Tijd van Grieken en Romeinen 4.2 De Romeinse samenleving.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Het oude Rome.
Advertisements

Samenleving en cultuur
Karel en grote problemen
Een presentatie van Raslen,Jelmer,Jamal,Afsaneh,Leon en Ritchie
Oudheid 3500 v.C.-500.
De Romeinen Het dagelijkse leven.
De ondergang van het West-Romeinse rijk
Vrij en onvrij Grieken en Romeinen Vroegmoderne tijd Moderne tijd
Burgers regelen het zelf
Pax Romana 30v.Chr tot 192 na Chr..
De samenleving in de Vroege Middeleeuwen
Romeinen in Noord-West Europa
Romeinse Rijk: -goed bestuur -sterk leger Landbouwstedelijke
Kenmerk 11 De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd.
Kenmerk 4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en de ontwikkeling van het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat Les 1: Graecia;
Les 5 - Groei van de Steden
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 6: De Romeinen en hun bestuur.
Kenmerk 6: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 2: De Romeinen en hun bestuur.
Hoofdstuk VI: De Middeleeuwen Les 2: Karel de Grote
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
Kenmerk 5 (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 14: Van Republiek naar Keizerrijk.
Hoofdstuk 2.
De Romeinse samenleving
Paragraaf 1 In Athene wordt de democratie ingevoerd.
Machtige heren, halfvrije boeren
Oudheid ( ca. 800 v.C. tot ca. 500 n.C. )
De Romeinen en hun staatsvorm
Hoofdstuk V: Rome Les 3: Het Bestuur
Hoe was het ook alweer? Oorzaak en gevolg
Romeinse stad en platteland
Hoofdstuk 3 De Romeinen.
Hoofdstuk 3.
500 v. Chr. Rome komt in handen van de Senaat. Begin expansie: -264 v
Hoofdstuk V: Rome Les 3 - par 2 – Romeinse samenleving
Hoofdstuk V: Rome Les 4: Veroveringen en Caesar
Hoofdstuk V: Rome Les 6: Romanisering
Paragraaf 4.3 De cultuur van het rijk.
Paragraaf 4.2 Romeinse samenleving.
Hoofdstuk V: Rome Les 5: Keizer Augustus
De late middeleeuwen, 900 – 1600.
De tijd van Grieken en Romeinen
Romeinen, Germanen en Kelten
Monniken en Ridders Hoofdstuk 3.
Geschiedenis Proefwerk oefenen.
Mare nostrum ’onze zee’
Arm vs. Rijk (1910) 'Wij zijn vegetariërs, wij eten nooit vleesch.'
Leven als een Romein Paragraaf 5.
Na WO I waren veel Italianen teleurgesteld in de opbrengsten van de oorlog Het leger en haar slagvaardigheid stelde weinig voor ( geen goede erfgenaam.
Tijd van Monniken en Ridders
De Griekse wereld.  Griekenland was niet één centraal geregeerd rijk maar bestond uit verschillende stadstaten (poleis); zelfstandige staten bestaand.
POLITIEK BIJ DE GRIEKEN EN ROMEINEN
Het land van de farao Hoofdstuk 2.
3.1 De Griekse wereld Hoofdstuk 3.
H3.1 Hofstelsel en Horigheid
De economie van het Romeinse Rijk 200 v.C. – 200 n.C.
Bij de Tijd Hoofdstuk 2 Romeinen bij de Rijn.
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
Blok 2 Grieken en Romeinen
Romeinse Rijk: -goed bestuur -sterk leger Landbouwstedelijke
De vroege middeleeuwen
Tijd van Grieken en Romeinen v.Chr. – 500 na Chr.
Hoofdstuk 3 De Grieken.
Hoofdstuk 4 De Romeinen.
4.1 van stad tot wereldrijk
Hoofdstuk 3: De Grieken Klas 1 KGT Lesweek 6
Cursus 3.2 : Romeinse Samenleving 1 KGT Lesweek 1
Kenmerk 5: (a) De groei van het Romeinse imperium, (b) waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde Les 16: Ontwikkelingen in het Imperium.
KA 12 - Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur KA 09 - De verspreiding van het christendom in geheel Europa Les 22: Karel de Grote.
§2.2 Werken en leven in het Romeinse rijk
§2.1 Van stad tot wereldrijk
Transcript van de presentatie:

Tijd van Grieken en Romeinen 4.2 De Romeinse samenleving

Wat gaan we doen? Arm en rijk Boeren en stedelingen De stad als handelscentrum Rijkdom en macht Armoede en afhankelijkheid Vrij en onvrij slavernij

‘Uit de boeren komen de stoerste mannen en de flinkste soldaten voort, het werk dat zij doen is het eerlijkste en beste waar je geld mee kunt verdienen. De boer moet dan ook ruimschoots geprezen worden.’ Cato 234 v. Chr. – 149 v. Chr.

Boeren en stedelingen Romeinse samenleving was een landbouw-stedelijke samenleving Twee soorten boeren Boeren met eigen grond Boeren die werkten op een villa (groot landbouwbedrijf van een rijke Romein) Boeren werden verplicht om dienst te doen in het Romeinse leger Platteland kende veel armoede Gevolg: Urbanisatie (trek van het platteland naar de stad)

De stad als handelscentrum Steden waren centra van handel Handelaren profiteerden van: Vrede binnen het rijk Uitgebreide wegennet De “nationale” munt  sestertii (sestertie)

Rijkdom en macht Patriciërs: Consul 2 in het rijk Senatoribus (senatoren) 1 miljoen sestertiën Plebejers Soldaten Boeren handelaren Door de verovering buiten Italië hebben de patriciërs de plebejers nodig: De patriciërs hadden de plebejers nodig in het leger etc. In ruil voor hun hulp eisten de plebejers meer rechten en hogere beloningen. Eisen plebejers: -Plebejers kunnen senator worden -Andere bestuursfuncties werden open gesteld voor de plebejers

Armoede en afhankelijkheid De meest armen plebejers profiteerden niet of nauwelijks van de nieuwe rechten. Zij worden proletariërs genoemd Leefden aan de rand van de stad in woonkazernes Bestuurders van Rome waren bang dat de proletariërs in opstand zouden komen Oplossing: Brood en spelen

Slavernij Hoogopgeleide slaven (meestal Grieken) Leraren, artsen, boekhouders, ambtenaren van de keizer Stedelijke slaven: Gladiator Bouwlieden Huishoudelijke slaven (vrouwen) Niet-stedelijke slaven: Op het platteland (villa) In de mijnen