De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Leefstijl en participatie: het cultuurpubliek in profiel Maya Caen Vakgroep Sociologie Universiteit Gent 5 e Dag van de Cultuurcommunicatie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Leefstijl en participatie: het cultuurpubliek in profiel Maya Caen Vakgroep Sociologie Universiteit Gent 5 e Dag van de Cultuurcommunicatie."— Transcript van de presentatie:

1 1 Leefstijl en participatie: het cultuurpubliek in profiel Maya Caen Vakgroep Sociologie Universiteit Gent 5 e Dag van de Cultuurcommunicatie – 19 november 2007

2 2 Spot op het cultuurpubliek  WIE neemt al deel?  Wie? Achtergrondkenmerken?  Aan welke activiteiten?  Waarom?  Wat zoekt het publiek in ervaringen?  Interne differentiatie publiek?  Welke andere activiteiten?  WIE neemt (nog) niet deel?  Wie is het potentiële publiek?  Participatiedrempels?  “Concurrentie”?

3 3 ‘Non-publiek’?  Wie neemt niet deel, en is het ook niet (meteen) van plan?  Wie?  Waarom?  Participatiedrempels?

4 4 Publiek in profiel Wat wil ik weten?  Socio-demografische achtergrondkenmerken  Gezinssituatie, leeftijd, opleidingsniveau, beroep, inkomen,…  Overige (vrije)tijdsbesteding  Diepere wensen, intenties, verwachtingen,…  … Hoe?  Publieksonderzoek (survey, diepte-interviews,…)  Bevolkingsonderzoek (doorgaans survey)  Voordeel: zicht op publiek, potentiële publiek, ‘niet-participanten’

5 5 “Leefstijl”…?  ‘lifestyle’  Marketing  Segmentering obv van voorkeuren, (koop)gedrag  Imago, identiteit, modetrends, stijl, merken  leefstijlen in sociologische literatuur  Gemeenschappelijke elementen in definities:  patronen van gedragingen, voorkeuren, smaak  expressie van individuele identiteit  sociaal onderscheid (distinctie)  beschikbare middelen (sociale context, milieu van afkomst,…)  Belang van ‘externe’ of gedragsmatige (consumptie, participatie) maar ook van ‘interne’ of attitudinale aspecten (bijv Zablocki & Kanter, 1976; Ganzeboom, 1988)

6 6 Leefstijlen  Persoonlijke (al dan niet vrije) keuzes, waarachter patronen te ontdekken vallen  Invulling kan heel ruim (vrijetijdsbesteding, smaak maar ook beroepskeuzes, woonplaats, gezinssamenstelling)  In sociologische onderzoekspraktijk echter vaak beperking tot  Wat men doet in vrije tijd (‘vrij’, ‘ongedwongen’, ‘onbeperkt’ en ‘niet-instrumenteel’)  Eventueel aangevuld met ‘culture of everyday life’ (eten, kledij, wooninrichting,…)  Daaronder vallen dan ‘kunstenparticipatie’, ruimer ‘cultuurparticipatie’, nog ruimer ‘vrijetijdsbesteding’

7 7 Onderzoek naar leefstijlen  Levensdomeinen  Vrije tijd  Zeer ruim opgevatte invulling ‘culturele consumptie’ en ‘smaak’ (Bourdieu, 1984; Schulze, 1992;…)  Gedrag vs attitudes  Gedrag én attitudinale aspecten  ‘Argumenten pro opname attitudinale aspecten (Ganzeboom, 1988 ea…)  Participatievormen  Brede invulling (privaat/publiek, actief/receptief,…)

8 8 Onderzoek naar leefstijlen Met andere woorden…  Brede invulling naar sectoren en types participatie  Focus op attitudinale aspecten  Overkoepelende studie  Toch fijnmazige meting  Nuance & detail  Sectorale resultaten nodig voor overkoepelende studie

9 9 Onderzoek naar leefstijlen  Daarnaast: r uim verklaringsmodel  (Sociologische discussie: Gedeeltelijke of volledige loskoppeling leefstijlen en sociale klasse – ‘death of class’)  Belang ‘andere’ dan klassieke sociodemografische achtergrondkenmerken (cf onderzoek naar cultuurparticipatie)

10 10 Empirisch model

11 11 Onderzoek naar leefstijlen  Doel:  Dieper inzicht cultuurparticipanten, maar ook niet- participanten, potentiële participanten  Stelling: attitudes kunnen het beeld nog verdiepen en verfijnen  Op hoger niveau: studie symbolische ongelijkheid en sociale stratificatie  Niet: ‘in hokjes’ opdelen van individuen  Wel: patronen, ruimere verbanden (zoektocht naar mogelijkheid en relevantie)

12 12 Relevantie hier?  Publiekssegmentering (= interne differentiatie)  Focus op attitudinale aspecten zoals motieven, (esthetische) verwachtingen, genrevoorkeuren, …  Profielen?  Zicht op achtergrondkenmerken, ook andere dan ‘klassieke’ (opleiding, beroep, geslacht, leeftijd…)  Mogelijk en relevant om te plaatsen binnen ruimere leefstijlen?  Niet (meteen) voor de hand liggende linken, ook met ‘niet- artistieke’ vormen van vrijetijdsbesteding?

13 13 Data & methoden  Survey ‘Cultuurparticipatie in Vlaanderen ’ (Steunpunt Re-Creatief Vlaanderen)  Heel brede invulling ‘vrijetijdsbesteding’ of ‘cultuurparticipatie’, zowel publiek als privaat, actief als receptief  Ook: correlaten, achtergrondkenmerken  Face-to-face  Representatieve steekproef 2849 Vlaamse huishoudens  Respondenten jaar oud

14 14 Scores op indicatoren PER SECTOR LC-Cluster An. LC-Cluster An. Multinomiale Log Regr Clusters, per sector Indien Relevant: Dimensies per sector via factor- analyse Methoden (sterk) verkort… Clusters, overkoepelend Verband met socio-demogr achtergrondkm -Afzonderlijk attitudes en gedrag -Nadien: linken

15 15 REISGEDRAG MUSEUM BEZOEK DEELNAME PODIUM- KUNSTEN GENREVOORK EN ESTH VERW FILM TV KIJKEN CREATIEVE EN KUNSTZ HOBBY’S SPORT- BEOEFENING CONCERT- BEZOEK ATTITUDES TAV TV KIJKEN GENRE- VOORKEUREN MUZIEK VOORK BEELDENDE KUNSTEN REIS- BELEVING MOTIEVEN/ VERW & GENREVOORK TONEELVST BIOSCOOP- BEZOEK EN THUIS FILMS MOTIEVEN SPORT BEOEF MOTIEVEN HOBBY- BEOEF

16 16  Voorbeeld: creatieve en kunstzinnige hobbybeoefening  Beste oplossing geeft 6 clusters (totaal participanten= 31,1%)  Muzikale hobby’s (zang & muziekinstrument) (9,5%)  Textielbewerking (6,8%)  Klassieke beeldende kunsten & schrijven (schilderen, beeldhouwen,…) (6,3%)  Fotografie (4%)  Dans (2,7%)  Allround creatievelingen (1,8%)  Daarnaast grote groep niet-participanten (68,9%) Voorbeelden fase 1 Segmentering per sector – Participatie

17 17  Voorbeeld: filmparticipatie (thuis en in bioscopen, zowel in grotere zalen met nieuwe, commerciële aanbod als in kleinere zalen, met nieuwe of alternatieve aanbod)  Beste oplossing geeft 4 clusters  Respondenten die bijna uitsluitend thuis films bekijken (65,17%)  Respondenten die aangeven geen films te bekijken (15,20%)  Respondenten die film bekijken in de grote cinemacomplexen (incl thuisparticipatie) (11,80%)  Respondenten die een sterke voorkeur vertonen voor film in kleinere zalen (incl thuisparticipatie) (7,83%) Voorbeelden fase 1 Segmentering per sector – Participatie

18 18 Hogere kans* Lagere kans* RESULTATEN LCA TABEL MET KANSENCluster 1Cluster 2Cluster 3Cluster 4 Geschatte clusteromvang65,17%15,20%11,80%7,83% Bezoek aan kleine bioscoop met het nieuwe filmaanbod Nee95,37%98,82%96,26%22,02% Ja4,63%1,18%3,74%77,98% Bezoek aan kleine bioscoop met het andere filmaanbod Nee99,38%99,26%95,72%59,03% Ja0,62%0,74%4,28%40,97% Bezoek aan bioscoopcomplex met het nieuwe filmaanbod Nee70,88%95,20%0,14%15,12% 1 tot 2 bezoeken23,72%4,65%4,45%33,72% 3 bezoeken of meer5,40%0,15%95,41%51,16% Films thuis bekeken op TV, DVD of video Nee6,15%95,15%1,47%6,80% 1 tot 5 films47,84%4,82%28,78%49,18% 6 films of meer46,01%0,03%69,76%44,02%

19 19 Voorbeelden fase 1 Segmentering per sector – Attitudinale aspecten  Voorbeeld: BEELDENDE KUNSTEN, genrevoorkeuren (beoordelen van schilderijen – in welke mate ‘graag zien’)  Beste oplossing geeft 4 clusters  Respondenten met duidelijke voorkeur voor abstract/hedendaagse kunst (16,8%)  Respondenten met duidelijke voorkeur voor ‘oude’ kunsten (19 e eeuwse landschapsschilders, barok,…) (23,6%)  Respondenten met voorkeur voor GEEN van beide (51,0%)  Respondenten met gemengde voorkeur (8,6%)

20 20 Hedendaagse conceptuele kunst Abstract Cobra / Abstract expressionisme Surrealisme Portretten uit de barokperiode Laat-renaissance / barok (Post-)Impressionisme Vlaamse primitieven Landschapsschilderijen 19e eeuw

21 21  Voorbeeld: MUZIEK – genrevoorkeuren  13 genres bevraagd  Beste oplossing geeft 5 clusters  Respondenten met sterke voorkeur voor populaire Vlaamse muziek, 10 om te zien, schlagers of levenslied (30,8%)  Respondenten met sterke voorkeur voor ‘internationaal georiënteerde populaire muziek’ (cf Decraene et al, 2007) (pop/rock, dance, wereldmuziek) (24,4%)  Respondenten met sterke voorkeur voor populaire muziek algemeen (folk, pop/rock, dance, wereldmuziek, Vlaamse muziek, jazz/blues…) (18,4%)  Respondenten met sterke voorkeur voor klassieke muziek (barok, hedendaags klassiek, klassiek, opera, operette) (4,5%)  Omnivoren: omnivore muzikale smaak (12,2%) Voorbeelden fase 1 Segmentering per sector – Attitudinale aspecten

22 22  Voorbeeld: REIZEN – reisbeleving  15 aspecten bevraagd ‘van belang voor keuze reis’  Beste oplossing geeft 4 clusters  Respondenten met sterke voorkeur voor avontuur, actie, sport en mooi weer (44,9%)  Respondenten met sterke voorkeur voor rust (24,2%)  Respondenten met sterke voorkeur voor cultuur (bezoeken musea, theater,…) (23,7%)  Multi-geïnteresseerde reizigers (7,2%) Voorbeelden fase 1 Segmentering per sector – Attitudinale aspecten

23 23 Eerste resultaten overkoepelende studie – Participatie  Wat?  In kaart brengen leefstijlen op basis van participatie aan tal van vrijetijdsactiviteiten  Meest eenvoudige meting: wel/niet participatie  Meer complex: niet/incidenteel/frequent  Meest complex: diverse participatiecategorieën op basis van voorgaande latente klassen-clusteranalyse (cf voorbeelden)  Eerder ‘klassieke’ benadering van leefstijlen  Later:  link met attitudinale aspecten  Link met andere sociale achtergrondkenmerken  Hoe? Latente klassen-clusteranalyse Geeft kansen, probabiliteiten, niet noodzakelijk exclusief en exhaustief toewijzen van respondenten aan segmenten/clusters

24 24 1. Niet-kunst, Films en comm tv Reizen & sport (25,0%) 2. Niet-kunst, VTM, Niet-filmp Kort Europa (17,6%) 3. Niet-part (hele lijn) Niet reizen, niet sport VTM (14,4%) 4. Films thuis Niet reizen, niet-kunstp comm tv, frequent (12,0%) 5. Liefhebbers Beeldende kunsten Canvas Bioscoop kleine zalen (10,1%) 6. ‘Populaire’ cultuur Comm zenders Dans, frequent sport Theater, musea (7,8%) 8. Allround creatief Allround kunstenpart Canvas (6,0%) 7. Podiumkunsten Concerten Film grote zalen (7,0%) Beste clusteroplossing ‘PARTICIPATIE’ N= 2581

25 25 Hogere kans* Lagere kans* Tabel 1. Beste clusteroplossing ‘PARTICIPATIE’ (LCA) * Vergeleken met univariate verdelingen, hier niet weergegeven

26 26

27 27 Sociale achtergrond  Enkele effecten (heel summier) – niet-part - ref cat cluster 1 (niet- kunstenpart, sport, comm tv, bioscoop grote zalen)  Niet-part cl 1, 2, 3 en 4 onderscheiden zich vooral op gebied van leeftijd (1= grotere kans voor jongeren)  Sign effect kunstenparticipatie door ouders, ook bij niet-participatie (bijv kleinere kans om tot cl 3 (vgl 1) te horen indien ouderlijke participatie)  Kunstenparticipanten onderscheiden zich vnl van niet-participanten door opleidingsniveau en ouderlijke kunstenparticipatie (overal sign effecten)  Leeftijd: hogere kans voor oudere groepen om te behoren tot cl 5, 7 en 8 (vgl 1)  Geslacht: hogere kans voor mannen om te behoren tot cl 3, 4, 6 en 7 (vgl 1)

28 28 Eerste resultaten overkoepelende studie – Attitudinale aspecten  Wat?  In kaart brengen van mogelijke leefstijlprofielen in Vlaanderen (= clusters van respondenten) op basis van attitudinale aspecten (verwachtingen, motieven, genrevoorkeuren, drempels,…) verbonden met allerlei vormen van vrijetijdsbesteding  Probleem: hier en daar vermengd met participatie, aangezien attitudes concerten/toneel/musea & tentoonstellingen maar ook sport enkel gemeten bij ‘participanten’

29 29 Resultaten – Attitudinale aspecten  Beste oplossing geeft 8 clusters  3 met grote kansen op niet-kunstenparticipatie  4 met grote kansen op participatie in één van de sectoren  1 met grote kansen op participatie aan zowel toneelvoorstellingen als musea/tt  concertbezoek: participatiegraad ontzettend laag, onbruikbaar

30 30 Niet-participanten, rust & ontspanning (23,8%) Actief-moderne Niet kunstzinnigen (28,8%) Creatieve & moderne Muziekomnivoren (9,8%) Klassiek-georiënteerde Kunstenparticipanten (9,4%) Modern-georiënteerde Kunstenparticipanten (9,0%) Multi-geïnteresseerde Niet-kunstenpart (7,8%) Multi-geïnteresseerde Kunstenparticipanten (7,5%) Klassiek-georiënt Kunstzinnige Rustzoekers (3,4%) Beste clusteroplossing ‘ATTITUDINALE ASPECTEN’ N= 2380 Opletten met interpretatie ‘labels’

31 31  Actief-moderne niet-kunstenparticipanten  Op zoek naar actie, avontuur, heel sportief, films met actie en special effects, populaire muziek, geen interesse voor en partipatie aan ‘kunsten’  Niet-participanten, rust en ontspanning  Lage verwachtingen over hele lijn, willen rust (op reis,…) of ontspanning (film), niet-sporters, geen interesse voor of deelname aan kunsten  Multi-geïnteresseerde niet-kunstenparticipanten  Getuigen van multi-interesse over hele lijn, maar nemen niet deel aan kunsten  Klassiek-georiënteerde kunstzinnige rustzoekers  Oude-klassieke kunsten, historische dimensie films, reizen omwille van rust, lage kans op kunstenparticipatie, niet-sport  Creatieve en moderne muziekomnivoren  Duidelijke omnivoren wat betreft muziek, voorkeur voor hedendaagse/abstracte beeldende kunst, museumbezoekers, niet-toneel, hogere kans kunstzinnige hobby’s  Klassiek-georiënteerde kunstenparticipanten  Oude-klassieke kunsten, historische dimensie films, reizen omwille van cultuur, niet-sport, hogere kans op kunstenparticipatie  Modern-georiënteerde kunstenparticipanten  Abstract/hedendaagse kunsten, actie en special effects films, intern populaire muziek, reizen omwille van cultuur, sterk intrinsiek geïnteresseerd in kunst, hoge kans toneelbezoek, hogere kans op kunstzinnige hobby’s  Multi-geïnteresseerde kunstenparticipanten  Intrinsieke interesse, hoge kans op deelname aan diverse kunsten, zowel voorkeur voor abstract/hedendaagse als oude kunst, esthetische verwachtingen tmm stijlelementen

32 32 Enkele conclusies  Dé kunstenparticipant bestaat niet  Beeld complexer  # redenen deelname, specifieke voorkeuren  Dé non-participant nog minder  Specifieke voorkeuren  Reizen, sporten  Toch: belangrijke groep valt op door ‘niets’ te doen, behalve tv kijken  Sociale participatie: uithuizige karakter blijkt belangrijk  Kunst en ‘actie’ (reizen, film)  Over kunst en cultuur, cultuur en vrijetijdsbesteding  Link (motieven en bestemmingen) reizen, keuze tv-zenders, sportbeoefening, bioscoopbezoek, vooral op gebied van attitudes  Niet deelnemen is niet gelijk aan niet geïnteresseerd zijn  Element: sociale wenselijkheid  Toch: onderzoek participatiedrempels van groot belang

33 33 Toekomstig onderzoek  Link participatie-attitudes  Participanten/niet-participanten scherper in beeld  Interne differentiatie  Link met sociale achtergrondkenmerken  Eerste analyses tonen nog steeds sterke invloed leeftijd, opleidingsniveau, achtergrond (culturele participatie ouders,…)  Daarnaast: andere kenmerken…


Download ppt "1 Leefstijl en participatie: het cultuurpubliek in profiel Maya Caen Vakgroep Sociologie Universiteit Gent 5 e Dag van de Cultuurcommunicatie."

Verwante presentaties


Ads door Google