De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Genesis 1:1-6:8 (1) WELKOM. Psalm 29: 1  Hemelingen, buigt u neer,  geeft de HERE kracht en eer,  geeft de HERE heerlijkheid,  looft zijn naam en.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Genesis 1:1-6:8 (1) WELKOM. Psalm 29: 1  Hemelingen, buigt u neer,  geeft de HERE kracht en eer,  geeft de HERE heerlijkheid,  looft zijn naam en."— Transcript van de presentatie:

1 Genesis 1:1-6:8 (1) WELKOM

2 Psalm 29: 1  Hemelingen, buigt u neer,  geeft de HERE kracht en eer,  geeft de HERE heerlijkheid,  looft zijn naam en majesteit.  Looft Hem om zijn grote daden,  dient Hem in uw feestgewaden.  Komt u voor de HERE buigen,  hulde aan uw God betuigen.

3 Psalm 29: 2  Machtig is des HEREN stem,  wateren weerkaatsen hem.  Door de God der heerlijkheid  klinkt de donder wereldwijd.  Boven het geweld der meren  klinkt de sterke stem des HEREN,  want des HEREN stem is krachtig,  vol van luister, groots en machtig.

4 Genesis 1:1-6:8 (1) GEBED

5 Genesis 1:1-6:8 (1) Lezen: Genesis 1:1-2:3 VRAAG: wilt u tijdens het lezen horen of u zaken Opvallen? Wat is u opgevallen (of niet)

6 Genesis 1:1-6:8 (1) Stelling: We denken dat we lezen…., Maar we lezen wat we denken. Oefening:

7 Genesis 1:1-6:8 (1) OEFENING: BANK (waar denkt u aan)

8 Genesis 1:1-6:8 (1) OEFENING: BANK Wie dacht aan? 1.Geld? 2.Zitten?

9 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Op welke scheppingsdag is de aarde gemaakt?  Uit hoeveel uur bestaat een scheppingsdag, volgens Genesis 1:1-2:3?  Wat is het belangrijkste verschil tussen mens en dier, volgens Genesis 1:24-31?

10 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Op welke scheppingsdag is de aarde gemaakt?  In het begin  Uit hoeveel uur bestaat een scheppingsdag, volgens Genesis 1:1-2:3?  24, denken we…  Wat is het belangrijkste verschil tussen mens en dier, volgens Genesis 1:24-31?  Naar zijn aard (dier), naar zijn beeld (mens)

11 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Welke dag volgende op de zevende scheppingsdag (Genesis 2:1-4)?  Hoe groot was het paradijs? Een kleine tuin, de hele aarde, iets er tussenin?  In het midden van het paradijs stond de boom van het leven. Waar stond de boom van “Kennis van goed en kwaad?”

12 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Welke dag volgende op de zevende scheppingsdag (Genesis 2:1-4)?  Vreemde vraag… 8 ste ? Of ligt het anders?  Hoe groot was het paradijs? Een kleine tuin, de hele aarde, iets er tussenin?  Een tuin, dus niet de hele aarde….  In het midden van het paradijs stond de boom van het leven. Waar stond de boom van “Kennis van goed en kwaad?”  Er naast!

13 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waar was Adam, toen de slang met de vrouw sprak?  Na de moord op Abel, vlucht Kaïn weg. Vervolgens heeft hij gemeenschap met zijn vrouw. Waar komt deze vrouw vandaan (Genesis 4:17)?

14 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waar was Adam, toen de slang met de vrouw sprak?  Hij stond naast naar!  Na de moord op Abel, vlucht Kaïn weg. Vervolgens heeft hij gemeenschap met zijn vrouw. Waar komt deze vrouw vandaan (Genesis 4:17)?  Dat weten we niet… (?) Of wel… een jongere zus die achter hem aan was gegaan (?).

15 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waarom is geen van de mensen voor de zondvloed ouder dan duizend jaar geworden?  Wat is het gewelf dat scheiding maakt tussen het water onder en boven (Genesis 1:6-8), volgens u?  In Genesis 1:11 zegt God dat er “jong groen moet ontkiemen” Hoeveel tijd zit er tussen dit moment en het moment dat de vogels in de bomen kunnen nestelen en de mensen de vruchten kunnen eten?

16 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waarom is geen van de mensen voor de zondvloed ouder dan duizend jaar geworden?  Het antwoord houden we nog te goed…  Wat is het gewelf dat scheiding maakt tussen het water onder en boven (Genesis 1:6-8), volgens u?  De dampkring, het heelal, een ijskoepel, of iets anders…  In Genesis 1:11 zegt God dat er “jong groen moet ontkiemen” Hoeveel tijd zit er tussen dit moment en het moment dat de vogels in de bomen kunnen nestelen en de mensen de vruchten kunnen eten?  24 en 48 uur… Of is het anders…

17 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waarom moet de mens de aarde onder haar gezag brengen en heersen over alle dieren? (Genesis 1:28)?  Is de mens sterfelijk of onsterfelijk gemaakt, volgens Genesis 1:29?

18 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wat weten we al? (Er zijn “vreemde vragen” bij)  Waarom moet de mens de aarde onder haar gezag brengen en heersen over alle dieren? (Genesis 1:28)?  Gezag en heersen zijn interessante woorden….  Is de mens sterfelijk of onsterfelijk gemaakt, volgens Genesis 1:29?  Dat hangt ervan af waarom ze (en de dieren) moesten eten…

19 Genesis 1:1-6:8 (1)  Reacties op deze oefening?

20 Genesis 1:1-6:8 (1)  Opdracht 2 invullen  Wat was er al?  Wat is nieuw?

21 Genesis 1:1-6:8 (1)  Opdracht 2. Invullen  Wat was er al?  1. hemel en aarde = woeste zee en duisternis  2. water, licht en donker  3. water  4. licht  5. lucht en water  6. land en planten  Wat is nieuw?  1. licht  2. gewelf, water boven en water onder  3. land, bomen en planten  4. zon, maan en sterren (+ tijden en wegen)  5. vogels en vissen  6. dieren en mensen

22 Genesis 1:1-6:8 (1)  God heeft in drie dagen orde aangebracht:  dag 1 – dag 3. Het was woest!  God heeft in drie dagen de orde gevuld met hemellichamen, vogels, vissen, dier en mens:  dag 4 – dag 6. Het was doods!

23 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wetenswaardigheid (1)  Fenomenologische taal – uitleg: dat is taal die ik gebruik om te vertellen wat ik zie:  Voorbeeld = de zon komt op / gaan onder  Genesis 1 beschrijft de wereld in fenomenologische taal  Wetenswaardigheid (2)  Fenomenologische taal – ook  Wetenswaardigheid (3)  Joodse dagindeling en jaartelling is anders dan de onze  Wetenswaardigheid (4)  Aanvulling

24 Genesis 1:1-6:8 (1)  Wetenswaardigheid (4)  Je hebt verschillende talen ook in het Nederlands!  Letterlijk taalgebruik  Figuurlijk taalgebruik, vooral in gedichten, maar ook dagelijks  Fenomenologisch taalgebruik, de zon komt op, de maan gaat onder.  Symbolisch taalgebruik, bijvoorbeeld in wiskunde, maar in de Bijbel vooral met getallen.

25 Genesis 1:1-6:8 (1)  PS. De powerpoints staan op: 

26 Genesis 1:1-6:8 (1)  Voor de volgende keer…  Lees Genesis 1-6:8 in zijn geheel goed door.  En blz van de cursus.

27 Psalm 29: 5  God, de HERE, troont voorgoed  op de grote watervloed.  Hij is Koning voor altijd,  ja, Hij heerst in eeuwigheid.  Want de HERE is almachtig,  maakt zijn volk zijn gunst deelachtig.  Hij schenkt kracht en op hun bede  zegent Hij zijn volk met vrede.


Download ppt "Genesis 1:1-6:8 (1) WELKOM. Psalm 29: 1  Hemelingen, buigt u neer,  geeft de HERE kracht en eer,  geeft de HERE heerlijkheid,  looft zijn naam en."

Verwante presentaties


Ads door Google