De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De sixtijnse kapel.. Inhoud.  Algemene informatie over de sixtijnse kapel.  Algemene informatie over Michelangelo.  Mythe’s bij de Fresco’s.  Plafond.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De sixtijnse kapel.. Inhoud.  Algemene informatie over de sixtijnse kapel.  Algemene informatie over Michelangelo.  Mythe’s bij de Fresco’s.  Plafond."— Transcript van de presentatie:

1 De sixtijnse kapel.

2 Inhoud.  Algemene informatie over de sixtijnse kapel.  Algemene informatie over Michelangelo.  Mythe’s bij de Fresco’s.  Plafond sixtijnse kapel.  Schepping zon en de maandag.  Schepping van ADAM.  Schepping van EVA.  Het eten van de appel  Ark van NOACH.  Noachs dronkenschap.  Nog meer afgebeelde heiligen.

3 Feiten over de Sixtijnse kapel. De Sixtijnse kapel, in het Italiaans de Capella Sistina, is de beroemdste zaal van de Musei Vaticani (het Vaticaan). De bouw van de kapel is in 1473 begonnen en duurde 8 jaar, welke werd gerealiseerd door de architect Giovanni dei Dolci. De Sixtijnse kapel dankt zijn naam aan paus Sixtus IV, die de opdrachtgever van de Sixtijnse kapel was. De rechthoekige kapel, met zijn afmetingen van 40,5 x 13,2 en een hoogte van 20,7 m wordt door zes vensters, aan beide lange zijden, verlicht. Het marmeren hek en de zangerstribune zijn gemaakt door Andrea Bregno. De muurvlakken onder de vensters zijn in door verschillende kunstenaars van fresco's voorzien, namelijk: Botticelli, Ghirlandaio, Cosimo Rosselli, Piero di Cosimo, Perugino, Pinturicchio, Luca Signorelli en Bartolomeo della Gatta. Op de eenvoudige, rechthoekige muurvlakken zijn aan de linkerkant scènes uit het leven van Mozes en aan de rechterkant de episoden uit dat van Jezus afgebeeld. Tussen de vensters zijn portretten van 28 pausen geschilderd. 25 jaar later gaf paus Julius II de opdracht aan Michelangelo om het plafond te beschilderen. Eerst werd hij geassisteerd door enkele collega's, maar Michelangelo wilde liever alleen werken en ontsloeg de assistenten. Hij was hier 4 jaar mee bezig ( ). Terwijl hij de schilderingen maakte lag hij constant op zijn rug. Het plafondgewelf maakte samen met zijn fresco 'Het Laatste Oordeel' de kapel tot het hoogtepunt van de renaissance-schilderkunst. Waarvoor werd/wordt de Sixtijnse kapel gebruikt? De Sixtijnse kapel is de pauselijke huiskapel in het Vaticaan in Rome. De kapel wordt al eeuwen gebruikt als plaats van samenkomst van het College van Kardinalen. Dit college kiest de paus. De kapel is nog steeds in gebruik voorplechtige ceremoniën. Vanaf de stichting werden de dagelijkse koordiensten verzorgd door het Sixtijnse kapel koor. Dit pauselijke koor is in 1340 te Avignon gesticht en bestaat nog steeds. Het koor bestaat alleen uit mannen en ze zingen zonder begeleiding van instrumenten.

4 Zijn leven. Michelangelo Buonarroti werd geboren op 6 maart 1475 in Caprese, Toscanië. Hij stierf in Rome op 18 februari 1564 op 88-jarige leeftijd. Hij was een Italiaans beeldhouwer, architect, schilder en dichter. Naast Leonardo Da Vinci, Bramante en Raphaël was hij een dominerend figuur in de Italiaanse hoge renaissance (van alles alles weten) en de incarnatie van de ‘uomo universale’. Hij werd al op jonge leeftijd door Lorenzo De’ Medici ontdekt. De veelzijdigheid van Michelangelo zullen we uitleggen aan de hand van de 4 volgende punten: ° Beeldhouwwerken ° Schilderwerken ° Architectuur ° Dichtkunst. 1. BEELDHOUWWERKEN Michelangelo leerde in Florence de beginselen van de beeldhouwkunst van Bertoldo, een leerling van Donatello, en bestudeerde de verzameling klassieke beelden van zijn beschermheer. Zijn vroegste werken tonen dan zowel invloeden van de klassieken als van Donatello. De klassieken vinden we terug in zijn reliëf Centaurenstrijd (ca.1492) en de invloed van Donatello in de Madonna della Scala (ca ). In 1494, vlak voor Piero De‘ Medici uit Florence werd verdreven, vluchtte hij naar Bologna, waar hij in aanraking kwam met het werk van Jacopo della Quercia, dat een brug slaat tussen de klassieken en het realisme. Hij vervaardigde er een knielende engel en 2 heiligenfiguren voor de Arca di San Domenico. In 1496 was hij in Rome en dat bracht hem terug in de sfeer van de antieken. Daar ontstond zijn eerste grote beeldhouwwerk, Bacchus (ca wijngod), dit werk had nog sterkere invloeden van de klassieken. Kort daarna ontstond Pietà (St.-Pieter, Rome) hierin kwam het eigen genie van Michel. voor het eerst volledig tot gelding. De Madonna met Het Kind vormde de overgang naar de David gemaakt. In 1505 vertrok hij opnieuw naar Rome, waar hem een gigantische opdracht wachtte: het praalgraf, versierd met 40 marmeren figuren, dat paus Julius voor zichzelf wilde doen oprichten onder de koepel van de in aanbouw zijnde nieuwe Sint Pieter. In 1523 ontving hij van De’ Medici een nieuwe grote opdracht, die hem, na jaren van schilder terug zou voeren naar beeldhouwer: de grafmonumenten tegen de wanden van de Sacrestia Nouva van San Lorenzo te Florence. Hij moest hier niet alleen de zittende beelden van Guiliano, broer van paus Leo X en van Lorenzo, de hertog van Urbino, beeldhouwen, maar ook de 4 allegorische figuren aan hun voeten: Dag, Nacht, Dageraad en Avond. Het merendeel van zijn latere werken bleef onvoltooid: de Brutus (ca.1538), de Kruisafneming (ca ) in de dom van Florence en de Pietà Rondanni.

5 1.1 bespreking van enkele beeldhouwwerken Bacchus: Een van de grotere beeldhouwwerken gemaakt in opdracht van Kardinaal Raffaello Riario in Rome. Het beeld was gemaakt in 1497 maar nooit opgenomen in de collectie van de Kardinaal maar opgekocht door een bankier. In 1571 werd het overgekocht door De’ Medici en geplaatst in een museum in Florence. Pietà: Een beeldhouwwerk gemaakt in 1498 voor Kardinaal Bilhères del Lagraulas. Het bestaat uit 1 stuk marmer uit Carrara en hij werkte eraan tot David: In 1463 gaf de sacristie van de kathedraal van Firence aan Agostino di Duccio de opdracht om uit een reusachtig blok marmer een profeet te beeldhouwen. Maar hij heeft het werk nooit afgekregen en het stuk marmer werd bewaard op de binnenplaats van de opera. In augustus 1504 besliste de Arte della Lana, die schulden had bij de sacristie van de kathedraal, om het marmerblok aan Michel. te geven opdat hij een David zou beeldhouwen. Hij begon in september 1504 en in januari 1505 was het klaar. Graftomben: De bouw startte in 1520 en ze waren beide voltooid in Ze zijn gebouwd in opdracht van Guiliano van Nemours en Lorenzo van Urbino 2. SCHILDERWERKEN Op gebied van schilderkunst was Domenico Ghirlandaio Michelangelo’s eerste leermeester. Hij schilderde in 1505 een Heilige familie voor Angelo Doni. Zijn hoofdwerk op gebied van schilderkunst werd de decoratie van de Sixtijnse kapel ( ), waarmee hij alles achter zich liet wat tot dan toe op soortlijk gebied was gepresteerd, terwijl hij voor de schilderkunst nieuwe mogelijkheden opende. In 1534 werd hij door Paulus III verzocht de altaarwanden van de kapel te schilderen; het resultaat Het Laatste Oordeel. Tenslotte voltooide hij nog 2 grote fresco’s in de Capella Paolina van het Vaticaan. Een groot deel van zijn werken bevindt zich in Groot-Brittannië, verdeeld over het Brits Museum, Londen, het Ashmolean museum, Oxford en Windsor Castle. 2.1 Bespreking van enkele schilderwerken De Sixtijnse kapel: deze kapel bevind zich in het Vaticaan in Rome. De kapel is gebouwd rond 1475 onder paus Sixtus IV. Voor dat Michel. de kapel schilderde was hij reeds door vele anderen beschilderd. Deze werken zijn vernietigd om plaats te maken voor Michelangelo.

6 Op 10 mei 1508 kreeg hij 500 dukaten om zijn werk te starten. Uit talrijke bronnen is vernomen dat de verschillende schilders die Michelangelo had aangesteld niet in staat waren voor zo een groot werk. Daarom stuurde hij ze weg en begon alleen, hij had wel enige leerjongens die zijn werk voltooiden. Rond 1510 was het werk reeds half af. En in 1512 was het helemaal voltooid. De decoratie is verdeeld in 3 delen: - De voorouders van christus tot abraham - 4 scenes uit de bijbel met profeten -Sybilen: Deze vormen een belangrijk onderdeel van dezijstukken van het plafond. Dat Michelangelo een waar meester vande kleur was blijkt hier nog eens in de verschillendekleurencombinaties in de gewaden van de Sibyllen. (Sibyllen zijn een soort waarzegsters.) Hun hoogte schommelt tussen 260 en 300m. Er zijn 7 profeten, gebaseerd op de Joodse tradities, en 5 Sibyllen, gebaseerd op Griekse traditie. -Episodes uit het oude testament: Er zijn 9 scènes uit de Bijbel: -Dronkenschap van Noah. -Dronkenschap van Noah. -De Zondvloed -Het offer van Noah -De erfzonde -De schepping van Eva -De schepping van Adam -Scheiding van de Wateren -Schepping van de hemellichamen -Scheiding van Licht en Donker Het Laatste Oordeel: paus Clement VII gaf de opdracht aan Michel. om dit meesterwerk aan te brengen. Het bevind zich eveneens in de Sixtijnse kapel en dit gigantische meesterwerk bedekt de volledige kant aan de altaarzijde. Oorspronkelijk vroeg de paus enkel aan de kunstenaar om een fresco met machtige afmetingen op de muur aan te brengen. Oorspronkelijk moest het de Verrijzenis voorstellen maar dit werd snel vervangen door Het Laatste Oordeel. Dit fresco is opgebouwd uit meer dan 400 secties. De inspiratie voor dit werk haalde hij waarschijnlijk bij Dante’s gedicht Tommaso da Celano’s Dies Irae en andere fresco’s.

7 3. ARCHITECTUUR Als bouwmeester was Michelangelo, naast Bramante, de grootste kunstenaar van het Italiaanse Cinquecento. Zijn eerste grote opdracht, de voorgevel van de San Lorenzo te Florence, kwam niet verder dan het ontwerp en de voorbereidende werkzaamheden. In 1521 werd begonnen aan de bouw van de Sacrestia Nuova van dezelfde kerk. In hetzelfde complex bouwde hij vanaf 1529 aan een bibliotheek, die zou afgewerkt worden door 2 van zijn leerlingen. Immers, in 1529 werd het werk onderbroken door het beleg van de stad, waarbij hij de leiding kreeg over de versterkingen. Hij werd in 1535 benoemd tot hoofdarchitect van de apostolische paleizen, maar voorlopig werd hij volledig in beslag genomen door zijn werk in de Sixtijnse kapel. Hij werd ook nog de architect van de Sint Pietersbasiliek, waarvan hij bij het tekenen van het grondplan geïnspireerd werd door een Grieks kruis. 3.1 Bespreking van enkele gebouwen Biblioteca Laurenziana: Michelangelo stond niet in voor de realisering van dit werk. De bibliotheek was gebouwd volgens zijn plannen en andere werkten verder aan de realisering gedurende vele jaren. Sint-Pietersbasiliek: Michelangelo werd aangewezen als architect voor de bouw van deze basiliek in 1546 en verving daarmee Antonio da Sangallo de Jongere die juist gestorven was. Zijn positie als bouwmeester stond hem toe om af te geraken van de gehate medewerkers van Sangallo. De manier waarop Michel. zijn plannen achterhield zorgde voor veel kritiek en nijd. Het enige wat hij heeft zien bouwen was het “tamboer”. De dom en de smalle lantaarn zijn meer dan 20 jaar na zijn dood gebouwd door Giacomo della Porta. 4. DICHTKUNST Als dichter is Michelangelo bekend gebleven door zijn verzen en sonnetten gericht aan zijn vriend Cavallieri en aan Vittoria Colonna. Liefde, schoonheid en godsdienst zijn er de thema’s van. Soms keerde hij zich fel tegen de politieke en matschappelijke toestanden. Het meeste schreef hij tussen 1534 en 1564 in Rome. Er zijn in 1623 wel verbasterde vormen uitgegeven door zijn achterneef en naamgenoot. MICHELANGELO BUONAROTTI WERD BEGRAVEN IN DE SANTA CROCE IN FLORENCE, ZIJN GRAFTOMBE (NAAST DE CENOGRAAF VAN DE DOOR HEM BEWONDERDE DANTE) WERD ONTWORPEN DOOR VASARI

8 Beschrijving fresco’s.

9 De schepping van de zon en de maan. (Gen.1: 14-18) En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was. (Gen.1: 1-5 ) In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag. (Gen.1: 9-10) En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.

10 De schepping van Adam ( ), Michelangelo God die als een enorme bron van energie op Adam afstormt en hem met één vingeraanraking tot leven wekt. Hét detail van de Sixtijnse kapel dat wellicht ook het bekendste onderdeel is van het enorme werk waar Michelangelo Buonarroti ( ) vier jaar aan werkte. En wellicht werkte hij alleen. Michelangelo schilderde er de hele Genesis-cyclus in een overdaad aan wervelende lichamen. Ook dit detail is zeer beweeglijk. De zwierige God met onder zijn arm de nog ongeschapen Eva en de ongeboren Jezus, die op het punt staat Adam tot leven te wekken. Enkel de vonk tussen de twee vingers ontbreekt nog. Met het fresco gaf Michelangelo uiting aan zijn renaissance-idealen: de bevrijde mens met een vrije wil en vol van daadkracht. Die humanistische ideeën leerde hij kennen bij de neoplatonische academici, met wie hij in contact kwam toen hij in 1490 aan het hof van de Medici werkte in Firenze. Later zal hij daar ook Leonardo Da Vinci leren kennen, met wie hij enkele wandschilderingen maakte voor het Palazzo Vecchio, die helaas niet bewaard zijn gebleven. Michelangelo zelf wou het liefst fulltime beeldhouwen en toen hij in 1505 aan een grafmonument werkte voor paus Julius II, riep die hem naar Rome met als opdracht de Sixtijnse kapel te decoreren. Die paus was in de eerste plaats een veldheer die zelf met het zwaard in de hand meedeed aan allerlei succesvolle veldslagen, maar tevens was hij een belangrijk mecenas die enkel de beste kunstenaars rond zich schaarde. De karakters van beide heren waren nogal moeilijk verenigbaar en Julius II mocht Michelangelo al eens afranselen. Wiedes dus dat de kunstenaar na de dood van Julius II terug naar Firenze ging om er opnieuw te gaan werken voor de Medici. Maar in 1534 keerde hij weer naar de Sixtijnse kapel om Het Laatste Oordeel op de muur aan te brengen

11 (Gen.2: 18-23) De schepping Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij. Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn. Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor de mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware. Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot die plaats toe met vlees. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

12 De schepping van Eva ( ). Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam. Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is. Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn. En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

13 Het eten van eva van de verboden vrucht en de verbanning uit het paradijs. (Gen.3: 1-24) Het eten van Eva van de verboden vrucht [appel] De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs? En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten; Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft. Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven; Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten. En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan de wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs. En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt? Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten. En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten. Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren. Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is. En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

14  Toen zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid. Zo verzond hem de HEERE God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was. En Hij dreef de mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.

15 De ark van noah (Gen.6: 11-7: 10) Ark van noah Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven. Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek. En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte. Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken. Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij. En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij. Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht. Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb. En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had. Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was. Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt, Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. (Gen.8: 15-20) Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.

16 (Gen.9: 18-24) (Gen.9: 18-24) En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan. Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid. En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent. En Cham, Kanaans vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij legden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts, gekeerd zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had. Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht. Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb. En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had. Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was. Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt, Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op den zeventienden dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark; Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark. Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt, Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op den zeventienden dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark; Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.

17 En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe. En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren. En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den gansen hemel zijn, bedekt werden. Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens. Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was. En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.

18 Noachs dronkenschap ( ). En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde! En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven. Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid. Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten. En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen. Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt. Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve. Voorts zeide God tot Noach, en tot zijn zonen met hem, zeggende: Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u; En met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u; van allen, die uit de ark gegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe. En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven. En God zeide: Dit is het teken des verbonds, dat Ik geef tussen Mij en tussen ulieden, en tussen alle levende ziel, die met u is, tot eeuwige geslachten. Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde. En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken; Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven. Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is. Zo zeide dan God tot Noach: Dit is het teken des verbonds, dat Ik opgericht heb tussen Mij en tussen alle vlees, dat op de aarde is. En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaän. Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.

19 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had. En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen! Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht! God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht! En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren. Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.

20  Boaz Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz. De profeet Daniël In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar. De profeet Ezechiël In het dertigste jaar, in de vierde maand, op den vijfden derzelve maand, als ik in het midden der weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, dat de hemelen werden geopend, en ik gezichten Gods zag.

21 De profeet Jeremia De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin; De profeet Jesaja Het gezicht van Jesaja, den zoon van Amoz, hetwelk hij zag over Juda en Jeruzalem, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. De profeet Joël Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Joël, den zoon van Pethuël:

22 De profeet Jona En het woord des HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende: De profeet Zacharia n de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:


Download ppt "De sixtijnse kapel.. Inhoud.  Algemene informatie over de sixtijnse kapel.  Algemene informatie over Michelangelo.  Mythe’s bij de Fresco’s.  Plafond."

Verwante presentaties


Ads door Google