Anatomie / fysiologie Nieren 3 Bloeddruk AFI1

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Welke functies zijn in het menselijk lichaam van direct levensbelang?
Advertisements

De bloeddruk.
Hyponatriemie en de hersenen
Shock SHOCK en uitwendige bloedingen nemen een bijzondere positie in tussen ‘stoornissen in de vitale functies’ en ‘plaatselijke stoornissen’
Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe
Water en zouthuishouding
O1 week 2 Homeostase Diffusie osmose filtratie
HAGMA High Anion Gap Metabolic Acidosis H. NEELS Algemeen Centrum Ziekenhuis Antwerpen.
Anesthesie bij zwangeren
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
CASUS 1.
Het zuur-base evenwicht I
Het menselijk lichaam op hoogte
AFI1 Cxx53 1 en 2 Milieu interieur Uitwisseling van stoffen
!Belangrijk! Tijdens de aanstaande biologie PTA
Fysiologie Hoorcollege blok 1.3
1 introductie 3'46” …………… normaal hart hond 1'41” ……..
Het bloed Het bloed.
Weefselvloeistof en lymfe
Alcohol en uitscheiding
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
kennismakig met boed / JoJo september 2006
2009 Tevredenheidsenquête Resultaten Opleidingsinstellingen.
PLAYBOY Kalender 2006 Dit is wat mannen boeit!.
Transport Bs 1&2 Bloed en bloedsomloop. Transport van stoffen Klein afstanden: van cel tot cel –DIFFUSIE Bloedsomloop (mens) –Dubbele bloedsomloop Grote.
Het bloedvatenstelsel – Het lymfatisch systeem
Transport Bloed en bloedsomloop Informatie en animaties over het bloed.
Bloedsomloop 3 HAVO/VWO Thorbecke.
Samenvatting Bloedsomloop
AFI1 Nieren 1 Eliminatie en regulatie
Les 10 Bloeddruk en Nieren
Anatomie / fysiologie Nieren 2 Urine 1 AFI1
Anatomie / fysiologie Circulatie
Voorbeeld toetsvragen
Thema 16 Hormoonregulatie
Waaruit is het menselijk lichaam opgebouwd?
De Meetcyclus Control en/of Feedback Object Signaal Meting Analyse
ECHT ONGELOOFLIJK. Lees alle getallen. langzaam en rij voor rij
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
Hyponatriemie Maartje Salomons.
1 Zie ook identiteit.pdf willen denkenvoelen 5 Zie ook identiteit.pdf.
ZijActief Koningslust
Bloedvatenstelsel 5Havo.
Renine Angiotensine Aldosteron systeem
Vocht huishouding.
TRANSPORT Thema 5.
Samen met de website van:
Shock en vloeistoftherapie.
Respiratie en zuur-base evenwicht
HbA1c Leonie van der Heul Klinisch chemicus io Symposium 17 jan 2014.
De P, RR, adh,T, en vochtbalans Een lezing Presentatie: Alfons Huisintveld.
Johan Bugel Campus Winschoten. Hoeveelheid bloed Johan Bugel Campus Winschoten  Man 5 liter  Vrouw 4,5 liter.
Shock en vloeistoftherapie.. Wat is shock? Onvoldoende perfusie = doorbloeding van de weefsels. Waardoor de weefsels te weinig zuurstof krijgen.
Grote en kleine bloedsomloop Hart en bloedvaten
3. Het urinevormend apparaat
Voedingsstoffen Bouwstoffen
Endocrinologie.
Meten van de bloeddruk.
Blok 3 Gezondheid en gedrag
Stofwisseling (metabolisme), uitdroging en oedeem
De bloedsomloop Waarom hebben we een bloedsomloop:
Shock en vloeistoftherapie.
Bloed Bloedgroepen Bloedstolling D17vab
Endocriene Stelsel Hormoonstelsel.
Bloed Bloedgroepen Bloedstolling D17vab
Transcript van de presentatie:

Anatomie / fysiologie Nieren 3 Bloeddruk AFI1 FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Elektrolytenbalans Mineralen worden in het lichaam opgenomen door middel van voeding en drank. In lichaamsvloeistoffen splitsen deze mineralen in positief/negatief geladen deeltjes  ionen of elektrolyten FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Elektrolytenbalans Positief geladen ionen noemt men kationen Natrium (Na+) extracellulair Kalium (K+) Intracellulair Calcium (Ca2+) Alle compartimenten FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Elektrolytenbalans Negatief geladen ionen noemt men anionen Chloride (Cl-) Bicarbonaat (HCO3-) Alle compartimenten FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Elektrolyten/normaalwaarden Natrium 136-147 mmol/liter waterhuishouding, prikkelbaarheid zenuw en spierweefsel, natrium-kalium pomp Kalium 3,6-5,1 mmol/liter prikkelbaarheid zenuw en spierweefsel, natrium-kalium pomp FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Fysiologische zoutoplossing Isotone oplossing zoutoplossing 0,9 % NaCl (keukenzout) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Afwijkingen in de vocht en elektrolytenbalans Bij hypotone extracellulaire vloeistof nemen de cellen vocht op en kunnen barsten (hyponatriëmie  hypovolemie Zoutverlies o.a. nefritis / diuretica / extreem transpireren / diarree / braken  hypervolemie Erg veel water drinken Infusie met weinig NaCl ECV ICV osmose FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Erytrocyten zijn ook cellen! Bij hypotoon plasma zwellen de erytrocyten op en barsten→ hemolyse (hemoglobine komt vrij in plasma) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Afwijkingen in de vocht en elektrolytenbalans Bij hypertone extracellulaire vloeistof verliezen de cellen vocht en schrompelen en gaan te gronde. (hypernatriëmie  hypervolemie) Water tekort (dehydratie) dorst koorts zweten Veel Na+ opname/retentie ECV ICV osmose FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Bloeddrukregulatie Bloedverdeling => Vasoconstrictie en vasodilatatie ( o.a. RAS) systolisch => slagvolume en vaatelasticiteit van de grote vaten (aorta) diastolisch => perifere weerstand en vulling vaatbed (o.a. RAS ) RAS = renine – angiotensine - systeem FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Bloeddrukregulatie Zenuwstelsel: vasomotorisch centrum Hormonaal sympathisch (hogere bloeddruk) parasympathisch (lagere bloeddruk) Hormonaal snel; adrenaline, bijniermerg, spanning vaatwand Langzaam nier: Aldosteron ADH (anti-diuretisch hormoon) of Vasopressine (hypofysespanning vaatwand) Histamine (vasodilatatie) o.a. bij allergie Renine angiotensine (vasoconstrictie) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Renale bloedruk regulatie (RAS) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Bloeddrukverhogende werking angiotensine Renine Aldosteron Bloeddrukverhoging Bijnierschors + Vasoconstrictie arteriolen [ Na+ ]  Angiotensinogeen Angiotensine FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Het hormoon renine werkt bloeddruk verhogend FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Shock Toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar de weefsels Oorzaken: forward failure (daling HMV met 50% of meer) bloedverlies of plasmaverlies (bloedingen, brandwonden) vasodilatatie (vasovagale of anafylactische shock, septische shock) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Zuur-base Regulatie Normaalwaarde pH 7,35 – 7,45 Acidose pH < 7,35 (zuur) Alkalose pH > 7,45 (basisch) Nier kan basische of alkalische stoffen met dus veel OH--ionen uitscheiden in de vorm van HCO3- Nier kan ook zure stoffen zoals fosfaten dus met veel H+-ionen uitscheiden Zuurgraad kan ook middels longen geregeld worden FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Regulatie zuurgraad Acidose pH < 7,35 Alkalose pH >7,45 pCO2   pH H+ + HCO3 CO2 + H2O ademfrequentie  In ultrafiltraat o.a. H+  urine Alkalose pH >7,45 pCO2   pH CO2 + H2O  H+ + HCO3 ademfrequentie  In ultrafiltraat o.a. HCO3  urine FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oedeem Zwelling, waterzucht ophoping van vocht in de weefsels (intercellulair ) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Hypertensie door stijging van de bloeddruk neemt ook de druk in de capillairen toe FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oedeem door hypertensie Normaal COD =25 mm Hg COD = 25 mm Hg RR=15 mm Hg RR = 35 mm Hg COD Oedeem door hypertensie RR transport COD = 25 mm Hg COD = 25 mm Hg RR = 50 mm Hg RR = 25 mm Hg FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Afvloedbelemmering in een vene stolsel (trombose of embolie) disfunctie van de aders (veneuze insufficiëntie) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Cardiaal door de slechte pompfunctie van het hart stijgt de veneuze druk en wordt er minder interstitiële vloeistof geresorbeerd, daardoor decompensatio cordis (hartfalen). FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Normaal Cardiaal oedeem COD = 25 mm Hg RR = 25 mm Hg Veneus Arterieel COD RR transport Cardiaal oedeem RR = 35 mm Hg COD = 25 mm Hg Arterieel COD = 25 mm Hg RR = 25 mm Hg Veneus FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem te weinig eiwit , hypoproteïnemisch oedeem te weinig eiwit consumptie afwijkende aanmaak van eiwitten bij leverfunctiestoornis verlies van eiwit via de nier of bij ernstige brandwonden FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Hypoproteïnemisch oedeem Normaal COD = 25 mm Hg COD = 25 mm Hg RR = 15 mm Hg RR = 35 mm Hg COD Hypoproteïnemisch oedeem RR transport COD = 16 mm Hg COD = 16 mm Hg RR = 15 mm Hg RR = 35 mm Hg FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Beschadiging van de vaatwanden door infectie worden de vaatwanden (plaatselijk) beschadigd→ eiwitten lekken naar de interstitiële ruimte beschadiging door brandwonden (feitelijk een uitgebreide weefselbeschadiging/infectie) FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Normaal Infectieus oedeem COD = 25 mm Hg COD = 25 mm Hg RR = 15 mm Hg transport COD = 25 mm Hg COD = 15 mm Hg RR = 15 mm Hg RR = 35 mm Hg FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Gebrek aan beweging statisch oedeem niet werkende spierpomp FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Oorzaken oedeem Lymfoedeem stuwing in het lymfatisch systeem geeft oedeem omdat 10% van het weefselvocht niet afgevoerd wordt na lymfeklierverwijdering carcinogene afvloed belemmering van het lymfevocht FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Erytropoëse Aantal erytrocyten blijft redelijk constant t.g.v. homeostatisch negatief feedbackmechanisme. De nieren produceren een hormoon voor aanmaak van erytrocyten. Erytropoëtine (EPO) reguleert de normale vervanging van erytrocyten (ca.120 dagen). Bij weefselhypoxie wordt de productie van epo verhoogt. FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Weefselhypoxie Ontoereikende O2 toevoer naar de weefsels. (Diverse soorten shock!) Verlaagde O2 capaciteit van het bloed Verlaagd Hb Verlaagde O2-spanning in de lucht Grote hoogten FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3

Regulatie EPO - weefselhypoxie Nieren geven erytropoëtine af aan het bloed Beenmerg verhoogd de erytropoëtese Aantal rode bloedcellen stijgt Toename O2 transportcapaciteit - FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3