Vraag stellen A. Zonder vraagwoord

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Begroting 2013 Budget 2013 Synthese / Synthèse janvier 2014 / januari 2014 Ministre du Budget Olivier Chastel Minister van Begroting Olivier Chastel.
Advertisements

3 vwo+ Grammaire chapitre 2
Onderwerp.
H2 Grammatica zinsdelen
Het onderwerp ????????????????????.
© Noordhoff Uitgevers Zeg het met een beweging Chapitre 2 Phrases-clés D.
Grammaire thème 6 4 vwo.
Havo 3 Grammaire chapitre 6.
Passé composé.
Grammatica Nederlands
Hé non les poissons n' ondulent pas...belle illusion
Franse Les Les 16 Anne chapitre 1 à 4 Aujourd’huis nous sommes vendredi le 13 février 2015 QUEL JOUR SOMMES-NOUS?
Franse Les Les 18 Vorige les & huiswerk Zinnen maken / herhalen
 Monsieur Ibrahim la fin  Trientsje - présentation  Voyages unité 7  Unité 7 p. 54/55  San Francisco Chanson Aujourd’hui nous sommes le 4 février.
Franse Les Les 17 Vorige week Anne chapitre 4/5 Voyages p. 26
Grammaire chapitre 3 3 havo.
Franse Les Les 17 Vorige les & huiswerk Voyages p. 62
Franse Les Les 15 Vorige week Anne chapitre 3 Voyages p. 25/26
Het lijdend voorwerp 3 VMBO - Frans.
Vraagzinnen met vraagwoord
Franse Les Les 3 Vorige week Qu’est-ce qu’il y a Voyages p. 9/10/11
Franse Les Les 5 Vorige les & huiswerk Voyages p. 41/43/44
In de supermarkt Au supermarché Wat vind jij lekker om te eten? Qu’est-ce que tu aimes manger, toi?
Hallo! Goedendag! Bonjour!
Franse Les Les 4 Vorige week Voyages p. 12/13 Il y a une fille … Vorige week Voyages p. 12/13 Il y a une fille … Nous sommes mercredi le 8 avril 2015.
Franse Les Les 4 Vorige les & huiswerk Voyages p. 40/41 Klokkijken
Toutes les femmes ont un sourire qui parle au cœur Quelque chose qui ressemble à du bonheur Alle vrouwen hebben een lach vanuit het hart. Een lach die.
Franse Les Les 7 Vorige week Voyages p. 18/19 Verbe : avoir + faire
HET VRAGEND VOORNAAMWOORD
Franse Les Les 6 Vorige week Toets unité 1 Voyages p. 17/18 Il y a une fille 3… Vorige week Toets unité 1 Voyages p. 17/18 Il y a une fille 3… Nous sommes.
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
HET AANWIJZEND VOORNAAMWOORD
DE AANVOEGENDE WIJS LE SUBJONCTIF [Audio p.1]
HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD
Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maladie de Crohn et colite ulcéreuse Onderzoek bij het publiek Enquête auprès du grand public.
Hoy es viernes el 30 de octubre Vandaag is het vrijdag 30 oktober
Het werkwoord être (= zijn)
Faire connaissance dialogues + exercices
Parler de sa région Parler de ses origines Parler de son weeken-end.
Campagne stop TTIP & CETA.be -campagne Lancement Aftrap.
Grammatica zinsdelen H1 t/m H6
 Cherche une palette moins cher.  Voilà, je l’ai déjà.   Zoek een goedkoper doosje.  Kijk, ik heb het al.
Unité 1 page 1/5/16/17 Quiz TPRS verhaal – histoire du chat bleu Unité 1 page 1/5/16/17 Quiz TPRS verhaal – histoire du chat bleu Nous sommes mercredi.
Ne me quitte pas Il faut oublier Tout peut s'oublier Qui s'enfuit déjà Laat me niet alleen We moeten vergeten Je kunt alles vergeten wat al vager wordt.
Unité 1 page 15/16 Les nombres TPRS verhaal – mini-histoires Unité 1 page 15/16 Les nombres TPRS verhaal – mini-histoires Nous sommes mercredi le 26 octobre.
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
TAALREGELS 33 DE VRAGENDE ZIN
Les 4 havo Leesvaardigheistraining;
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen
Gespreksvaardigheid 3VZ2
Franse Les – 1e jaar Les 10 Aujourd’hui nous sommes …. Unité 2 page 25
Franse Les – 1e jaar Les 9 Aujourd’hui nous sommes …. Unité 2 page 25
Jacques Brel Ne me quitte pas.....

Werkwoorden Hele werkwoord: wij-vorm tegenwoordige tijd Stam: ik-vorm tegenwoordige tijd Persoonsvorm: Belangrijkste werkwoord in de zin.
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Quel jour sommes-nous aujourd’hui ?
Betrekkelijk voornaamwoord
Word order.
Benadrukt persoonlijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bron afbeelding: AhUDOhQKHQ6QBDgQjB0IBg&url=http%3A%2F%2Fucerf. rebo
Betrekkelijk voornaamwoord
BINGO! Persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling en voorzetselvoorwerp.
Vergelijkingen Minder dan moins + bijvoeglijk naamwoord + que
HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD
Een brief schrijven.
Qu’est-ce qu’on va faire?
Hoe maak je zinnen vragend in het Engels.
Transcript van de presentatie:

Vraag stellen A. Zonder vraagwoord De punt vervangen door een vraagteken. voorbeeld Tu as treize ans? 2. Est-ce que voor de zin zetten. voorbeeld Est-ce que tu as treize ans?

3. inversie : onderwerp en persoonsvorm omdraaien 3. inversie : onderwerp en persoonsvorm omdraaien. Let op : gebruik een koppelstreepje! voorbeeld As-tu treize ans?

B. Met vraagwoord Vraagwoord aan het eind van de zin. voorbeeld Tu t’appelles comment? Vraagwoord aan het begin van de zin. voorbeeld Comment tu t’appelles? Vraagwoord + est-ce que + rest van de zin. voorbeeld Comment est-ce que tu t’appelles?

Vraagwoorden waar où waarom pourquoi wanneer quand hoe comment hoeveel combien wie qui/qui est-ce qui wat que/qu’est-ce que welk quel/quelle/quels/quelles wat is quel(le) est wat zijn quel(le)s sont