Immuniteit 5H.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Oorlog in je lichaam – 5 havo
Advertisements

Immuniteit 6A.
pathofysiologie van ontsteking
Hoofdstuk 9: Afweer E-module.
Immunoglobulines immunochemie.
Thema 7 Bescherming Paragraaf 1
Afweersysteem (1): Complex systeem dat pathogenen (ziekteverwekkers) kan buiten houden en opruimen Het lichaam heeft drie verdedigingslinies. Allereerst.
Samenstelling bloed.
Bloedsomloop.
Afweer tegen lichaamsvreemde stoffen
Tegen ziekteverwekkers
Weefselvloeistof en lymfe
7. AFWEER EN IMMUNITEIT.
Afweersysteem Aspecifieke afweer (= tegen verschillende ziekteverwekkers) Mechanisch: huid, slijmvliezen Chemisch: maagsap Koorts: versnelt afweerreacties.
Transport Bs 1&2 Bloed en bloedsomloop. Transport van stoffen Klein afstanden: van cel tot cel –DIFFUSIE Bloedsomloop (mens) –Dubbele bloedsomloop Grote.
Transport Bloed en bloedsomloop Informatie en animaties over het bloed.
Oorlog in je lichaam - 6 vwo
Samenvatting Bloedsomloop
Ontstekingen en de acute fase reacties
De Bloedsomloop Basisstof 6: Uitscheiding Basisstof 7: Weefselvloeistof en Lymfe Basisstof 8: Antistoffen.
Vwo 4 – Hoofdstuk 9 Afweer paragraaf 9. 1 t/m 9
OPDRACHT 2-5.
Afweer.
Cytotoxische T-cellen
Bloedvatenstelsel 5Havo.
Quiz.
Afweer.
Responsiecollege 18 Nadine Wilczak.
Afweersysteem Aspecifieke afweer (= tegen verschillende ziekteverwekkers) Mechanisch: huid, slijmvliezen Chemisch: maagsap Koorts: versnelt afweerreacties.
Basisstof 7: Weefselvloeistof en Lymfe Basisstof 8: Antistoffen
Andere micro-organismen
Bloedsomloop.
De afweer van je lichaam
Junior Agenant, Tewabu Sheferaw, Serena Maroquin
Samen met de website van:
Par Vaccineren Inenting tegen allerlei ziekten die gevaarlijk zijn Vaccin bevat: dode of verzwakte ziekteverwekker T-lymfocyten herkennen deze.
21.3 Eerste afweerlinie 1 Allereerst moet een ziekteverwekker het lichaamsoppervlak passeren. Dit is het dekweefsel dat zowel de buitenkant van je lichaam.
21.5 Derde afweerlinie 1 De tweede afweerlinie is soms niet sterk genoeg om de ziekteverwekkers uit het lichaam te krijgen. In dat geval worden de hulptroepen.
Par t/m 29.6 De mens heeft 3 nivo’s van afweer tegen bacteriën, virussen, schimmels, ééncellige parasieten, parasitaire wormen én binnendringende.
§10.3 Ziek Bladzijde 99.
HAVO 5 Boek: Biologie voor jou Deel: HAVO B deel 2
Primaire en secundaire immuunreactie 1 Bij het eerste contact tussen het waterpokkenvirus en B-cellen worden geheugen B-cellen en plasmacellen.
H8 Bloedsomloop 8.1 t/m 8.5.
Diagnostische toets.
Bescherming & Evenwicht 7 ©JasperOut.nl. Bescherming & Evenwicht 7 ©JasperOut.nl De huid & bescherming 7. 1.
Immuniteit 6A.
Afweer.
Afweer tegen ziekte Gezondheid V31.
Grote en kleine bloedsomloop Hart en bloedvaten
Thema Leven Dl 2 Les 3 Het Immuunsysteem.
Vragen vooraf naar aanleiding van het huiswerk
Quiz.
Inwendig milieu – zit in bloed en cellen
Hoefzweer Pododermatitis.
AFWEER/IMMUNITEIT.
Het lymfatisch systeem
Afweer en afweerreacties
H10 Gezondheid.
Ontstekingen en de acute fase reacties
Afweer tegen ziekte Gezondheid V31.
Samen met de website van:
AFWEER.
Fagocyten.
Thema 8 Opslag, uitscheiding en bescherming
Bloed en afweer Bloed = weefsel: Cellen en tussencelstof (= plasma)
Bloed Bloedgroepen Bloedstolling D17vab
Het bloed stroomt….
Bloed Bloedgroepen Bloedstolling D17vab
Het lymfatisch systeem
Afweer tegen ziekte Gezondheid V31.
Transcript van de presentatie:

Immuniteit 5H

Introductie Hoofdverdeling: Verdeling aangeboren immuniteit: Aangeboren (niet-specifiek) en verworven (specifiek) Verdeling aangeboren immuniteit: Eerstelijns en tweedelijns afweer Verdeling verworven immuniteit: In het bloed en cellulair (ook wel derdelijns afweer) Noot: Alle witte bloedcellen samen worden leukocyten genoemd. Witte bloedcellen die tot het specifieke deel van het immuunsysteem worden gerekend worden lymfocyten genoemd.

Bloed Leukocyten (witte bloedcellen) Lymfocyten (zoals B-cellen, plasmacellen en T-cellen) Monocyten (macrofagen) Granulocyten (neutrofielen, eosinofielen en de basofielen) Plasma kan buiten bloedvaten en haarvaten: Lymfe Lymfocyten kunnen ook buiten bloedvaten en haarvaten: tussen weefselcellen

Eerste verdediging Niet-specifieke afweer waarmee ziekteverwekkers in aanraking komen bij het betreden van het lichaam Slijmvliezen Indringers blijven hangen Trilhaarcellen voeren dit af naar de maag/darm Vagina Melkzuur Maag Zuur + eiwitverterend enzym Traanvocht, speeksel en vocht uit neus Enzym dat in staat is bacteriën op te lossen

Eerste verdediging Huid: Dode cellaag (moeilijk om vast te klampen) Zweet en talg: zuur

Tweede verdedigingslinie Niet-specifieke afweer waarmee ziekteverwekkers in aanraking komen wanneer ze de eerstelijns verdediging gepasseerd zijn

Fagocyten Macrofagen Neutrofielen Via fagocytose ziekteverwekkers uitschakelen

Infectie Bij het doorbreken van de buitenste grenzen van je aangeboren immuunsysteem komt de tweede lijn in actie. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het openhalen van je huid. De tweede lijn van het aangeboren afweer komt nu in actie en later ook het specifieke afweersysteem, dit noemen we de ontstekingsreactie.

Ontstekingsreactie Reactie die ervoor zorgt dat het immuunsysteem effectief kan reageren op de infectie. Kan zowel plaatselijk als lichaamsbreed zijn. Kenmerken: roodheid, opzwelling, warmte, pijn

Ontstekingsreactie Kapotte cellen scheiden signaalstoffen en histaminen af Signaalstoffen lokken macrofagen naar de ontsteking toe Histaminen zorgen ervoor dat de bloedvaatjes rond de ontsteking verwijden. Hierdoor ontstaat er ophoping van vocht in het weefsel (zwelling), waardoor de plek warm en rood wordt. Ook de permeabiliteit van de wand van de bloedvaten vergoot: witte bloedcellen kunnen zich gemakkelijk verplaatsen

Ontstekingsreactie Indien deze fagocyten niet genoeg zijn om de infectie te beëindigen komt het specifieke deel van het afweersysteem ook in actie. Dit duurt dagen

Koorts Opgewekt door giftige stoffen die ziekteverwekkers uitscheiden Leukocyten scheiden signaalstoffen uit: thermostaat wordt hoger ingesteld Remming groei micro-organismen Stimuleert fagocytose Stimuleert reparatie weefsels

Septische shock Lichaamsbrede ontsteking Kenmerken: Extreem hoge en lange koorts Lage bloeddruk

Verschil immuniteit Aangeboren Verworven Reactietijd Uren dagen Specificiteit Niet of nauwelijks Zeer specifiek en wordt nog beter in het verloop van een infectie Reactie op herhalende infecties van dezelfde ziekteverwekker Altijd hetzelfde als op eerdere infecties Veel sterker en sneller dan op de eerste infectie Bron: Kuby. 2007. Immunology. Freeman press.

Een aantal termen Antistof: eiwit dat aan bacterie bindt en zorgt voor de afweer van het lichaam Antigen: eiwit receptor (zit op alle cellen: zowel lichaamsvreemd als lichaamseigen) Antilichaam: ziekteverwekker

Specifieke afweer Witte bloedcellen (Lymfocyten!) die hiertoe behoren zijn: T-lymfocyten (T-helpercellen en T-cytotoxische cellen) T-geheugencellen B-Lymfocyten (B-geheugen en B-plasmacellen)

Specifieke afweer Reageert specifiek op afzonderlijke ziekteverwekkers en heeft geheugen Twee hoofdlijnen: In het bloed en cellulair De een werkt tegen ziekteverwekkers in het bloed, de ander tegen ziekteverwekkers in cellen

Typen bloedcellen De plaats van ontwikkeling van de bloedcellen bepaalt het type: T-cellen (ontwikkelen zich in de thymus) T-helpercellen Zijn in staat te binden aan witte bloedcellen die geïnfecteerd zijn met ziekteverwekker. Activeert hiermee de B-cellen Zijn in staat te binden aan lichaamscellen die geïnfecteerd zijn met ziekteverwekker. Activeert hiermee de Cytotoxische T-cellen

Type bloedcellen T-geheugencellen Cytotoxische T-cellen Zijn in staat bij een volgende besmetting met dezelfde soort ziekteverwekker het immuunsysteem sneller op gang te brengen Cytotoxische T-cellen Zijn cellen die geactiveerd worden door de T-helpercellen, binden zich vervolgens aan de geïnfecteerde lichaamscel en schakelen deze cel uit

Type bloedcellen B-cellen (ontwikkelen zich in het beenmerg) B-plasmacel: Kunnen binden aan ziekteverwekker in het bloed. Worden vervolgens geactiveerd en maken anti-stoffen. B-geheugencel: Herkennen bij een volgende besmetting de ziekteverwekker waardoor het immuunsysteem sneller kan reageren

Humoraal Betrekking op T-helpercellen en B-cellen http://www.bioplek.org/animaties/afweer/macrofagen.html http://www.bioplek.org/animaties/afweer/Blymfocyten.html

Cellulair Betrekking op T-helpercellen en Cytotoxische T-cellen http://www.bioplek.org/animaties/afweer/Tlymfocyten.html

Lichaamsvreemd/-eigen Op elke lichaamscel zitten bepaalde eiwitten in het membraan Is specifiek voor elk individu Witte bloedcellen herkennen deze eiwitten als lichaamsvreemd en komen in actie

Antistoffen Antistof 2 antigeen bindingsites Binding is specifiek! Zie binas!!

Functie antistoffen Blokkeren van functie ziekteverwekker Signaal voor fagocystose Klontering

Immuunreacties Actief vs passief ABO-bloedgroepen Rhesusfactor Afstoting van organen Allergie

Allergie Overgevoelige reactie op allergenen (stoffen van buitenaf) Na eerste ontvangst van allergeen worden IgE aangemaakt. Na tweede ontvangst: plasmacellen geprikkeld door allergeen: histamines vrij Antihistamine Vb: bijensteek, pollen, penicilline, pinda, enz.

Auto-immuun Lupus: lichaam produceert antistoffen tegen heel veel typen lichaamseigen moleculen. Vb DNA, histonen. Jeuk, koorts, artritis, nier disfunctioneren Reuma: Ontstekingsreacties op kraakbeen rondom de gewrichten

Auto immuun MS: T-cellen reageren op de cellen van de myelineschede. Diabetes type 1: aanval op eilandjes van Langerhans

Milt Vormt plasmacellen uit B-lymfocyten Breekt rode bloedcellen af en slaat vrijkomende ijzer op Bevat een reservoir aan bloed Verwijdert afvalstoffen uit het bloed Kan operatief verwijderd worden Wel is zonder milt de afweer tegen gekapselde bacteriën zoals de meningokok slechter. Hiertegen wordt dan gevaccineerd