Hoofdstuk 17 De Geldmarkt

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Hoe werkt een balans.
Advertisements

Handel en marketing hoofdstuk 9
Hoofdstuk 2: Geld en ruil
G E L D.
Hypotheekvormen Er zijn diverse hypotheekvormen mogelijk. Elke vorm met z'n eigen kenmerken en z'n eigen voordelen. Het hangt dus van uw omstandigheden.
Bedrijfsadministratie EcoMo 3.1 De Balans Havo 3.
Geldzaken.
Geldzaken.
Onderwerpen vandaag Geld en de overheid Geld in een open economie
Geldschepping door banken
Presentaties 12 juni 10 minuten per presentatie Powerpoint beschikbaar
Figuur 6.1 Eurozone juni 2005 Figuur 6.2 Liquiditeitentoevoer uit het buitenland.
Chapter Five 1 A PowerPoint  Tutorial to Accompany macroeconomics, 5th ed. N. Gregory Mankiw Mannig J. Simidian ® CHAPTER FIVE The Open Economy.
Girale geldschepping (oefening 2 a )
Girale geldschepping 10 personen deponeren elk EUR bij een financiële instelling. De kans bestaat dat 1 persoon zijn geld komt ophalen (kasreservecoëfficiënt.
Opzet geldwezen (1) 1.Welke rol spelen geld en banken in een open economie? 2.Welke rol speelt het geld- en bankwezen in het economisch beleid van de overheid?
Wat is geld?.
Kijk op kredietcrisis!
Internationale handel
H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15?
Herhaling Examenstof M&O
Hoofdstuk 18: Geld en het bankwezen
Inflatiepiek in 2001: BTW verhoging Bron: CBS, statline.cbs.nl.
Externe verslaggeving
Goedemorgen H3b.
Alle Markten Samen Model AA-AV
Goederen- en Financiële Markt: IS-LM Model
Luc Van OotegemHoofdstuk 211 Hoofdstuk 21 Vraagzijde - Reële sfeer “Goederenmarkt”
Inkomen les 8 37 t/m 46.
Hfst 5: De open economie met overheid
Verandering en ontwikkeling binnen de organisatie
Samenvatting Wat moet je leren/ oefenen? Heel hoofdstuk 2
HOOFDSTUK 22 DE REELE EN DE MONETAIRE SFEER
Balans 1AP Kas37.500Zichtdeposito’s Geld in omloop = EUR = EUR (giraal) EUR (chartaal) Balans 2AP Kas1.875 Zichtdeposito’s
Balans 1AP Kas50.000Zichtdeposito’s Geld in omloop = EUR (giraal geld) Balans 2AP Kas2.500 Zichtdeposito’s Klanten Geld.
W i s s e l k o e r s Wisselkoersen
Economie, een Inleiding
Hoofdstuk 6 Termijnrekening
Economie Paragraaf
Geldzaken. Inhoud Hoofdstuk 1: Wat is geld: vandaag Hoofdstuk 2: munten: 3 juni Hoofdstuk 3: bankbiljetten: 4 en 5 juni Hoofdstuk 4: giraal geld: 10 en.
Hoofdstuk 1 Waar blijft je geld?
Welkom bij het vak economie!
§2.1 Hoe betaal je? In deze PowerPoint-presentatie leer je over:
6 e jaar 1. 1) Accountancy 2) Fiscaliteit 3) Strategie, management en organisatie 4) Varia: HRM, zakelijke communicatie, … 5) Europese en internationale.
Geldzaken.
Fase 3 Kassawerkzaamheden
Geschiedenis van het geld
SpaarBV presentatie november 2015 Algemeen telefoonnummer:
Beleggen en financiële markten Hoofdstuk 1 Beleggen en de vermogensmarkt 1.1 De vermogensmarkt Financieringssaldi Financiële titels Financiële markten.
Schaarste en ruilen 1 Kern Onderzoek Afsluiting
Spreekbeurt van [jouw naam].
Exameneenheid: Consumptie
Welkom havo 4..
Welkom havo 4..
Vraag en Aanbod van financiële middelen & nominale en reële rente
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen
Welkom havo 4..
Geld Inleiding.
Welkom havo 4..
Welkom VWO 5..
Welkom VWO 5..
De bank en jouw geld Hoofdstuk 3 Geheel.
Welkom VWO 5..
Geld en geldschepping.
Maatschappelijke geldhoeveelheid
Centrale bank (ecb / dnb)
Maatschappelijke geldhoeveelheid
Hoofdstuk 25 Het IS-LM-model.
Hoofdstuk 21 Geld en het bankwezen.
Havo 4 Hoofdstuk 1 Schaarste en welvaart.
Transcript van de presentatie:

Hoofdstuk 17 De Geldmarkt Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Hoofdstuk 17 De geldmarkt Inhoud: Waarom gebruiken we geld? (17.1) Wat gebruiken we als geld? (17.2) Ontstaan geld en de geldbasismultiplicator (17.3/4) Aanbod van geld en Vraag naar geld (17.5/6) Evenwicht geldmarkt (17.7) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.1 Functies geld A. Waardemeter Rekeneenheid Gemeenschappelijke noemer (Cfr meetlat) --> Maakt RUILEN mogelijk OPM “geld” is een abstract begrip Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.1 Functies geld Geld maakt indirecte ruil mogelijk B. Ruilmiddel Geld maakt indirecte ruil mogelijk (aantal markten = aantal goederen) Directe ruil is onefficiënt (oneindig aantal markten) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.1 Functies geld Liquide Geen opbrengst C. Beleggingsmiddel Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.1 Functies geld BESLUIT:  Zonder geld geen moderne economie! Mogelijke problemen: Te veel geld (geld drukken) Te weinig geld (oppotten)  Belang “Monetair beleid” Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.2 De soorten geld Chartaal geld Giraal geld Geldhoeveelheid in enge zin (M1) = chartaal + giraal Geldhoeveelheid in ruime zin (M3) = M1 + Quasi-geld Internationaal Geld Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.2 Soorten geld / Tabel 17.1 Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.3 Geschiedenis van geld – proces geldcreatie A Goederengeld Later “geldschepping”/ geldcreatie: B Chartaal (Papier)geld C Giraal Geld Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.3 Geschiedenis van geld – proces geldschepping B Het proces van chartale geldschepping De goudsmid wordt bankier : Goud of munten  “bewijsbriefjes” (deel goud in reserve / de rest )  uitlenen  … Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.3 Geschiedenis van geld – proces geldschepping Kenmerken chartale geldschepping geen intrinsieke waarde beperkte dekking (‘fiduciair geld’) kosten dalen vertrouwen  daarom “Centrale Bank” Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.3 Geschiedenis van geld – proces geldschepping C. Proces girale geldschepping door banken Eerst: chartaal geld wordt giraal  bepaalde reservecoëfficient r  uitlenen van de rest  … geldmultiplicator : 1/r : 1000 chartaal wordt 10.000 giraal als r = 10% (formule 17.1) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.4 De Geldbasismultiplicator MB: basisgeld of geldbasis MB = CP + R M: totale geldhoeveelheid M = CP + D M/MB: geldbasismultiplicator Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Formule geldbasismultiplicator Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Interpretatie Formule geldbasismultiplicator CP/D lager  multiplicator hoger (OPM in paragraaf 3 was CP/D=0 omdat CP=0 waardoor M/MB=1/r) r lager  multiplicator hoger Gegeven de multiplicator: M is hoger als MB hoger is (belang monetair beleid / geldaanbod, zie par 17.5) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.5 Geldaanbod Rol publiek : CP/D Rol banken : r Invloed intrestvoet i Soms verplichte minimum r Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.5 Geldaanbod Rol Centrale Bank (ECB) : Direct via MB (meer CP uitgeven) Indirect via voorschotten en r Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Het aanbod van basisgeld door de Centrale Bank T.17.2 Activa Passiva=basisgeld Goud en buitenlandse deviezen Vorderingen op ingezetenen ( privé en publiek) Bankbriefjes bij het publiek (CP) Bankbriefjes bij de banken (R) Deposito’s van (=leningen aan) banken Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.5 Geldaanbod: Rol ECB Indirect Direct: Open-marktverrichtingen Voorschotten aan banken en (lagere) intrest daarop Verplichting mbt r Direct: Open-marktverrichtingen Aankoop vreemde deviezen Aankoop schuldpapier Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.6 De geldvraag De geldvraag van een individu: het geld (munten, biljetten, zichtdeposito’s) dat hij op een bepaald moment ter zijner beschikking wil hebben Transactiegeldvraag (rol BBP = PQ) Beleggings -of Speculative geldvraag (rol intrestverlies als opportuniteitskost) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Ruilverhouding Fisher en de geldvraag PQ = MV  transactiegeldvraag (is hoger als PQ, dus nominaal BBP, hoger is): Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Ruilverhouding Fisher en de geldvraag  speculatieve geldvraag (lager als i op alternatieve beleggingen hoger is, dan is V hoger en lager) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Geldvraag samengevat Geldvraag hoger als BBP hoger is en als intrestvergoeding op alternatief (obligaties) lager is (zie 17.12) Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.7 Evenwicht geldmarkt De geldvraagfunctie Fig 17.1 Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.7 Evenwicht geldmarkt Het geldaanbod: Veronderstelling We beschouwen het geldaanbod als volledig gecontroleerd door de Centrale Bank. Dus : De Centrale Bank laat zich niet leiden door de intrestvoet / Centrale Bank wil juist die intrestvoet bepalen Het geldaanbod is dus intrest - onelastisch. Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Het geldaanbod i Ma Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

17.7 Evenwicht geldmarkt Het geldmarktevenwicht F 17.2 Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

Samenvatting en besluit. Op de geldmarkt komt de intrestvoet tot stand. Het aanbod van geld hangt niet af van de productiekosten van geld. Gegeven de geldvraag bepaalt het geldaanbod de intrest. Het geldaanbod volgt uit het monetair (geldaanbod)beleid. Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17

OEFENINGEN HK 17 1 / 2 / 3 Luc Van Ootegem Hoofdstuk 17