De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Elke leraar een taalleraar? Bart Vandenberghe. 1.NAAR SCHOOL IN JAREN ’60-’70 Veel aandacht voor correct taalgebruik: uitspraak, woordenschat, zinsbouw,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Elke leraar een taalleraar? Bart Vandenberghe. 1.NAAR SCHOOL IN JAREN ’60-’70 Veel aandacht voor correct taalgebruik: uitspraak, woordenschat, zinsbouw,"— Transcript van de presentatie:

1 Elke leraar een taalleraar? Bart Vandenberghe

2 1.NAAR SCHOOL IN JAREN ’60-’70 Veel aandacht voor correct taalgebruik: uitspraak, woordenschat, zinsbouw, spelling. Tijd v. ABN-campagnes + ABN-kernen. Op tv: Hier spreekt men Nederlands ( ) Radio: Voor wie haar soms geweld aandoet (Marc Galle) 2

3 Kranten: o.a. taaltuin in De Standaard (vanaf 1959) Veel taalboeken: M. van Nierop, P.C. Paar- dekooper, Hendrik Heidbuchel, Paul Cockx, W. Penninck & P. Buyse 3

4 Op school Duidelijke, strakke norm. Bijna elke leraar zag zich ook als een leraar Nederlands. Lessen Nederlands: veel aandacht voor correct taalgebruik. Nederlands = vak waarvoor je moest slagen. Dt-fout => 0 of cijfer gehalveerd. 4

5 Maar: Norm = Nederlands uit Nederland + Algemeen Beschaafd Nederlands => Wie dialect praat, is onbeschaafd. -> Dialect is mooi, maar minderwaardig. Wel: heel wat foute woorden v. toen zijn nu correct -> bv. charcuterie, folder, nipt, dat komt om- dat, kapot, meerdere, op voorhand, parking, van buiten leren, iets uitvinden (uitvissen). 5

6 2. VANAF JAN TOT ONGEVEER 1990 Leraar In media accent nog altijd op standaardtaal. Kranten: meeste taalrubrieken verdwijnen langzaam. Wel nog in De Standaard, hoewel minder met opgeheven vingertje. Bij de BRT alles in standaardtaal. Steeds meer is het AN i.p.v. ABN. 6

7 Op school: situatie nog dezelfde Zelfde houding tgo. correcte taal en spelling + vaak nog zelfde handboeken. Meeste leerkrachten zien zichzelf nog wel als leraar Nederlands. Vooral aandacht voor correcte uitspraak (bv. typisch Antwerpse klanken) + reeks typische dialectwoorden: bv. goes- ting, noemen, verlof. Heel veel aandacht voor spelling, vooral dt. 7

8 Vaak vragen v. collega’s over taalgebruik. -> Maak zelfs lijst met courante fouten. Heel typerend: inspecteur Nederlands. Rollenspel mag niet: scène op romantische, realistische en/of naturalistische manier. Dialect kan niet, hoewel gepast. 8

9 Na universitaire opleiding wordt heel duidelijk: veel leerkrachten beheersen standaardtaal onvoldoende. Vol goede wil, maar AN = een 2 de taal. Die generatie: standaardtaal meestal via boekjes geleerd. Mijn generatie keek al veel naar Nederland- se zenders + luisterde naar Nederlandse radio … 9

10 Meeste collega’s onder elkaar: tussentaal of zelfs plat dialect. Cursussen bevatten vaak veel taalfouten: woordkeuze, zinsbouw, … Ook lkn Nederlands: spreken vaak heel gekunsteld, met overdreven correcte, ge- maakte uitspraak. 10

11 Proberen vooral ‘beschaafder’ te klinken. -> Effect tot vandaag -> Veel lln denken dat bep. informele of vul- gaire woorden geen AN zijn: bv. kop, pis- sen, schijten, klootzak, verdomme … 11

12 Lessen Nederlands Zoals vroeger heel sterk accent op spraak- kunst en spelling + in 3de graad op literatuurgeschiedenis. Veel aandacht voor taalzuivering + spelling. Nauwelijks aandacht voor taalvariatie. 12

13 Begonnen in TSO: Medium 1 (4 de jaar) Elk deel:  Eerst uitleg over uitspraak + dictie-oef.  Veel aandacht voor spelling.  Spraakkunst.  Oef. op ‘taalschat – stijl’: O.a. wat is A.B.N. voor: lopend water, chauf- fe-bain, plancher, benadeligen, succes …?  Literair-esthetisch onderricht. 13

14 Ook gebruikt: Nieuwe taalrijkdom-t, deel 4 (1976, 1ste uitgave 1963).  Begint met spreekoef. + uitspraakleer.  Spraakkunst.  Spelling: bv. vul aan met t, s, ss, c, z, n of nn.  Stijlstudie en woordenschat: O.a. onkruid uitroeien: bv. Ik heb hem steeds voor een idealist (aangezien, aanzien).  Tussendoor veel literatuur, vaak gekoppeld aan ‘grammatisch-stilistisch’ lezen. 14

15 Vanaf 1980 hoofdzakelijk ASO 4 de jaar: Vaardig in taal (taalzuivering) + Zinnen bouwen (1978, 7 de druk) 5-6: Hoe zeg en schrijf ik het? van Heid- buchel (vanaf 1973) Daarnaast Wereld in teksten voor literatuur. Lat ligt nog hoog: bv. -3 of -5 voor dt-fout. 15

16 Langzaam reactie tegen sterke accent op de standaardtaal. Voortschrijdende democratisering. Samenleving wordt informeler -> lossere omgangsvormen. AN is te ‘Hollands’. ABN werd AN. Meer tolerantie t.o.v. taalvarianten: informele, regionale … 16

17 3. VANAF JAREN 1990 Heel andere wereld vandaag. Meer welvaart + groter zelfbewustzijn in Vlaanderen. -> Hangt samen met federalisering. -> “Wat we zelf doen, doen we beter.” Taalkundige evolutie. Standaardtaal = te Noord-Nederlands. Tussentaal/Verkavelingsvlaams wordt infor- mele standaardtaal. Erg neg. connotaties bij Geert Van Istendael. 17

18 18 Tussentaal meer op tv -> VTM ( ): in talkshows, soaps e.d. -> VRT blijft AN gebruiken. -> VRT-Nederlands wordt gedroomde standaardtaal -> Vlaamse variant. Joop van der Horst: Het einde van de standaardtaal (2008) Renaissance: meer normen, nationale talen, accent op schrijven. Nu: meer variatie, accent op spreektaal.

19 19 Nieuwe media. Andere omgang met taal: chatten, sms’en... Schoolpubliek is steeds gekleurder. Nederlands vaak niet meer de moedertaal.

20 20 Op school Lln: steeds meer tussentaal of allerlei varianten van deze taal (met invloeden van hun moedertaal, straattaal …). Veel leerkrachten spreken tussentaal -> Volgens leerlingen iedereen behalve hun leerkracht Nederlands.

21 21 Klopt volgens onderzoek. Ook lk. Nederlands gebruikt in mindere of meerdere mate tussentaal. Gemiddeld meer bij jongere leerkrachten. Oudere lkn: vrouwen opvallend meer AN. Hogere jaren: minder moeite om AN te spre- ken dan in de lagere. Heel vaak codewisseling: kennisoverdracht in AN, maar bij vb. of verhaal tussentaliger. Idem wanneer men boos is, zich ergert, zich vrolijk maakt.

22 22 Opvallend: boze reacties of meewarige blik als je een opmerking maakt over een taalfout. -> Bv. in bericht voor ouders of leerkrachten of rapportcommentaar. -> Vaak ook frustratie: je mag geen punten aftrekken bij andere vakken. -> Zelfs bij Nederlands alleen bij echte taal- of speltesten. -> Geen extra punten voor bv. dt.

23 23 Positief: lln zijn veel mondiger en vlotter dan vroeger. Wel: veel klachten over taalgebruik.  Spelling - Heel veel dt-fouten. -> Veel lln doen geen moeite. - Ei en ij: bv. allebij, drijgen, hij zij maar zelfs hei i.p.v. hij (hei zei). - Ch wordt vaak g: egt. Omgekeerd: gezecht.

24 24 - Woorden niet meer gesplitst of op gekste plaatsen (zoals vaak in kranten): bv. belon-ing, perspect-ief, verbee-lding. - Onderzoek KdG > 1 ste -jaars spellen slechter dan lln laatste jaar lagere school (vooral vervoeging wwn).

25 25  Zinsbouw Vaak geen besef van wat zin is. -> Ook door media die erg versimpelen. 1. Geen verbindingswoord, gewoon komma. Bv. Lezen is tevens een remedie tegen stress, doordat je inlevingsvermogen zo groot is, vergeet je al de rest en ontspan je automatisch.

26 26 2. Punt voor begin v. bijzin. Bv. Literatuur biedt de mogelijkheid emo- ties te beleven zonder ze zelf te onder- gaan. Wat op zich een positief effect heeft doordat je empathisch vermogen toeneemt.  Enorm veel woordherhaling.

27 27  Heel veel foute verwijzingen Bv. Literatuur is goed voor de fysieke en geestelijke gezondheid. Het bereidt ons voor op een goede nachtrust en het helpt tegen stress.  Ook veel fouten jongere collega’s -> In opgegeven taak: bv. Protestants, Kerk en kerk, -> Zin: Wat wilt het kerk bereiken.

28 28 Gevolgen  Onlinepetitie v. Actiegroep Nederlands (2013) had veel succes, -> Meer aandacht nodig voor correcte uit- spraak, toep. v. grammaticale regels …  Universiteiten: cursussen academisch Nederlands -> UA: vooral problemen met tekstopbouw.  Oud-rector wil betere lerarenopleiding.  Ouders +lln vinden correcte taal belangrijk.

29 29 Veel leerkrachten weten het niet goed meer. Schizofrene situatie Men verwacht kwaliteit, maar maatschappe- lijk draagvlak is veel kleiner. Overheid pleit voor AN als instrument voor maatschappelijke emancipatie. Maar: vaak is tussentaal beter. + Iemand die thuis geen AN praat, heeft niet per se een armere taal.

30 30 Minister moedigt aan om aan te sluiten bij de leerlingen, maar het AN wel te promoten = leerdoel + medium v. onderwijs in alle vakken. Maar: - Beperkte aandacht in eindtermen: 2 de graad: bereid AN te spreken. 3 de graad: idem. - Helpen de nieuwe eindtermen?

31 31 Wat doe je? 1.Vertrekken v. bestaande situatie en erop reflecteren. - Bv. reeks teksten of stellingen geven over AN, tussentaal en dialect -> debat + reflectie. - Bewustmaken: elke taalvariant heeft zijn waarde + kijken naar situatie welke meest functioneel is.

32 32 + Aandacht voor totale taalpalet. - Registers (stijlniveaus): formeel, infor- meel, vulgair, archaïsch taalgebruik. - Sociaal: vaktaal, straattaal, jongerentaal, sms-taal, chattaal, taal van man en vrouw … - Geografisch: ook Poldernederlands, Surinaams-Nederlands.

33 33 2.Bronnen leren gebruiken - Woordenboek gebruiken en kijken naar labels: bv. beledigend, informeel + BN, NN + algemeen BN en niet-algemeen BN gallicisme, germanisme … -> Lln zeggen bv. dat ‘bic’ in woordenboek staat of denken dat ‘kop’ of ‘klootzak’ geen AN zijn. - Ook duidelijk maken dat er niet altijd consensus is + dat taal verandert. - Ook bv. synoniemen leren zoeken …

34 34 - Ook digitale adviescentra gebruiken: bv. taaladvies.net of website van Onze Taal + spellingchecker: efficiënt hanteren. 3.Reflecteren op taalgebruik in de media Bv. gebruik van eenvoudige zinsbouw. -> O.a. in Quest worden samengestelde zinnen in 2 gesplitst.

35 35 4.Leren werken met schrijfkaders, portfo- lio’s of dossiers - Leren werken met vaste structuren. - Gebruik van schrijfdossier: - stappenplan (volgens OVUR); - hulpschema om jezelf of anderen te beoordelen. Werken aan attitude: bv. tekst altijd nalezen + reflecteren op resultaat en oorzaken ervan + steeds zelfstandiger werken.

36 36 5.Extra aandacht voor correcte spelling en taal. - Lijst maken van courante fouten + remediëringsoef, = Pijnpunten In Focus. - Extra remediëringsoefeningen zeker nodig in modulevorm volgens niveau + wordt verder aan gewerkt.

37 37 6.Lat hoog genoeg bij vaardigheden -> Onderwijs is terecht veel communicatie- ver. Ook terecht: functionele taalbeschouwing. -> Sommigen klagen dat lln slagen zonder studeren. -> Vaardigheden veronderstellen kennis. => Leg de lat dus hoog genoeg.

38 38 7.Steun zoeken bij collega’s - Vakgroep: leerlijn uitwerken voor bv. schrijfvaardigheid + spelling. - Efficiënt taalbeleid uitwerken. -> Vaak geassocieerd met taalzuivering: ook aandacht voor tekstbegrip, leren schrijven … -> Niet alleen taak van lkn Nederlands.

39 39 -> Elke leraar moet weer meer een taal- leraar zijn, maar op een moderne manier. -> Taalvaardigheid is meer dan alleen correct taalgebruik, Uiteindelijk: lln appreciëren het dat de lat hoog genoeg ligt, evt. pas later wanneer ze voortstuderen.


Download ppt "Elke leraar een taalleraar? Bart Vandenberghe. 1.NAAR SCHOOL IN JAREN ’60-’70 Veel aandacht voor correct taalgebruik: uitspraak, woordenschat, zinsbouw,"

Verwante presentaties


Ads door Google