De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Creatief denken 1 2 Divergeren - convergeren © Piet van den Boom - PRFCT.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Creatief denken 1 2 Divergeren - convergeren © Piet van den Boom - PRFCT."— Transcript van de presentatie:

1

2 Creatief denken 1 2 Divergeren - convergeren © Piet van den Boom - PRFCT

3 Creatief proces In het creatieve proces kunnen we drie fasen onderscheiden 1.Startfase Probleemstelling en –verkenning Herformuleren probleem en startvraag 2.Ideefase Divergeren: bedenken van zoveel mogelijk ideeën Convergeren: uitwerken van een beperkt aantal ideeën tot voorstellen 3.Keuzefase Selecteren: kiezen welke voorstellen potentie hebben Verrijken: voorstellen versterken/combineren Presenteren

4 1. Startfase Probleemstelling en verkenning A. De probleemeigenaar zet kort uiteen wat in zijn of haar visie het probleem is Let op: de probleemeigenaar mag niet komen met al dan niet goedgekeurde oplossingen uit het verleden. B. De deelnemers stellen vragen om het probleem te verhelderen Let op: de deelnemers mogen niet komen met suggesties voor oplossingen, maar alleen vragen alleen informatie Eindhoven onveilig?

5 Probleemverkenning De inhoud van de 360° probleemverkenning hangt samen met de aard van het probleem. Het kan gaan om technische achtergrondinformatie, historische achtergronden e.d. Voorbeeldvragen Voor wie is het een probleem/kans? Wat, wie veroorzaakt het probleem? Sinds wanneer bestaat het probleem? Welke factoren en actoren spelen een rol? Let op: verlies je niet in allerlei detailkwesties. Geen discussies tussen ‘experts’. Pas op voor ideakillers!

6 Herformulering Na de probleemverkenning wordt het probleem opnieuw geformuleerd, bij voorkeur op een positieve manier. Bijv: Eindhoven is om een of andere redenen niet aantrekkelijk voor studenten Wordt: Weet Eindhoven wat studenten willen en weten studenten wat Eindhoven te bieden heeft? Het kan nodig zijn om het probleem op te delen in beter te behappen deelproblemen. De opdrachtgever/probleemeigenaar moet het eens zijn met de herformulering!

7 Werkwijze herformulering Bedenk individueel drie herformuleringen Geef dit door aan een ander groepslid Schrap er twee, voeg er een toe Kies één herformulering van elk lijstje Kies de beste uit herformulering(en) uit

8 Startvraag Op basis van de herformulering kom je tot een startvraag Startvraag bestaat uit één zin en gaat over één onderwerp. –Kort & krachtig –Inspirerend –Ambitieus Formulering – HKW (Hoe kunnen we) – OZM (Op zoveel mogelijk manieren) – IFD (Iets fantastisch doen)

9 Einstein says… If you do what you always did You will get What you always got

10 1. Ideefase Divergeren en convergeren A. In de divergentiefase streef je naar het naar boven halen van zo veel mogelijk ideeën Let op: het gaat nog niet om oplossingen! Voornaamste doel is om een rijkdom aan ideeën te verzamelen. B. In de convergentiefase werk je ideeën uit tot opties voor oplossingen. Let op: Combineer ideeën en maak hiervan een samenhangend voorstel. Er zijn meerdere invalshoeken en benaderingen mogelijk. Nog niet kiezen!

11 Divergerentiefase Brainstormtechnieken BrainDUMP Associaties Analogieen Metafoor Vooronderstellingen Superheld

12 Mindwebbing Start: brain dump: het ‘schudden van de boom’. Alle spontane invallen inventariseren. Nodig: heel veel post-its en een wand

13 Methode 1.Iedere deelnemer krijgt een stapeltje post-its 2.Per post-it schrijf je 1 inval of idee 3.Alle post-its worden kriskras op de wand gehangen 4.Ideeën rustig bekijken 5.Dezelfde ideeën bij elkaar plakken 6.Vergelijkbare ideeën bij elkaar plakken 7.Clusters maken en benoemen 8.Verder doordenken op clusters, eventueel starten met nieuwe braindump

14 Aandachtspunten brain dump samen: zorg ervoor dat iedere deelnemer een gelijke kans heeft om spontane ideeën te uiten snel: zorg dat er niet te lang wordt nagedacht over mogelijke antwoorden zichtbaar: zorg ervoor dat ALLE ideeën worden genoteerd veilig: er bestaan geen foute of slechte ideeën: elk idee kan positief zijn: stel je oordeel uit!

15 ASSOCIEREN Associaties helpen je om een groot aantal verwant begrippen in kaart te brengen rond een centraal probleem. Daardoor is het mogelijk om op nieuwe manieren naar het probleem te kijken. Ook kan het helpen om bij het denken uit patronen en routines te komen (comfort zone)

16 Zoek zo veel mogelijk begrippen die te maken hebben met ‘KOE’

17 Associaties Eigenschappen Vrouwelijk rund Zoogdier Grazer Kuddedier Omvangrijk Loeien Producten Vlees Melk Leer Lijm Bloed Mest Hormonen Onderdelen Kop Staart Uiers Horens Huid Hoeven Producten 2 MELK Karnemelk Kaas Yoghurt Boter Proteïne Melkpoeder Klank Boe Moe Naartoe Toedeloe Kiep kiep koera Loeien Bijzonderheden Heilig dier hindoes Stierengevechten Cowboys Enz enz...

18 Varianten  Verwantschap kan op meerdere manieren worden gelegd  Feitelijk - uitgaan van in werkelijkheid bestaande relaties  Mentaal - uitgaan van belevingen die verband houden met iets  Creatief - spelen met al dan niet bestaande verbanden

19 Feit Moeder Kind Baby Bevalling Bevruchting Ovulatie Ei Moeder Liefde Zorg Geborgenheid Warmte Groei Ontplooiing Gevoel Moeder Moe Druk werk Tijdschrift Magazine Mag er zijn Tolerantie Vrij Moeder Mother Mère Mutter Vrouw Mama Schoonmoeder Woord

20 Soorten associaties VERBAAL: Ketting Cirkel Bloem NON VERBAAL: Vorm Klank Kleur Geur Smaak

21 Ketting Reeks van begrippen, waarbij je steeds vanuit het laatste begrip associeert. Door het toepassen van de ketting- associatie kun je ‘ver weg komen’van het oorspronkelijke begrip (met behoud van enig verband). Variant: cirkel-associatie Verbind eerste en laatste begrip met elkaar (analogie)

22 Ketting Open Kip Voorbeeld Kip - ei - ontbijt - ochtend - opstaan - wekker Gesloten Kip haan Voorbeeld Kip - vos - slim - dom - kerk - toren - haan

23 Cirkel Begin- en eindterm zijn identiek Deur deur Voorbeeld F Deur - klink - scharnier - open- dicht - deur M Deur - veilig - kamer - huis - gevel - deur C Deur - klink - klank - bank - kluis - deur Bij het associëren proberen zo ver mogelijk van de beginterm weg te komen!

24 Opdracht Maak een ketting van 10 schakels die begint met regen en eindigt met gejuich. Schrijf op basis hiervan een verhaaltje. In elke zin komt 1 term uit je ketting terug

25 Bloemassociatie Uitgaan van één begrip, waaraan je diverse verwante begrippen koppelt. Doel: in beeld brengen van zoveel mogelijk eigenschappen, onderdelen of relaties

26 Bloem / boeket Opbouwen als bloemen: blaadjes rond kern Rond elk blaadje kun je een nieuwe bloem maken

27 Functie Boeket-associaties kunnen helpen bij het aanbrengen van orde in waarnemingen van de werkelijkheid We kunnen ze ook gebruiken om nieuwe verbanden te zien, waardoor we komen tot nieuwe visies: wat heeft scheikunde te maken met design en met onderwijs.

28 Communicatie Gevoel Smaak Geur Geluid Taal Beeld

29 Mimiek Gebaar Foto Tekening Kleur Kleding

30 Bloem

31 Associaties Creatief gebruik: ‘geforceerd’ leggen van nieuwe verbanden –Vormstokpaal balktoren –Betekeniselfbank parkdrop –Klankstopstof grofgraf –Emotiezon stralen blijverliefd Alle zintuigen doen mee! Werken met taal en beeld

32 creatief denken Analogieën Deels gelijk - deels verschillend

33 Voorbeelden Als onze organisatie –een machine/computer zou zijn –een dier zou zijn –aan de Olympische Spelen zou meedoen Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen Eindhoven en... –een popfestival (Lowlands, Pink(pop?) –Maastricht –een supermarkt

34 Voorbeelden Als Eindhoven –een machine zou zijn... –een computer –een supermarkt –een soort groente Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen eigenschappen Geeft soms leuke insteek voor collage!

35 Metaforen Mensen zijn geneigd om complexe begrippen te verduidelijken door een verwijzing naar (eigenschappen van) iets anders. Bedenk een metafoor voor een situatie en denk verder vanuit de metafoor om tot nieuwe inzichten te komen.

36 Metaforisatie Mensen presteren beter als er sprake is van competitie Het leven is een racebaan Je werk is als de Formule 1 Ik voel me soms een Dafje tussen Ferrari’s Om te winnen in het werk moet je kunnen sprinten én de marathon lopen Het gaat om de kwaliteit van de wedstrijd, niet om het breken van records

37 Superheld Bedenk wie voor jou een superheld is –uit je persoonlijke omgeving –in de echte wereld –in de fantasiewereld Hoe zou jouw held het probleem aanpakken? Zet alle ‘strategieën’ bij elkaar en denk er verder op door

38 Held uit de omgeving 80% van de mensen noemt moeder als held; heeft meestal betrekking op vrouwelijke waarden: gezondheid, veiligheid, welzijn, waardering, zorg 20% noemt andere familieleden: vader, opa, oudere zus, partner; betrekking op waarden als: zorg dragen, steun geven, er zijn op het goede moment

39 Vooronderstellingen Bij het (her)ontwerpen van producten wordt vaak uitgegaan van vooronderstellingen: dit staat de ontwikkeling van innovatie soms in de weg maak een overzicht van vooronderstellingen schrap er steeds een of meer weg en kijk of je een alternatieve oplossing kunt bedenken

40 Een stoel om op te zitten 4 poten rugleuning horizontale zitting armsteunen op zithoogte etc. Laat steeds iets weg en bedenk een alternatief

41 Tip probeer niet iets te maken waar de opdrachtgever genoegen mee neemt, maar probeer iets te maken waar je zelf trots op bent


Download ppt "Creatief denken 1 2 Divergeren - convergeren © Piet van den Boom - PRFCT."

Verwante presentaties


Ads door Google