelezen in millimeters.  Omdat kwik een zwaar metaal is met giftige dampen, en de hoeveelheid kwik die in het milieu vrijkomt van overheidswege zoveel mogelijk wordt beperkt, zijn ze niet meer te koop, hoewel er hier en daar wellicht zelfs anno 2005 nog wel een enkele wordt gebruikt. Rond 1980 waren ze nog algemeen. De bloeddruk wordt echter in Nederland standaard nog wel steeds in mm Hg uitgedrukt.

9  Kwikbloeddrukmet er volgens EU- norm, de meter heeft een onbreekbaar kwikreservoir met overdrukbeveiligin g.

10 Korotkow tonen  Met behulp van de stethoscoop in de elleboogplooi wordt geluisterd naar de zogenoemde Korotkow-tonen.  Dat zijn de tonen die ontstaan als het bloed door de slagaders wordt gepompt.  Met behulp van de stethoscoop kan dan een kloppend geluid gehoord worden.  Korotkow was een Russische arts die dit fenomeen voor het eerst ontdekte.

11 Aneroid bloeddrukmeter Aneroid bloeddrukmeter  Zonder kwik  Later door technicus te controleren en af te regelen

12 Automatische bloeddrukmeters  Automatische bloeddrukmeters werken over het algemeen anders dan de twee gewone meters.  Hierbij worden trillingen in de bloedvatwand gemeten.  Dit wordt ook wel de oscillometrische meetmethode genoemd. Oscillare is het Latijnse woord voor ‘schommelen’.  Bij oscillometrie worden de slingeringen van de vaatwand gemeten die ontstaan tijdens het dichtdrukken en weer opengaan van de slagader in de arm (ook weer door druk op en af te bouwen in de bloeddrukmanchet.  De maximale slingering die herkend wordt, komt goed overeen met het niveau van de gemiddelde slagaderlijke bloeddruk (Mean Arterial Pressure = MAP).  De bovendruk (systole) en onderdruk (diastole) worden vervolgens berekend op basis van deze MAP.

13 Automatische bloeddrukmeters  Er zijn drie soorten elektronische bloeddrukmeters: voor de bovenarm, de pols, en de vinger.  Een bloeddrukmeter waarbij de manchet over de bovenarm gaat, is het meest geschikt. Bij pols- en vingerbloeddrukmeters ontvangende sensoren de drukgolven van het bloed slechter. Verder zijn de metingen nauwkeuriger bij meters met een automatisch pompje dan bij meters waarbij u zelf moet pompen.

14  Een automatische bloeddrukmeter geschikt voor thuisbloeddrukmeti ng

15 Regels voor een bloeddrukmeting:  Gebruik alleen een betrouwbare gevalideerde bloeddrukmeter  Als de client last heeft van hartritmestoornissen (een onregelmatige hartslag) dan kunt je geen gebruik maken van een automatische bloeddrukmeter  Gebruik de juiste manchetgrootte  Meet altijd op hetzelfde tijdstip  Meet altijd op dezelfde wijze: zittend of liggend  Meet altijd aan dezelfde arm (de arm waarbij de bloeddruk het hoogst is)  Meet altijd aan dezelfde arm (de arm waarbij de bloeddruk het hoogst is)  Laat de cliënt zitten of liggen en neem 2-3 minuten rust in acht voor de feitelijke meting.

16  Meet in een ontspannen houding  Cliënt niet met een volle blaas meten  Lees, ingeval van een zich zelf oppompende bloeddrukmeter, voor het meten altijd de gebruiksaanwijzing  De manchet tijdens de meting op harthoogte van de cliënt houden  Tijdens de meting de cliënt niet laten bewegen  Tijdens de meting niet spreken (dit omdat de bloeddrukmeter trillingen meet en stemgeluid ook trillingen afgeeft)

17  Tussen twee opeenvolgende metingen aan dezelfde arm moet ten minste 1 minuut rust in acht worden genomen  Noteer de gemeten waarden direc  meet de bloeddruk altijd 2 keer en bereken hiervan het gemiddelde.

18 Benodigdheden  Bloeddrukmeter  Stethoscoop  Pen en papier.

19 Voorbereiding  Zorg voor privacy  Vertel de cliënt het doel van de handeling; wat er gaat gebeuren en dat alles pijnloos kan verlopen, of indien deze dit niet kan begrijpen: noem de naam van de cliënt en vertel dat er iets gaat gebeuren.

20 Werkwijze  Laat de cliënt in ontspannen houding zitten of liggen (na inspanning of emoties eerst een kwartier rust laten nemen)  Controleer de stethoscoop  Plaats de bloeddrukmeter ter hoogte van het hart van de cliënt  Laat de arm op het bed of de tafel rusten

21

22 Werkwijze vervolg  Ontbloot de arm van de cliënt tot boven de elleboog en zorg er voor dat er geen stuwing in de arm ontstaat  Verwijder de lucht uit de manchet  Breng de luchtvrije manchet op een gestrekte arm aan, 5 cm boven de elleboogholte, glad en stevig om de bovenarm (er mogen geen kledingstukken tussen de huid en de manchet zitten)  Sluit het ventiel van de ballon  Zet de vingers op de pols en pomp de manchet op tot de pols niet meer voelbaar is

23 Werkwijze vervolg 2  Plaats het membraan op de arteria brachialis (bovenarmslagader) in de elleboogholte  Laat door het langzaam openen van het ventiel de kwikdruk dalen  Lees de systolische druk af op het moment dat de tonen weer hoorbaar zijn (dus wanneer het bloed weer door de slagader stroomt)  Verminder de druk langzaam en lees de diastolische druk af op het moment dat de laatste harttoon verdwijnt  Laat de rest van de lucht snel ontsnappen en maak de manchet los  Evalueer de handeling met de cliënt

24 Hoe vaak meten?  Er is al eerder gezegd dat er na een eenmalig gevonden hoge bloeddruk niet gesproken mag worden van hypertensie.  Er is afgesproken dat daar meerdere metingen over een bepaalde tijd voor nodig zijn.  Als regel zijn er drie tot vijf metingen nodig over een periode van enkele weken en liefst onder vergelijkbare omstandigheden.  Daarbij is het ook belangrijk dat de patiënt echt uitgerust en op zijn gemak is.  Wanneer de bloeddruk bij drie verschillende metingen ernstig verhoogd blijkt te zijn, mag van hypertensie gesproken worden.  Worden licht of matig verhoogde bloeddrukwaarden gevonden, dan moet dit bij vijf verschillende metingen het geval zijn voordat van hypertensie gesproken mag worden.

25 Wat is witte-jassenhypertensie?  Letterlijk betekent witte-jassenhypertensie dat de patiënt een hoge bloeddruk krijgt als er een witte jas, een dokter of een verpleegkundige, in de buurt is.  Kennelijk voelt de patiënt zich dan zeer ongemakkelijk.  Als de patiënt zelf de bloeddruk opmeet, of wanneer een ander vertrouwd persoon dat doet, dan blijkt de bloeddruk ineens normaal te zijn.  Lange tijd is gedacht dat witte-jassenhypertensie onschuldig was. De laatste tijd is echter duidelijk geworden dat een deel van de mensen met witte-jassenhypertensie later een echt verhoogde bloeddruk krijgt of dat zich wel degelijk complicaties van hoge bloeddruk ontwikkelen.  Mogelijk zijn deze mensen zeer stressgevoelig en reageren ze heel vaak, dus niet alleen bij de dokter, met een bloeddrukverhoging op emotionele situaties.

26 24-uursbloeddrukregistratie  De 24-uursbloeddrukregistratie wordt de laatste tijd vaak toegepast omdat men dan in korte tijd kan zien hoe het verloop van de bloeddruk is.  Met een apparaat - dat bestaat uit een manchet, een door batterijen aangedreven luchtpompje en een elektronisch geheugen - kan iedere 10 tot 30 minuten de bloeddruk gemeten worden terwijl de patiënt zit, slaapt of met zijn/haar gewone bezigheden bezig is.  Een typisch voorbeeld van een 24-uursbloeddrukregistratie bij een patiënt met witte-jassenhypertensie kan zijn dat de bloeddruk bij meting door de huisarts steeds flink verhoogd is, terwijl deze bij de 24-uursmeting weliswaar hoog is, maar niet in ernstige mate.

27 Hypertensie  Van alle volwassenen in Nederland in de leeftijd jaar heeft 1 op de 5 een verhoogde bloeddruk. In Nederland betekend dit met een bevolking van 16 miljoen dat er meer dan 1 miljoen mensen hypertensie hebben.  Bij kinderen komt een hoge bloeddruk nauwelijks voor (uitzonderingen zijn kinderen met bijv. obesitas) en bij ouderen is het normaal om een hogere bloeddruk te hebben.  Bij mannen komt een hoge bloeddruk in de leeftijd tot 55 jaar het meest voor, vanaf 55 – 75 is het percentage vrouwen met een hoge bloeddruk hoger (na de menopauze) en bij de leeftijdcategorie 75+ ligt het percentage bij de vrouwen veel hoger dan mij mannen.  Volgens de WHO (world health organisation) worden 62% van de beroertes en 49% van de hartaanvallen veroorzaakt door een te hoge bloedruk

28  Etiologie (oorzaken)  In 95% van de gevallen is er geen duidelijk aanwijsbare oorzaak te noemen. Dit wordt essentiele of primaire hypertensie genoemd. Bij 5% van de gevallen is er wel een oorzaak aan te wijzen. Dit wordt secundaire hypertensie genoemd.

29  De oorzaken van een secundaire hypertensie kunnen zijn:  nierziekten  stoornis in het hormoonhuishouding  vernauwing van de aorta  anticonceptiepil  hyperinsulinemie (stofwisselingsstoornis waarbij de insulinespiegel in het bloed chronisch verhoogd is)

30  Vaak is er dus geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor hypertensie, wel zijn een aantal factoren te noemen die het risico vergroten:  roken  overgewicht  overmatig dropgebruik (zout)  te veel zout  weinig lichaamsbeweging  stress  overmatig alcoholgebruik  te hoog cholesterolgehalte  diabetes  erfelijkheid  gebruik van bepaalde medicijnen  veel verzadigde vetten eten

31 Symptomatologie  In de eerste 15 – 20 jaar geeft een hoge bloeddruk weinig tot geen klachten, het is een sluimerende aandoening. Intussen kunnen verschillende organen beschadigd raken zoals:  ogen  hart  nieren  hersenen

32 Symptomen die kunnen optreden zijn:  duizeligheid  hoofdpijn  vlekjes voor de ogen zien  oorsuizingen  hartkloppingen  neusbloedingen  kortademigheid  krampen  spierzwakte •Vaak worden de symptomen pas opgemerkt als er sprake is van een extreem hoge bloeddruk

33 Optimale bloedruk  De bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeters kwik (mmHg)  Een optimale bloeddruk waarde is: <120/80 mmHg  Gemiddeld ligt de bloeddruk onder de 140/90 mmHg (Nederlands Huisartsen Genootschap)  Er is sprake van hypertensie: >140/90 mmHg (tot 60 jaar)  Er is sprake van hypertensie: >160/90 mmHg (ouder dan 60)  Voor mensen met diabetes, nierziekten, en mensen die zwanger zijn gelden andere waarden.

34 Therapie  Niet medicamenteuze therapie:  De nadelige leef- en eetgewoonten die men heeft, moeten veranderen zoals stoppen met roken, gezond eten, voldoende bewegen, afvallen etc.

35 Medicamenteuze therapie:  Als er is gekozen voor een therapie met medicamenten zal de patiënt één of meerdere keren per dag zijn medicatie in moeten nemen. Er zijn 7 groepen aan medicijnen tegen hypertensie:  Diuretica (plastabletten)  Bètablokkers  Calciumantagonisten  ACE- remmers  Angiotensine II- antagonisten  Alfablokkers  Centraal aangrijpende antihypertensiva  Van deze groepen worden Diuretica en Bètablokkers het meest door de arts voorgeschreven. Waneer een voorgeschreven medicatie niet voldoende helpt kan de dosis verhoogd worden of er kan nog een andere medicatie aan toegevoegd worden uit een andere groep

36 Prognose/ beloop  Een hoge bloeddruk is van zichzelf niet levensbedreigend maar kan wel schade aan hart- en bloedvaten veroorzaken.  Hierdoor heeft de patiënt een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, hartfalen, nierfalen, beroerte, hartaanval of oogbeschadigingen.  Door gebruikmaken van zowel de medicamenteuze als de niet- medicamenteuze therapie kan dit risico verlaagd worden.  De medicatie is levenslang, wanneer er gestopt wordt met het innemen van de medicatie zal de bloeddruk weer stijgen en nemen de risico’s weer toe.  Het regelmatig laten controleren van de bloeddruk is noodzakelijk.  Op deze wijzen kan bij veranderingen de medicatie aangepast worden.

37 Complicaties hypertensie  Wanneer de bloeddruk al gedurende een lange periode te hoog is kan dit schade aan richten aan veel organen:  Hart (vernauwing van de kransslagaders waardoor o.a een hartinfarct kan ontstaan)  Bloedvaten (de bloedvaten kunnen verwijd worden en hebben kans om te scheuren)  Hersenen (een herseninfarct of een hersenbloeding)  Benen (een vernauwing in de bloedvaten waardoor pijn kan ontstaan tijdens lopen, etalagebenen genoemd)  Nieren (beschadiging van nieren waardoor deze zijn functie minder goed kan uitoefenen)


Download ppt "Tensie meten De bloeddruk, hoe, wat, waar, waarmee."

Verwante presentaties


Ads door Google