De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Aantekeningen hoofdstuk 3. Begroting Als je je uitgaven op orde wilt houden, dan moet je budgetteren. Raadzaam is om een begroting te maken, Dat doe je.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Aantekeningen hoofdstuk 3. Begroting Als je je uitgaven op orde wilt houden, dan moet je budgetteren. Raadzaam is om een begroting te maken, Dat doe je."— Transcript van de presentatie:

1 Aantekeningen hoofdstuk 3

2 Begroting Als je je uitgaven op orde wilt houden, dan moet je budgetteren. Raadzaam is om een begroting te maken, Dat doe je zo: Inkomen uit arbeid (bijv: loon, vakantiegeld) uitgaven Begroting November 2015 Inkomen uit bezit (bijv: rente, huur) Overdrachtsinkomen (bijv: uitkering, toeslagen) Huishoudelijke uitgaven (bijv: boodschappen, uitgaan, kapper) Vaste lasten (bijv: abonnementen, verzekeringen) In Contract vastgelegd!! Incidentele uitgaven (bijv: vakantie, meubels, kleding) Hier moet je geld voor reserveren!! Inkomsten

3 2.1 en 2.2 Sparen en rente Hoeveel rente je ontvangt hangt af van hoeveel spaargeld je beschikbaar stelt, het rentepercentage en de looptijd. Wanneer je spaargeld naar de bank brengt krijg je interest Een spaarrekening waarbij je geld vastzet voor een lang termijn tegen hogere rente, noem je een spaardeposito. Hieraan stellen banken vaak wel extra zwaardere regels. Een lagere spaarrente heeft tot gevolg dat er meer wordt geleend. Sparen Er vele spaarvarianten mogelijk zie bron 2.6. https://www.youtube.com/watch?v=jFUiPVth1IQ

4 Enkelvoudige interest Jet heeft een spaarrekening van € waarover zij 2 % rente ontvangt. Samengestelde interest 1 e jaar € x 0.02 = € 200 rente 2 e jaar € x 0.02 = € 200 rente 3 e jaar € x 0.02 = € 200 rente 1 e jaar € x 0.02 = € e jaar € x 0.02 = € e jaar € x 0.02 = Einde 1 e jaar Einde 2 e jaar Einde 3 e jaar Samengestelde interest is rente op rente. Zie €10000 x 1.02 x 1.02 x 1.02 =€ Formule Spaarsaldo na gevraagde jaar = (1+percentage rente) ⁿ x eenmalige beginstorting Dus € x 1.02³ = Rekenmachine ^ 2.1 en 2.2 Sparen en rente

5 Geld besteden aan iets om dat later met winst te verkopen, noem je beleggen. Beleggen brengt risico’s met zich mee, maar daarvoor ontvang je meer rendement. Beleggen Hoe hoger het risico hoe hoger het rendement. Voor aandelen,obligaties en opties kun je terecht op de effectenbeurs. Soort effecten Wat is het? Soort beloning mogelijkheidRisicorendement aandelenEigendomsbewijs in het eigen vermogen van een onderneming. Dividend/ winstuitkering en medezeggensc hap Verkoopbaar op de beurs (NV). Kans op koerswinst. Hoog obligatieSchuldbewijs van een overheid of bedrijf. Couponrente/ Interest. Verkoopbaar op de beurs. Kans op koerswinst. BeperktRedelijk 2.3 Beleggen Risico’s zijn hoge inflatie en geen of een tegenvallend rendement.

6 2.3 Beleggen De koerswaarde van een aandeel op de beurs wordt bepaald door vraag en aanbod. De koers stijgt als veel mensen een aandeel willen kopen, en zal dalen als veel mensen een aandeel willen verkopen. Goede of slechte nieuwsberichten spelen een belangrijke rol in de koerswaarde. Als je aandelen voor een lage koers koopt en deze met een koerswinst probeert te verkopen, dan ben je een speculant. Ook de rentestand bepaalt de koerswaarde, Bij een stijging van de rentestand is het aantrekkelijker om rentedragend te sparen of te beleggen. Daarnaast wordt lenen moeilijker waardoor investeringen voor bedrijven duurder worden.

7 2.3 Beleggen Heel belangrijk!!!! Netto dividend = Bruto dividend – dividendbelasting (altijd 15%) Hoe bereken je het netto dividend en het netto dividendrendemend?

8 spaarsaldoRente %looptijdrente € 6005%1 jaar600 x 0.05 = 30 € %1 jaar423 x = € %½ jaar0.039 x / 2 = 1950 € 2257%2 maanden0.07 x 225 / 12 x 2 = 2,63 € %½ jaar300 x /2 = 6.38 € 9807%1 kwartaal980 x 0,07 / 4 = 17,15 € %9 maanden x / 12 x 9 = 3723,75 3.7

9 e Beginsaldo € Rente eerste jaar x = € 2925 Spaarsaldo na jaar 1 € Rente tweede jaar x 92925= € 3020,06 Spaarsaldo na jaar 2 € 95045,06 Rente derde jaar x 95045,06= € 3088,96 Spaarsaldo na jaar 3 € 98134,02 f spaarsaldoRente %looptijdspaarsaldo 2257%9 jaar225 x 1.07^9 = 413, ,24%20 jaar3000 x ^20 = 6896, %14 jaar1980 x 1.03^14 = 2994, ,75%34 jaar32400 x ^34 = ,70

10 3.8 d Spaarbedrag 4025 Rente x 4025/12 x 4 = 29, ,03 Opnamekosten 20,25 Uitbetaling 4058,78 e – x 0.01 = 20 f Spaarsaldo 1 jan -1 sept € Geldopname € Spaarsaldo voor opnamekosten € 5000 Opnamekosten € 20 Spaarsaldo 1 sept – 31 dec € 4980 Rente 1jan – 1 sept € 384 Rente 1 sept – 31 dec € Spaarsaldo 31 dec € 5382,26

11 2.4 en 2.5 Lenen BankLenersSpaarders spaargeld Kredieten SpaarrenteEffectieve rente Lenen en rente

12 2.4 en 2.5 Lenen Een lening om iets te kunnen kopen, noem je consumptief krediet. 1 Rekening-courantkrediet Je mag een bepaald bedrag rood staan op je betaalrekening. 2 Persoonlijke lening Je leent een bedrag dat betaal je in vaste termijnen terug incl. rente. 3 Doorlopend krediet Hetzelfde als een persoonlijke lening, Het enige verschil is dat je elke keer dat je en stukje aflost, dat bedrag opnieuw mag lenen. Je kunt ook een lening afsluiten bij een winkel. 1 Koop op afbetaling Je betaalt je aankoop in termijnen incl. hoge rente terug. Het product is meteen van jouw. Altijd aanbetaling! 2 Huurkoop Je bent pas eigenaar van het product als alle termijnen zijn afbetaald. Geen aanbetaling!

13 Hoe bereken je de kredietkosten? Geld dat je leent moet je terug betalen (aflossen). Daarnaast betaal je een vergoeding (rente). kredietsom12 maanden24 maanden36 maanden € 500€ 44.60€ 23.71€ € 1000€ 89.19€ 47.92€ € 2000€ € 94.16€ en 2.5 Lenen Vraag: Bereken de kredietkosten als je € 2000 wilt lenen en je dit in 24 maanden wil terugbetalen. Oplossing: Je betaalt 24 (maanden) x € 94,16 = € De kredietkosten zijn : € € 2000 =

14 Antwoorden 3.12 c13000 euro d 72 maanden lang betaald ze per maand een bedrag van 230,89. e72 x 230,89 = 16624,08 aan rente en aflossing fKredietkosten = ,08 – = 3624, a58 maanden b Dit is het aantal dat je feitelijk het bedrag moet gaan terugbetalen, maar als je bij een doorlopend krediet het afgeloste bedrag weer opnieuw opneemt. Dan duurt de theoretische looptijd langer. c Bkr controleert of een lener niet teveel leningen al heeft lopen en dus wel in staat is om een nieuwe lening af te kunnen sluiten. d58 x 500 – = 4000

15 Antwoorden e 3000 x 0.20 = 600 f Restantbedrag is Hierbij betaal je een maandbedrag van 91,80. g(36 x 91.80) = 3904,80 h Extra betaald = 3904,80 – 3000 = 904,80 Dit is 904,80 / 3000 = 30,1%^meer.

16 3.14a21% b47 euro c 47 euro x 45 maanden = 2115 euro d / 1500 = 41% eEen deel van het aankoopbedrag gelijk betalen. fHuurkoop want bij koop of afbetaling moet je altijd een aanbetaling doen.

17 Een huis huren? 4.4 Een eigen huis of niet? Wanneer je besluit om een huis te gaan huren, dan moet je als huurder een verplichte schriftelijke huurovereenkomst met de verhuurder afsluiten. In deze overeenkomst worden afspraken tussen de huurder en de verhuurder gemaakt. De overheid heeft om de huurder te beschermen een wet ingesteld met een aantal regels waarvan niet mag worden afgeweken en dit noemen we dwingend recht. 1. Dood breekt geen huur 2. Koop breekt geen huur 3. Huurder mag verbeteringen aanbrengen binnen het huis. 4. Huurovereenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd. Er zijn ook regels waar wel van mag worden afgeweken als daar afspraken over worden gemaakt en dat is het aanvullend recht 1. Groot onderhoud is voor de verhuurder. 2. Klein onderhoud is voor de huurder. 3. Het onderverhuren van een deel van het huis aan een ander is toegestaan. 4. Bij kamerverhuur geldt een proeftijd van 9 maanden.

18 Huurliberalisatie Als de verhuurder meer vrijheid heeft om de huurprijs en de huurverhoging van een woning te bepalen, dan is er sprake van huurliberalisatie. Het Gevolg van huurliberalisatie is dat de huurprijzen flink stijgen. Het wordt dan aantrekkelijker om een woning te kopen. Sociale huurwoningen zijn er voor mensen met te weinig geld om anders een huis te kunnen huren. De huur van een sociale huurwoning mag niet hoger zijn dan de sociale huurgrens. Feitje: In 2015 ligt deze grens op 710,68 euro. Dit bedrag betreft kale huur en dus geen huur inclusief servicekosten. Huurliberalisatie is niet va toepassing voor sociale huurwoningen.

19 Een huis kopen? 4 Zekerheid voor alles Wanneer je besluit om een huis te gaan kopen en het dus eens bent over de prijs, dan wordt het voorlopig koopcontract opgesteld. Je hebt dan nog 3 dagen bedenktijd voordat de koop definitief is. Vaak staat in het voorlopig koopcontract een ontbindende voorwaarde. Dat houdt in dat de koop niet doorgaat als de koper niet voldoende hypotheek bij de bank kan krijgen. Je bent bij een voorlopig koopcontract nog geen eigenaar van het huis!! Je bent pas eigenaar als de transportakte (verkoopbewijs) staat ingeschreven bij het kadaster. 4 Zekerheid voor alles

20 Hypothecaire lening Dit is een geldlening met een lange looptijd en met een onroerend goed als onderpand. De hypotheeknemer (de bank) heeft het hypotheekrecht, om het onderpand te verkopen als de hypotheekgever niet kan voldoen aan de eisen van de lening (rente en aflossing). Er bestaan verschillende soorten hypotheekvormen: 1 Lineaire hypotheek Vast bedrag aan aflossing + afnemende rente door aflossing. 2 Annuïteitenhypotheek. 3 Aflossingsvrije hypotheken Vast bedrag aan aflossing plus rente. In het begin van de looptijd weinig aflossing, en veel rente. Gedurende looptijd neemt het aflossingsdeel toe en de rente af. Geen jaarlijkse tussentijdse aflossing. Pas aan het einde van de looptijd. Spaarpremie voor het betalen van deze aflossing.

21 Lineaire hypotheek De hypothecaire lening is € Aflossen doe je in 30 gelijke jaarlijkse termijnen. De bank vraagt 5% rente. Bereken voor zowel jaar 1, jaar 2 en jaar 15 het bedrag dat je aan rente en aflossing moet betalen. Jaar 1 Voor jaar 1 is er nog geen aflossing geweest. rente = € x 0.05 = € rente. aflossing = € Aflossing: Geleend bedrag / looptijd. Dus € / 30 = € per jaar. Jaar 2 Lening = € – € (aflossing jaar 1) = € Rente = € x 0.05 = € Aflossing: € Jaar 15 Lening: € – (14 x ) = € Rente: € x 0.05 = € Aflossing: €

22 Annuïteitenhypotheek De annuïteitlening is € De looptijd is 30 jaar en de rente is 6%. De annuïteit is € Hoeveel afzonderlijke rente en aflossing moet je na 1 jaar, 2 jaar en 3 jaar betalen? Jaar 2 Lening: € € 2777= Rente: x 0.06 = € 10633,38 Aflossing: € – € ,38= € 2443,62 Jaar 1 Rente = € x 0,06 = € Aflossing: € € = € 2277 Jaar 3 Lening: € € 2443,62 = ,38 Rente: € ,38 x 0,06 = € ,76 Aflossing: € € ,76=€ 2590,24

23 Aflossingsvrije’ hypotheek De spaarhypotheek is € De looptijd is 10 jaar. De rente is 6% en de spaarpremie is € 8200 De rente per jaar = 0.06 x = Spaarpremie = €8200 x 10 = 82000

24 Voorbeeld: Kees heeft een woning met een WOZ-waarde van € Bereken het eigenwoningforfait. Huizenbezitters en belasting Ben je een huizenbezitter? Dan betaal je ieder jaar een eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is afhankelijk van de WOZ-waarde. Berekening eigenwoningforfait: € : 100 x 0,70= € 1435 Het bedrag aan eigenwoningforfait moet je bij het inkomen optellen. Hierdoor wordt je belastbaar inkomen hoger en betaal je dus meer belasting. Gelukkig bestaat er ook een belastingvoordeel voor huizenbezitters. Je mag namelijk de hypotheekrente van je belastbaar inkomen afhalen. Stel dat je 6% rente over een hypothecaire lening van € moet betalen. Dan mag je € x 0.06 = € 6000 aan hypotheekrente aftrekken van je belastbaar inkomen. Het belastingvoordeel voor kees is dus : € 6000 – € 1435 x 0.50 = € 2282,50 Stel dat het belastingpercentage is 50% is


Download ppt "Aantekeningen hoofdstuk 3. Begroting Als je je uitgaven op orde wilt houden, dan moet je budgetteren. Raadzaam is om een begroting te maken, Dat doe je."

Verwante presentaties


Ads door Google