De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Genetica Schrijfregels bij genetica Dominant → Hoofdletter bv. A of B Dominant → Hoofdletter bv. A of B recessief → kleine letter bv. a of b recessief.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Genetica Schrijfregels bij genetica Dominant → Hoofdletter bv. A of B Dominant → Hoofdletter bv. A of B recessief → kleine letter bv. a of b recessief."— Transcript van de presentatie:

1 Genetica Schrijfregels bij genetica Dominant → Hoofdletter bv. A of B Dominant → Hoofdletter bv. A of B recessief → kleine letter bv. a of b recessief → kleine letter bv. a of b Homozygoot dominant → AA of BB etc. Homozygoot dominant → AA of BB etc. Homozygoot recessief → aa of bb etc. Homozygoot recessief → aa of bb etc. Heterozygoot → Aa of Bb Heterozygoot → Aa of Bb Intermediair → Hoofdletter I met superscript Intermediair → Hoofdletter I met superscript Bv. I R of I W. Homozygoot is dan I R I R of I W I W en heterozygoot I R I W

2 X-chromosomaal → Hoofdletter X met superscript X-chromosomaal → Hoofdletter X met superscript Bv.X-chromosomaal dominant; X A X-chromosomaal recessief; X a Bij mannen kan het dan dus; X A y of X a y zijn, Bij vrouwen; X A X A, X A X a of X a X a Dihybride ongekoppeld → bv. AABB of aabb of AaBb etc. Dihybride ongekoppeld → bv. AABB of aabb of AaBb etc. Dihybride gekoppeld → bv. AB of Ab etc. Dihybride gekoppeld → bv. AB of Ab etc. ab aB ab aB

3 Samenvatting basisstof 1 t/m 3 In de chromosomen bevindt zich de informatie voor de erfelijke eigenschappen van een organisme aantal chromosomen per celkern is voor elk soort organisme constant Karyogram (chromosomenportret): een afbeelding van de chromosomen van een cel, waarbij deze in paren zijn gerangschikt De twee chromosomen van een paar zijn gelijk in lengte en in vorm (behalve de geslachtschromosomen bij een man) Lichaamscellen mens: diploïd (2n) dus 46 geslachtscellen mens: haploïd (n) dus 23 Bij bevruchting diploïde zygote

4 Samenvatting basisstof 1 t/m 3 Genotype: de verzameling genen in een cel Gen: een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor één erfelijke eigenschap. Allel is een synoniem voor gen Locus: plaats van een gen op het chromosoom. Fenotype: de waarneembare eigenschappen van een individu Milieu  hierdoor eventuele modificatie Door tweelingonderzoek probeert men meer zicht te krijgen welke invloed het genotype en welke invloed milieufactoren hebben op het fenotype de individuen van een eeneiige tweeling hebben hetzelfde genotype

5 Samenvatting basisstof 1 t/m 3 Homozygoot: het genenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee gelijke genen Heterozygoot: het genenpaar voor een eigenschap bestaat uit twee ongelijke genen Dominant allel: een allel dat altijd tot uiting komt in het fenotype. Individuen waarbij een dominant gen tot uiting komt in het fenotype, kunnen homozygoot of heterozygoot zijn voor deze eigenschap Recessief allel: een allel dat alleen tot uiting komt in het fenotype als er geen dominant gen aanwezig is. Individuen waarbij een recessief gen tot uiting komt in het fenotype, zijn homozygoot voor deze eigenschap. Onvolledig dominant allel: een dominant allel dat bij een heterozygoot individu een recessief gen ook enigszins tot uiting laat komen in het fenotype. Intermediair fenotype: twee ongelijke allelen komen beide tot uiting in het fenotype

6 Monohybride kruisingen P-generatie (ouders, Parentes): ♂ AA × ♀ aa F1-generatie (nakomelingen 1 e generatie, Fili): ♂♀AA aAaAa aAaAa

7 Monohybride kruisingen (vervolg) Als de F1 zich onderling voortplant (kruist) noemen we de nakomelingen de F2(-generatie). Dus F1; ♂ Aa × ♀ Aa F2: ♂♀Aa AAAAa aAaaa

8 Monohybride kruisingen (verhoudingen) P: AA × aa → F1: 100% Aa (genotype) 100% Dominant fenotype 100% Dominant fenotype P: Aa × aa → F1: 50% (½) Aa en 50% (½) aa 50% Dominant fenotype en 50% recessief fenotype P: Aa × Aa → F1: 25% (¼) AA, 50 % (½) Aa en 25% (¼) aa 75% (¾) Dominant fenotype en 25% recessief fenotype

9 Monohybride kruisingen (Opdrachten) Onderstaande link gaat naar een pagina met daarop oefenvragen en uitleg over het onderwerp genetica:

10 Autosomen en geslachtschromosomen Autosomen: chromosomen zijn gelijk bij man en vrouw Geslachtschromosomen: chromosomen zijn verschillend bij man en vrouw

11 Vrouw: XX Man:Xy De vader bepaald het geslacht

12 X-chromosomaal X-chromosomale eigenschappen bevinden zich ALLEEN op X-chromosoom en NIET op y- chromosoom X-chromosomale eigenschappen bevinden zich ALLEEN op X-chromosoom en NIET op y- chromosoom Dominante eigenschap:X A Dominante eigenschap:X A Recessieve eigenschap:X a Recessieve eigenschap:X a Vrouw: X A X A, X a X a of X A X a Vrouw: X A X A, X a X a of X A X a Man: X A y of X a y Man: X A y of X a y

13 X-chromosomale ziekten Soms is er een gen defect in een X-chromosoom Soms is er een gen defect in een X-chromosoom Dit kan een erfelijke ziekte opleveren Dit kan een erfelijke ziekte opleveren Komt veel vaker voor bij mannen! Waarom? Komt veel vaker voor bij mannen! Waarom? Dominante eigenschap komt vaker voor bij vrouwen! Waarom? Dominante eigenschap komt vaker voor bij vrouwen! Waarom? Vaak is de ziekte recessief Vaak is de ziekte recessief Een man heeft maar 1 X-chromosoom, dus als die een defect gen heeft  Ziek!! Een man heeft maar 1 X-chromosoom, dus als die een defect gen heeft  Ziek!! Een vrouw heeft 2 X-chromosomen, als 1 daarvan een defect gen heeft  niet ziek Een vrouw heeft 2 X-chromosomen, als 1 daarvan een defect gen heeft  niet ziek De kans op 2 chromosomen met defect gen is veel kleiner De kans op 2 chromosomen met defect gen is veel kleiner

14 X-chromosomale ziekten kleurenblindheidhemofilie

15 Samenvatting Mens: 23 paren chromosomen 22 paren autosomen 1 paar geslachtschromosomen Xy = man XX = vrouw X-chromosomale overerving: eigenschap staat ALLEEN op X-chromosoom en NIET op y-chromosoom Voorbeeld kruising: Kleurenblindheid: (B=kleuren zien / b=kleurenblind) Heterozygote vrouw kruist met kleurenblinde man P: X B X b x X b y XBXB XbXb XbXb X B X b X b yX B yX b y

16 Kleurenblindheid: (B=kleuren zien / b=kleurenblind) Homozygoot recessieve vrouw kruist met kleurenziende man P: X b X b x X B y XbXb XbXb XBXB X B X b XBXbXBXb yX b y Meisjes zijn draagster maar niet kleurenblind. Alle zonen zijn kleurenblind Hemofilie van het type A is een X-gebonden recessieve ziekte. Een vrouw met hemofilie A huwt een gezonde man wiens vader hemofilie A had. Hoeveel kans lopen de dochters uit dit huwelijk dat ze hemofilie A zullen hebben ?

17 X-chromosomaal in stambomen Belangrijk! Zonen ontvangen hun X-chromosoom altijd van de moeder. Dochters ontvangen één van hun X-chromosomen van de vader. Erft de eigenschap ‘rood’ dominant of recessief over? Ligt deze eigenschap op het X-chromosoom, op een autosoom of is dat met deze stamboom niet te bepalen?

18 Dihybride kruisingen Twee soorten; Niet-gekoppelde overerving, beide allelen liggen op verschillende chromosomen. Gekoppelde overerving, de beide allelen liggen op hetzelfde chromosoom.

19 Niet-gekoppelde overerving; de beide genen liggen op verschillende chromosomen dus meer combinaties in de voortplantingscellen (gameten) ABAbaBab ABAABBAABbAaBBAaBb AbAABbAAbbAaBbAabb aBAaBBAaBbaaBBaaBb abAaBbAabbaaBbaabb Kruisingstabel voor AaBb × AaBb

20 Verhouding die ontstaat is dus; Fenotype; 9 Dominant voor beide: 3 Dominant A, recessief b: 3 recessief a, Dominant B : 1 recessief voor beide Ongekoppelde dihybride kruising kun je zien als twee losse monohybride kruisingen die gecombineerd worden. Kruising Aa × Aa; kans op aa = Kruising Bb × Bb; kans op bb = Kruising AaBb × AaBb; kans op aabb = 1/4 ABAbaBab ABAABBAABbAaBBAaBb AbAABbAAbbAaBbAabb aBAaBBAaBbaaBBaaBb abAaBbAabbaaBbaabb ¼ × ¼ = 1/16

21 Gekoppelde overerving, de beide genen liggen op hetzelfde chromosoom, er zijn dus niet meer combinatiemogelijkheden in de voortplantingscellen maar wel vaststaande combinaties.

22 Kruisingstabel voor DE × DE de DEde DE de DE de

23 Maak de onderstaande opgaven; 1Veronderstel dat de oogkleur van de mens zó overgeërfd wordt, dat bruine ogen veroorzaakt worden door een dominant autosomaal allel, en blauwe ogen door het overeenkomstige recessieve allel. Rood-groen-kleurenblindheid wordt overgeërfd als een X-gebonden recessief kenmerk. Een vrouw met blauwe ogen huwt een man met bruine ogen. De vader van de vrouw was kleurenblind. De moeder van de man had blauwe ogen. Welk deel van hun zonen zal blauwe ogen hebben én kleurenblind zijn? Geef je antwoord in breuken. 2De volgende ongekoppelde overerving vindt plaats; AabbDdEE × AaBbDdee Bereken de kans dat het volgende genotype, aabbDdEe, in de nakomelingen voorkomt. 3 Twee bananenvliegen worden gekruist. Het vrouwtje is homozygoot voor drie eigenschappen, veroorzaakt door de dominante allelen P, Q en R. Het mannetje is homozygoot voor drie eigenschappen, veroorzaakt door de recessieve allelen p, q en r. De genen zijn niet X-chromosomaal. Twee van de genen zijn gekoppeld. Deze koppeling wordt niet verbroken. Hoeveel verschillende typen geslachtscellen kan een vrouwtje uit de F1 maximaal maken als alleen wordt gelet op de genoemde genen?


Download ppt "Genetica Schrijfregels bij genetica Dominant → Hoofdletter bv. A of B Dominant → Hoofdletter bv. A of B recessief → kleine letter bv. a of b recessief."

Verwante presentaties


Ads door Google