De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Temperatuur en volume: uitzetten of krimpen. Bijna alle stoffen worden bij het verwarmen iets groter. Dit groter worden heet uitzetten. Bijna alle stoffen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Temperatuur en volume: uitzetten of krimpen. Bijna alle stoffen worden bij het verwarmen iets groter. Dit groter worden heet uitzetten. Bijna alle stoffen."— Transcript van de presentatie:

1 Temperatuur en volume: uitzetten of krimpen

2 Bijna alle stoffen worden bij het verwarmen iets groter. Dit groter worden heet uitzetten. Bijna alle stoffen worden bij afkoelen iets kleiner. Dit kleiner worden heet krimpen. Een goed voorbeeld is daarvoor het bolletje van ‘s Gravensande.

3 Hoeveel een vaste stof een bepaalde lengte uitzet, hangt af van de soort stof en van de temperatuurstijging. Een Bimetaal bestaat uit 2 verschillende metalen,die aan elkaar zijn vast gemaakt. Bij verwarming trekt een bimetaal krom. Het metaal dat het meeste uitzet komt in de buitenbocht. Bimetalen past men o.a. toe in bimetaalthermometers.

4 Verschillende vloeistoffen zetten verschillend uit. Vloeistoffen zetten bij gelijke temperatuurstijging meer uit dan vaste stoffen. Bij gelijke temperatuurstijging geldt: Gassen zetten veel meer uit dan vloeistoffen en vaste stoffen, Alle gassen zetten evenveel uit. Als stoffen niet genoeg ruimte hebben om uit te zetten of te krimpen, ontstaan er grote krachten. Deze krachten zijn bij vaste stoffen het grootst.

5 Faseovergangen 3 fasen, 6 overgangen Vast naar gas:vervluchtigen Gas naar vast:sublimeren Gas naar vloeibaar:condenseren vloeibaar naar gas:verdampen Vloeibaar naar vast: stollen Vast naar vloeibaar: smelten vast vloeibaar gas

6 Voor het smelten van een stof is warmte nodig. Bij het stollen van een stof komt die warmte weer vrij. Bij zuivere stoffen verandert de temperatuur niet tijdens het smelten, bij mengsels verandert de temperatuur wel, Het smeltpunt van een zuivere stof is een belangrijke stofeigenschap.

7 Vloeistoffen verdampen bij elke temperatuur. De snelheid van verdampen hangt af van de soort vloeistof, de temperatuur en het vloeistofoppervlak. Door de damp boven een vloeistof weg te halen, wordt het verdampen van die vloeistof versneld

8 Voor verdampen is warmte nodig. Een vloeistof die aan het verdampen is koelt dus af. Hierdoor daalt de temperatuur van de omgeving. Bij het condenseren van een damp komt warmte vrij. Hierdoor stijgt de temperatuur van de omgeving. Een vloeistof kookt als er overal in die vloeistof dampbellen ontstaan zodat de vloeistof snel verdampt. De temperatuur waarbij een zuivere vloeistof kookt, het kookpunt is een belangrijke stofeigenschap.

9 Gemaakt door: Stefan van der Leer H2B Kevin Versluis Paragraaf 3 en 4


Download ppt "Temperatuur en volume: uitzetten of krimpen. Bijna alle stoffen worden bij het verwarmen iets groter. Dit groter worden heet uitzetten. Bijna alle stoffen."

Verwante presentaties


Ads door Google