Het lijdend voorwerp!.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Redekundig ontleden Over waarom, wat en hoe....
Advertisements

Het werkwoordelijk gezegde
De samengestelde zin.
Werkwoordspelling – persoonsvorm, onderwerp, t. t
Zinsontleden Gemaakt door: B & G.
Uitleg meewerkend voorwerp (mv)
Uitleg lijdend voorwerp (lv)
Na een lange nacht van vrijen, rolde de jongen op z'n zij
Grammatica hst. 1 t/m 3 Woordsoorten Zinsdelen PV H1 WG LW H. 1 NG BNW
Basisschool de Wester 9 mei 2014.
Fouten met verwijswoorden
Taalkunde Grammatica A
'Om mijn oud woonhuis peppels staan'
H2 Grammatica zinsdelen
Taalkunde Grammatica A
Zinsdelen zijn net puzzelstukken!
Stappenplan ontleden Enkelvoudige zinnen.
Het onderwerp ????????????????????.
Persoonlijke voornaamwoorden
Grammatica Nederlands
HERHALING ZINSLEER.
De praktijkles Htv 1 en 2.
Vorige keer Standaardfouten bij het formuleren Dubbelopfouten.
Uitleg persoonsvorm (pv)
Liefde Randi V.d.A. Hoe begint het ? ●Eerst vindt je hem/haar knap. ●Dan kom je in contant (praten met elkaar). ●Dan leer je hem/haar kennen. ●En als.
Het lijdend voorwerp 3 VMBO - Frans.
Grammatica en spelling
Wat gaan we doen vandaag?
Verkeerde verwijswoorden
Hoofdstuk 4 Grammatica zinsdelen
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
 Taakverdeling.  Plan van aan pak.  Poster.  Reclame folder.  Factuur.  Wat goed ging en wat fout?
Paragraaf twee: verkeerde verwijswoorden
Zoeken naar Constructies Jan Odijk DRONGO Taalfestival Utrecht,
Meewerkend voorwerp & Lijdend voorwerp
 Taakverdeling.  Plan van aan pak.  Poster.  Reclame folder.  Factuur.  Wat goed ging en wat fout?
@ allesvoorengels.nl. 1. Pak een lijntjesblaadje van mijn bureau 2. Zet de tafels uit elkaar 3. Leg dit op je tafel: - 2 zwarte / blauwe pennen - Leesboek.
Het werkwoord ontleed(t)
Module Grammatica K3 zinsontleding.
Module Grammatica K3 zinsontleding.
Waarom? Je hebt ontdekt wat je interesses zijn. Behalve dat het van belang is dat je doet wat je leuk vindt, is het ook belangrijk om te doen waar.
REKENEN T.E.M. 5. IK BEN TIP! TEL MET ME MEE... MET 1 DRUK OP DE KNOP WEET JE OF JOUW ANTWOORD JUIST IS! VEEL SUCCES...
Nederlands Woensdag 6 januari 2va.
Free Powerpoint Templates Page 1 Free Powerpoint Templates Werkwoordspelling Tegenwoordige tijd Persoonsvorm.
De Passive (Voice). De ‘Passive (Voice)’ is geen tijd. Maar hij komt wel in alle tijden voor. Je zult de ‘Passive (Voice)’ gemakkelijker begrijpen als.
NEXT LW 2 Bijv.nw. 3 Zelfst. nw. 4 PV 5 Ond Taal Team 1 Team 2 Team 3 Team 4 Team 5 Team 6.
WERKWOORDELIJK GEZEGDE
Lijdend Voorwerp Juni 2014.
Stencil omzet kosten winst H3 18 MEI Wat gaan we vandaag doen?  - HW controle  - Wat heb je tot nu toe gedaan?  - Huiswerk klassikaal nakijken.
Grammatica zinsdelen H1 t/m H6
Naam: 1 Werkwoord: Type je naam in het vak en druk op de play knop Beantwoord de vragen en kijk hoeveel je er goed had succes.
PERIODE 4: KAPITEL 4 + 5C + 6C Grammatik 4: C +I Grammatik 5: C Grammatik 6: C Redemittel D + J.
persoonsvorm de De persoonsvorm is altijd een werkwoord.
Hoofdstuk 4 Grammatica zinsdelen
Grammatica voorzetselvoorwerp.
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
Lijdende en bedrijvende vorm
Wedekerend ww en vnw Wederkerig vnw
Toets instructie allesvoorengels.nl.
Grammatica Hoofdstuk 2.
Grammatica zinsdelen Redekundig ontleden.
De apen aan de andere kant van het hek kregen vandaag heel wat grappige mensen te zien
Toets instructie allesvoorengels.nl.
Toets instructie allesvoorengels.nl.
Grammatica (redekundig)
Hoe ontleed je een zin in zeven stappen?
Grammatica zinsdelen 2havo, periode 2a.
Het gezegde (vraagzin van maken, pv komt vooraan)
BINGO! Persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling en voorzetselvoorwerp.
Twee gezegdes Er bestaan twee gezegdes:
Transcript van de presentatie:

Het lijdend voorwerp!

Je vindt het lijdend voorwerp in een zin door te vragen: Wie / wat +werkwoordelijk gezegde+ onderwerp

Een voorbeeld: Hij maakt zijn huiswerk. Wat maakt hij? Antwoord: zijn huiswerk. Lijdend voorwerp (lv)= zijn huiswerk

Nog een voorbeeld: De jongens gooiden de sneeuwballen. Wat gooiden de jongens? Lijdend voorwerp: sneeuwballen.

En nu jullie! Pak pen en papier. Schrijf de zin op en zet een streep onder het lijdend voorwerp. Succes!

Razendsnel gooide de leraar een krijtje door de klas. Wat gooide de leraar?

Antwoord: Razendsnel gooide de leraar een krijtje door de klas.

Ze waarschuwden hem niet op tijd. Wie waarschuwden ze?

Antwoord: Ze waarschuwden hem niet op tijd.

Morgen moet je hem maar gaan helpen. Wie………

Antwoord: Morgen moet je hem maar gaan helpen.

Wanneer knap je die fiets op? Wat…..

Antwoord: Wanneer knap je die fiets op?

De hoge waterstand heeft grote problemen veroorzaakt.

Antwoord: De hoge waterstand heeft grote problemen veroorzaakt.

Zij heeft dat al gedaan. Wat…………….

Antwoord: Zij heeft dat al gedaan.

De jongen heeft het nu wel begrepen. Wat………..

Antwoord: De jongen heeft het nu al begrepen.

De post brengt ons steeds veel reclame. Wat………

Antwoord: De jongen brengt ons steeds vaker reclame.

Klaar! En hoe ging het?