De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoor je een S met daarna een G, dan schrijf je SCH schip, schaap, scheef, scheur, schaar, schoen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoor je een S met daarna een G, dan schrijf je SCH schip, schaap, scheef, scheur, schaar, schoen."— Transcript van de presentatie:

1 hoor je een S met daarna een G, dan schrijf je SCH schip, schaap, scheef, scheur, schaar, schoen

2 de R plaagt de dubbelklank -eer, -eur en -oor je hoort bir: je schrijft beer je hoort dur: je schrijft deur je hoort bor: je schrijft boor

3 Denk aan het oor: ik schrijf het woord zoals ik het hoor: lamp, kers, slak soms bestaat een woord uit twee woorden: schooltas, fietspomp

4 de L en de R zijn kleefletters; soms hoor je er een U tussen maar die schrijf je niet melk, jurk, kalf, warm

5 de F is een fietspompletter, je hoort FFFFFF fluit, feest, fruit, film

6 de S is van STIL: SSSSST slang, smal, snel, soep, storm

7 de N en de K zitten op de bank te kussen, daar mag de G niet tussen! pink, bank, denk

8 Hoor je op het eind van een woord een T, maak er dan meer van. Hoor je dan een D, schrijf die dan ook. Ik hoor HONT, ik maak er HONDEN van. Ik schrijf HOND. huid, paard, bord, tand, woord

9 je hoort een J bij –aai, -oei, -ooi maar je schrijft een i haai, bloei, mooi

10 hoor je een U bij een lage stemtrap, dan schrijf je een E wortel, poesje, kelder, dokter

11 de V is van vloer, je hoort VVVVV vloer, vlieg, verf, verkeer, vlug

12 Ik zie de Zon. Ik weet hoe ik het schrijf. Ik schrijf ZON. Ik maak een foto in mijn hoofd van de Z-woorden. zand, zwaar, ziek, zanger

13 als ik aan het eind van een klankstuk een lange klank hoor, gebruik ik daar maar 1 klinker voor (lange klanken hebben pech, je haalt gewoon een letter weg!) apen, bomen, muren, jaren, peren, tafel, beter

14 als ik aan het eind van een klankstuk een korte klank hoor, ga ik met 2 medeklinkers door katten, sommen, bruggen, lippen, vulling, middag

15 als je na een korte klank GT hoort, schrijf je meestal CHT Behalve bij : hij ligt, hij legt, hij zegt acht, recht, dicht, bocht, lucht

16 hoor je eeuw, ieuw, uw, denk dan aan de U voor de W leeuw, nieuw, duw, sneeuw, schreeuw

17 alleen bij de ee achteraan, laat ik 2 klinkers staan twee, ree, zee, slee, snee, vee, nee

18 bij het langer maken wordt de F na een lange klank of dubbelklank bijna altijd een V duif-duiven, slaaf-slaven, neef-neven, druif-druiven, brief-brieven F V

19 hoor je LUK aan het eind van een woord, dan schrijf je LIJK gevaarlijk, dierlijk, moeilijk, vrolijk, gemakkelijk luk lijk

20 Ug is een indianenwoord, je schrijft IG beestachtig, driftig, twintig, zielig, nodig

21 hoor je aan het eind van een woord de lange klank aa, oo, ie, uu dan komt er in het meervoud een komma in plaats van de tweede letter zebra’s, opa’s, taxi’s, kano’s, paraplu’s ’S

22 bij het langer maken wordt de S na een lange klank of dubbele klank bijna altijd een Z haas-hazen, glas-glazen, doos-dozen, mees-mezen, kies-kiezen S Z

23 hoor je ZJ, dan schrijf je alleen een G horloge, manege, stage, etalage, garage ZJ-G


Download ppt "Hoor je een S met daarna een G, dan schrijf je SCH schip, schaap, scheef, scheur, schaar, schoen."

Verwante presentaties


Ads door Google