De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HISTORISCH OVERZICHT Paragraaf 2: Economische crisis.

Verwante presentaties


Presentatie over: "HISTORISCH OVERZICHT Paragraaf 2: Economische crisis."— Transcript van de presentatie:

1 HISTORISCH OVERZICHT Paragraaf 2: Economische crisis

2 Crisis 1929  In 1929: wereldwijde economische crisis.  De aandelen waren niets meer waard.  Hoe kon dit gebeuren?

3 Jaren ‘20  Herstelbetalingen waren funest voor Duitsland.  Het land probeerde de eigen economie op te bouwen, maar al het geld verdween naar het buitenland.  1923 Duitsland kon de schulden niet meer betalen.  Daarop stuurde Frankrijk een leger naar Duitsland.  Franse troepen bezetten het Ruhrgebied om waardevolle grondstoffen in beslag te nemen.  Duitse regering riep de arbeiders op om te staken!  De lonen werden door de regering betaald.  Er moest geld bijgedrukt worden.  Gevolg: enorme inflatie.

4

5

6 Hulp  De VS besluiten Duitsland te helpen.  Ze lenen Duitsland goedkoop geld.  Voor de opbouw van de economie.  Waardoor de herstelbetalingen door konden gaan.  Engeland en Frankrijk zouden dan weer genoeg geld hebben om producten uit de VS te kopen.  Herstel van de Europese economie was dus gunstig voor de VS.  Maar de VS zelf stonden er niet goed voor:

7  Tijdens WO I hadden boeren geld geleend om dure landbouwmachines te kopen:  immers veel vraag uit Europa naar landbouwproducten.  Na de oorlog viel die vraag weg: overschotten en prijsdalingen.  Schulden aan de bank werden niet terugbetaald.  Veel boeren begin jaren 20 al failliet.

8  Om de industriële productie op te voeren werd er veel geïnvesteerd door bedrijven.  Hiervoor leenden ze geld bij banken.  En verkochten ze aandelen.  Was veel behoefte aan die producten.  Mensen kochten ze op krediet.

9  Mensen zijn optimistisch, en lenen geld bij banken. Daarmee kopen ze aandelen ( een stukje van een bedrijf).  De waarde kan op en neer gaan.  Mensen speculeerden (gokten) erop dat de bedrijven steeds meer winst maken en daardoor meer waard werden.  Okt 1929: waarde gaat omlaag. Mensen schrikken, en gaan hun aandelen te koop aanbieden.  Waarde daalt nog meer.  Niemand kan zijn geleende geld nog terugbetalen aan de bank.  Banken failliet, mensen zijn spaargeld kwijt.

10  Veel Amerikaanse bedrijven failliet en miljoenen verloren hun baan.  Europa kan geen geld van de VS meer lenen.  VS kopen niets meer in Europa.  Duitsland moet geleende geld terugbetalen.  Alle landen die met de VS handelden krijgen te maken met deze crisis.

11 Gevolgen voor Duitsland  Tussen 1924 en 1929 ging het beter met de Duitse economie.  De Beurskrach was een enorme tegenvaller!  Duitsland kon niets meer lenen van de VS en moest alle vorige leningen terugbetalen.  Dat geld hadden ze niet.  Fabrieken moesten sluiten.  6 miljoen werklozen.  De crisis was het ergst in Duitsland.

12 1933: dieptepunt  8 miljoen werklozen.  Partijen waren verdeeld: tussen nooit een regering langer dan 2 jaar.  Economische problemen werden niet opgelost.  De Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP) van Adolf Hitler profiteerde hiervan.  Vanaf 1930 steeds meer aanhangers:  Hitler beloofde economisch herstel.  De schande van de Vrede van Versailles ongedaan maken.  Duitsland moest weer een land worden om trots op te zijn.  Dit sprak veel mensen aan!

13 Economische crisis in NL:  NL was niet voorbereid op een crisis  1934: 25% heeft geen werk.  Overheid had maar weinig geld: dus lage uitkeringen: armoede.  Als je werkloos was: elke dag stempelen op verschillende tijdstippen, zodat je niet ergens anders stiekem kan werken.  Inspecteurs kwamen thuis controleren op dure spullen/geld.  Om mensen aan het werk te helpen werden werkverschaffingsprojecten opgezet, zoals: - Aanleg Afsluitdijk, - Aanleg Amsterdamse Bos.  Vissers, boeren en tuinders kregen extra steun.

14 Werklozen graven in het Wilhelminapark rioolbuizen in.

15 Aanpassingspolitiek  Regering leidde een aanpassingspolitiek:  aanpassen aan de omstandigheden.  Niet zaken regelen voor de lange termijn,  maar plotselinge problemen oplossen.  Dus niet de lonen regelen voor de komende 20 jaar, maar 1 jaar.  Regering, ( minister-president: Colijn) dacht dat het vanzelf weer over zou gaan.  Regering was meer bezig met neutraal blijven dan de economische crisis  NL bleef wel democratie.


Download ppt "HISTORISCH OVERZICHT Paragraaf 2: Economische crisis."

Verwante presentaties


Ads door Google